free hit counter javascript


Een relativerend verhaaltje over  

voor reacties:   j.van.staveren@hetnet.nl
bijgewerkt:      januari   2012


Inhoud
Vermogen
Energie
Wet van behoud van Energie
Rendement
Produktiefactor
Enkele rendementen
Eenheden en omrekenfactoren voor vermogen
Eenheden en omrekenfactoren voor energie
Primaire energie
Energie-inhoud van enkele brandstoffen
Mechanisch-Warmte equivalent
Energie-omzetting
De formule van Carnot
Energieprijzen
Energieverbruik van een huishouden
Energieverbruik van de auto
Rendement van lichtbronnen
Zonne-energie
Windenergie
Energie-opslag in de accu's van elektrische auto's
Energy Internet
Geothermische energie
Getijdencentrale
Waterkracht
Biomassa
Warmte-kracht koppeling
Warmtepomp
Warmte-kracht koppeling vergeleken met een warmtepomp
Mogelijkheden voor het opwekken van warmte
Batterijen
Lopen en fietsen
Elektrische fiets
Elektrische treinen
Elektrische boot
De snelle veerboot tussen Hoek van Holland en Harwich
Vliegtuigen
De elektrische auto
De hybride auto
De brandstofcel auto
De Waterstof Economie
Kernfusie
Kernenergie

Bijlagen
Enkele feiten, berekeningen en wetenswaardigheden
    energieverbruik in Nederland
    het rendement van de produktie van elektriciteit "well-to-plug"
    het rendement van de produktie van benzine "well-to-pump"
    de CO2 uitstoot "well-to-plug" van elektriciteit
    vergelijking benzine-elektriciteit
    het massa-energie equivalent
    de zon
    brandstoffen en CO2
    vergelijking lichtbronnen
    vliegtuigen
    elektrische trein
    fietsen
    elektrische fietsen
    elektrische centrales
    windenergie
    elektrische auto's
    de "plug-in" hybride auto
    vergelijking elektrische auto, hybride auto en benzine-auto
    de elektrische race-auto
    vergelijking vervoermiddelen
    vergelijking energiecentrales
    enkele projecten van Wubbo Ockels
    de superbus
    de "World Solar Challenge"
    waterstof race
    Shell eco-marathon
    biobrandstof
    enkele eenheden
Tabellen en grafieken
Alternatieve energiebronnen
Opslag van energie
Energiebesparing
De ineenstorting van de olie-economie
Hoe zal het nu verder met de energie gaan?
Energie-inhoud, watervoorbeeld en energieverbruik
Boeken over energie
Interessante sites
Een verzameling van enkele actuele persberichten


Enkele opmerkingen vooraf

  • Afkortingen zijn in dit verhaal zo veel mogelijk vermeden.
  • Eenheden zijn niet met een hoofdletter geschreven, maar wel steeds voluit.
        bijvoorbeeld:  newtonmeter,  volt,  megawattuur  etc.
  • Getallen zijn meestal afgerond. Het gaat in dit verhaal vooral om de verhoudingen
        en niet in de eerste plaats om de exacte waarden. Die bestaan trouwens niet.
        Rendementen van auto's, verlichting, energie-opwekking  etc. worden steeds beter
        Er bestaan natuurlijk wel exacte wetten, zoals de  Wet van behoud van Energie
  • Veel getallen zijn een "momentopname".  Internetsites komen en gaan. Daardoor is
        het niet altijd (meer) mogelijk om alle getallen via internet te verifiëren.
  • De hoeveelheid energie die nodig is om bijvoorbeeld auto's, windmolens, zonnepanelen,
        biobrandstoffen  etc. te produceren is niet in beschouwing genomen.
  • Er zijn zo weinig mogelijk verschillende eenheden gebruikt. Bijna alles is omgerekend in
        kilowatturen en megawatturen.
  • De meeste gegevens zijn 4 jaren oud. De reden hiervoor is, dat sinds 2008 geen (gratis)
        gegevens meer zijn gepubliceerd door  EIA  (Energy Information Administration)  en
        IEA  (International Energy Agency)
  • Veel mensen hebben er geen idee van, hoe de verhoudingen liggen bij de verschillende
        vormen van energie-opwekking en het energieverbruik.
        Dit verhaal probeert aan de hand van  feiten  hierover duidelijkheid te verschaffen
  • Discussies over energie gaan meestal alleen maar over de opwekking van  elektriciteit.
        Dus over kolencentrales, kernenergie, waterkracht, windmolens, zonne-energie  etc.
        Men moet echter wel bedenken, dat het  totale energieprobleem  (in Nederland)  3,4 keer zo
        groot is. Het moet daarom ook gaan over verwarming, industrie, voedselproduktie en vervoer.
  • Men kan door middel van de verwijzingen naar internetsites en via eenvoudige berekeningen,
        zelf vaststellen of de in dit verhaal verstrekte informatie juist is.
  • Het verhaal wordt continu bijgewerkt aan de hand van nieuwe feiten, nieuwe inzichten en
        opmerkingen van lezers.


    Inleiding

    Het energieverbruik en de daarmee gepaard gaande milieuvervuiling is evenredig met het aantal
    mensen op aarde. De meest effectieve maatregel om het energieverbruik en de milieuvervuiling
    te beperken is dus:  geen verdere toename van de wereldbevolking.  Dat wordt bereikt als
    de "reproduktiefactor" niet groter is dan 1. Dus niet meer dan  2 kinderen per echtpaar.

    In het boek "Na ons de zondvloed" schrijft de auteur P. Gerbrands, oprichter van de Club van
    10 miljoen: "Binnen redelijke marges is groei van het aantal mensen en economische uitbreiding
    mogelijk, zolang we ons daarbij weten te beperken tot het consumeren van de rente die de aarde
    ons biedt. Maar als ook het kapitaal dat aarde heet, zelf wordt opgegeten, slaan we als menselijke
    soort een doodlopende straat in".

    Citaat uit het partijprogramma 2002 van  "De Groenen"
    Een hevige bedreiging voor het leven op aarde is de tomeloos groeiende bevolkingsomvang. Nog
    steeds is sprake van een explosieve groei van de wereldbevolking. Zo wordt India binnenkort net
    als China een land met meer dan een miljard inwoners.   (in 2010 had India al 1,2 miljard inwoners)
    Vervuiling van het milieu is direct gerelateerd aan de bevolkingsaanwas. Meer mensen zorgen voor
    meer afval, hebben meer voedsel nodig, verbruiken meer grondstoffen, hebben meer ruzie, hebben
    minder leefruimte, krijgen minder aandacht en hebben meer geld nodig. De conclusie is helder:
    geboortenbeperking is noodzaak.   Gebeurt dat niet, dan eindigen wij allen als de bacteriën op
    een beperkte voedingsbodem:   Na ongebreidelde groei volgt ongekende sterfte.

    De bevolkingsexplosie
    Van 1990 tot 2000 nam de wereldbevolking elk jaar met gemiddeld 1,5% toe.
    Stel, dat deze toename vanaf het begin van onze jaartelling tot heden altijd had plaatsgevonden.
    Hoe groot zou dan nu de wereldbevolking zijn, uitgaande van 2 mensen in het jaar nul ?
    Na 2000 jaar zou de toename zijn:  1,0152000 =  8,55 × 1012
    De oppervlakte van de aarde is  4 π r2 =  4 π × 40 × 106 vierkante kilometer
    (r = de straal van de aarde =  6400 kilometer)
    Het aantal mensen zou dan zijn:  (2 × 8,55 × 1012 ) / (4 π × 40 × 106) =  34000 per vierkante
    kilometer, oceanen en de polen meegerekend.
    In werkelijkheid leven er op aarde “slechts” 51 mensen per vierkante kilometer.   (in 2010, op land)
    Nederland heeft een bevolkingsdichtheid van  401 inwoners per vierkante kilometer.
    Dat is per inwoner een oppervlakte van 50 bij 50 meter
    Zie ook:  Are Humans Smarter Than Yeast?


    Overzicht van de bevolkingsaanwas   (afgerond)

     

    1960

    2000

    2050

     Nederland

          11 miljoen      

          16 miljoen      

          17 miljoen      

     Wereldbevolking      

      3 miljard

      6 miljard

      9 miljard


    Dagelijkse toename van de wereldbevolking   (medium variant)

          jaar      

          wereldbevolking      

          toename in 10 jaar      

          toename per dag      

    2010

    6909 miljoen

    - - -

    - - -

    2020

    7675 miljoen

    766 miljoen

    210.000

    2030

    8309 miljoen

    634 miljoen

    174.000

    2040

    8801 miljoen

    492 miljoen

    135.000

    2050

    9150 miljoen

    349 miljoen

      96.000

    De gemiddelde toename in de periode 2010 - 2050 bedraagt ruim  153.000 mensen per dag
    Ter vergelijking:   Arnhem heeft 148.000 inwoners






    Een relativerend verhaaltje over  


    Vermogen
    Vermogen is een maat voor de snelheid waarmee energie (arbeid)  kan worden geleverd of verbruikt.

          vermogen = energie / tijd      

          eenheid:     1 watt = 1 joule / seconde      

    Enkele voorbeelden:

  • Een elektrische centrale heeft een vermogen van 1200 megawatt, ook als de centrale tijdelijk
        buiten bedrijf is.     (1 megawatt = 1000 kilowatt)
  • Een automotor heeft een vermogen van 70 kilowatt, ook als de auto stil staat.
  • Een gloeilamp heeft een vermogen van 75 watt, ook als de lamp niet brandt of nog in de doos zit.
    Vermogen is een eigenschap.
    zie:   watervoorbeeld


    Energie
    Energie (arbeid)  wordt gedurende een bepaalde tijd geleverd of verbruikt.

          energie = vermogen x tijd      

          eenheid:     1 joule = 1 watt x seconde      

    Enkele voorbeelden:

  • Een elektrische centrale met een vermogen van 1200 megawatt, levert in 5 uur:
        1200 megawatt × 5 uur =  6000 megawattuur elektrische energie.             (bij vol vermogen)
  • Een automotor met een vermogen van 70 kilowatt, levert in 2 uur:
        70 kilowatt × 2 uur =  140 kilowattuur mechanische energie (arbeid).        (bij vol vermogen)
  • Een gloeilamp van 75 watt, verbruikt in 10 uur:
        75 watt × 10 uur =  750 wattuur en zet dit om in lichtenergie en warmte.
    Energie levert altijd iets op:  elektriciteit,  beweging,  licht,  warmte,  geluid,  radiogolven,
    een chemische reactie   etc.

    zie:   watervoorbeeld


    In de winkel betaalt men voor het vermogen   (van bijvoorbeeld een stofzuiger)
    Thuis betaalt men voor de energie                   (die door de stofzuiger wordt verbruikt)


    Wet van behoud van energie

  • Energie kan niet verloren gaan
  • Energie kan niet uit niets ontstaan
  • Energie kan alleen worden omgezet van de ene vorm in de andere
  • De som van alle energieën verandert daarbij niet

    Energie en massa worden nooit verbruikt, maar altijd gebruikt.
    In het normale taalgebruik heeft men het meestal toch over "verbruikt".
    Als je bijvoorbeeld de tank van een auto leeg rijdt, dan is de benzine tijdens de rit  verbruikt.
    Maar daarbij gelden dan wel onderstaande wetten:

  • de  wet van behoud van massa
        Benzine is een chemische verbinding van de elementen koolstof en waterstof.
        Bij de verbranding van benzine met zuurstof, ontstaat  kooldioxide en water
        de massa van  benzine + zuurstof  =  de massa van  kooldioxide + water
  • de  wet van behoud van energie
        De chemische energie in de benzine wordt bij de verbranding omgezet in mechanische
        energie (= arbeid) en thermische energie (= warmte).  Hiervoor geldt:
        de chemische energie  =  de mechanische energie +  de thermische energie


    Rendement
    Rendement =  nuttige energie / toegevoerde energie.
    Voorbeeld:

  • Een automotor met een vermogen van 50 kilowatt draait 1 uur op vol vermogen en levert dan
        dus 50 kilowatt × 1 uur =  50 kilowattuur nuttige, mechanische energie.
        De hoeveelheid toegevoerde energie is 200 kilowattuur. (dat is ongeveer 22 liter benzine)
        Het rendement is dan (50 / 200) × 100% =  25%
        Hierbij wordt 150 kilowattuur, niet nuttig gebruikte energie, in de vorm van warmte afgevoerd.
    Rendementen zijn altijd kleiner dan 100%.    Perpetuum Mobile bestaat dus niet.


    Produktiefactor
    Produktiefactor =  werkelijke jaaropbrengst / theoretische jaaropbrengst.
    Voorbeeld:

  • Een windmolen heeft een vermogen van 5 megawatt. De theoretische jaaropbrengst is dan
        5 megawatt × 8760 uur =  43800 megawattuur   (een jaar heeft  365 × 24 =  8760 uren)
        Stel, de werkelijke jaaropbrengst is 10950 megawattuur.
        De productiefactor is dan (10950 / 43800) × 100% =  25%


    Rendement en produktiefactor zijn 2 geheel verschillende begrippen.
    Enkele voorbeelden:

  • De produktiefactor van zonne-energie in Nederland is 11%, in de Sahara 33%
        Het rendement van een zonnepaneel is 12%
  • De produktiefactor van windenergie op land is 25%, op zee 40%
        Het rendement van een windmolen is 50%
  • De produktiefactor van een elektrische centrale is 80%
        Het rendement van een elektrische centrale is 40%


    Enkele rendementen   (bij benadering)
    - fotosynthese
    - gloeilamp
    - elektrisch zonnepaneel
    - concentrated solar power   (CSP)
    - van voedsel naar mechanische energie
    - benzinemotor
    - kerncentrale
    - Atkinson benzinemotor   (Prius)
    - dieselmotor
    - conventionele elektrische centrale
    - stoomturbine
    - brandstofcel
    - windmolen
    - STEG-centrale   (stoom en gas)
    - thermisch zonnepaneel   (zonneboiler)
    - elektrolyse van water
    - laadcyclus van een loodaccu
    - waterkrachtcentrale
    - elektromotor
    - warmte-kracht koppeling
    - generator in een elektrische centrale
    - laadcyclus van een supercondensator      
    =    1%
    =    5%
    =  12%
    =  15%
    =  25%
    =  25%
    =  33%
    =  34%
    =  35%
    =  40%
    =  45%
    =  45%
    =  50%
    =  58%
    =  65%
    =  66%
    =  75%
    =  80%
    =  90%
    =  90%
    =  95%
    =  97%


    Eenheden en omrekenfactoren voor  vermogen
    1 watt
    1 kilowatt
    1 paardenkracht  
    =     1 joule per seconde
    =     1 kilojoule per seconde
    =   75 kilogrammeter per seconde  
    =         1 newtonmeter per seconde  
    =   3600 kilojoule per uur
    =     736 watt


    Eenheden en omrekenfactoren voor  energie
    1 wattseconde    
    1 kilowattuur
    1 kilocalorie
    =         1 joule
    =   3600 kilojoule      
    =   4190 joule
    =         1 newtonmeter
    =     859 kilocalorie
    =     427 kilogrammeter


    Primaire energie
    Primaire energie is de energie-inhoud van brandstoffen in hun natuurlijke vorm, voordat enige
    technische omzetting heeft plaatsgevonden.


    Energie-inhoud van enkele brandstoffen
    1 kilogram droog hout
    1 kilogram steenkool
    1 kubieke meter aardgas
    1 liter benzine
    1 liter dieselolie
    1 kilogram waterstofgas
    1 kilogram Uranium 235      
    =     5,3 kilowattuur
    =     8,1 kilowattuur
    =     8,8 kilowattuur
    =     9,1 kilowattuur
    =   10,0 kilowattuur
    =   33,6 kilowattuur
    =   22,2 miljoen kilowattuur      
    =     19,0 megajoule
    =     29,3 megajoule
    =     31,7 megajoule
    =     32,6 megajoule
    =     35,9 megajoule
    =   120,8 megajoule
    =     80,0 miljoen megajoule

    In het navolgende is het energieverbruik of de energie-opbrengst steeds zo veel mogelijk
    omgerekend naar liters benzine-equivalent. Dat spreekt wat meer tot de verbeelding en
    het maakt een goede onderlinge vergelijking mogelijk.


    Thermische energie in 1 liter benzine

  • 1 liter benzine =  7800 kilocalorie
        Bij een rendement van 100% kan men hiermee 7800 liter water 1 graad verwarmen.
        (of 78 liter 100 graden verwarmen)

    Mechanische energie in 1 liter benzine

  • 1 liter benzine =  9,1 kilowattuur
        Hierop zou een motor van 91 kilowatt gedurende 0,1 uur (= 6 minuten) op vol vermogen kunnen
        draaien. Omdat het rendement van een benzinemotor ongeveer 25% is, draait zo’n motor maar
        1,5 minuut op 1 liter benzine, waarbij dan 75% van de toegevoerde energie in nutteloze warmte
        wordt omgezet.
  • 1 liter benzine =  3338000 kilogrammeter
        Met 1 liter benzine kan men dus theoretisch een Jumbo van 333800 kilogram 10 meter omhoog
        takelen. Zo’n vliegtuig 10 kilometer omhoog brengen, kost (afgezien van de voorwaartse snelheid,
        luchtweerstand, rendement  etc.) 1000 liter brandstof.
        (gemakshalve wordt hierbij aangenomen, dat benzine gelijkwaardig is aan kerosine)


    Mechanisch - Warmte equivalent
    Dit geeft aan, hoe de relatie is tussen mechanische energie en warmte.
    Deze relatie is:  1 kilocalorie  komt overeen met  427 kilogrammeter.
    Een voorbeeld:
    Om 1 liter water 1 graad in temperatuur te verhogen is 1 kilocalorie nodig. (per definitie)  Als men
    zijn hand 1 minuut in een liter koud water steekt, dan is daarna de temperatuur van het water
    ongeveer 1 graad gestegen. Dit komt dus overeen met een hoeveelheid mechanische energie van
    427 kilogrammeter. Dat is voldoende om een koe (of 2 piano's) een meter op te takelen.
    Warmte is de meest compacte vorm van energie.


    Energie-omzetting

  • Bij omzetting van warmte naar mechanische energie is het rendement begrensd volgens de
        formule van  Carnot.   In de praktijk blijkt het maximaal haalbare rendement zo'n 50% te zijn.
        Voorbeeld:
        Een stoomturbine in een elektriciteitscentrale heeft een rendement van 45%
  • Omzetting van mechanische energie naar elektriciteit kan theoretisch plaats vinden met
        een rendement van 100%
        Voorbeeld:
        Een generator in een elektriciteitscentrale heeft een rendement van 95%
  • Omzetting van elektriciteit naar mechanische energie kan theoretisch plaats vinden met
        een rendement van 100%
        Voorbeeld:
        De elektromotor van de "zonnewagen" heeft een rendement van 97%


    De formule van Carnot
    Met de formule van Carnot kan men het maximaal haalbare rendement berekenen, bij de
    omzetting van thermische energie (= warmte) naar mechanische energie (= arbeid).
    De thermische energie is evenredig met de absolute temperatuur T   (kelvin)

          rendement  =  (Thoog -  Tlaag) / Thoog      

    Thoog  =  de hoogste temperatuur in het proces     (de toegevoerde warmte)
    Tlaag   =  de laagste temperatuur in het proces      (de restwarmte)
    Thoog -  Tlaag  =  de hoeveelheid warmte die wordt omgezet in nuttige, mechanische energie
    Voorbeeld:
    De inlaat temperatuur van een stoomturbine is 527 graden celsius en de uitlaat temperatuur
    is 207 graden celsius.                         (0 graden celsius =  273 kelvin)
    Thoog  =  527 + 273 =  800 kelvin
    Tlaag   =  207 + 273 =  480 kelvin
    Het maximaal haalbare rendement is dan   (800 - 480) / 800  =  0,4  =  40%
    (er zijn altijd warmteverliezen)


    Energieprijzen  (afgerond)

    energiebron

      prijs per eenheid  

      prijs per kilowattuur  

     1 liter benzine =  9,1 kilowattuur

    €   1,65

    €   0,18

     1 kubieke meter aardgas =  8,8 kilowattuur  

    €   0,65

    €   0,07

     1 kilowattuur elektriciteit uit het lichtnet

    €   0,20

    €   0,20



    Energieverbruik van een huishouden
    Een gemiddeld huishouden in Nederland bestaat (statistisch gezien) uit 2,28 personen.
    In het jaar 2008 was het energieverbruik per huishouden:

  • Voor verlichting, koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen  etc. werd 3560 kilowattuur
        elektriciteit verbruikt. Bij een rendement van 40% van de elektrische centrale is dat een
        hoeveelheid primaire energie van 8900 kilowattuur.
  • Voor verwarming, warm water en koken was 1625 kubieke meter aardgas nodig.
  • Met de auto werd 17400 kilometer gereden. Bij een verbruik van 8,3 liter benzine
        per 100 kilometer, is dat 1444 liter benzine.

    Omgerekend naar liters benzine-equivalent  per dag, komt men (afgerond) op:
    - verlichting
    - koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen  etc.      
    - verwarming, warm water, koken
    - de auto

      0,4
      2,3
      4,3
      4,0
    11,0   liters benzine-equivalent

    Energieverbruik van een huishouden

    De auto verbruikt, over een jaar gerekend, bijna net zoveel primaire energie als nodig is
    voor de verwarming, warm water en koken.  En anderhalf keer zoveel energie als nodig is
    voor de verlichting, koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen  etc.

    Alleen bezuinigen op de verlichting, (dat is slechts 4% van het totale energieverbruik), heeft uit het
    oogpunt van energiebesparing weinig zin. Wèl helpt het om de verwarming wat lager te draaien.
    Alle energie, die toegevoerd wordt aan verlichting en apparaten wordt uiteindelijk volledig omgezet
    in warmte. Een woonkamer wordt niet merkbaar warmer als de TV aan staat of als het licht brandt.
    Kennelijk is het energieverbruik van de verlichting en de TV dus verwaarloosbaar ten opzichte van
    de energie die voor de verwarming nodig is. Veel mensen denken: "alle kleine beetjes helpen".
    Het tegendeel is eigenlijk waar. De "kleine beetjes" helpen maar een (heel klein) beetje en geven
    het misleidende gevoel, dat men toch maar heel wat doet voor het milieu en dat men daarom verder
    zijn gang wel kan gaan.  (met de verwarming en met de auto)
    Zodra het comfort in het geding is, is men niet meer "thuis".


    Energieverbruik van de auto
    Het benzineverbruik van een gemiddelde auto is  1 liter per 15 km
    Bij een snelheid van 120 kilometer per uur, is dat 8 liter benzine per uur
    Het rendement van een benzinemotor is sterk afhankelijk van:

  • het toerental
  • het geleverde koppel
  • het momentele vermogen
    Het maximaal haalbare rendement is 25% en dit wordt bepaald door de compressieverhouding
    en het temperatuurtraject dat in de cilinders wordt doorlopen.  Carnot
    Bij een Dieselmotor is het rendement ongeveer 35%. Bij een benzinemotor kan dat worden
    benaderd door optimale brandstof inspuiting, optimale mengverhouding zuurstof-brandstof bij alle
    toerentallen, optimaal ontstekingstijdstip bij alle toerentallen, zo veel mogelijk kleppen, variabele
    kleptiming en een zo hoog mogelijke motortemperatuur. Vandaar dat er ooit experimenten plaats
    vonden met keramische motoren. Die zouden een hogere temperatuur toelaten dan motoren die
    gemaakt zijn van metaal. Afbreuk aan het rendement van de motor in een auto wordt veroorzaakt
    door het gebruik van de katalysator, koude start, variabel toerental, variabele belasting, koeling
    en stationair draaien.

    Een auto verbruikt in 17 minuten evenveel primaire energie, als een gemiddeld Nederlands
    huishouden in een etmaal voor verlichting, koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen  etc.

    ("even" naar de brievenbus met de auto !!)


    Rendement van lichtbronnen
    - gloeilampen
    - LED-lampen      
    - spaarlampen
    - TL-buizen
      5%
    25%      
    29%
    41%

     LED =  Light Emitting Diode

        TL =  Tube Luminescent


    Zonne-energie

  • Buiten de dampkring heeft de zonnestraling een intensiteit van 1,36 kilowatt per vierkante meter.
        (dat is de zonneconstante)
  • Ter hoogte van het aardoppervlak en bij een geheel onbewolkte hemel heeft de zonnestraling
        een intensiteit van 1 kilowatt per vierkante meter. (bij loodrechte instraling).  De theoretische
        jaaropbrengst per vierkante meter is dus  8760 kilowattuur.   (een jaar heeft 8760 uren)
  • De totale jaarlijkse instraling van zonne-energie in Nederland, is  1000 kilowattuur,  gemeten op
        een horizontaal vlak van 1 vierkante meter, seizoenen, bewolkte hemel, dag en nacht meegerekend.
  • De produktiefactor komt hiermee op  (1000 / 8760) × 100% =  11,4%
  • Om het zonlicht in Nederland optimaal te benutten, moet een vast opgesteld zonnepaneel onder
        een hoek van 36 graden met het horizontale vlak worden gemonteerd en gericht zijn op het zuiden
  • Een zonnepaneel gemonteerd onder een hoek van 36 graden heeft een meeropbrengst van 15%
        ten opzichte van een horizontaal opgesteld zonnepaneel.
  • Een zonnepaneel dat meedraait met de stand van de zon, (een zonvolgend systeem), levert nog
        eens 30% extra energie op.
  • Bij loodrechte instraling van zonlicht op een zonneboiler, een zonnepaneel, een parabolische
        spiegel, of een zonnetrog, is de hoeveelheid ingestraalde energie per vierkante meter en
        gedurende dezelfde tijd (uiteraard) gelijk. Bij een heliostaat is de instraling nooit loodrecht.
        Daar wordt de instraalhoek bepaald door de afstand van de heliostaat tot de zonnetoren en de
        stand van de zon
  • De hoeveelheid ingestraalde zonne-energie op een horizontaal vlak, is in de zomermaanden
        (juni t/m augustus) in Nederland  6 keer zoveel als in de wintermaanden (december t/m februari).
  • De energie, die een zonnepaneel in Nederland opvangt, bestaat voor 40% uit direct zonlicht
        en 60% indirect zonlicht.
  • In de Sahara is de hoeveelheid ingestraalde zonne-energie op een horizontaal vlak
        slechts  3 keer  zoveel als in Nederland.  (gedurende een jaar en bij dezelfde oppervlakte)

    Enkele mogelijkheden om zonne-energie te gebruiken zijn:

  • fotosynthese   (biobrandstof)
  • rechtstreeks opwekken van elektrische energie   (elektrisch zonnepaneel)
  • elektriciteit produceren met geconcentreerde zonnestraling   (concentrated solar power)
  • verwarmen van water   (zonneboiler)

    Rendementen en opbrengsten van zonne-energie bij een instraling
    van  1000 kilowattuur  per vierkante meter per jaar
      (afgerond)


      rendement  

      kilowattuur  

      energiesoort  

     biobrandstof

    < 1%

        3

      chemisch

     elektrisch zonnepaneel

    12%

    120

      elektriciteit

     concentrated solar power  

    15%

    150

      elektriciteit

     zonneboiler

    65%

    650

      warmte

    Het elektriciteitsverbruik van een gemiddeld  huishouden  in Nederland is 3650 kilowattuur per
    jaar. Hiervoor zijn dus 30 vierkante meters zonnepaneel nodig.
    Het ziet er naar uit, dat het rendement van een elektrisch zonnepaneel nog kan worden
    opgevoerd tot 24%. Dan zouden 15 vierkante meters voldoende zijn.
    Het lijkt zelfs mogelijk ooit een rendement te behalen van 80% met behulp van  "nano-antennes"
    www.elektor.nl/nieuws/nanobuisjes-als-antenne-voor-zonlicht

    Bij concentrated solar power (CSP) wordt de zonnestraling door middel van spiegels op een
    klein oppervlak geconcentreerd. Dit kan op verschillende manieren gebeuren.

  • met parabolische spiegels
  • met zonnetroggen
  • met heliostaten
    Voorwaarde voor "concentrated solar power" is een zonvolgend systeem. De nauwkeurigheid
    waarmee de stand van de zon moet worden gevolgd, is tenminste 1 graad. Dat betekent, dat het
    systeem elke 4 minuten moet worden bijgesteld. Bovendien moet de zon ongehinderd schijnen.
    Bij een bewolkte hemel werkt "concentrated solar power" niet. Daarom wordt het in Nederland
    niet toegepast. Wat men eventueel met het hogere rendement zou kunnen winnen, wordt volledig
    teniet gedaan door het feit, dat de zon hier (gemiddeld) weinig uren per dag volop schijnt.

    Parabolische spiegels

    Een parabolische spiegel draait om 2 loodrecht op elkaar staande assen met de stand van de zon
    mee. Het zonlicht kan met een factor 500 worden geconcentreerd. Er ontstaat dan een temperatuur
    van 1000 graden celsius in het brandpunt. Daar kan bijvoorbeeld een  heteluchtmotor  worden
    geplaatst, die een generator aandrijft. Daarmee wordt vervolgens elektriciteit opgewekt.

    Zonnetroggen

    Een zonnetrog is een trogvormige spiegel, waarbij de dwarsdoorsnede de vorm van een parabool
    heeft. De lengte-as is in noord-zuid richting opgesteld en de zonnetrog draait om die as met de stand
    van de zon mee, dus elke dag van oost naar west. De concentratie van het zonlicht in de "brandlijn"
    is een factor 80, waarbij een temperatuur van 400 graden celsius wordt bereikt. In de brandlijn
    bevindt zich een buis waarin olie wordt verhit. In een warmtewisselaar wordt hiermee water verhit
    tot hete stoom. Daarmee wordt op de gebruikelijke wijze elektriciteit opgewekt. Het rendement van
    de omzetting van de zonnestraling naar hete stoom is 50%. Van hete stoom naar elektriciteit 30%.
    Daarmee komt het totaal rendement op 15%.  (dus weinig hoger dan bij elektrische zonnepanelen)
    Het voordeel van zonnetroggen is, dat een deel van de opgevangen zonnewarmte tijdelijk kan worden
    opgeslagen. Daarmee kunnen (kort durende) zonloze periodes worden overbrugd.

    Heliostaten
               
    Een heliostaat is een licht gekromde of vlakke spiegel, die om 2 assen met de stand van de zon
    meedraait. Het door de heliostaat gereflecteerde zonlicht, wordt gefixeerd op de top van een
    "zonnetoren". De top van deze zonnetoren, die ongeveer 100 meter hoog is, wordt beschenen door
    een veld met honderden heliostaten en is daardoor het gemeenschappelijke brandpunt van een
    enorm groot oppervalk aan spiegels. Alle spiegels moeten continu en individueel worden gericht.
    Er kunnen in de top van de toren zeer hoge temperaturen worden bereikt, tot 1000 graden celsius.
    De opgevangen warmte wordt gebruikt voor de opwekking van elektriciteit. De temperatuur die bij
    parabolische spiegels of heliostaten optreedt is veel hoger dan bij zonnetroggen. Het rendement van
    de elektriciteitsopwekking is dan dus ook hoger   Carnot
    www.gezen.nl/wordpress/?page_id=9

    "Concentrated solar power" (in wat mildere vorm) kan ook worden toegepast in combinatie met
    daarvoor geschikte zonnecellen.  Spectrolab levert zonnecellen, die een ingestraald vermogen van
    50 watt per vierkante centimeter kunnen verdragen, mits zodanig gekoeld, dat de temperatuur niet
    boven de 100 graden celsius uitkomt. Onder deze condities wordt een rendement van ruim  35%
    gehaald.

    In het jaar 2000 werd door Greenpeace in Nederland een elektrisch zonnepaneel geïntroduceerd:

  • de effectieve oppervlakte is  0,75 vierkante meter
  • de energie-opbrengst is  80 kilowattuur per jaar
  • dat is gemiddeld  220 wattuur per dag.
  • dat is voldoende om 2 uur per dag naar een flatscreen TV te kijken
  • op jaarbasis bespaart dit paneel  80 ×  € 0,20 =  € 16,-
  • het paneel kostte bij Greenpeace (inclusief allerlei subsidies)  € 454,-
  • de "terugverdientijd" is dus 28 jaar.
    Citaat uit een recente advertentie voor zonnepanelen:   "Dit met Lasertechnologie ?? vervaardigde
    zonnepaneel, heeft ook bij bewolkte hemel en tot laat in de avond, een hoog rendement".
    Ja, het rendement is dan misschien wel hoog, maar de opbrengst is bij  bewolkte  hemel en laat in
    de avond bijna nul.  Dat komt, omdat de hoeveelheid ingestraalde energie dan heel erg weinig is.

    Zonne-energie heeft wel de potentie, om ooit interessant te worden:

  • de hoeveelheid zonne-energie die in Nederland jaarlijks wordt ingestraald op een oppervlakte
        van 25 vierkante kilometer bedraagt  25.000.000 × 1000 kilowattuur =  25 miljard kilowattuur.
  • dat is de hoeveelheid energie, die (volgens Einstein) equivalent is aan 1 kilogrammassa.
  • bij een rendement van 100% zou dat voldoende zijn voor bijna een kwart van het jaarlijks
        elektriciteitsverbruik in Nederland.   (=  109  miljard kilowattuur)
  • een praktische mogelijkheid, om deze energie op een efficiënte manier "te pakken" te krijgen
        bestaat voorlopig nog niet.

    In 2008 was het opgesteld vermogen aan zonne-energie in Nederland  57 megawatt
    Dat leverde in dat jaar een hoeveelheid energie op van  0,04  miljard kilowattuur
    Het elektriciteitsverbruik in Nederland was toen  109  miljard kilowattuur.
    Het aandeel zonne-energie was dus  0,04%   De hoeveelheid zonne-energie die jaarlijks op
    de gehele aarde wordt ingestraald, is  8000 keer  zoveel als het jaarlijks wereldenergieverbruik.

    Bericht in NRC-Handelsblad van 10 april 2010
    Zonne-energie kan in Nederland al in 2015 concurreren met de prijs die consumenten betalen voor
    gangbare stroom. Oorzaak is de "onverwacht snelle prijsdaling van zonnepanelen" en andere
    onderdelen van een installatie voor zonne-energie.

    Zon-voltaïsche centrale   (elektrische zonnepanelen)

    Het  Waldpolenz Solar Park  is de grootste zon-voltaïsche centrale in Duitsland en bevindt
    zich in de buurt van Leipzig.

  • de elektriciteit wordt opgewekt door 550.000 elektrische zonnepanelen
  • de totale oppervlakte is 1 vierkante kilometer
  • het piekvermogen is  40 megawatt
  • de jaarproduktie is  40.000 megawattuur   (11.000 huishoudens)
  • de produktiefactor is dus  11,4%
    Een conventionele centrale van 1200 megawatt levert per jaar ruim  200 keer  meer energie.
    Vergelijk ook de grootste windmolen ter wereld. Die levert  
    17.000  megawattuur per jaar.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Waldpolenz_Solar_Park

    De grootste zon-voltaïsche centrale ter wereld
    De grootste zon-voltaïsche centrale ter wereld zal worden gebouwd bij  Ordos City  in Mongolië.
    Het vermogen wordt 2000 megawatt. Bij een produktiefactor van 20% is de energie-opbrengst
    ongeveer een derde van wat een grote conventionele centrale van 1200 megawatt levert.

    Zon-thermische centrales   (concentrated solar power)
    Begin 2009 werd in Spanje, bij Sevilla een grote commerciële zon-thermische centrale,
    de PS20 in bedrijf gesteld.

  • het vermogen van deze centrale is 20 megawatt
  • de energie-opbrengst is voldoende voor 12.000 huishoudens
  • het zonlicht wordt opgevangen door 1255  heliostaten
  • elke heliostaat heeft een oppervlakte van 120 vierkante meter
  • de heliostaten draaien met de stand van de zon mee
    Het geconcentreerde zonlicht verhit een vat met water, dat zich bovenop een toren van 160 meter
    bevindt. Met de hete stoom die ontstaat, wordt op de gebruikelijke wijze elektriciteit opgewekt.
    Het voordeel van deze "concentrated solar power" centrale is, dat (overdag) constante energie-
    levering mogelijk is, dankzij een buffer van hete stoom, met een warmtecapaciteit van
    15 megawattuur. De produktiefactor wordt hierdoor aanzienlijk verhoogd.

    Bij Andasol, ook in Spanje, wordt een ander type zon-thermische centrale gebouwd.
    Hier wordt de zonnestraling opgevangen in  zonnetroggen.
  • het vermogen van deze centrale is 50 megawatt.
  • de jaarproduktie is 170.000 megawattuur, voldoende voor 50.000 huishoudens
  • zonnetroggen zijn trogvormige spiegels, waarbij de dwarsdoorsnede de vorm van een parabool heeft.
  • de zonnetroggen staan in noord-zuid richting opgesteld en draaien met de stand van de zon mee
  • de spiegels staan in rijen opgesteld, die 150 meter lang zijn.
  • het reflecterend oppervlak van één rij is 800 vierkante meter.
  • in de "brandlijn" bevindt zich een stalen buis, waar olie doorheen stroomt.
  • de olie wordt door de geconcentreerde zonnestraling verhit tot ongeveer 400 graden celsius.
  • in een warmtewisselaar wordt hiermee water verhit tot stoom.
  • met de stoom wordt op conventionele wijze elektriciteit opgewekt.
    Een deel van de opgevangen warmte wordt overdag opgeslagen in een enorme tank met 25000 ton
    gesmolten zout. De warmtecapaciteit hiervan is voldoende om, als de zon niet schijnt, gedurende 7 uur
    elektriciteit op te wekken. In Spanje is de hoeveelheid ingestraalde zonne-energie 2000 kilowattuur
    per vierkante meter per jaar, dus 2 keer zo veel als in Nederland.
    www.gezen.nl/wordpress/?m=200705

    In Californië is een zon-thermisch project gerealiseerd met een vermogen van 354 megawatt.
    http://ludb.clui.org/ex/i/CA9679/


    Windenergie
    Bij Siemens, aan de A12 bij Zoetermeer, staat een windmolen met een vermogen van 1,5 megawatt.
    (= 1500 kilowatt). Dat is gelijk aan het vermogen van 20 auto’s.  (de Opel "Astra", heeft een motor
    van 74 kilowatt).  Een paar jaar geleden was dit nog de grootste windmolen van Nederland.

  • de ashoogte van deze molen is 85 meter en de wiekdiameter is 70 meter
  • het hoogste punt, dat door de wieken wordt bereikt is dus 120 meter
  • de opbrengst is 3 miljoen kilowattuur per jaar, voldoende voor 820 huishoudens.
    De opgewekte energie van een windmolen is evenredig met de 3e macht van de windsnelheid.
    Als het "halve" kracht waait, is de energie-opbrengst nog maar 1/8 deel van de opbrengst bij
    "volle" kracht. De produktiefactor (= werkelijke opbrengst / theoretische opbrengst) van een
    windmolen op land is  25%.  Op open zee kan een produktiefactor van  40% worden gehaald.
    De produktiefactor (op land) neemt toe, naarmate de windmolen hoger en groter is

    In 2008 was het opgesteld vermogen aan windenergie in Nederland  1921 megawatt
    Dat leverde in dat jaar een hoeveelheid energie op van  4,3  miljard kilowattuur
    Het elektriciteitsverbruik in Nederland was toen  109  miljard kilowattuur.
    Het aandeel windenergie was dus  3,9%.
    In Nederland wordt ruim  100 keer  zoveel windenergie opgewekt als zonne-energie.

    Enkele Nederlandse windmolenparken

  • Begin 2007 ging het windmolenpark bij Egmond aan Zee in bedrijf.
        (10 kilometer uit de kust, 100.000 huishoudens)
  • Medio 2008 ging het windmolenpark bij IJmuiden in bedrijf.
        (23 kilometer uit de kust, 125.000 huishoudens)
  • Begin 2009 ging het windmolenpark "Westereems" in bedrijf.
        (op land, bij de Eemshaven, 135.000 huishoudens)

    Teletekst 17 november 2009
    Ondanks veel verzet van de bevolking in Urk komt bij het dorp het grootste windmolenpark van
    Nederland. Minister van der Hoeven geeft een miljard euro aan subsidie voor het park, dat
    voldoende elektriciteit levert voor 400.000 huishoudens.
    (De subsidie bedraagt dus 2500 euro per huishouden.!!)

    Teletekst 15 juni 2010
    Minister van der Hoeven schrapt zeven windmolens in de Noordoostpolder. Ze komt daarmee
    tegemoet aan de Tweede Kamer. Die vindt dat van der Hoeven meer rekening moet houden met
    het beschermde dorpsgezicht van Urk en dat de horizon niet onnodig moet worden vervuild.
    Het park krijgt 38 molens op het land en 48 in het IJsselmeer.

    Persbericht op 25 juni 2010
    In Friesland zouden in 2020 tweehonderd windturbines van 80 tot 120 meter hoog moeten staan.
    Dat staat in een plan van het Platform Duurzaam Fryslân dat vrijdag aan de provincie Friesland
    is gepresenteerd. De windmolens zouden de helft van de provincie van stroom kunnen voorzien.
    Het project kost meer dan 1 miljard euro.

    Persbericht op 19 maart 2008:
    "Het Wereld Natuurfonds gaat campagne voeren voor een groot windenergiepark in de Noordzee.
    Het moet vanaf de kust niet te zien zijn en een capaciteit krijgen van 6000 megawatt. Dat komt
    neer op 6 energiecentrales".

    Het vermogen van het geplande windenergiepark is dan misschien wel 6 keer zo groot als van een
    gewone energiecentrale, maar de energie-opbrengst is maar 3 keer zo groot. Dat komt omdat de
    produktiefactor (= werkelijke opbrengst / theoretische opbrengst) van windenergie (op zee) slechts
    40% is. Bij een gewone centrale is de produktiefactor ruim 80%.
    Het geplande windmolenpark zal  1200 windmolens van 5 megawatt gaan omvatten.
    De energie-opbrengst zou dus net zoveel zijn als van 3 gewone elektriciteitscentrales.
    Het windmolenpark zou in 2020 gereed moeten zijn. Dat betekent, dat er 3 molens per week
    moeten worden geplaatst. Dat lijkt wel een wat erg optimistische planning.

    Teletekst 4 november 2011
    Het energiebedrijf Eneco begint eind 2013 met de bouw van een windmolenpark in de Noordzee.
    Het park komt op 23 kilometer uit de kust van Noordwijk te liggen. Het wordt het derde en
    voorlopig laatste windmolenpark op zee. Het park, dat bestaat uit 43 windmolens, zal genoeg
    stroom opwekken voor 135.000 huishoudens. De aanleg moet in 2014 klaar zijn.
    Het windmolenpark wordt gebouwd met behulp van subsidiegeld dat het vorige kabinet heeft
    gereserveerd. De subsidie kan oplopen tot een miljard euro.

    De grootste windmolen ter wereld
    De grootste windmolen ter wereld is de Enercon E-126.   (de wiekdiameter is 126 meter)

  • de ashoogte is 135 meter
  • de wieklengte is 63 meter
  • het hoogste punt, dat door de wieken wordt bereikt is dus 198 meter
  • het nominale vermogen is 6 megawatt  (80 auto's)
  • bij een produktiefactor van 32% (op land) is de jaarproduktie  17.000  megawattuur
        (5000 huishoudens)

    Er zijn dus  500  windmolens van het type  "grootste ter wereld"  nodig, om evenveel
    energie op te wekken als  1  conventionele kolen- of gascentrale van  1200 megawatt.
    Het is overigens de vraag, of windenergie wel leidt tot reductie van CO2-uitstoot.
    www.clepair.net/windgeheim.html

    Bij Estinnes (België) is een windmolenpark in aanbouw, waar 11 van deze molens komen te staan.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Windturbinepark_Estinnes


    Energie-opslag in de accu's van elektrische auto's
    Windenergie zal misschien ooit een belangrijke rol bij de elektriciteitsopwekking voor het openbare
    net kunnen gaan spelen. De levering van windenergie is van nature onderhevig aan grote en vaak
    snelle fluctuaties. Omdat het niet altijd (hard) waait, is de produktiefactor in het gunstigste geval
    (op zee) 40%. Dat betekent dus, dat er in 60% van de tijd geen of heel weinig windenergie wordt
    opgewekt. Daarom zal de bestaande infrastructuur voor de elektriciteitsopwekking voor 100%
    gehandhaafd moeten blijven. Bij grootschalige produktie van windenergie ontstaat er behoefte
    aan opslag van elektriciteit, om de fluctuaties in het aanbod op te vangen. Energie-opslag kan
    plaats vinden door produktie van waterstofgas, via elektrolyse van water. Dat is een omslachtige
    methode met een slecht (totaal)rendement.
    Een meer realistische oplossing van het opslagprobleem van elektrische energie, lijkt het gebruik
    van accu's. Tegen de tijd dat elektrische auto's op grote schaal worden gebruikt, is het potentieel
    aan opslagcapaciteit voor elektrische energie zeer groot. Gaan we uit van bijvoorbeeld 1 miljoen
    elektrische auto's (er rijden in Nederland ruim 7 miljoen auto's rond) en een accucapaciteit van
    50 kilowattuur per auto, dan komt men op een totale opslagcapaciteit van 50 miljoen kilowattuur.
    Ter vergelijking: een gewone elektriciteitscentrale van 1200 megawatt levert in 24 uur ongeveer
    1200 × 24 × 0,8 =  23000 megawattuur =  23 miljoen kilowattuur  (0,8 = de produktiefactor)
    Deze vorm van energie-opslag vereist een intelligent, geautomatiseerd energiemanagement
    systeem.   (Energy Internet)


    Energy Internet   (smart grid)
    Energy Internet is een energiemanagement systeem, dat de verdeling regelt tussen de energie
    die wordt opgewekt door duurzame energiebronnen (wind- en zonne-energie) en conventionele
    elektriciteitscentrales. Het doel hierbij is:

  • het zoveel mogelijk afvlakken van pieken en dalen in de energie-opwekking.   ("peak shaving")
  • het compenseren van de variërende energie-opbrengst van duurzame energiebronnen.
    Een primitieve vorm van energiemanagement bestaat al bij het systeem van "dal uren", dat door
    leveranciers van elektriciteit vaak wordt toegepast. Daarbij worden elektrische boilers op afstand
    ingeschakeld als de vraag naar elektriciteit gering is.   (meestal 's nachts en in het weekend)
    Bij een intelligent energiemanagement systeem kan men denken aan de volgende mogelijkheden:
  • thermostaten van apparaten (bijvoorbeeld van boilers en airconditioning) worden op afstand
        automatisch in- of uitgeschakeld aan de hand van de momentele belasting van het energienet.
  • accu's van elektrische auto's worden het ene moment geladen en een ogenblik later wordt het
        laden gestopt, of de energie uit die accu's wordt (gedeeltelijk) weer teruggeleverd aan het net,
        als er een energietekort dreigt te ontstaan.
  • als de wind sterk varieert, wordt de energielevering van windmolenparken naar evenredigheid
        aangevuld met energie afkomstig van (snel startende) gasgestookte elektriciteitscentrales.


    Geothermische energie
    Geothermische energie wordt gewonnen uit de aardwarmte. Vanaf het aardoppervlak neemt de
    temperatuur bij toenemende diepte met globaal 30 graden celsius per 1000 meter toe. Dat is een
    gemiddelde waarde. Afhankelijk van plaatselijke omstandigheden, kan dit (sterk) variëren. In
    vulkanische gebieden zijn de temperaturen aanzienlijk hoger. Op een diepte van 5000 meter is
    de temperatuur gemiddeld 150 graden. Geothermische energie zal misschien een rol gaan spelen
    bij de toekomstige energievoorziening. Dank zij de verbeterde boortechnieken, die ontwikkeld
    zijn voor het winnen van aardolie op grote diepte, is het nu mogelijk geworden om geothermische
    energie op commerciële schaal te exploiteren. Geothermische energie is:

  • schoon, duurzaam en onuitputtelijk
  • constant voorradig
  • niet afhankelijk van weersomstandigheden, seizoenen en tijdstip van de dag
    Geothermische energie wordt in Nederland al op kleine schaal toegepast. In het Westland worden
    hiermee enkele kassen verwarmd, terwijl er ook ver gevorderde plannen bestaan voor het gebruik
    ervan in nieuwe woonwijken in Den Haag.

    Persbericht op 23 september 2010
    Uit de onlangs afgeronde proefboring is gebleken dat 2.000 meter onder de grond genoeg water
    met een hoge temperatuur aanwezig is om de beoogde 4.000 woningen en 20.000 vierkante meter
    bedrijfsruimte in Den Haag Zuidwest te verwarmen, zo blijkt uit de testresultaten die deze donderdag
    naar buiten zijn gebracht.  "We hadden een uiteindelijk doel van 75 °C. Dat hebben we gehaald"


    Getijdencentrale
    De energie die door een getijdencentrale wordt opgewekt, is indirect afkomstig van de maan.
    De grootste (en enige commercieel werkende) getijdencentrale ter wereld, staat (sinds 1966) in
    Frankrijk bij La Rance. Het verschil tussen eb en vloed is daar zeer groot, maximaal 13 meter.

  • het vermogen van de centrale is 320 megawatt
  • de hoeveelheid energie die jaarlijks wordt geproduceerd is 540.000 megawattuur
  • dat is 0,54% van het elektriciteitsverbruik in Nederland.
  • de produktiefactor is ongeveer 20%
    Tijdens de "kentering", dat is de periode waarin de vloedstroom overgaat in de ebstroom of
    omgekeerd, wordt er vrijwel geen energie opgewekt. Bij een gewone waterkrachtcentrale met
    een stuwmeer, kan de produktiefactor oplopen tot 100%.


    Waterkracht
    Zelfs in Zwitserland is waterkracht van beperkte betekenis geworden omdat het energieverbruik,
    ook daar, de laatste jaren sterk is toegenomen. In Zwitserland wordt tegenwoordig  41% van
    de elektrische energie opgewekt door kerncentrales. Alleen in Noorwegen wordt vrijwel alle
    elektrische energie met behulp van waterkracht opgewekt.
    Wereldwijd wordt  16,2% van alle elektrische energie door waterkracht opgewekt.
    Dat is iets meer dan door kernenergie.

    De grootste waterkrachtcentrale ter wereld
    De grootste waterkrachtcentrale ter wereld, de  Itaipudam  staat op de grens tussen Brazilië en
    Paraguay. Het bijbehorende stuwmeer is 170 kilometer lang.

  • het vermogen van deze centrale is 12600 megawatt
  • de energie-opbrengst is 75 miljard kilowattuur per jaar
    In China wordt momenteel een nog grotere waterkrachtcentrale gebouwd, de  Drieklovendam
  • de energie-opbrengst is 84 miljard kilowattuur per jaar
  • dat is 3% van het elektriciteitsverbruik van China
    Ter vergelijking:  in 2008 was het elektriciteitsverbruik in Nederland 109 miljard kilowattuur.

    Teletekst 19 mei 2011
    China geeft toe, dat er problemen zijn door de Drieklovendam in de Jangtse-rivier.
    Landbouwgronden drogen uit, de rivier is minder bevaarbaar en veel mensen zijn hun werk kwijt.
    Voor de bouw van de dam moesten anderhalf miljoen mensen verhuizen.


    Biomassa
    Biomassa  is de verzamelnaam voor organische materialen, die gebruikt kunnen worden voor de
    opwekking van "duurzame energie".  Enkele voorbeelden van zulke organische materialen zijn:
    hout, gft (=  groente- fruit- en tuinafval) en  mest. Ook kunnen speciale "energie-gewassen" worden
    geteeld, zoals  koolzaad,  maïs en  suikerriet,  Die kunnen, eventueel na vergisting, fermentatie of
    vergassing, worden gebruikt als brandstof voor voertuigen. Een voorbeeld hiervan is  biodiesel.

    De gedachte bij het gebruik van biobrandstoffen is, dat tijdens het groeien ervan (bijvoorbeeld
    bomen), zuurstof wordt aangemaakt en kooldioxide (CO2) uit de atmosfeer wordt opgenomen.
    Bij verbranding vindt het omgekeerde proces plaats. Netto vervuilt deze zogenaamde "korte cyclus"
    het milieu dus niet. ("CO2 neutraal")  Het gebruiken van biomassa heeft als groot voordeel dat
    er geen opslagprobleem is. De biomassa kan worden bijgemengd bij de brandstof van de, door
    milieuactivisten zo verguisde, kolengestookte centrales. De extra vrijkomende CO2 is dan "groen"
    en wordt in mindering gebracht op de uitstoot volgens "Kyoto".

    In 2008 werd in Nederland  6,8  miljard kilowattuur opgewekt door het verbranden van biomassa.
    Het elektriciteitsverbruik was toen  109  miljard kilowattuur.
    Het aandeel biomassa was dus  6,2%
    Dat zal in de nabije toekomst niet veel meer worden, want de hoeveelheid biomassa is nu eenmaal
    beperkt. Men kan dan ook terecht twijfels hebben over energieleveranciers die plotseling enorme
    hoeveelheden "groene" energie zijn gaan verkopen aan de consument.


    Warmte-kracht koppeling   (WKK)
    Bij de produktie van elektriciteit in een elektriciteitscentrale is het rendement ongeveer 40%.
    Van de toegevoerde primaire energie  gaat dus ongeveer 60% in de vorm van warmte via het
    koelwater verloren. Bij veel centrales wordt deze "afvalwarmte" tegenwoordig gebruikt voor
    stadsverwarming en verwarming van kassen. De warmte moet daarbij vaak over grote afstanden
    worden vervoerd en gedistribueerd, wat uiteraard nogal wat verliezen oplevert. Desondanks
    wordt het totaalrendement van de elektriciteitscentrale hierdoor aanzienlijk verhoogd.

    Bij warmte-kracht koppeling is de opwekking van warmte en elektriciteit (kracht) direct aan elkaar
    gekoppeld. Warmte en elektriciteit worden dan bij de verbruiker opgewekt. De warmteproduktie
    is hierbij hoofdzaak, terwijl de elektriciteit nu een bijprodukt is. Het totale rendement is zeer hoog,
    omdat er vrijwel geen warmte verloren gaat en alle elektriciteit nuttig wordt gebruikt.
    (overtollige elektriciteit wordt teruggeleverd aan het net)
    Warmte-kracht koppeling wordt veel toegepast bij ziekenhuizen, zwembaden, fabrieken en
    de glastuinbouw. Bij de glastuinbouw is de vrijkomende CO2 zeer welkom, omdat daarmee
    de groei van de planten wordt bevorderd. (koolzuurassimilatie)
    Het totaalrendement bij warmte-kracht koppeling is ongeveer 90%.
    www.energieprojecten.nl/edu/ut_wkk.html


    Warmtepomp
    Een warmtepomp "pompt" warmte van een laag temperatuurniveau naar een hoger niveau.
    Het lage niveau is bijvoorbeeld de grondwarmte, die op enige diepte het gehele jaar door ongeveer
    12 graden is. De warmtepomp werkt volgens hetzelfde principe als een koelkast, maar het doel is
    anders. Bij een koelkast wordt de binnenruimte gekoeld en men neemt de warmte die daarbij buiten
    de koelkast ontstaat, op de koop toe. Bij een warmtepomp gaat het juist om die warmte. Daarmee
    kan een ruimte worden verwarmd. De warmte die ontstaat is gelijk aan de pomp-energie,
    vermeerderd met de warmte die uit de grond wordt gehaald. Het rendement lijkt daardoor groter
    dan 100%.  Men spreekt bij een warmtepomp van de COP  (=  coëfficiënt  of  performance).
    De COP kan bijvoorbeeld 4 zijn. Dan wordt 3 keer zoveel warmte, (gratis) aan de grondwarmte
    onttrokken als de pomp-energie bedraagt. De totale hoeveelheid geproduceerde warmte is dan
    4 keer de pomp-energie.
    De COP van een warmtepomp is groter naarmate het temperatuurverschil tussen inlaat en uitlaat
    kleiner is. Daarom wordt een warmtepomp vaak gebruikt in combinatie met vloerverwarming.

    Persbericht op 13 Januari 2009:
    "In Den Haag is een zeewater-warmtecentrale geopend. Hiermee gaat men ruim 800 woningen in
    de Scheveningse wijk Duindorp voorzien van warmte, die wordt gewonnen uit de Noordzee".

    Enkele gegevens:
    Het systeem bestaat uit 1 grote centrale warmtepomp, die de warmte uit het zeewater van 5 graden
    celsius omhoog pompt naar 11 graden. Water met deze temperatuur wordt via een distributienet
    toegevoerd aan de woningen. Iedere woning heeft een kleine warmtepomp, die de temperatuur
    verder verhoogt tot 45 graden voor de (vloer)verwarming en 65 graden voor het tapwater.

    Zwembad en ijshal verwarmen en koelen elkaar
    In Dordrecht is het grootste overdekte sportcentrum van Nederland geopend, De warmte die
    vrijkomt bij het maken van ijs voor de ijsbaan, wordt weer gebruikt voor het verwarmen van
    het zwembadwater, de gebouwen en de horeca. In totaal gebruikt het sportcomplex 50% minder
    energie dan vergelijkbare complexen.


    Warmte-kracht koppeling vergeleken met een warmtepomp

  • Warmte-kracht koppeling gaat ten koste van het rendement van de elektriciteitsopwekking.
        Voor een bruikbare hoeveelheid warmte, mag het koelwater niet te koud zijn, dus gaat
        het rendement van de elektriciteitsopwekking omlaag.   Carnot
  • Warmte-kracht koppeling is niet "groen", want het werkt alleen bij elektriciteitsopwekking
        door middel van fossiele brandstoffen.
  • Warmtepompen kunnen (in de verre toekomst) wel op "groene energie" werken.
  • Een warmtepomp is ruwweg 4 keer efficiënter dan "gewone" elektrische verwarming.
  • Sommige warmtepompen kunnen in 2 richtingen werken. Ze kunnen dus verwarmen of koelen
        Ook kunnen ze gewoon worden uitgezet, dit in tegenstelling tot warmte-kracht koppeling.
    zie:  "Sustainable Energy - without the hot air"


    Mogelijkheden voor het opwekken van warmte   (geïdealiseerd)
      primaire energie = 100%         elektriciteit         afvalwarmte         nuttige warmte    
      verbranden

    -

    -

    100%

      opwekken van elektriciteit

    40%

    60%

    -

      warmte-kracht koppeling

    40%

    -

      60%

      warmtepomp

    -

    60%

    160%

    Bij de warmtepomp wordt de elektriciteit (40%) volledig verbruikt om er warmte mee op te wekken.
    Bij een "coëfficiënt of performance" =  4 wordt daarmee 4 × 40% =  160% nuttige warmte opgewekt.
    De warmtepomp is dus aanmerkelijk efficiënter dan warmte-kracht koppeling.
    Als daarbij ook nog de afvalwarmte wordt benut, komt men zelfs op 220%


    Batterijen
    Een alkaline batterij (AA-cel) bevat 1,5 ampère-uur bij 1,5 volt. Dat is 2,25 wattuur. Zo’n batterij
    kost ongeveer  € 0,40    1 kilowattuur uit een batterij kost dus   € 178,00
    Oplaadbare nikkel-metaalhydride batterijen (AA-cel) hebben tegenwoordig een capaciteit van wel
    2,7 ampère-uur bij 1,2 volt. Dat is 3,24 wattuur. In het gebruik zijn deze oplaadbare batterijen zeer
    veel goedkoper en milieuvriendelijker dan gewone batterijen. De oplaadbare nikkel-metaalhydride
    batterijen van GP PowerBank voldoen voor 100% aan de elektrische specificaties, wat opmerkelijk
    genoemd mag worden. Andere merken heb ik niet nagemeten, maar er bevindt zich veel "kaf onder
    het koren", vooral bij snel oplaadbare batterijen.
    Helaas is de maatvoering van de AA-cel kennelijk niet genormaliseerd, of de fabrikanten houden
    zich niet altijd aan de norm. Hierdoor kunnen bij sommige toepassingen (mechanische) problemen
    ontstaan, als men alkaline batterijen vervangt door oplaadbare nikkel-metaalhydride batterijen.
    Die blijken namelijk soms iets langer en dikker te zijn dan de alkaline batterijen. Ook de lagere
    klemspanning (1,2 volt) kan een bezwaar zijn.

    Energiedichtheid, celspanning en rendement van oplaadbare batterijen en accu’s

        wattuur per    
    kilogram

        celspanning    
    volt

        rendement    
    laadcyclus

     loodaccu

      30 -   40

    2,1

    50 - 92%

     nikkel-cadmium batterij

      40 -   60

    1,2

    70 - 90%

     Super Charge ion Battery

               50

    2,4

    - - -

     nikkel-metaalhydride batterij

      30 -   80

    1,2

    70 - 90%

     lithium-ion batterij

              160

    3,6

            96%

     lithium-ion polymeer batterij

    130 - 200

    3,7

            96%

     zink-lucht batterij

              210

    1,4

    40 - 50%

     vanadium redox accu

      10 -   20

    1,2

    75 - 85%

    Navraag bij  Battery University omtrent het rendement van de laadcyclus van verschillende
    soorten batterijen leverde het volgende antwoord op:
    Als een batterij tot 80% wordt geladen, is het laadrendement hoog. Bij een lithium-ion batterij
    ligt het laadrendement dan ver boven de 90%. Bij een nikkel-metaalhydride batterij is het
    laadrendement tijdens snel laden 90% en bij langzaam laden 70%. Bij verder laden wordt het
    laadrendement lager.

    De zink-lucht batterij
    De zink-lucht batterij ("electric fuel") is niet oplaadbaar, in de gebruikelijke betekenis van het
    woord. Als de batterij leeg is, moeten de (zink)anodes worden vervangen. Bij toepassing in een
    elektrische auto, zou dit een voordeel kunnen zijn, omdat men dan niet uren hoeft te wachten tot
    de batterij weer opgeladen is. In plaats daarvan moet de batterij worden uitgewisseld met een
    geregenereerd exemplaar. De zink-lucht batterij voor toepassing in elektrische auto’s is overigens
    nog in het experimentele stadium. De energiedichtheid is 6 keer zo groot als van een loodaccu,
    maar toch nog 60 keer zo klein als van benzine. (bij hetzelfde gewicht)
    Er wordt ook gewerkt aan de  nucleaire batterij

    De vanadium redox accu

    De vanadium redox accu is een vloeistofaccu met een zeer grote energie-inhoud. Het elektrolyt
    is een oplossing van vanadiumsulfaat in zwavelzuur. De accu bevat een membraan, waarmee het
    elektrolyt in 2 helften wordt verdeeld. Dit membraan laat alleen positieve ionen door.
    Tijdens het laden vindt er een  redox-reactie  in de accu plaats. Daarbij verandert de ionisatiegraad
    van de atomen. In de ene helft wordt het elektrolyt gereduceerd en in de andere helft geoxideerd.
    Hierdoor ontstaan tegenovergestelde ladingen. Bij het ontladen vindt de omgekeerde reactie plaats.
    Beide helften zijn aangesloten op hun eigen voorraadtank met elektrolyt. De hoeveelheid elektrolyt
    (en daarmee de capaciteit van de accu) kan hierdoor zeer groot worden gemaakt. Het elektrolyt
    wordt vanuit de voorraadtank langs de bijbehorende elektrode gepompt. Als de accu stroom
    levert, vloeien er positieve ionen door het membraan en elektronen door het uitwendige circuit.
    Tijdens het ontladen van de accu worden de ladingen van de elektrolyten ter weerszijden van
    het membraan vereffend. Als de elektrolyten zijn uitgewerkt, moeten ze worden vervangen door
    verse elektrolyten met een nieuwe lading.
    De accu kan ook gewoon worden opgeladen door een elektrische stroom.
    Enkele eigenschappen:

  • De accu is vooral geschikt voor stationaire toepassingen en kan worden gebruikt om de
        fluctuerende opbrengst van zonnepanelen en windmolens af te vlakken
  • De energiedichtheid is laag, ongeveer 20 wattuur per kilogram
  • De levensduur is zeer groot, meer dan 10.000 laadcycli
  • Het vermogen wordt bepaald door de afmetingen van het membraan
  • De energie-inhoud is vrijwel onbegrensd en wordt bepaald door de grootte van de
        voorraadtanks met het elektrolyt
  • Er is al een vanadium redox accu gemaakt, die een energie-inhoud heeft van 12 megawattuur.
        Een elektrische trein zou hier  2000 kilometer  op kunnen rijden
        (een 4-wagons  Dubbeldekker  verbruikt 6 kilowattuur per kilometer)
  • Het laden kan (zeer snel) plaats vinden door het vervangen van de elektrolyten,
        maar de accu kan ook gewoon worden opgeladen door een elektrische stroom
  • De redox accu wordt misschien interessant voor de toepassing in een elektrische auto,
        omdat het laden zeer snel kan plaats vinden door het vervangen van de elektrolyten
    zie ook:  www.courage2025.nl/downloads/Fotonenboer.pdf

    De levensduur van een oplaadbare batterij of accu wordt sterk beïnvloed door de
    diepte van de ontlading

    Het einde van de levensduur wordt bereikt, als de capaciteit nog maar 70% van de
    nieuwwaarde is. De levensduur wordt uitgedrukt in het aantal verbruikte ontlaadcycli.
    Voor lithium-ion batterijen geldt:

    diepte van
      de ontlading
     

    levensduur
      (ontlaadcycli)
     

    100%

      500

      50%

    1500

      25%

    2500

      10%

    4700

    Battery University

    Het effectieve aantal ampère-uren van een accu, is sterk afhankelijk van de
    geleverde stroom

    Voorbeeld:

  • een accu van 100 ampère-uur kan gedurende 20 uur een stroom van 5 ampère leveren
  • bij een stroom van 25 ampère, is de accu in 2 uur leeg, dat komt overeen met 50 ampère-uur
    www.xs4all.nl/~janfreak/peukert.html

    Bericht in  "De Ingenieur"  van 13 november 2009:
    "Onderzoekers van het Technion-Israël Institute of Technology hebben een batterij bedacht die
    stroom levert door oxidatie van silicium. Een accu van dit type heeft een bijna zestigmaal grotere
    energiedichtheid dan een hoogwaardige lithiumbatterij. Theoretisch is de energiedichtheid
    8,5 kilowattuur per kilogram (dat is bijna net zoveel als van benzine) of  21,1 kilowattuur per liter.
    Een industriële introduktie kan binnen 3 jaar plaatsvinden. Grote oplaadbare silicium accu"s voor
    gebruik in auto's zouden over 10 jaar beschikbaar zijn".

    Dit verhaal is te mooi om waar te zijn en het is dan ook waarschijnlijk niet waar. Als het wel
    waar is, dan zou het probleem van de elektrische auto zijn opgelost
    . Bij een gewicht aan
    accu's, gelijk aan dat van een volle benzinetank, (en bij het halve volume), zou de actieradius
    van een elektrische auto dan zo'n 2000 kilometer kunnen zijn. Als de accu's steeds worden
    geladen, als de auto niet rijdt, dan zou de gemiddelde energievoorraad ruim voldoende zijn
    voor het dagelijks gebruik.

    Toshiba meldt een doorbraak in de ontwikkeling van oplaadbare lithium-ion batterijen
    Begin 2008 kwam Toshiba met een verbeterde lithium-ion batterij op de markt, de  SCiB
    (Super Charge ion Battery)
    De belangrijkste eigenschappen van de standaardmodule, die 10 cellen bevat, zijn:

  • de spanning is 24 volt bij 4,2 ampère-uur   (de energie-inhoud is dus 100 wattuur)
  • de batterij is zeer veilig   (geen ontploffings- of brandgevaar)
  • de oplaadtijd is slechts enkele minuten   (in 5 minuten is de batterij tot 90% geladen)
  • de energiedichtheid is slecht in vergelijking met een gewone lithium-ion batterij
        (100 wattuur bij een gewicht van 2 kilogram en een volume van 1,35 kubieke decimeter)
  • de levensduur is zeer groot, 10 jaar of  6000 laadcycli
        (na 3000 laadcycli is het capaciteitsverlies slechts 10%)
  • de batterij is bruikbaar binnen een groot temperatuurgebied   (- 30 tot  + 45 graden)
  • de eigenschappen van de batterij vertonen veel overeenkomst met die van een
        supercondensator   (hoge laad- en ontlaadstromen en zeer korte laad- en ontlaadtijden)
    Met dit nieuwe type lithium-ion batterij kan de elektrische auto, de hybride auto en ook de
    elektrische fiets een groot succes worden. Het snel laden is vooral interessant voor het (op een
    efficiënte wijze) terugwinnen van elektrische energie tijdens remmen en snelheidsvermindering.

    Ook  Sony  heeft een nieuwe lithium-ion batterij ontwikkeld
    De nieuwe batterij van Sony valt op door de grote ontlaadstroom, die mogelijk is.
    Enkele eigenschappen:

  • een cel, type 18650, levert 1,1 ampère-uur bij 3,2 volt, dat is dus 3,5 wattuur
  • de energiedichtheid is 95 wattuur per kilogram
  • de maximale ontlaadstroom is 20 ampère
  • de batterij kan in 30 minuten worden opgeladen tot 99% van de capaciteit
  • de levensduur is 2000 laadcycli

    Nexeon  kondigt een lithium-ion cel aan, met de "hoogste energie-inhoud ter wereld"
    Het betreft het type lithium-ion cel, dat vaak in laptops en ook in de  Tesla Roadster
    wordt gebruikt.  Dat is de 18650.  Deze cel heeft een diameter van 18 millimeter en een
    lengte van 65 millimeter. Enkele eigenschappen:

  • de cel levert 3,2 ampère-uur bij 3,6 volt, dat is dus 11,5 wattuur
        (vergelijk hiermee de cellen in de Tesla Roadster, die leveren  8,2 wattuur)
  • de energiedichtheid is 275 wattuur per kilogram
  • op termijn verwacht men zelfs 4 ampère-uur te kunnen halen, dat is 14,4 wattuur per cel
  • de levensduur is 300 laadcycli
    Dit lijkt een interessante doorbraak te worden, bijvoorbeeld voor een elektrische fiets
    zie ook:  Vergelijking van  lithium-ion batterijen

    Nog een bericht over een nieuw type batterij, met een 10 keer zo hoge energie-inhoud als een
    gewone lithium-ion batterij. Misschien wordt het ooit toch nog wat met elektrische auto's  etc.
    www.kit.edu/visit/pi_2011_8281.php

    Snel laden van een batterij
    Bij het snel laden van een batterij vanuit het lichtnet krijgt men te maken met enorme laadstromen.
    Voor het laden van 9,1 kilowattuur (= 1 liter benzine-equivalent) in 1 uur, is bij 230 volt een
    stroom nodig van 9100 / 230 =  40 ampère.   (rendementen buiten beschouwing gelaten)
    Als men deze hoeveelheid energie in 5 minuten in een batterij wil stoppen, dan moet de stroom
    vanuit het lichtnet 12 keer zo groot zijn, dus 480 ampère. Het tanken van energie in de vorm van
    benzine gaat dus wel even wat gemakkelijker en sneller dan het "tanken" van elektrische energie.

    Batterijen en accu's zijn (nog) niet erg geschikt voor het opslaan van (zeer) grote hoeveelheden
    elektrische energie, zoals bijvoorbeeld vereist is bij een elektrische auto. Ook als door nieuwe
    ontwikkelingen batterijen en accu's kleiner en lichter worden, blijft nog steeds het probleem van
    de zeer grote laadstromen of de langdurige laadtijden. Bij een bepaalde hoeveelheid energie
    is het produkt van laadstroom en laadtijd constant. Bij een korte laadtijd, moet de laadstroom
    groot zijn. Omgekeerd geldt, dat men bij een kleine laadstroom onherroepelijk vervalt in lange
    laadtijden. Wat dit betreft is het gebruik van brandstofcellen minder problematisch, omdat men
    dan waterstofgas tankt. Het (totaal)rendement daarbij is echter wel aanzienlijk slechter en de
    vraag blijft natuurlijk: "waar haalt men het waterstofgas vandaan".


    Lopen en fietsen
    Voor een persoon van 75 kilogram is het basaalmetabolisme (de grondstofwisseling) ongeveer
    300 kilojoule per uur, dat is 2 kilowattuur per etmaal. Deze hoeveelheid energie wordt continu
    verbruikt voor hartslag, ademhaling, constant houden van de lichaamstemperatuur (aanvullen
    van het warmteverlies), spijsvertering  etc. De energie-inhoud van bijvoorbeeld 1 liter volle melk
    is 2700 kilojoule en dat is voldoende voor 9 uur basaalmetabolisme.

  • voor 1 kilometer lopen  is ongeveer 300 kilojoule extra nodig.
  • voor 1 kilometer fietsen is ongeveer   60 kilojoule extra nodig.
    Lopen kost dus 5 keer zo veel energie als fietsen over dezelfde afstand.
    Nu de berekening voor lopen of fietsen gedurende dezelfde tijd:
  • 1 uur lopen   =    4 kilometer  =    4 × 300   =  1200 kilojoule
  • 1 uur fietsen  =  20 kilometer  =  20 ×   60   =  1200 kilojoule
    Lopen kost dus evenveel energie als fietsen gedurende dezelfde tijd.
    De benodigde hoeveelheid energie voor het  fietsen  is sterk afhankelijk van de fietssnelheid
    en de wind. In dit voorbeeld is uitgegaan van windstil weer en een rechtop zittende fietser.
    Bovengenoemde getallen geven aan hoeveel energie in de vorm van voedsel wordt verbruikt.
    Die energie wordt met een rendement van maximaal 25% omgezet in mechanische energie.
    De energie-inhoud van 1 liter benzine is  32,6 megajoule. Omrekening naar benzine-equivalent
    levert de volgende (bruto) waarden op:
    lopen  1 liter per 108 km           Fietsen  1 liter per 540 km

    Lopen kost veel meer energie dan fietsen   (bij dezelfde afstand)
    Waarvoor wordt de energie bij lopen en fietsen gebruikt?
    lopen

  • de massa van een wandelaar wordt bij elke stap enkele centimeters op en neer
        bewogen, dat kost veel energie
  • de gebruikte energie is evenredig met de massa (het gewicht) van de wandelaar
    fietsen
  • een fietser zit gefixeerd op het zadel en zijn zwaartepunt blijft daardoor steeds op
        dezelfde hoogte   (als het ene been naar beneden gaat, gaat het andere omhoog)
  • bij een constante snelheid op een vlakke weg, wordt alleen energie gebruikt voor
        het overwinnen van de luchtweerstand en de rolwrijving
        (het gewicht van de fietser is daarbij niet van belang)
  • accelereren en oprijden van een helling kost extra energie
        (de daarvoor benodigde energie is evenredig met het gewicht van de fietser + fiets)

    De hoeveelheid mechanische energie die nodig is om 100 kilometer te fietsen
    Bij een snelheid van 20 kilometer per uur en bij windstil weer, moet een rechtop zittende fietser
    gedurende 5 uur een vermogen van ongeveer 75 watt leveren.
    De benodigde hoeveelheid energie voor 100 kilometer fietsen is dus 5 × 75 = 375 wattuur.
    Dat is 1350 kilojoule. Bij een rendement van 25% is hiervoor de energie-inhoud van 2 liter
    volle melk =  5400 kilojoule nodig. Van 100 kilometer fietsen val je dus niet af.
    Je valt wèl af van zwemmen, door het warmteverlies. (en vooral door minder te eten.!)
    Bij een tegenwind van 5 meter per seconde (= 18 kilometer per uur), moet 3 keer zoveel
    energie worden geleverd als bij windstil weer.
    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html


    Elektrische fiets

  • bij een elektrische fiets wordt de fietser ondersteund door een elektromotor
  • deze motor krijgt zijn energie uit een oplaadbare accu
  • de mate van ondersteuning wordt automatisch geregeld door een trapsensor
  • de trapsensor meet de kracht waarmee de fietser op de pedalen trapt
  • evenredig met die kracht, wordt de hoeveelheid energie geregeld die aan de
        motor wordt toegevoerd
  • het resultaat hiervan is, dat bij het oprijden van een helling of bij tegenwind de
        ondersteuning toeneemt.
    In het ideale geval, zal men bij het oprijden van een helling of bij tegenwind even gemakkelijk
    blijven fietsen, als op een vlakke weg zonder wind. Maar dat kost dan natuurlijk wel veel
    energie. Daarom is het bij de meeste elektrische fietsen mogelijk, om de mate van ondersteuning
    meer of minder progressief in te stellen met behulp van een schakelaar op het stuur. Men kan
    dan bijvoorbeeld kiezen voor de standen   "Normaal" of  "Power".
    De actieradius van de ondersteuning, wordt bepaald door de energie-inhoud van de accu en
    het energieverbruik van de motor, dus door de gekozen mate van ondersteuning. Het wettelijk
    toegestane maximale vermogen van de motor is 250 watt.

    Een goed voorbeeld van een elektrische fiets is het type "Vela" van het merk  Antec
    Enkele kenmerken van deze fiets zijn:

  • de lithium-ion accu is uitneembaar
  • de accu levert 36 volt bij 10,5 ampère-uur
  • de energie-inhoud van de accu is dus 378 wattuur
  • dat is equivalent aan 0,04 liter benzine.   (een borrelglaasje vol)
  • 1 acculading kost minder dan  € 0,10   (=  0,5 kilowattuur)
    Elektrische fietsen zijn zo geconstrueerd, dat de elektromotor alleen ingeschakeld kan worden, als
    men meetrapt. In de letterlijke betekenis van het woord een rijwiel met hulpmotor. De "Vela" heeft
    een pulsgestuurde 3-fasen motor in het voorwiel. Met behulp van een microprocessorschakeling,
    die de omvormer tussen accu en motor bestuurt, is het mogelijk om met zeer weinig verliezen de
    motorondersteuning binnen ruime grenzen in te stellen. De motorondersteuning is instelbaar tussen
    10% en 90%.

    Het energieverbruik van een elektrische fiets
    Het energieverbruik van een elektrische fiets is sterk afhankelijk van de omstandigheden
    waaronder de fiets wordt gebruikt.  Zoals bijvoorbeeld:
  • 50% ondersteuning
  • een rechtop zittende fietser
  • een snelheid van 20 kilometer per uur
  • een tegenwind van 4 meter per seconde
  • hard opgepompte banden
    Onder deze omstandigheden is het energieverbruik uit de accu  6 wattuur per kilometer
  • het totaalrendement van de laadcyclus van de accu en de opwekking van elektriciteit is 30%
  • het primaire energieverbruik is dan  6 / 0,30 =  20 wattuur per kilometer
  • omgerekend naar benzine-equivalent komt men op  1 liter per 455 km


    Elektrische treinen

    De Dubbeldekker

    De Dubbeldekker is de modernste en zuinigste trein van de NS.

  • de basisuitvoering van de trein is 4 wagons met 372 zitplaatsen
  • de totale lengte van 4 wagons is 108 meter.
  • het gewicht, inclusief de reizigers is 254 ton.
  • het vermogen is 1608 kilowatt.
    Het gewicht en aantal passagiers bij deze trein is vergelijkbaar met een  Jumbo. Bij de volgende,
    globale berekening wordt uitgegaan van een rendement van de trein van 85%, een traject van
    14 kilometer en een snelheid van 140 kilometer per uur   (= 39 meter per seconde).
  • tijdens het optrekken wordt het maximale vermogen van 1608 kilowatt gebruikt
  • de snelheid van 140 kilometer per uur wordt na 2,4 minuten bereikt
  • er is dan 3000 meter afgelegd en 54 kilowattuur verbruikt
  • gedurende de volgende 9360 meter wordt 1/3 van het vermogen gebruikt
  • er wordt dan in 4 minuten, bij een constante snelheid, 30 kilowattuur verbruikt
        (voor het overwinnen van de rolweerstand, wrijvingsverliezen en de luchtweerstand)
  • voor snelheidsvermindering en remmen wordt de resterende 1640 meter gebruikt.
  • de netto hoeveelheid verbruikte energie is dus  54 + 30 =  84 kilowattuur.
        (dat is iets meer dan de hoeveelheid energie die het zonnepaneel van  Greenpeace
        van 0,75 vierkante meter in een jaar levert).
  • het totaal rendement van de elektriciteitsopwekking en de trein samen is  33% × 85% = 28%.
  • voor een traject van 14 kilometer wordt bruto verbruikt  84 / 0,28 = 300 kilowattuur
  • dat is equivalent aan 33 liter benzine
  • hiermee kunnen 372 personen over een afstand van 14 kilometer worden vervoerd
  • dat is per reiziger een verbruik van  1 liter per 158 km
    De resultaten van deze berekening komen goed overeen met de gegevens die ik van een
    treinbestuurder kreeg. Bij het remmen kan de Dubbeldekker energie terug leveren aan de
    bovenleiding. Voor de verwarming is ‘s winters veel extra energie nodig. Die energie moet
    ook via de bovenleiding worden toegevoerd. Bij een auto wordt de verwarming verzorgd
    door de ”afvalwarmte”. Bij de trein wordt de warmte-energie opgewekt met een rendement
    van ongeveer 33%

    De Thalys

    De Thalys, die op de Hoge Snelheid Lijn (HSL) rijdt, verbruikt natuurlijk veel meer energie dan
    een gewone trein. De gelijkspanning van 1500 volt, zoals in Nederland wordt toegepast, is dan
    niet meer toereikend. De Thalys op de lijn Amsterdam - Parijs is geschikt voor 3 verschillende
    voedingsspannigen:
  • 25000 volt wisselspanning (op alle HSL trajecten, hiervoor is de trein ontworpen)
  •   3000 volt gelijkspanning (in België over bestaand spoor)
  •   1500 volt gelijkspanning (in Nederland over bestaand spoor)
    De omschakeling gebeurt automatisch. In Nederland rijdt de Thalys, gedeeltelijk over bestaand
    spoor. De snelheid is daar dan beperkt tot ongeveer 160 km/uur. Met name in de buurt van
    Rotterdam en Amsterdam. De trein is voorzien van 6 verschillende signaleringssystemen, o.a. het
    Nederlandse, Belgische, Duitse en Franse systeem.
  • de Thalys heeft een vaste samenstelling van 8 wagons + 2 motorwagens met 377 zitplaatsen.
  • de lengte is 200 meter.
  • het gewicht, inclusief de reizigers is 414 ton.
  • het vermogen is 8850 kilowatt.
    Bij de volgende, globale berekening wordt uitgegaan van een rendement van 85%, een traject van
    100 kilometer en een snelheid van 300 kilometer per uur. (= 83 meter per seconde)
  • tijdens het optrekken wordt het maximale vermogen van 8850 kilowatt gebruikt
  • de snelheid van 300 kilometer per uur wordt na 3,5 minuten bereikt
  • er is dan 8 kilometer afgelegd en 396 kilowattuur verbruikt
  • gedurende de volgende 92 kilometer wordt 2/3 van het vermogen gebruikt
  • er wordt dan in 18,4 minuten, bij een constante snelheid, 1538 kilowattuur verbruikt
        (voor het overwinnen van de rolweerstand, wrijvingsverliezen en de luchtweerstand)
  • de netto hoeveelheid verbruikte energie is dus 396 + 1538 = 1934 kilowattuur
  • het totaal rendement van de elektriciteitsopwekking en de trein samen is  33% × 85% = 28%.
  • voor het gehele traject van 100 kilometer wordt bruto verbruikt 1934 / 0,28 = 6907 kilowattuur
  • dat is equivalent aan 759 liter benzine
  • hiermee kunnen 377 personen over een afstand van 100 kilometer worden vervoerd
  • dat is per reiziger een verbruik van  1 liter per 50 km


    Elektrische boot   (gezien op de Hiswa)
    Een accu van 420 ampère-uur, 24 volt, dus 10 kilowattuur. Een boot van 800 kilogram vaart hier
    8 uur op, met een snelheid van 6 kilometer per uur.   Aan energie kost dat ongeveer  € 3,-
    en voor die prijs zou men 8 personen over een afstand van 50 kilometer kunnen vervoeren.
    Omgerekend naar benzine-equivalent, komt men per reiziger op   1 liter per 91 km.


    De snelle veerboot tussen Hoek van Holland en Harwich
    Deze boot, van het type Catamaran, is met 75 kilometer per uur de snelste veerboot ter wereld.
    De boot wordt aangedreven door 4 gasturbines met een totaal vermogen van 69000 kilowatt.
    De boot is 124 meter lang en 40 meter breed. De vervoercapaciteit is 1500 passagiers en 350
    auto’s. De hoeveelheid verbruikte energie is dus 69000 / 75 =  920 kilowattuur per kilometer.
    Bij een rendement van 40% van de gasturbines komt men op 253 liter benzine-equivalent per
    kilometer. Een auto weegt gemiddeld net zoveel als 12 passagiers. Totaal komt men daarmee op
    het gewicht van 350 × 12 + 1500 = 5700 passagiers. Dat is per "passagier"  1 liter per 23 km.
    Inmiddels is deze veerboot uit de vaart genomen, omdat er te weinig belangstelling voor was.


    Vliegtuigen

    Een Jumbo kan maximaal 100.000 liter brandstof per vleugel meenemen. De actieradius is dan
    13.500 kilometer. (= 1/3 van de aardomtrek).  Het verbruik is dus 2 × 100.000 / 13.500 =
    15 liter per kilometer. Een Jumbo kan 450 passagiers vervoeren. Het verbruik per passagier is
    dan  1 liter per 30 km  (veel zuiniger dan een auto met 1 inzittende). Ongeveer de helft van het
    startgewicht van een Jumbo bestaat (bij een lange afstandsvlucht) uit de meegenomen brandstof.
    Het leeggewicht is 181 ton,  het maximale brandstofgewicht is 173 ton.

    Enkele globale gegevens en berekeningen:

  • Het vol tanken duurt ongeveer een uur. Dat is 200.000 liter in 60 minuten =  3.333 liter per
        minuut.   200.000 liter =  200 kubieke meter.
        Dat is een "zwembad" van 2 meter diep bij een oppervlakte van 10 bij 10 meter.
  • De kruissnelheid op 10 kilometer hoogte is  900 kilometer per uur.
  • De vliegtijd bedraagt 15 uur voor de maximale afstand van 13.500 kilometer.
  • Het gemiddelde brandstofverbruik van de 4 motoren tezamen is dus  200.000 liter per 15 uur.
        Dat is een primair energieverbruik van  200.000 × 10 kilowattuur per 15 uur.
        (1 liter kerosine = 10 kilowattuur)
  • Bij een rendement van 30% komt men op  40.000 kilowattuur per uur nuttige energie.
        Dat is een vermogen van  40.000 kilowatt =  40 megawatt.
  • De "take off" snelheid is  290 kilometer per uur.
  • Binnen 1 minuut is de Jumbo "los". De (gemiddelde) versnelling is dus 1,3 meter / sec2
        De afgelegde weg op de startbaan is  2400 tot 3000 meter. (afhankelijk van het startgewicht)
  • Het startvermogen is  180 megawatt


    De elektrische auto


    Een elektrische auto uit 1916

    Al in de jaren 1899-1915 werden er in Amerika 5000 elektrische auto's gefabriceerd door
    Baker Electric. De topsnelheid was 23 kilometer per uur, bij een actieradius van 80 kilometer.
    Een ander bekend merk uit die begintijd was Detroit Electric. Deze firma produceerde elektrische
    auto's die een topsnelheid bereikten van 32 kilometer per uur, bij een actieradius van 130 kilometer.
    http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_production_battery_electric_vehicles_(table)

    Een auto-accu van 12 volt, 36 ampère-uur, kan 12 × 36 =  432 wattuur aan energie leveren.
    De normale tankinhoud van een auto is 48 liter benzine. Dat komt overeen met  437 kilowattuur.
    Dat is dus ongeveer gelijk aan de energie-inhoud van 1000 auto-accu’s.

    Elektrische auto’s kunnen tegenwoordig redelijke afstanden afleggen.  Dat is te danken aan:

  • een beter soort accu (nikkel-metaalhydride of lithium-ion in plaats van loodaccu’s)
  • het hogere rendement van de elektromotor (90%) in vergelijking met een benzinemotor (25%)
  • een lagere snelheid, (de luchtweerstand is evenredig met de 2e macht van de snelheid)
  • een lage rolweerstand, een laag gewicht en een goede stroomlijn
  • teruglevering van energie tijdens remmen, snelheidsvermindering en het afdalen van een helling

    Enkele kenmerken van de elektrische auto zijn:

  • de elektrische auto is vrijwel geruisloos
  • de elektrische auto produceert geen uitlaatgassen  (maar de elektriciteitscentrale des te meer)
  • er zijn weinig bewegende delen, er is dus weinig onderhoud nodig
  • het is relatief eenvoudig om de wielen individueel aan te drijven
  • het primaire energieverbruik is (iets) lager dan bij een gelijkwaardige auto met een benzinemotor
  • de elektromotor kan bij alle toerentallen het maximale koppel leveren, hierdoor is een snelle
        acceleratie mogelijk
  • het rendement van de elektromotor is bij alle toerentallen hoog
  • de elektromotor draait nooit stationair
  • er is geen versnellingsbak nodig
  • de actieradius is (zeer) beperkt
  • de batterij is zwaar, zeer duur en neemt veel ruimte in
  • het opladen van de batterij duurt lang (minimaal 4 uren)
  • het verwarmen van een elektrische auto verbruikt relatief veel energie uit de batterij
    Voor speciale toepassingen zoals koerierdiensten, gemeentelijke diensten en woon-werkverkeer
    ligt er wel een toekomst voor elektrische auto’s in het verschiet. Daarbij neemt de luchtvervuiling
    in de grote steden af, echter ten koste van de luchtvervuiling bij de elektriciteitscentrale
    www.energybulletin.net/node/52736


    De EV1 van General Motors

    De  EV1  (electric vehicle) van General Motors werd geproduceerd tussen 1996 en 1999.
    Het was een 2-persoons elektrische auto. Er werden 1117 stuks van gemaakt. Ze mochten
    alleen voor lease doeleinden worden gebruikt en waren dus niet te koop. In 2003 werden alle
    auto’s door General Motors ingenomen en vernietigd, op een paar na die aan musea en scholen
    werden geschonken. Ze werden eerst onbruikbaar gemaakt. Dit gebeurde waarschijnlijk (mede)
    onder druk van de olie-industrie. Het eerste ontwerp ontstond ter gelegenheid van de  "World
    Solar Challenge
    "  in Australië in 1987. Het eerste type, de “Impact” haalde ooit een topsnelheid
    van 295 kilometer per uur. Iedereen was enthousiast, behalve General Motors. Men was aan
    de ontwikkeling van de EV1 begonnen, om aan te tonen dat de tijd nog niet rijp was, om een
    succesvolle elektrische auto te maken. De ontwikkelaars waren echter zó enthousiast, dat het
    moeilijk was om ze af te remmen. De batterij van deze auto kon worden opgeladen via een
    inductiespoel. Dat was veilig tijdens regenperiodes. Langzaam opladen via een plug was ook
    mogelijk. Voor de gebruiker was de EV1 een groot succes. Voor General Motors was de
    winstmarge te laag en men was bang dat de verkoop van gewone auto’s, waarop veel winst
    werd gemaakt, zou afnemen. Dat gebeurde toch, omdat Japan veel moderne auto’s importeerde.
    De EV1 was de beste elektrische auto die ooit is gemaakt. Hij was zijn tijd ver vooruit.
    Enkele gegevens:

  • een aluminium frame en veel plastic onderdelen, waardoor het gewicht laag was
  • een zeer lage luchtweerstand
  • verwarming door middel van een warmtepomp
  • keyless entry en ignition
  • het vermogen van de 3-fasen inductiemotor was 102 kilowatt
  • de auto accelereerde in 8 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de topsnelheid was 130 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de nikkel-metaalhydride batterij was 26 kilowattuur
  • de actieradius was 200 kilometer
  • het gemiddelde energieverbruik was 130 wattuur per kilometer
  • de laadtijd van de batterij was 8 uur
    Over deze auto is in 2006 een film gemaakt:  "Who killed the electric car?"

    Het lijkt er op, dat General Motors nog steeds probeert de elektrische auto tegen te houden
    De  Opel Ampera  is al vele malen aangekondigd, maar nog steeds niet op de markt
    verschenen. Zò moeilijk kan het toch niet zijn, om een gewone elektrische auto met een
    ingebouwd benzine aggregaat te maken.?

    In Californië rijden 1000 elektrische auto’s in proefbedrijf rond.
    Het betreft een 5-persoons auto, de  Toyota RAV4-EV
    Enkele gegevens:

  • het vermogen van de elektromotor is 57 kilowatt
  • de auto accelereert in 15 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de topsnelheid is 125 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de batterij is 27 kilowattuur   (= 3 liter benzine-equivalent)
  • de actieradius is 150 kilometer
  • het gemiddelde energieverbruik is 180 wattuur per kilometer
  • de nikkel-metaalhydride batterij weegt 460 kilogram
  • bij 230 volt is de benodigde laadstroom uit het lichtnet 24 ampère  (bij 110 volt dus 50 ampère)
  • de laadtijd van de batterij is 7 uren
    Het hoge gewicht van de batterij wordt grotendeels gecompenseerd door de afwezigheid van een
    zware benzinemotor en versnellingsbak. Inmiddels heeft Toyota de produktie van deze elektrische
    auto gestaakt, omdat de verkoopcijfers tegenvielen. De grootste problemen voor de gebruiker
    zullen wel zijn: de grote laadstroom, de lange oplaadtijd en de betrekkelijk kleine capaciteit van
    de batterij. Batterijen met een grotere capaciteit, die bovendien sneller oplaadbaar zijn, maken
    het probleem van de grote laadstroom alleen maar groter. Dit staat een algemene toepassing van
    de elektrische auto, in de huidige vorm, principieel in de weg.


    De Tesla Roadster

    In 2008 kwam in Amerika een elektrische 2-persoons sportauto op de markt, de  Tesla Roadster
    Enkele gegevens:

  • het vermogen van de 3-fasen wisselstroom inductiemotor is 215 kilowatt
  • het rendement van de motor is 92%   (vrijwel onafhankelijk van het toerental)
  • de auto accelereert in 4 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de versnelling is dan 0,7 g   (g = de versnelling van de zwaartekracht)
  • de topsnelheid is 200 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de lithium-ion batterij is  56 kilowattuur   (=  6,1 liter benzine-equivalent)
  • de batterij weegt 450 kilogram
  • de batterij bevat 6831  "laptop" cellen  (type 18650), die vloeistof gekoeld zijn
  • de energie-inhoud van 1 cel is  8,2 wattuur
  • de energiedichtheid van de batterij is 121 wattuur per kilogram   (inclusief behuizing)
  • de actieradius is 340 kilometer   (bij een constante snelheid van 100 kilometer per uur)
  • bij deze snelheid is het energieverbruik  150 wattuur  per kilometer
  • het energieverbruik "well-to-wheel" is dan  516 wattuur  per kilometer
  • omgerekend naar benzine-equivalent komt men op  1 liter per 18 km
  • het gewicht van de auto is 1240 kilogram
  • het totaal rendement  ("plug-to-wheel")  van de auto is  88%
  • een volledige acculading van 56 kilowattuur kost 56 × 20 eurocent =  12 euro
  • de minimale laadtijd van de batterij is 4 uur
  • bij die laadtijd en bij een netspanning van 230 volt, is de netstroom 70 ampère
    De snelle acceleratie is te danken aan het feit, dat de elektromotor over het gehele toerenbereik
    van 0 tot 6000 toeren per minuut, een constant koppel levert. De mechanica leert, dat voor snel
    of langzaam accelereren naar dezelfde eindsnelheid, steeds dezelfde hoeveelheid energie nodig is.
    Bij een constante snelheid op een vlakke weg, speelt het gewicht van de auto niet of nauwelijks
    een rol. Tijdens het accelereren en bij het oprijden van een helling is het gewicht wel van belang.
    Maar bij remmen, snelheidsvermindering en het afdalen van een helling wordt in evenredigheid
    met het gewicht weer meer of minder energie teruggewonnen.

    Een nieuwe interessante ontwikkeling is de  Opel Ampera
    Bij deze 4-persoons elektrische auto wordt tegemoet gekomen aan het probleem van de lange
    oplaadtijd van de batterij en de beperkte actieradius. De "Ampera" komt omstreeks 2012 op de
    markt en is voorzien is van een "oplaadmotor". De energie-inhoud van de batterij is voldoende
    voor een actieradius van 60 kilometer. De oplaadmotor is uitsluitend bedoeld om de batterij
    op te laden, indien deze tijdens een lange rit leeg raakt. Hierdoor wordt de actieradius vergroot
    tot 500 kilometer. Dit maakt de toepasbaarheid van deze elektrische auto veel groter. Het gehele
    concept spaart weliswaar geen energie, maar bij een goed gepland gebruik, bij korte afstanden
    (woon-werkverkeer) hoeft men nooit benzine te tanken, terwijl het risico van een lege batterij
    wordt vermeden. De oplaadmotor werkt met een (constant) toerental, waarbij het rendement
    maximaal is. De "Ampera" wordt uitsluitend voortbewogen door de elektromotor. De oplaadmotor
    heeft als enige taak het opladen van de batterij, als deze tijdens een lange rit leeg raakt.
    Enkele gegevens:
  • het vermogen van de elektromotor is 110 kilowatt
  • de auto accelereert in 9 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de topsnelheid is 160 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de lithium-ion batterij is 16 kilowattuur  (= 1,8 liter benzine-equivalent)
  • de actieradius zonder bijladen door de oplaadmotor is 60 kilometer
  • de actieradius met bijladen door de oplaadmotor is 500 kilometer
  • het vermogen van de oplaadmotor is 60 kilowatt


    De hybride auto

    Toyota heeft in 1997 de "Prius" op de markt gebracht. Dit is een "hybride" auto. In 2004 verscheen
    een verbeterde versie. Van dit type rijden er wereldwijd nu (2010) al meer dan 2 miljoen stuks rond.
    Het is een auto, die afhankelijk van de situatie, door een elektromotor (60 kilowatt), een benzine-
    motor (73 kilowatt) of een combinatie van beiden wordt voortbewogen. Het doel hierbij is om een
    zo hoog mogelijk (voertuig)rendement te behalen.

  • het rendement van de (Atkinson) benzinemotor is hoog, maar sterk afhankelijk van de belasting
        en het toerental
  • bij de elektromotor is het rendement altijd hoog
  • de elektromotor werkt mee, als het rendement van de benzinemotor laag is
  • de energie voor de elektromotor wordt geleverd door een oplaadbare nikkel-metaalhydride batterij
        van 1,3 kilowattuur. (= 0,14 liter benzine-equivalent)
  • bij (regeneratief) remmen en snelheidsvermindering werkt de elektromotor als dynamo en levert
        energie terug aan de batterij
  • bovendien wordt de batterij opgeladen door een generator, die aan de benzinemotor gekoppeld is
  • het opladen gebeurt, als de benzinemotor met een hoog rendement werkt
  • de generator kan ook rechtstreeks energie aan de elektromotor leveren
  • de benzinemotor, generator en elektromotor zijn gekoppeld aan een mechanische energieverdeler,
        die door een microprocessor wordt bestuurd
  • deze energieverdeler functioneert tevens als een continu variabele automatische versnellingsbak
  • het rendement van deze automatische "versnellingsbak" is veel hoger dan bij een gewone
        handgeschakelde versnellingsbak.
    www.john2211.nl/Hybride_planetary_gear_set.htm
    http://auto.howstuffworks.com/fuel-efficiency/vehicles/hybrid-car7.htm
    Het hybride systeem kan natuurlijk nooit energiezuiniger zijn, dan de benzinemotor die er
    deel van uit maakt.
    Alle energie is immers uiteindelijk alleen van deze motor afkomstig en alle
    energie-omzettingen gaan gepaard met (geringe) verliezen. De winst van het hybride systeem wordt
    gehaald uit de volgende eigenschappen:
  • de elektromotor werkt tijdens wegrijden vanuit stilstand en bij lage snelheden.
  • de benzinemotor is ontworpen voor het gemiddelde vermogen en daardoor extra zuinig.
  • de elektromotor assisteert de benzinemotor tijdens accelereren en kortdurend bij hoge snelheden.
  • bij snelheidsvermindering en remmen wordt energie teruggeleverd aan de batterij.
  • de benzinemotor stopt zodra de auto stil staat en draait dus nooit stationair.
  • de benzinemotor werkt zo veel mogelijk onder omstandigheden waarbij het rendement hoog is.
  • bij een laag rendement van de benzinemotor assisteert de elektromotor.
    Het meeste effect van het hybride systeem wordt bereikt in remmen-stoppen-optrekken situaties.
    Dus in de file en in de stad met veel stoplichten. Over lange afstanden en bij continu hoge snelheden
    werkt het hybride systeem niet. Dan doet alleen de zuinige (Atkinson) benzinemotor het werk.
    Het rendement van deze motor is  34%.  Een gewone benzinemotor heeft een rendement van 25%.
    De Prius (een luxe 5 persoons auto), met een "energiemonitor" op het dashboard, nodigt uit tot een
    zuinige rijstijl. Het verbruik benadert dan de  1 liter per 25 km  die door Toyota wordt opgegeven.
    Zie voor gebruikerservaringen:   http://www.john2211.nl


    De brandstofcel auto
    De energiebron voor een brandstofcel auto is waterstofgas. In een brandstofcel "verbrandt"
    het waterstofgas, waardoor elektriciteit wordt opgewekt. De opgewekte elektriciteit zorgt
    voor de voortbeweging van de auto.

  • het rendement van een brandstofcel is  45%
  • de opgewekte elektriciteit wordt via een accu toegevoerd aan een elektromotor, die de
        auto voortbeweegt
  • het rendement van de elektromotor is  90%
  • bij remmen en snelheidsvermindering wordt energie teruggeleverd aan de accu
  • bij de verbranding van waterstofgas ontstaan geen schadelijke gassen, alleen maar water
  • de vraag blijft alleen,  waar haalt men het waterstofgas vandaan.
    Waterstofgas kan worden verkregen door ontleding van water. Hiervoor is netto evenveel
    energie nodig, als bij de "verbranding" in de brandstofcel vrij komt. (wet van behoud van energie)
  • het rendement van de ontleding (elektrolyse) van water is  66%
  • de elektrische energie die nodig is voor de ontleding van het water moet worden opgewekt
        via verbranding van fossiele brandstoffen  (waarbij wel schadelijke gassen ontstaan),
        kernenergie, windenergie of andere vormen van "groene" energie.
  • het rendement van de opwekking van elektriciteit is  33%  of minder.
    Waterstofgas kan ook gewonnen worden uit aardolie of aardgas. Shell schijnt zich daar in
    de nabije toekomst mee bezig te gaan houden. Maar dat kost fossiele brandstof.
    De auto die op waterstofgas rijdt, is dus geen oplossing van het energieprobleem.
    Integendeel.   Het totaalrendement  ("well-to-wheel")  is slechts  9%.

    (45% × 90% × 66% × 33% =  9%)
    Het energieverbruik van de brandstofcel auto is, omgerekend naar benzine-equivalent,
    ongeveer  1 liter per 6 km

    Toyota verwacht, dat hybride brandstofcel auto’s op zijn vroegst in 2015 grootschalig op de
    markt kunnen worden gebracht. Er rijden van dit merk al enige prototypes rond. Het betreft een
    5-persoons auto, type FCHV-4 (Fuel Cell Hybrid Vehicle) met een maximale snelheid van
    150 km/uur. De brandstof is pure waterstof in een hogedruktank, bij een druk van 35 atmosfeer.
    Voorwaarde voor de introductie van de brandstofcel auto, is een infrastructuur, die het mogelijk
    maakt, dat op veel plaatsen (het zeer explosieve en dus gevaarlijke) waterstofgas onder hoge druk,
    getankt kan worden. De toegepaste brandstofcel heeft een vermogen van 90 kilowatt. De energie
    wordt via een nikkel-metaalhydride batterij, aan een elektromotor van 80 kilowatt geleverd.

    Het laatste nieuws op het gebied van brandstofcel auto's is de ontwikkeling van de  FINE-N
    Bij deze auto worden de 4 wielen elk afzonderlijk aangedreven door een elektromotor.
    Hierdoor is er geen differentieel meer nodig, wat een beter voertuigrendement tot gevolg heeft.
    De modulaire opbouw van het voertuig biedt nieuwe mogelijkheden voor de vormgeving, mede
    omdat er zich geen motor in de neus bevindt. Bovendien kan de brandstofcel in principe op elke
    willekeurige plaats in het voertuig worden geplaatst. Een uitgebreid verhaal over voor- en nadelen
    van brandstofcel auto's  etc. is te vinden op:   www.toyota.co.jp/en/tech/environment/fchv

    Zoals de zaken er nu voor staan, is het zeer onwaarschijnlijk dat de brandstofcelauto ooit op de
    weg zal verschijnen. Het ligt meer voor de hand, dat auto's in de toekomst zullen gaan rijden op
    synthetische benzine, synthetische dieselolie of elektriciteit.

    Een werkend systeem van een brandstofcel auto in de vorm van (leerzaam) speelgoed is te koop
    voor  € 99,-   Het omvat een zonnecel, een reactor voor de produktie van waterstof door middel
    van elektrolyse van water en een brandstofcel auto.
    www.geosenergie.nl/easyshopmaker/p_h-racer.htm

    Het valt op, dat vooral Toyota op alle fronten zeer actief is met de ontwikkeling van "groene"
    auto’s. Het zijn allemaal volwaardige 5-persoons auto’s zonder compromissen op het gebied van
    veiligheid en luxe. Ze worden (al jaren) op grote schaal in de praktijk beproefd en toegepast.

  • de elektrische auto
  • de hybride auto (de Prius)
  • de brandstofcel auto
    Andere autofabrikanten beperken zich tot wat vrijblijvende experimenten, opgeklopte verhalen in
    hun folders, hebben plannen, of ze doen (nog) niets op het gebied van "milieuvriendelijke" auto’s.
    Toyota heeft aangekondigd, dat ze in 2012 een assortiment van 4 hybride auto's, 1 plug-in hybride
    auto en 1 volledig elektrische auto op de markt zullen zetten

    Bericht in NRC-Handelsblad van 11 augustus 2006:
    "General Motors, DaimlerChrysler en BMW gaan samen 1 miljard dollar investeren in de
    ontwikkeling van een hybride motor. De drie fabrikanten werken samen om tegenwicht te bieden
    aan Toyota, dat op het gebied van hybride motoren een beslissende voorsprong dreigt ?? te nemen.
    General Motors wil de nieuwe motor in 2007 gaan gebruiken, DaimlerChrysler heeft vergelijkbare
    plannen. BMW wil pas enkele jaren later een hybride auto op de markt brengen".

    Honda, evenals Toyota een pionier op het gebied van hybride auto's brengt, na de hybride versie
    van de "Civic", nu de "Insight" op de markt.

    Volkswagen noemt de hybride auto een "ecologische ramp", omdat er een grote batterij in zit.
    Desalniettemin is men zelf ook bezig met de ontwikkeling van een hybride auto, "omdat de markt
    daar om vraagt".
    Als de bewering van Volkswagen juist zou zijn, dan wordt het met de elektrische auto helemaal
    een grote ramp, want dáár zit pas een grote batterij in.!

    BMW heeft inmiddels laten weten, voorlopig af te zien van de ontwikkeling van de brandstofcel
    auto. Wel zal men een verbrandingsmotor, die op waterstof draait, ontwikkelen. Het rendement
    hierbij zou ongeveer 50% zijn.




    De "Waterstof  Economie"

    Het energiescenario van de toekomst, als de fossiele brandstoffen op zijn, zal (heel) misschien
    (gedeeltelijk) gebaseerd zijn op de zogenaamde Waterstof Economie. Hierbij wordt
    voorondersteld, dat er tegen die tijd (omstreeks 2050) een oeverloze hoeveelheid "groene" energie
    beschikbaar zal zijn en ook zeer veel energie afkomstig van (schone) kernfusie. Zonne-energie (uit
    de Sahara) en windenergie (afkomstig van windmolenparken in zee) is niet continu beschikbaar.
    (de zon schijnt ‘s nachts niet en het waait ook niet altijd)  Voor de elektriciteit die door deze
    "groene" energie wordt opgewekt is er dus een opslagprobleem. Het is mogelijk, elektriciteit
    te gebruiken voor de produktie van waterstofgas, door elektrolyse (ontleding) van water.
    In tegenstelling tot elektriciteit, kan waterstofgas (onder zeer hoge druk) wèl opgeslagen worden,
    zowel in ongelimiteerde hoeveelheden als gedurende langere tijd. Vervoer zou kunnen plaatsvinden
    via een net van pijpleidingen naar tankstations, hoewel dit enorme praktische problemen oplevert.
    Het lijkt meer voor de hand te liggen, om waterstof ter plaatse, bij tankstations (of in de auto??) te
    produceren. Het waterstofgas kan via brandstofcellen weer elektriciteit leveren, waarbij het enige
    "verbrandings" produkt water is. Waterstofgas is in dit scenario een energiedrager.
    Waterstofgas is dus niet een onuitputtelijke bron van energie, zoals sommigen denken.
    Integendeel.   Het produceren van waterstofgas door elektrolyse van water kost 1,5 keer
    meer energie dan het oplevert.
      Bij TV programma’s over dit onderwerp, wordt meestal als
    "bewijs" van de onuitputtelijkheid van waterstofgas, de zee op de achtergrond getoond. Dat is
    natuurlijk onzin, want water bevat geen energie. Het moet eerst worden ontleed in waterstofgas
    en zuurstof. De waterstof economie levert het volgende beeld op:

    "groene" energie  >  elektrolyse van water  >  waterstofgas  >  brandstofcel  >  elektriciteit

    Het opslaan van elektrische energie in een accu, gaat gepaard met een rendement van 75% - 90%
    (laadcyclus)  Het opslaan van elektrische energie in waterstofgas is veel minder efficiënt.
    Het rendement van elektrolyse van water is 66% en van de brandstofcel 45%. Dit levert een totaal
    rendement op van 30%. Waterstofgas als opslagmedium van energie lijkt alleen zinvol voor
    voertuigen, als de aardolie op is en als er dan nog steeds geen doorbraak in de accutechnologie
    heeft plaats gevonden. Het is ook denkbaar dat de nucleaire batterij ooit een oplossing biedt.

    Aardgas en aardolieprodukten, zoals dieselolie en benzine, zijn chemische verbindingen van koolstof
    en waterstof. Deze zogenaamde koolwaterstoffen zijn, in tegenstelling tot pure waterstof, zeer goed
    handelbaar. Energie komt vrij door verbranding van zowel de koolstof als ook van de waterstof.
    Daarbij wordt respectievelijk kooldioxide (CO2) en water (H2O) gevormd.

    De produktie van waterstof kan met behulp van kernenergie plaats vinden. (via een thermochemisch
    proces of via elektrolyse van water). De ideale oplossing is echter, om waterstof met behulp van
    "groene" energie te produceren. Daar zal waarschijnlijk heel weinig van terecht komen, want het
    potentieel aan economisch winbare "groene" energie is (zeer) gering en de conversie naar waterstof
    is bijzonder inefficiënt. Waterstof produceren uit fossiele brandstof is uiteraard mogelijk, maar dat
    was nou net  niet de bedoeling, omdat de fossiele brandstoffen opraken.
    Zie ook:  "Waterstof gaat ons redden".

    Er bestaan nogal wat misverstanden omtrent water, waterkracht, waterstofgas en kernfusie van
    waterstof-isotopen. Daarom hierbij het volgende overzichtje:

    Water
    Water is het verbrandingsprodukt van waterstofgas en zuurstof en bevat dus geen energie.

    Waterkracht
    Waterkracht komt vrij, als snelstromend water of water onder hoge druk een turbine aandrijft.
    Dit gebeurt in een waterkrachtcentrale. Waterkracht is een energiebron.

    Waterstofgas
    Water kan door elektrolyse worden ontleed in waterstofgas en zuurstof. De energie in het
    waterstofgas komt weer vrij bij de "verbranding" in een brandstofcel. De energie voor de
    ontleding van water moet in eerste instantie worden geleverd door fossiele brandstoffen,
    kernenergie, kernfusie, windenergie, waterkracht, geothermische energie of zonne-energie.
    (dus door energiebronnen). Waterstof is dus geen energiebron, maar een energiedrager.
    Het produceren van waterstofgas kost  1,5 keer  meer energie dan het oplevert

    Kernfusie van waterstof-isotopen
    Waterstof-isotopen kunnen via kernfusie samensmelten tot helium en daarbij een enorme
    hoeveelheid energie leveren. Deze techniek staat nog in de kinderschoenen en het zal nog minstens
    50 jaar duren voordat er (misschien) praktische toepassingen zijn. Kernfusie is een energiebron.




    Kernfusie

    Er bestaan 2 soorten kernreacties, die geschikt zijn voor het opwekken van energie.
  • splijting van uraniumkernen.  Dit wordt  kernenergie genoemd.
  • samensmelting van waterstofkernen.  Dit wordt kernfusie genoemd.
    Bij beide processen treedt massaverlies op.
    Bij kernsplijting is dit ongeveer 0,10% en bij kernfusie 0,35%.
    De "verdwenen" massa wordt volgens de formule van  Einstein omgezet in energie.

    De energie die de zon uitstraalt is afkomstig van kernfusie van waterstofatomen. Deze kernfusie
    komt tot stand bij een extreem hoge druk en een temperatuur van 15 miljoen graden celsius.
    Bij kernfusie op aarde is de druk, in vergelijking met de zon, verwaarloosbaar en daarom moet
    de temperatuur hier zeer veel hoger zijn, ongeveer 150 miljoen graden celsius.

    Als materie zeer sterk wordt verhit, vormt het een plasma. In een plasma bewegen de atoomkernen
    en elektronen los van elkaar. Atoomkernen zijn positief geladen en stoten elkaar af. De afstotende
    kracht wordt bij 150 miljoen graden overwonnen door de snelheid waarmee de atoomkernen zich
    dan bewegen. Daardoor treedt kernfusie op.

    De fusie-reactie die op aarde het gemakkelijkst tot stand kan worden gebracht, is de fusie van de
    waterstof-isotopen deuterium en tritium. Hierbij ontstaan helium-atomen, neutronen en zeer veel
    energie. Fusie van een deuterium-tritium mengsel met een massa van 250 kilogram levert evenveel
    energie op, als de verbranding van 2,7 miljoen ton steenkool. Dat is voldoende om een
    elektriciteitscentrale van 1000 megawatt een jaar lang (op vol vermogen) draaiende te houden.

    Het grootste probleem bij kernfusie is de extreem hoge temperatuur, die nodig is om het fusieproces
    in het plasma tot stand te brengen. Geen enkel materiaal is tegen die temperatuur bestand. In een
    zogenaamde "Tokamak" wordt het hete plasma opgesloten in een sterk magnetisch veld en het komt
    daardoor niet in contact met de wand. Een Tokamak is een ringvormige reactor waarin het plasma
    wordt verhit tot de temperatuur waarbij kernfusie optreedt.

    Een Tokamak moet een minimale grootte hebben, om meer energie te leveren dan nodig is voor het
    op gang houden van het fusieproces.   ITER  (International Tokamak Experimental Reactor) zal de
    eerste (experimentele) kernfusiecentrale zijn, waarbij dat gaat lukken. De buitenafmetingen zijn:
    24 meter hoog en 34 meter in doorsnede.  ITER is een project, waarvoor Reagan en Gorbatsjov
    ooit het initiatief hebben genomen, toen de koude oorlog ten einde liep.  ITER moet aantonen dat
    het mogelijk is om langdurig energie op te wekken met kernfusie. Men verwacht hiermee gedurende
    10 minuten 500 megawatt te kunnen opwekken. Dat is tien keer meer dan wordt gebruikt voor het
    instandhouden van het hete fusieplasma.  ITER wordt het grootste internationale wetenschappelijke
    onderzoeksproject sinds de bouw van het  International Space Station (ISS).

    Na  ITER zal  DEMO gebouwd worden. Dat is een grotere centrale die de technische haalbaarheid,
    betrouwbaarheid en economische aantrekkelijkheid van fusie-energie moet demonstreren. Tenslotte
    zal omstreeks  2050  het eerste prototype van een commerciële fusiecentrale,  PROTO gereed zijn.
    Kernfusie is inherent veilig. Er treedt geen kettingreactie op. Zodra er iets mis gaat, stopt de reactie.
    Bij kernfusie komt weinig radioactief afval vrij. Dit afval heeft een korte halveringstijd.

    bron:   Kernfusie, een zon op aarde
    Auteur:  Dr. Ir. M.T. Westra   FOM-instituut voor plasmafysica "Rijnhuizen".

    Persbericht op 21 november 2006:
    "De Europese Unie,  de VS,  Rusland,  China,  Japan,  India en  Zuid-Korea  hebben een akkoord
    getekend over de bouw van de eerste kernfusiecentrale. De bouw (van ITER) begint in 2008 in het
    Zuid-Franse Cadarache en zal 10 jaar in beslag nemen".




    Kernenergie

    Met de formule van Einstein kan de relatie tussen massa en energie worden berekend.
          1 kilogrammassa is equivalent aan  25 miljard kilowattuur      
    E = mc2
    E = energie    m = massa    c = de lichtsnelheid

    De brandstof voor de kerncentrale in Borssele bestaat voor 4,5% uit splijtbaar Uranium 235.
    Bij het splijtingsproces wordt ongeveer 1 promille van de massa omgezet in energie.
    De energie die per kilogram kernbrandstof als warmte vrijkomt is daarom "slechts" 1,2 miljoen
    kilowattuur.

    In 2008 was het elektriciteitsverbruik in Nederland  109  miljard kilowattuur
    Hiervoor zou nodig zijn:   (afgerond)
    of
    of

    250 ton
        31.000.000 ton

      verrijkt Uranium
      steenkool
          (rendement 33%)
          (rendement 40%)
    Het verschil in rendementen is het gevolg van het feit dat een kerncentrale met lagere temperaturen
    werkt (door toepassing van warmtewisselaars), dan een met gas, olie of kolen gestookte centrale.
    Carnot   Als we uitgaan van een trein met goederenwagons van 50 ton en elk een lengte van
    12 meter, dan levert dit het volgende beeld op:

  • voor het aanvoeren van verrijkt Uranium:             5 goederenwagens =       60       meter
  • voor het aanvoeren van de steenkool:       620.000 goederenwagens =   7440 kilometer
    Bij de verbranding van al die steenkool wordt  81 miljoen ton  kooldioxide (CO2) gevormd.
    (dat is dus alleen in Nederland en alleen ten behoeve van de elektriciteitsopwekking !!)

    In 2008 was het totale  primaire energieverbruik in Nederland  927  miljard kilowattuur
    Het equivalent hiervoor is ongeveer 100 miljard liter benzine, een kubus van  460 × 460 × 460 meter.
    Het is duidelijk, dat duurzame energie "voorlopig" geen optie is.

  • de voorraad fossiele brandstoffen is groot, maar eindig.
        (over 50 jaar zijn alle economisch winbare fossiele brandstoffen op, behalve steenkool)
  • de milieuvervuiling bij verbranding van fossiele brandstoffen is zeer hoog. (CO2)
  • duurzame energie zal nooit voldoende zijn, want er komen steeds meer mensen, met
        steeds meer energiebehoefte.  (in  China  met 1314 miljoen inwoners, is in de periode
        van 1990 tot 2008 het elektriciteitsverbruik met  537%  toegenomen)

    Van 1990 t/m 2006 was de toename van de wereldbevolking  24%
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tableb1.xls
    Van 1990 t/m 2006 was de toename van het wereldenergieverbruik  36%
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tablee1.xls

    Conclusie:
    Omdat de wereldbevolking en dus ook het energieverbruik  exponentieel
    toeneemt, zijn kolencentrales en kernenergie onontkoombaar

    Sommige mensen denken:

  • "Ze" vinden er wel wat op.
        (je zet "gewoon" de Sahara vol met zonnepanelen)
  • het zal mijn tijd wel duren.
        (dat is nog maar de vraag en hoe moet het dan met het nageslacht ??)
  • op termijn wordt alle energie  "duurzaam"  opgewekt.
        (dus alle energie die nodig is voor de  voedselproduktie,  verwarming,  industrie
        vliegtuigen,  treinen  en  1 miljard auto's ??)

    Men kan wel van alles uitrekenen, maar dat wil nog niet zeggen dat het in de praktijk
    kan worden gerealiseerd, of dat het economisch haalbaar is

    Voorbeeld:
  • De hoeveelheid zonne-energie die jaarlijks op de gehele aarde wordt ingestraald, is  8000 keer
        zoveel als het jaarlijks wereldenergieverbruik.
  • De hoeveelheid zonne-energie die in 2008 werd "geoogst", was slechts  0,06 procent  van de
        wereldproduktie van (alleen) elektriciteit

    De schone kernfusie laat wel erg lang op zich wachten. "Ze" zijn daar al meer dan een halve eeuw
    mee bezig. De meest optimistische schatting is, dat in  2050  de eerste commercieel werkende
    kernfusie centrale operationeel zal zijn. Men zal tegen die tijd wel met praktische resultaten moeten
    komen, want ook de voorraad splijtbaar Uranium voor het bestaande type kerncentrales is beperkt
    en slechts voldoende voor de komende  75 jaar   (bij het huidige verbruik)
    Kweekreactoren, waarbij 60 tot 100 keer efficiënter met de splijtstof wordt omgegaan, mogen er
    van de milieuactivisten niet komen.   (Kalkar)

    Op internet vond ik het volgende bericht van ECN = Energieonderzoek Centrum Nederland:
    "Nieuwe kernbrandstof vermindert radioactief afval"

    "Thorium is een interessante brandstof, omdat de Thoriumvoorraad op aarde voldoende is voor
    enkele duizenden jaren. De radiotoxiteit van Thorium is een factor 10 tot 100 keer lager in alle
    stadia van de cyclus dan Uranium".

    Tegenstanders van kernenergie zeggen "dat het niet kan".
    Het tegendeel wordt in de ons omringende landen bewezen:
    Frankrijk
    België
        77%      
        54%      
            Duitsland
            Zwitserland
        23%      
        41%      
            Engeland
            Zweden
        14%      
        43%      

    In Nederland beperkt men zich schijnheilig tot 4% en importeert vervolgens het ontbrekende
    uit Frankrijk, België en Duitsland.
    Wereldwijd wordt  13,5%  van alle elektrische energie opgewekt door kernenergie.
    Door milieuactivisten wordt het belang van kernenergie steevast gebagatelliseerd, terwijl
    waterkracht dan wordt opgevoerd als een zeer belangrijke energiebron. De realiteit is, dat
    het aandeel kernenergie wereldwijd bijna net zo groot is als het aandeel waterkracht.

    Persbericht op 23 juni 2009:
    "Energiebedrijf Delta wil in Borssele een tweede kerncentrale bouwen. In een nog vertrouwelijke
    notitie schrijft het bedrijf dat een kerncentrale een belangrijke bijdrage levert aan de milieu-
    doelstellingen. Ook de consument zou ervan profiteren, doordat de elektriciteitsprijs omlaag kan".

    Persbericht op 13 oktober 2009:
    "België houdt zijn kerncentrales 10 jaar langer open dan aanvankelijk de bedoeling was. Dat heeft
    de minister van Energie bekend gemaakt. De centrales zouden eigenlijk in 2015 sluiten, ze blijven
    nu tot 2025 in bedrijf omdat dat extra geld voor de Belgische schatkist oplevert".

    Persbericht op 1 januari 2010:
    De enige kerncentrale van Litouwen is buiten gebruik gesteld. Litouwen beloofde de sluiting in
    2004 in ruil voor toetreding tot de Europese Unie. De centrale is een grotere versie van die bij
    Tsjernobyl. Voor Litouwen betekent het dat het een goedkope bron van energie kwijt is en nu
    veel afhankelijker wordt van onder meer gas uit Rusland. De kerncentrale leverde bijna driekwart
    van de Litouwse energiebehoefte.

    Teletekst 30 mei 2011
    Duitsland stopt met kernenergie. De 17 Duitse kerncentrales gaan uiterlijk in 2022 dicht.
    De 7 reactoren die na de kernramp in Fukushima werden gesloten blijven definitief dicht.
    Eind vorig jaar had de regering Merkel nog besloten de oude centrales 7 jaar langer open
    te houden en de nieuwere 14 jaar, dus tot 2036.

    Teletekst 27 juni 2011
    Frankrijk investeert een miljard euro in de ontwikkeling van veilige methodes om kernenergie
    op te wekken. President Sarkozy zegt dat het voor Frankrijk geen optie is om van kernenergie
    af te zien De investering van Frankrijk staat haaks op de ontwikkeling in Duitsland, waar de
    regering juist af wil van kerncentrales

    Teletekst 13 juli 2011
    De Japanse premier Kan wil dat zijn land op termijn geen kernenergie meer gebruikt. De ramp
    in Fukushima in maart dit jaar heeft hem ervan doordrongen dat de risico's van kernenergie te
    groot zijn. Volgens premier Kan moet Japan helemaal overstappen op duurzame energiebronnen
    zoals de zon, wind en biomassa. Wanneer hij dat gerealiseerd wil hebben, zei Kan er niet bij.

    Teletekst 15 december 2011
    Uitstel 2e kerncentrale Borssele
    Energiebedrijf Delta stelt de aanvraag voor een tweede kerncentrale met een half jaar uit.
    Delta zoekt nog naar partners om het project te financieren en zegt dat er nu te veel onzekerheid
    is over het investeringsklimaat. Delta is nu van plan om in juni volgend jaar de aandeelhouders
    voor te stellen geld vrij te maken voor de aanvraag van een bouwvergunning
    (van uitstel komt afstel)

    Nederland importeert steeds meer kernenergie uit het buitenland. Dat is goedkoper dan het
    opwekken van energie met conventionele centrales. Bovendien kan men zo gemakkelijker
    voldoen aan de eisen van Kyoto. De hoeveelheid geïmporteerde kernenergie is 2 keer
    zoveel als in de kerncentrale in Borssele wordt opgewekt.

    Wat kernenergie betreft:  iedere oplossing heeft voor- en nadelen.  ("wet van behoud van ellende")
    De vraag is maar wat je liever hebt:

  • onomkeerbare klimaatverandering
  • stijging van de zeespiegel en overstromingen
  • steeds verdere toename van de luchtvervuiling   (CO2)
  • uitputting van alle fossiele brandstoffen
  • milieurampen met olietankers, met booreilanden en bij het boren naar olie in zee, zoals:
        de olieramp in  Alaska,  in de  Golf van Mexico  en in de  Nigerdelta
  • oorlogen om de aanvoer van olie of aardgas veilig te stellen
  • aardbevingen en bodemdaling door gaswinning
    of
  • een beperkt (radioactief) afvalprobleem, dat in principe oplosbaar is
  • ongelukken met kerncentrales   (Harrisburg 1979,  Tsjernobyl 1986,  Fukushima 2011)

    Men staat voor dit dilemma, omdat er voor het jaar 2050 nog zo nodig 3 miljard mensen bij moeten
    komen. Dat zijn gemiddeld  153.000 per dag  er bij, terwijl er al 6 miljard aardbewoners zijn.
    Het veel gehoorde argument, dat het afval van kerncentrales 240.000 jaar radioactief blijft, is niet
    zo interessant. Ik durf de stelling wel aan, dat de mensheid ruim binnen deze termijn van onze
    planeet is verdwenen. Misschien wel door kernwapens, waar vrijwel niemand zich druk over maakt.

    Bericht in NRC-Handelsblad van 17 september 2010
    De Amerikaanse president Obama is een belangrijke stap dichter bij de ratificatie van een door
    hem gesloten verdrag met Rusland over de vermindering van strategische kernwapens. Of de
    senaat dat verdrag zal ratificeren is allerminst zeker. Onder het verdrag moeten de VS en Rusland
    hun voorraad strategische kernkoppen binnen zeven jaar inkrimpen tot elk 1550 stuks, zo'n 30
    procent minder dan nu is toegestaan

    Teletekst 23 december 2010
    In de Amerikaanse Senaat heeft een meerderheid het nieuwe START-verdrag goedgekeurd. Het
    verdrag moet leiden tot minder strategische kernwapens in de VS en Rusland. De Russische
    Doema moet nog akkoord gaan De goedkeuring in de senaat is een overwinning voor Obama.
    Hij kreeg vorig jaar de Nobelprijs voor de vrede, onder meer voor zijn streven naar een wereld
    zonder kernwapens.

    Veel mensen zijn tegen kernenergie, omdat ze "bang" zijn dat hun nageslacht (over duizenden jaren)
    zal worden opgescheept met het probleem van radioactief afval. Desondanks verbruiken diezelfde
    mensen in record tempo alle fossiele brandstoffen die er nu nog zijn, zonder zichzelf ook maar enige
    beperking op te leggen. De eerstvolgende generatie moet het dan maar verder bekijken.
    Diezelfde mensen denken straks natuurlijk "genuanceerd" over kernenergie, als duidelijk wordt dat
    hun eigen energievoorziening in gevaar zal komen.

    Problemen bij kernenergie zijn:

  • de veiligheid van kernreactoren
  • het veilig opbergen van radioactief afval
  • gevaar voor proliferatie   (verspreiding van kernwapens)

    Misschien kan men wereldwijd geleidelijk overstappen op  Thorium  als kernbrandstof.
    Daarbij zijn bovenvermelde problemen niet of in veel mindere mate aanwezig.

    Een vertragende factor voor de invoering van kernenergie zou een sterke bezuiniging op het
    energieverbruik kunnen zijn. Helaas zal dat niet werken.   Iedereen denkt:

    Stom hè, ik vind het gewoon:
    lekker
    leuk
    gemakkelijk
    lekker warm
    lekker koel
            vlees, kasgroente, diepvriesprodukten, uit de tropen aangevoerd fruit
            vlieg- en autovakanties, veel kinderen, de TV (die de hele dag aanstaat)
            de auto, koelkast, (af)wasmachine, wasdroger, magnetron
            centrale verwarming
            airconditioning





    Enkele feiten, berekeningen en wetenswaardigheden


    Het energieverbruik in Nederland  in het jaar 2008   (afgerond)
  • Het elektriciteitsverbruik van een gemiddeld huishouden is  3560 kilowattuur per jaar.
        Een huishouden bestaat (statistisch gezien) uit 2,28 personen.
  • Er zijn in Nederland 7 miljoen huishoudens. Het totale elektriciteitsverbruik van alle
        huishoudens is dus  25 miljard kilowattuur per jaar.     (=  1 kilogrammassa equivalent)
  • Het totale elektriciteitsverbruik, met inbegrip van de industrie en het openbaar vervoer,
        is  109 miljard kilowattuur  per jaar.   zie:  verdeling
        Bij een rendement van 40% is hiervoor 273 miljard kilowattuur aan  primaire energie  nodig
  • Het totale primaire energieverbruik, nodig voor verwarming, de industrie, auto's en de
        opwekking van elektriciteit, is  927 miljard kilowattuur  per jaar.
        Dat is dus 3,4 keer zoveel primaire energie als nodig is voor de opwekking van elektriciteit


    Het totale rendement van de produktie en het transport van elektriciteit tot aan
    het stopcontact  "well-to-plug"  =  33%

    Het totale rendement is het produkt van onderstaande rendementen

  • de elektrische centrale  40%
  • het elektriciteitstransport via hoogspanningsleidingen  95%
  • de omzetting van de hoogspanning naar laagspanning  95%
  • het elektriciteitstransport via het laagspanningsnet naar het stopcontact van de verbruiker  92%
    Het totale rendement is  40% × 95% × 95% × 92% =  33%


    Het totale rendement van de  produktie en het transport  van benzine tot aan
    de benzinepomp  "well-to-pump"  =  80%

    Het totale rendement is het produkt van onderstaande rendementen:

  • oppompen uit de oliebron  97%
  • vervoer naar de raffinaderij  99%
  • het raffinageproces  85%
  • het vervoer naar de benzinepomp  99%
    Het totale rendement is  97% × 99% × 85% × 99% =  80%


    De CO2-uitstoot  "well-to-plug" van elektriciteit   (bij een gasgestookte centrale)

  • bij verbranding van 1 kubieke meter aardgas ontstaat  2,2 kilogram CO2
        (dat is inclusief de CO2-uitstoot bij de produktie en distributie van het aardgas)
  • de energie-inhoud van 1 kubieke meter aardgas =  8,8 kilowattuur
  • het rendement van de opwekking van elektriciteit  "well-to-plug"   is  33%
  • de energie uit het stopcontact is dus  0,33 × 8,8 =  2,9 kilowattuur per kubieke meter aardgas
  • 1 kilowattuur  uit het stopcontact veroorzaakt  2,2 / 2,9 =  0,760 kilogram =  760 gram CO2
        (dus 4 kilowattuur veroorzaakt bijna  3,1 kilogram CO2,  zie verder)


    Vergelijking   benzine - elektriciteit   (afgerond)

    energie

        CO2-uitstoot    

    rendement

        nuttige arbeid    

        1 liter benzine =
    9 kilowattuur

    3,1 kilogram
    "well-to-pump"

        benzinemotor =  25%    

    2,3 kilowattuur

    4 kilowattuur
        uit het stopcontact    

    3,1 kilogram
    "well-to-plug"

     elektromotor =  90%

    3,6 kilowattuur

    Conclusie:
    Bij dezelfde CO2-uitstoot levert een elektromotor 1,6 keer zoveel arbeid als een benzinemotor.


    Berekening van het  massa-energie equivalent
    1 kilogrammassa is de hoeveelheid massa, die op aarde 1 kilogram weegt.
    gewicht (1 kilogram)  =  massa (m)  ×  versnelling van de zwaartekracht (9,8 meter / seconde2)
    hieruit volgt:

  • m = 1 kilogram / (9,8 meter / seconde2)
    bovendien geldt:
  • 1 kilogrammeter =  9,8 joule
    hieruit volgt:
  • m = 1 joule × seconde2 / meter2
  • c  = de lichtsnelheid = 300.000 kilometer / seconde = 3 × 108 meter / seconde
  • c2 = 9 × 1016 meter2 / seconde2
  • E = mc2       (Einstein)
    na invulling van de getallen en de dimensies van m en c2 krijgt men:
  • E = 9 × 1016 joule = 90000 × 109 kilojoule
  • 1 kilowattuur = 3600 kilojoule
  • E = (90000 × 109) / 3600 = 25 × 109 kilowattuur = 25 miljard kilowattuur
    dus:   1 kilogrammassa is equivalent aan  25 miljard kilowattuur


    Bijna alle energie op aarde is afkomstig van de zon
    Bijna alle energiebronnen op aarde (aardolie, aardgas, steenkool, biomassa, wind- en waterkracht)
    vinden hun oorsprong in zonne-energie. Uitzonderingen zijn: geothermische energie, kernenergie en
    energie afkomstig van de maan. (getijdencentrales). De meest directe energiebron is de licht- en
    warmtestraling van de zon. Deze energiebron is schoon en onuitputtelijk en daar zullen we het in de
    verre toekomst voor een groot deel van moeten hebben. De energie die de zon uitstraalt wordt
    opgewekt door kernfusie. Elke seconde wordt in de zon  4,27 miljard kilogrammassa omgezet in
    energie. Kernfusie zal op aarde misschien ook een grote rol gaan spelen bij de energie-opwekking.


    Berekening van de hoeveelheid energie die de zon in 1 seconde uitstraalt

  • de afstand van de aarde tot de zon is 150 miljoen kilometer   (= 8,33 lichtminuten)
  • het stralingsvermogen van de zon bedraagt op aarde 1,36 kilowatt per vierkante meter
        (dat is de zonneconstante, gemeten buiten de dampkring)
  • het totale stralingsvermogen van de zon is dus:   de zonneconstante vermenigvuldigd
        met de oppervlakte van een bol met een straal van 150 miljoen kilometer
  • de straal van de bol  r = 150 × 109 meter
  • de oppervlakte van de bol  =  4 π r2  =  4 π × 150 2 × 1018 vierkante meter
  • de totale hoeveelheid uitgestraalde energie van de zon in 1 seconde is:
        1,36 × 4 π × 1502 × 1018 × 1  kilowattseconde
  • 1 kilogrammassa  =  25 × 109 kilowattuur  =  25 × 109 × 3600 kilowattseconde   (Einstein)
  • de hoeveelheid energie die de zon in 1 seconde uitstraalt is equivalent aan:
        (1,36 × 4 π × 1502 × 1018 × 1) / (25 × 109 × 3600) =  4,27 miljard kilogrammassa

    Het elektriciteitsverbruik in Nederland is  109 miljard kilowattuur per jaar.
    Dat is equivalent aan  4,36 kilogrammassa.
    De hoeveelheid energie die de zon in 1 seconde uitstraalt is dus  1 miljard keer zoveel
    als het totale elektriciteitsverbruik van Nederland in 1 jaar.


    De totale hoeveelheid zonne-energie die op de aarde wordt ingestraald

  • de totale hoeveelheid ingestraalde energie is gelijk aan wat loodrecht valt op een cirkelvormig
        vlak met de straal van de aarde   (de straal  r = 6400 kilometer).
  • de oppervlakte van dat cirkelvormig vlak is   π r2 = 3,14 × 40 × 1012 vierkante meter.
  • de zon schijnt per jaar 8760 uur op dit denkbeeldige vlak, met een intensiteit van 1 kilowatt
        per vierkante meter.
  • de totale hoeveelheid jaarlijks ingestraalde energie is dus:
        3,14 × 40 × 1012 × 8760 × 1 = 1,1 × 1018 kilowattuur.
    Dat is  8000 keer zoveel als het jaarlijkse wereldenergieverbruik  (1,42 × 1014 kilowattuur)
    en equivalent aan een hoeveelheid benzine, die een kubus met een ribbe van 50 kilometer vult.
    Men kan het ook anders zeggen:   De hoeveelheid zonne-energie, die in 1 uur op de aarde
    wordt ingestraald, is ongeveer gelijk aan het jaarlijks wereldenergieverbruik.

    Door sommige mensen wordt de conclusie getrokken, dat er  dus  geen energieprobleem is.
    Men moet daarbij wel het volgende bedenken:

  • het aardoppervlak bestaat voor 71% uit water
  • voor de resterende 29% is de verdeling, zoals aangegeven in onderstaand taartdiagram


    Enkele eigenschappen van licht

  • Licht plant zich (rechtlijnig) voort door middel van elektromagnetische golven.
        (en dus niet door “ethergolven”)
  • Licht bereikt een waarnemer altijd met de lichtsnelheid. (in vacuüm). Het maakt daarbij niet
        uit, of een lichtbron (bijvoorbeeld een ster) beweegt ten opzichte van de waarnemer, of dat
        de waarnemer beweegt ten opzichte van een lichtbron. De onderlinge snelheid tussen de
        lichtbron en de waarnemer is niet van invloed.
  • De lichtsnelheid (in vacuüm) ten opzichte van een waarnemer is altijd  in alle richtingen
        300.000 kilometer per seconde  en wordt daarom aangeduid met de letter c (= constant)

    De aarde draait met een snelheid van 30 kilometer per seconde in een baan om de zon. Vroeger
    dacht men dat het heelal geheel gevuld was met “ether” en dat het licht zich door die ether voort-
    plantte. De consequentie daarvan zou dan moeten zijn, dat de lichtsnelheid die op aarde wordt
    gemeten, afhankelijk is van de beweging van de aarde ten opzichte van de ether. (in analogie met
    het gedrag van geluidsgolven in lucht). Om deze veronderstelling te toetsen, maakten  Michelson
    en  Morley  in 1887 een interferometer. Hiermee kon het verschil in lichtsnelheid, in de richting
    van de baan om de zon en loodrecht daarop, zeer nauwkeurig worden gemeten. De uitkomst van
    de metingen was zeer verrassend:   de lichtsnelheid is in alle richtingen altijd hetzelfde
    De conclusie moet daarom zijn, dat er geen ether bestaat.

    Alle elektromagnetische golven, dus ook radiogolven, planten zich voort met de snelheid van het
    licht. Het feit dat de lichtsnelheid constant is, heeft veel toepassingen mogelijk gemaakt, zoals:

  • de relativiteitstheorie van Einstein
  • de moderne sterrenkunde
  • GPS  (= global positioning system)
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Michelson-Morley-experiment
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Michelson-interferometer
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Dopplereffect
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Global_Positioning_System
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Ether_(medium)


    De energiedichtheid van zonlicht

  • ter hoogte van het aardoppervlak, bij een geheel onbewolkte hemel en bij loodrechte instraling
        is het vermogen van het zonlicht 1 kilowatt per vierkante meter
  • in 1 uur wordt dan een hoeveelheid energie ingestraald van 1 kilowattuur per vierkante meter
  • de lichtsnelheid is  300.000 kilometer per seconde
  • in 1 uur legt het licht een afstand af van  3600 × 300.000 kilometer =  1012 meter (afgerond)
  • de energiedichtheid van zonlicht is dus  1 kilowattuur  per  1012 kubieke meter
        (1012 kubieke meter is een kubus met een ribbe van 10 kilometer)


    Zonne-energie in de Sahara
    Bij de evenaar is de daglengte het gehele jaar 12 uur. De geïntegreerde hoeveelheid zonne-energie,
    die daar op een horizontaal geplaatst zonnepaneel, bij een volkomen wolkenloze hemel valt, is
    gemakkelijk te berekenen. Die hoeveelheid blijkt 8 keer zoveel te zijn, als wanneer de zon 1 uur
    loodrecht boven het paneel staat. (2 uur na zonsopgang en 2 uur voor zonsondergang bijvoorbeeld,
    staat de zon 30 graden boven de horizon, de hoeveelheid ingestraalde energie is dan nog maar de
    helft van het maximum)  De produktiefactor gedurende een etmaal en dus ook gedurende een jaar,
    komt daarmee op 33,3%.  In Nederland is dit 11,4%.  In de Sahara is de produktiefactor dus
    slechts  3 keer  zo groot als in Nederland.  Bij de toepassing van  "concentrated solar power"
    (CSP)  is de produktiefactor groter, want daarbij wordt gebruik gemaakt van zonvolgende
    systemen. Men komt dan op een produktiefactor van ongeveer 45%.  Een probleem vormt de
    vervuiling van de zonnecollectors, door het veelvuldig voorkomen van zandstormen. Fantasieën
    over "zonne-akkers" met gigantische hoeveelheden zonne-energie in de Sahara, moeten dus wel
    enigszins worden gerelativeerd.

    Zonne-energie in Nederland   (afgerond)
  • ingestraald vermogen per vierkante meter   (bij loodrechte instraling)
  • theoretische energie-instraling gedurende 1 jaar
  • produktiefactor =  11,4%, dus werkelijke energie-instraling
  • rendement zonnepaneel =  12%, dus energie-opbrengst in 1 jaar
  •       =         1 kilowatt
          =   8760 kilowattuur
          =   1000 kilowattuur
          =     120 kilowattuur

    Zonne-energie in de Sahara   (afgerond)
  • ingestraald vermogen per vierkante meter   (bij loodrechte instraling)
  • theoretische energie-instraling gedurende 1 jaar
  • produktiefactor CSP =  45%, dus werkelijke energie-instraling
  • rendement CSP =  15%, dus energie-opbrengst in 1 jaar
  •       =         1 kilowatt
          =   8760 kilowattuur
          =   3942 kilowattuur
          =     600 kilowattuur


    Zonnestraling in Nederland in 1999   (Statistisch Jaarboek 2001)

        dec.  t/m  febr.    

        mrt.  t/m  mei    

        juni  t/m  aug.    

        sept.  t/m  nov.    

    26

    119

    159

    58

    Totaal:   26 + 119 + 159 + 58 = 362 kilojoule per vierkante centimeter per jaar.
    Dat is 3620000 kilojoule per vierkante meter per jaar.       1 kilowattuur = 3600 kilojoule
    In 1999 was de hoeveelheid ingestraalde energie dus  1006 kilowattuur per vierkante meter.
    In dit verhaal wordt gerekend met  1000 kilowattuur  per vierkante meter per jaar.


    Vergelijking van de energie-opbrengst bij een bewolkte en een onbewolkte hemel
    Dagopbrengst van het zonvoltaïsch systeem "Leopoldhove" in Zoetermeer   (2010)

    bewolkt

    onbewolkt

        11 juni             63 kilowattuur    

      3 juni             520 kilowattuur

    27 november     3 kilowattuur

        16 november   101 kilowattuur    

    Van 16 tot 29 december was de totale opbrengst  0 kilowattuur, door sneeuw op de zonnepanelen


    Energie-opbrengst van de "Leopoldhove"   (kilowattuur per dag in 2010)

    Energie-opbrengst van de "Leopoldhove"   (kilowattuur per week in 2010)

    Daglicht in Nederland   (uren per dag, van zonsopgang tot zonsondergang)

    Enkele gegevens van de "Leopoldhove" in Zoetermeer

  • 606 panelen met een totale oppervlakte van 770 vierkante meter
  • de jaaropbrengst is 64.000 kilowattuur   (18 huishoudens)
  • de jaaropbrengst per vierkante meter is 83 kilowattuur
  • de gemiddelde dagopbrengst is 175 kilowattuur


    Daglicht in Nederland   (lente, zomer, herfst en winter)


    20 maart
    H = 37,8 graden  
         D = 12 uur 11 min.    


    21 juni
    H = 61,4 graden  
         D = 16 uur 45 min.    


    22 september
    H = 38,2 graden  
         D = 12 uur 11 min.    


    21 december
    H = 14,5 graden  
         D = 07 uur 44 min.    

    H = de hoogste stand van de zon, midden op de dag
    D = de daglengte, gemeten van zonsopgang tot zonsondergang


    Enkele brandstoffen:   zuurstofverbruik en  verbrandingsprodukten   (kilogrammen)

    brandstof

          zuurstof      

          kooldioxide      

          water      

      1 kilogram  koolstof

    2,67

    3,67

    - - -

      1 kilogram  methaan

    4,00

    2,75

    2,25

      1 kilogram  benzine

    3,51

    3,09

    1,42

      1 kilogram  dieselolie

    3,47

    3,12

    1,35

      1 kilogram  waterstof      

    8,00

    - - -

    9,00

  • de massa van  brandstof + zuurstof  =  de massa van  kooldioxide + water
        (wet van behoud van massa)
  • bij het verbranden van koolstof ontstaat alleen  kooldioxide   (CO2)
  • bij het verbranden van koolwaterstoffen (methaan, benzine en dieselolie) ontstaat
        kooldioxide + water
  • bij het verbranden van waterstof ontstaat alleen  water


    De CO2-uitstoot per kilowattuur primaire energie, bij de verbranding van enkele brandstoffen

    brandstof

        kilogram CO2    
    (kooldioxide)

        energie-inhoud    
    (kilowattuur)

        kilogram CO2    
    per kilowattuur

      1 kilogram  steenkool

    2,6

      8,1

    0,32

      1 kubieke meter  aardgas      

    1,8

      8,8

    0,20

      1 liter  benzine

    2,4

      9,1

    0,26

      1 liter  dieselolie

    2,7

    10,0

    0,27

  • steenkool bevat 80% koolstof
  • 1 kubieke meter aardgas heeft een massa van 0,83 kilogram en bevat 82% methaan
  • 1 liter benzine heeft een massa van 0,70 kilogram
  • 1 liter dieselolie heeft een massa van 0,84 kilogram


    De CO2-uitstoot per kilowattuur primaire energie, bij de verbranding van enkele brandstoffen
    volgens de "well-to-wheel" methodiek

    brandstof

        kilogram CO2    
    (kooldioxide)

        energie-inhoud    
    (kilowattuur)

        kilogram CO2    
    per kilowattuur

      1 kilogram  steenkool

    3,1

      8,1

    0,38

      1 kubieke meter  aardgas      

    2,2

      8,8

    0,25

      1 liter  benzine

    3,1

      9,1

    0,34

      1 liter  dieselolie

    3,5

    10,0

    0,35

  • de CO2-uitstoot per kilowattuur primaire energie, is bij verbranding van benzine of dieselolie bijna
        net zoveel als bij de verbranding van steenkool.   (kolencentrales "mogen niet", maar de auto "moet").


    CO2 uitstoot, veroorzaakt door het personenauto verkeer in Nederland
    In 2005 bedroeg het aantal auto's in Nederland 7 miljoen stuks. Per auto werd gemiddeld
    17400 kilometer per jaar gereden, bij een verbruik van 8,3 liter benzine per 100 kilometer.
    De totale hoeveelheid verbruikte benzine hiervoor was dus ruim 10 miljard liter.
    Bij de verbranding hiervan werd  24 miljard kilogram CO2 geproduceerd.

    CO2 uitstoot, veroorzaakt door het huishoudelijk elektriciteitsverbruik in Nederland
    Het jaarlijks elektriciteitsverbruik van alle huishoudens in Nederland is  62 miljard kilowattuur
    primaire energie.
    Bij uitsluitend kolengestookte centrales ontstaat  20 miljard kilogram CO2
    Bij uitsluitend gasgestookte centrales ontstaat  12 miljard kilogram CO2

    De elektriciteit in Nederland wordt zowel door kolengestookte als gasgestookte centrales opgewekt
    Het personenauto verkeer veroorzaakt dus meer CO2 uitstoot, dan het elektriciteitsverbruik van alle
    huishoudens. Dus ook als men uitsluitend kolengestookte centrales zou toepassen.
    Het is merkwaardig dat milieuactivisten protesteren tegen kolengestookte elektriciteits-
    centrales, terwijl ze zelf net als iedereen rustig in een auto rondrijden.
       ("milieu-dominees")


    Het broeikaseffect
    Veel mensen denken dat het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de energie die vrij komt bij
    de verbranding van de fossiele brandstoffen. Dat is niet het geval, want die hoeveelheid energie is
    verwaarloosbaar klein ten opzichte van de hoeveelheid energie die door de zon op aarde wordt
    ingestraald. De zon straalt per tijdseenheid  8000 keer  meer energie in, dan door menselijke
    activiteiten wordt opgewekt. Het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de kooldioxide (CO2),
    die bij de verbranding van fossiele brandstoffen vrij komt en vooral ook door de waterdamp in de
    atmosfeer. Deze broeikasgassen laten de zonne-energie op weg naar de aarde vrijwel ongehinderd
    door, terwijl de uitstraling van warmte afkomstig van de aarde grotendeels wordt tegengehouden.
    De aarde koelt minder af, naarmate er meer broeikasgassen in de atmosfeer aanwezig zijn. Het is
    echter de vraag, of het effect van kooldioxide (CO2) in dit proces wel zo groot is als tot nu toe
    wordt aangenomen. Dat is nog lang geen uitgemaakte zaak. Misschien hoort het  "
    broeikaseffect"
    in dezelfde categorie thuis als "de zure regen" en "het gat in de ozonlaag". De toekomst zal het leren.
    Wel is duidelijk dat, hoe dan ook, het klimaat de laatste jaren sterk aan het veranderen is. Denk
    hierbij aan het wegsmelten van het ijs op de noordpool en het verdwijnen van de “eeuwige”
    sneeuw in de Alpen. Ook de winters zijn de laatste jaren (in Europa) opvallend warm.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Broeikaseffect


    De effectieve hoogte van de atmosfeer
    De soortelijke massa van lucht is 1,29 kilogram per kubieke meter bij een druk van 1 atmosfeer.
    1 atmosfeer =  1 kilogram per vierkante centimeter =  10000 kilogram op een vierkante meter.
    De effectieve hoogte van de atmosfeer is dus 10000 / 1,29 =  8000 meter. (afgerond).
    De luchtdruk neemt af met de hoogte. (steeds minder snel naarmate de hoogte toeneemt)
    Op een hoogte van 5500 meter is de druk 0,5 atmosfeer. Op 10,5 kilometer hoogte, waar het
    meeste vliegverkeer plaatsvindt, is de druk nog 0,25 atmosfeer.
    1 meter hoogteverschil op aarde is   (1 / 8000) × 1000 =  1 / 8 gram per vierkante centimeter.
    Zo'n hoogteverschil is gemakkelijk meetbaar met een digitale hoogtemeter.


    Vergelijking diverse lichtbronnen


        watt    

        lumen    

        lumen per watt    

        lichtrendement    

      gloeilamp

    75

      930

    12

      5%

      LED-lamp    

      7

      400

    57

    25%

      spaarlamp

    23

    1550

    67

    29%

      TL-buis

    51

    4800

    94

    41%

    Het aantal lumen (= lichtstroom) per watt is een maat voor het lichtrendement van een lichtbron.
    1 watt lichtenergie komt overeen met 228 lumen, rekening houdend met de ooggevoeligheidskromme.
    Een LED-lamp geeft meestal gebundeld licht. Het rendement lijkt daardoor hoger dan het is.
    Het kan dan ook niet rechtstreeks vergeleken worden met een "bolstraler" zoals een spaarlamp.
    Het rendement wordt bovendien nadelig beïnvloed door de omzetting van de netspanning van
    230 volt naar de lage brandspanning van de LED's. (meestal 2 tot 5 volt) en de slechte arbeidsfactor.
    Het zal nog wel even duren, voordat de LED-lamp de TL-buis voorbijstreeft, voor wat betreft het
    lichtrendement. Het is zelfs de vraag, of dat ooit zal lukken. (voor wit licht). De voordelen van de
    LED-lamp zijn de afmetingen, de schokbestendigheid en de levensduur. Bovendien is na inschakelen
    van deze lamp het licht onmiddellijk op volle sterkte. (veel sneller dan bij een gloeilamp). Voor
    ruimteverlichting lijken LED-lampen vooralsnog totaal ongeschikt. Wel zijn ze geschikt voor
    straatverlichting, decorverlichting, speciale lichteffecten, backlight van LCD-schermen en bij
    toepassingen waarbij gekleurd licht gewenst is. In vergelijking met kleine gloeilampjes, zoals
    bijvoorbeeld in zaklantaarns en in het achterlicht van een fiets, is het rendement van LED's zeer hoog.

    LED-lampen
    De nieuwste LED-lamp van Philips is de “Master LED” type A55 van 7 watt. Op de verpakking
    wordt vermeld dat, als de lamp in een armatuur zit, de hoeveelheid naar beneden uitgestraald licht
    even veel is als bij een 40 watt gloeilamp. Naar de zijkanten wordt veel minder licht uitgestraald
    en naar boven bijna niets. Dit in tegenstelling tot een gewone spaarlamp. Deze LED-lamp bestaat
    voor de helft uit een koellichaam. Dat blijkt zo warm te worden, dat men het niet langdurig kan
    vastpakken. Het lijkt daarom zeer onwaarschijnlijk, dat de lamp slechts 7 watt uit het lichtnet
    opneemt. Ik zou dat graag willen nameten, maar ik ben niet bereid daarvoor de exorbitant hoge
    aanschafprijs van 40 euro neer te tellen. Deze lamp bespaart per uur  40 - 7 = 33 wattuur. Bij
    een kilowattuurprijs van 20 eurocent, moet deze lamp minstens 6000 uur branden, voordat men
    de kosten er uit heeft. Bij een gebruik van 3 uur per dag is dat dus pas na 6 jaar.

    Bij de toepassing van LED’s als backlight voor LCD-schermen, wordt gebruik gemaakt van de
    eigenschap, dat LED’s traagheidsloos kunnen worden geschakeld. Het backlight kan daardoor
    worden meegemoduleerd met de beeldinhoud. Hierdoor kan een zeer hoge contrastverhouding
    van het beeld worden bereikt. Bovendien is het energieverbruik dan laag, omdat de LED’s
    gemiddeld maar een deel van de tijd op volle sterkte branden. Dit in tegenstelling tot backlight
    met fluorescentiebuizen. Bovendien kunnen beeldschermen met LED-backlight veel dunner zijn.
    Bij de nieuwste LED-TV van Philips wordt het backlight verzorgd door meer dan 1000 LED's.

    Spaarlampen
    De levensduur van spaarlampen valt nogal tegen, vooral als ze vaak in- en uitgeschakeld worden.
    Vaak wordt dan nog niet eens 1 jaar gehaald. Dit in tegenstelling tot gewone gloeilampen die veel
    langer meegaan. Een spaarlamp kan slechts 2500 keer in- en uitgeschakeld worden. Bij een
    brandduur van 3 minuten per keer (bijvoorbeeld op de WC) is de levensduur 125 uur. Bij een
    brandduur van 4 uur per keer haalt men 10.000 uur. Het hangt dus van de toepassing af, wat
    de beste keus is, een spaarlamp of een gloeilamp. Tussen 2009 en 2012 wordt de gloeilamp
    gefaseerd uit de handel genomen. Hierdoor wordt het CO2 probleem een (heel klein) beetje
    kleiner. Het energieverbruik van de verlichting is slechts 4% van het totale energieverbruik. Deze
    maatregel zal dus weinig helpen, maar maakt de mensen misschien wel wat meer milieubewust.
    De spaarlamp bevat, evenals de TL-buis, schadelijke stoffen (o.a. kwik) en moet daarom als
    klein chemisch afval worden behandeld.

    OLED's
    Bij Philips is de ontwikkeling gestart van verlichting door middel van "OLED's" (organic LED's)
    Dit zijn geen "lampen", maar oplichtende panelen, vergelijkbaar met een LCD-scherm.
    De verwachting is, dat men ooit een lichtopbrengst zal kunnen realiseren van 140 lumen per watt
    Dat komt overeen met een lichtrendement van ongeveer 60%.
    www.lighting.philips.com/nl_nl/trends/led/what_is_led.php?main=nl_nl&parent=1&id=nl_nl_trends&lang=nl
    www.lighting.philips.com/in_en/trends/download/organic.pdf


    Vliegtuigen
    www.aerospaceweb.org/aircraft/jetliner/b747
    www.aerospaceweb.org/aircraft/jetliner/a380

      max. aantal  
    passagiers

    leeg
      gewicht
     

      brandstof  
    gewicht

    max.
      take-off
     

      vliegbereik  
    kilometers

    km / liter /
      passagier
     

     Boeing 747    

    524

    181 ton

    173 ton

    396 ton

    13.445

    32,5

     Airbus  380

    840

    275 ton

    261 ton

    540 ton

    14.450

    37,2

    de soortelijke massa van kerosine = 0,8 kilogram / kubieke decimeter


    Elektrische trein
    De basisuitvoering van de Dubbeldekker bestaat uit 4 wagons. Bij een rendement van 85% is het
    bruto vermogen 1890 kilowatt. De spanning op de bovenleiding is tegenwoordig 1800 volt. Deze
    trein verbruikt bij vol vermogen dus een stroom van ruim 1000 ampère en vertegenwoordigt daarbij
    een weerstand van ongeveer 2 ohm. De (gelijk)stroom, afkomstig van een voedingsstation, wordt
    via de bovenleiding aan de trein toegevoerd. De rails vormt de retourleiding. De totale weerstand
    van 10 kilometer bovenleiding + rails is ongeveer 0,2 ohm. De afstand tussen 2 voedingsstations is
    maximaal 20 kilometer. De trein is dus nooit verder dan 10 kilometer van een voedingsstation
    verwijderd. Op drukke trajecten zijn er de laatste jaren veel voedingsstations bij gekomen.
    Hierdoor is de gemiddelde afstand tussen de trein en een voedingsstation veel kleiner geworden.
    De totale koperdoorsnede van de bovenleiding bij dubbel spoor is 10 vierkante centimeter.
    Dit wordt verkregen door parallelschakeling van alle draden (8 stuks) die boven de rails hangen.
    (per spoor: 1 versterkingsleiding, 1 draagkabel en 2 rijdraden)
    www.nicospilt.com/bovenleiding.htm
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Bovenleiding

    Het energieverlies in de bovenleiding van een trein
    In Nederland rijden de elektrische treinen op 1800 volt gelijkspanning.  (nominaal 1500 volt).
    Het energieverbruik van een trein  =  spanning  ×  stroom  ×  tijd.
    Als men bij hetzelfde energieverbruik de spanning bijvoorbeeld 5 keer zo hoog maakt, dan wordt
    de stroom 5 keer zo klein. Het energieverlies in de bovenleiding  (=  evenredig met het kwadraat
    van de stroom), wordt dan 25 keer zo klein. Desondanks ziet het er niet naar uit, dat men voor het
    Nederlandse spoorwegnet ooit een hogere voedingsspanning zal gaan toepassen. Alleen op de
    trajecten van de Betuwelijn en de Hoge Snelheid Lijn wordt 25 kilovolt wisselspanning toegepast.
    www.nieuwsbank.nl/inp/2005/10/18/R203.htm


    Vermogen en energie bij het fietsen op een vlakke weg, rechtop zittend en bij windstil weer
    A = het vermogen, nodig voor het overwinnen van de mechanische weerstand
    B = het vermogen, nodig voor het overwinnen van de luchtweerstand
    C = het totaal benodigde vermogen
    D = de energie per kilometer

    snelheid

      A

        B

      C

      D

          10 km/uur      

      8 watt

        7 watt

      15 watt

      1,5 wattuur

    20 km/uur

    18 watt

      56 watt

      74 watt

      3,7 wattuur

    30 km/uur

    32 watt

    189 watt

    221 watt

      7,4 wattuur

    40 km/uur

          52 watt      

          448 watt      

          500 watt      

          12,5 wattuur      

    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html

  • Een goed getrainde fietser, kan continu een vermogen van 130 watt leveren. Daarmee
        wordt bij windstil weer, op een toerfiets, een snelheid van 25 kilometer per uur bereikt.
  • Met een ligfiets haalt men bij hetzelfde vermogen 32 kilometer per uur.
  • Een wielrenner kan continu 300 watt  (= 0,4 paardenkracht) leveren
        Op een racefiets is dat goed voor een snelheid van 40 kilometer per uur.
  • Lance Armstrong, veelvoudig winnaar van de Tour de France, haalde ooit  450 watt
        (= 0,6 paardenkracht). Daarmee was hij in staat om de "Alpe d'Huez" in 38 minuten te
        "beklimmen". Het hoogteverschil bedraagt daarbij 1061 meter en de afgelegde afstand
        is 13,8 kilometer.De gemiddelde snelheid was dus 21,8 kilometer per uur.

    Het vermogen, nodig voor het overwinnen van de luchtweerstand, is evenredig met de
    3e macht van de snelheid van een voertuig.     (zie kolom B van bovenstaande tabel)

  • de luchtweerstand van een voertuig is evenredig met de 2e macht van de snelheid.
  • vermogen =  luchtweerstand × snelheid

    De energie, die verbruikt wordt voor het overwinnen van de luchtweerstand gedurende
    dezelfde tijd, is evenredig met de 3e macht van de snelheid.

  • energie =  vermogen × tijd
    Voorbeeld:
    Als je in 1 uur 30 kilometer fietst, dan kost het overwinnen van de luchtweerstand
    1,5 3 =  3,38  keer zoveel energie (inspanning), als wanneer je in 1 uur 20 kilometer fietst.
    (denk in dit verband aan het winnen van een wielerwedstrijd, of het verbeteren van het
    wereld uur-record op de fiets)

    De energie, die verbruikt wordt voor het overwinnen van de luchtweerstand over
    dezelfde afstand, is evenredig met de 2e macht van de snelheid

  • de luchtweerstand van een voertuig is evenredig met de 2e macht van de snelheid.
  • energie =  luchtweerstand × afgelegde weg
    Voorbeeld:
    Een auto die 120 kilometer per uur rijdt, verbruikt voor het overwinnen van de luchtweerstand
    1,5 2 =  2,25  keer zoveel energie, als een auto die 80 kilometer per uur rijdt en daarbij dezelfde
    afstand aflegt.

    Wind bij fietsen is altijd nadelig, als men op de plaats van vertrek terug wil keren
    rekenvoorbeeld:

  • geen wind,  fietssnelheid 20 km/uur
        bij een afstand van 30 kilometer heen en 30 kilometer terug is de fietser 3 uur onderweg.
  • windsnelheid 10 km/uur in de rijrichting of daar tegenin
        bij dezelfde snelheid t.o.v. de wind, ondervindt de fietser steeds dezelfde luchtweerstand.
        heen (wind mee) 30 km/uur en terug (wind tegen) 10 km/uur.
        nu is de fietser 1 + 3 = 4 uur onderweg.
        de hoeveelheid geleverde energie is nu  4 / 3  keer zo veel als bij windstil weer.

    Ook bij zijwind moet een fietser meer energie leveren dan bij windstil weer
    bron:  het boek  "Hoor je beter in het donker?"   auteur:  Jo Hermans
    rekenvoorbeeld:

  • stel, de zijwind is net zo sterk als de rijwind
  • de luchtsnelheid van de resultante van de zijwind en de rijwind is dan √ 2 keer zo groot
        als de luchtsnelheid in de rijrichting
  • de resultante maakt een hoek van 45 graden met de rijrichting
  • de luchtweerstand is evenredig met het kwadraat van de luchtsnelheid
  • de luchtweerstand van de resultante is daardoor 2 keer zo groot als de luchtweerstand
        in de rijrichting bij windstil weer
  • de resultante kan ontbonden worden in de luchtweerstand in de rijrichting
        en loodrecht daarop
  • het resultaat is, dat als gevolg van de zijwind, de luchtweerstand in de rijrichting
        √ 2 = 1,41 keer groter is dan bij windstil weer.
  • het kost dus 1,41 keer zoveel energie om dezelfde afstand af te leggen als bij windstil weer.

    Vergelijking tussen een helling en tegenwind bij hetzelfde fietsvermogen
    (snelheid steeds 20 kilometer per uur)

          een helling      

          of tegenwind      

          fietsvermogen      

    0%

      0,0 km/uur

      75 watt

    1%

      7,9 km/uur

    129 watt

    2%

    13,7 km/uur

    184 watt

    3%

    19,1 km/uur

    238 watt

    4%

    23,4 km/uur

    292 watt

    5%

    27,4 km/uur

    346 watt

    6%

    31,3 km/uur

    400 watt

    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html


    Elektrische fietsen
    Bij een snelheid van 20 kilometer per uur en een tegenwind van 4 meter per seconde
    (windkracht 3), moet een rechtop zittende fietser een vermogen leveren van ruim 180 watt.
    Dat komt overeen met een hoeveelheid energie van 9 wattuur per kilometer.
    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html
    Voor 50% ondersteuning door een elektrische fiets, is dan 4,5 wattuur mechanische energie per
    kilometer nodig. Het rendement van de elektromotor met bijbehorende energieregeling is 75%.
    Bij  50% ondersteuning  moet de accu van een elektrische fiets dus ongeveer 4,5 / 0,75 =
    6 wattuur per kilometer  leveren. Dat is wel een minimum waarde, want men gebruikt de
    ondersteuning vooral bij (sterke) tegenwind. De (gemiddelde) actieradius van een elektrische
    fiets bij 50% ondersteuning is hiermee gemakkelijk te berekenen.
    actieradius (kilometer) =  energie-inhoud van de accu (wattuur) / 6 (wattuur per kilometer)
    Een voorbeeld laat zien, dat dit aardig klopt. De Sparta Ion M-Gear heeft een accu met een
    energie-inhoud van 240 wattuur. De actieradius is dus 240 / 6 = 40 kilometer. Dit komt goed
    overeen met de gegevens van de fabrikant. Zolang men met een constante snelheid op een
    vlakke weg rijdt, is het gewicht van de fiets niet of nauwelijks van invloed op de actieradius.
    De laatste tijd komen er steeds meer elektrische fietsen op de markt, die voorzien zijn van een
    lithium-ion accu van 36 volt, 10 ampère-uur. Dus met een energie-inhoud van 360 wattuur.
    De actieradius wordt daardoor dus vergroot tot zo'n 60 kilometer.
    Er bestaan 3 uitvoeringsvormen van elektrische fietsen:

  • aandrijving door middel van een elektromotor in het voorwiel
  • aandrijving door middel van een elektromotor die gekoppeld is aan de trapas
  • aandrijving door middel van een elektromotor in het achterwiel
    Hieronder enkele voorbeelden:

    De  Antec Vela

  • een lithium-ion accu (afneembaar)  36 volt bij 10,5 ampère-uur.
  • de energie-inhoud is dus 378 wattuur en de oplaadtijd is 6 uur.
  • de ondersteuning is continu regelbaar tussen 10% en 90%.
  • voorzien van een versnellingsnaaf met 7 versnellingen,
  • de motor zit in het voorwiel.
  • bij 50% ondersteuning is de actieradius 60 kilometer.

    De  Flyer

  • een lithium-ion accu (afneembaar)  26 volt bij 12 ampère-uur.
  • de energie-inhoud is dus 312 wattuur.
  • de actieradius is ruim 60 kilometer.   (volgens de fabrikant)
  • voorzien van trapbekrachtiging, dus de elektromotor is gekoppeld aan de trapas.
  • door de plaatsing van de motor en de accu heeft de fiets een laag zwaartepunt
  • de bedrading tussen de accu en de motor is kort, hierdoor zijn er weinig elektrische
        verliezen.
    Het voordeel van deze constructie is, dat men de wielen gemakkelijk kan verwijderen
    bij het vervangen van een band. Bovendien kan elk gewenst type versnellingsnaaf en
    een dichte kettingkast worden toegepast. Merkwaardig is, dat deze fiets desondanks
    een open kettingkast heeft, maar de Flyer is van Zwitserse makelij. Een kettingkast is
    een typisch Nederlandse uitvinding.

    De  Sparta Ion M-Gear

  • een nikkel-metaalhydride accu (niet afneembaar)  24 volt bij 10 ampère-uur.
  • de energie-inhoud is dus 240 wattuur en de oplaadtijd is 3 uur.
  • motor met trapsensor in het achterwiel.
  • voorzien van een derailleur met 7 versnellingen.
  • bij 50% ondersteuning is de actieradius 40 kilometer.
    Opvallend is de  zeer duidelijke en nauwkeurige indicatie van de actuele
    energievoorraad in de accu.
      (in stapjes van 3%)
    Hierdoor kan men de ondersteuning bij een lange fietstocht goed plannen.
    Het principe van de motor met trapsensor wordt op ingenieuze wijze ook toegepast
    bij een  "hulpmotor voor een handmatig voortbewogen rolstoel".

    Multifunctioneel display
    De nieuwste ION-fietsen van Sparta zijn voorzien van een multifunctioneel display. Hierop
    is onder meer de actuele, dynamische actieradius te zien. Het zou interessant zijn, als ook het
    momentele energieverbruik zou worden getoond. Dus het aantal watturen per kilometer. Men
    zou dan zijn eigen "rijstijl", afhankelijk van de omstandigheden, al fietsend kunnen aanpassen.
    Bijvoorbeeld door het kiezen van een andere versnelling of een lagere snelheid. Ook zou men
    dan het effect van de bandenspanning op het energieverbruik, direct kunnen zien.
    Vergelijk dit met de verbruiksmeter, zoals die in de meeste moderne auto's wordt toegepast.
    Meestal wordt het een "sport" om aan de hand van de gegevens van die verbruiksmeter, zo
    zuinig mogelijk te gaan rijden. Bij de elektrische fiets zou men dat ook kunnen doen, met als
    gevolg een grotere actieradius. Helaas heeft Sparta voor dit idee (nog) geen interesse getoond

    Trapsensor of bewegingssensor?
    De laatste tijd verschijnen er steeds meer elektrische fietsen op de markt, die voorzien zijn van
    een bewegingssensor in plaats van een trapsensor. Het voordeel hiervan is de lagere prijs en
    de eenvoudige constructie, maar het nadeel is de kleinere actieradius. Bij de toepassing van een
    bewegingssensor, wordt de ondersteuning ingeschakeld zodra de trappers worden rondgedraaid.
    Ook als men daarbij weinig kracht uitoefent, is de motor ingeschakeld en deze levert dan vrijwel
    alle energie die voor de voortbeweging nodig is. Als men sneller wil gaan fietsen, dan moet men
    onevenredig veel harder op de pedalen gaan trappen, omdat de berijder de extra energie dan
    geheel zelf moet opbrengen. In de praktijk blijft men meestal fietsen met de snelheid waarbij
    de ondersteuning maximaal is. Een prima oplossing voor mensen die zich niet willen inspannen,
    maar dat gaat dus wel ten koste van de actieradius.

    Trapt een elektrische fiets zonder ondersteuning zwaarder dan een gewone fiets?
    Het is een wijd verbreid misverstand, dat een elektrische fiets (veel) zwaarder trapt dan een
    gewone fiets, als de ondersteuning is uitgeschakeld. Bij het grotere gewicht van een elektrische
    fiets, is alleen de rolweerstand wat groter dan bij een gewone fiets. De luchtweerstand is uiteraard
    gelijk. De rolweerstand is te verwaarlozen ten opzichte van de luchtweerstand, vooral bij enige
    tegenwind. Tijdens accelereren en bij het oprijden van een helling speelt het grotere gewicht
    natuurlijk wel een belangrijke rol. Maar bij een lange fietstocht (in Nederland) zullen hellingen
    niet zo vaak voorkomen.
    Voorbeeld:   (fietssnelheid 20 kilometer per uur)
    A = een fiets van 15 kilogram, een fietser van 75 kilogram, geen wind
    B = een fiets van 25 kilogram, een fietser van 75 kilogram, geen wind
    C = een fiets van 25 kilogram, een fietser van 75 kilogram, tegenwind 4 meter per seconde

    A

    B

    C

     rolweerstand

      2,6 newton

      2,9 newton

      2,9 newton

     luchtweerstand

      9,6 newton

      9,6 newton

    28,5 newton

     mechanische weerstand

      0,6 newton

      0,6 newton

      1,6 newton

     totale fietsweerstand

    12,8 newton

    13,1 newton

    33,0 newton

     totale arbeid per kilometer      

          3,55 wattuur      

          3,64 wattuur      

          9,17 wattuur      

    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html

    De voordelen van een elektrische fiets zijn:

  • het energieverbruik van een elektrische fiets is 10 keer minder dan van een bromfiets
  • de ondersteuning voor 40 kilometer kost minder dan 10 eurocent  (= 0,5 kilowattuur)
  • een uur elektrisch fietsen verbruikt (bruto) net zoveel elektrische energie als een uur TV-kijken.
        Elektrisch fietsen is dus "energie-neutraal", want als men niet fietst gaat men toch maar voor
        de TV of achter de computer zitten.
  • een elektrische fiets vraagt vrijwel geen onderhoud   (net zo veel als een gewone fiets)
  • voor een elektrische fiets geldt geen helmplicht   (maar een helm is natuurlijk wel veiliger)
  • voor een elektrische fiets geldt geen verzekeringsplicht   (verzekeren is natuurlijk wel verstandig)
  • een elektrische fiets is veel sportiever en gezonder dan een bromfiets, omdat men altijd meetrapt
  • een elektrische fiets stinkt niet, maakt geen lawaai en lekt geen olie
  • men kan met een elektrische fiets ook gewoon fietsen
  • met een elektrische fiets, fiets je vaker, verder en vlugger

    De waterstof-fiets
    Het laatste nieuws op het gebied van elektrische fietsen, is de waterstof-fiets. Dit is een fiets,
    waarbij de accu is vervangen door een brandstofcel.
    Enkele globale gegevens:

  • het vermogen van de brandstofcel is 24 volt bij 10 ampère, dus 240 watt
  • in 2 kleine tanks wordt 600 liter pure waterstof vastgelegd in de vorm van een chemische
        verbinding   (metaalhydride)
  • het verbruik bij maximaal vermogen is 3 liter waterstof per minuut, bij een druk van 0,4 bar.
  • de vultijd van de tanks is 30 minuten, bij 0 graden celsius
  • om de waterstof weer vrij te maken uit het metaalhydride, moet de temperatuur van de
        tanks hoger zijn dan 25 graden celsius
  • het rendement van de brandstofcel is 50%
  • het gewicht van de brandstofcel is 0,76 kilogram
  • het gewicht van de 2 waterstoftanks is 6,5 kilogram
  • volgens de fabrikant is het systeem veilig, omdat het met lage drukken werkt
  • de tanks hebben een hoge opslagdichtheid
  • de tanks en de brandstofcel hebben een lange levensduur
    www.valeswood.com

    Het tanken van de waterstof is omslachtig en de vraag is natuurlijk weer "waar haalt men de
    waterstof vandaan", met name tijdens een fietstocht. Desalniettemin is dit een eerste stap
    naar een fiets die op waterstof rijdt en als zodanig een interessante ontwikkeling. Het is zeer
    onwaarschijnlijk, dat de waterstof-fiets ooit zal worden gebruikt. Bij toepassing van de nieuwe
    generatie lithium-ion accu's bij een gewone elektrische fiets, duurt het opladen slechts enkele
    minuten en het kan vrijwel overal plaatsvinden. Bovendien is het veel goedkoper. (10 eurocent)
    Wel lijkt de combinatie van brandstofcel en waterstoftanks zinvol op plaatsen waar geen
    elektriciteitsvoorziening is, zoals bijvoorbeeld op kampeerterreinen en in pleziervaartuigen.


    Vermogen van enkele elektrische centrales in Nederland

    locatie

          vermogen (megawatt)      

     Borssele, kerncentrale

      449

     Amsterdam, Hemweg

    1229

     Geertruidenberg, Amercentrale      

    1245

     Maasbracht, Clauscentrale

    1280

     Eemscentrale

    2400

    Het totale elektriciteitsverbruik in Nederland is 100 miljard kilowattuur per jaar. Een elektrische
    centrale van 1200 megawatt kan, bij vol vermogen en continu bedrijf, een hoeveelheid energie van
    10 miljard kilowattuur per jaar leveren.     (1200 megawatt × 8760 uren = 10 miljard kilowattuur)
    In de praktijk is een conventionele centrale gedurende ongeveer 80% van de tijd operationeel.
    Voor het totale elektriciteitsverbruik van Nederland zijn er dus minstens 12 grote centrales nodig.


    De STEG-centrale
    In een stoom- en gascentrale, de STEG-centrale, wordt de elektriciteit opgewekt met behulp van
    twee turbines. De eerste turbine is een gasturbine, die wordt aangedreven door het verbranden van
    aardgas of synthesegas. Synthesegas ontstaat bij vergassing van steenkool of biomassa. De tweede
    turbine is een stoomturbine. Deze wordt aangedreven door stoom, geproduceerd door de warmte
    van de uitlaatgassen van de gasturbine. Vaak zitten de gas- en stoomturbine op dezelfde as en ze
    drijven dan samen een generator aan.
    Het rendement van een STEG-centrale is maximaal 58%.  De meeste nieuwe elektriciteitscentrales
    die nu in West-Europa worden gebouwd, zijn STEG-centrales.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Stoom-_en_gascentrale

    Bij een STEG-centrale is de verhouding tussen de inlaattemperatuur van de gasturbine en de
    uitlaattemperatuur van de stoomturbine veel groter dan bij een enkelvoudig proces.
    Het totaalrendement is daardoor dus ook groter. Carnot.  De gasturbine heeft een rendement van
    40%.  Uit de uitlaatgassen, die dus nog 60% van de energie bevatten, wordt via de stoomturbine
    nog eens 30% gewonnen. Dat levert 18% extra op. Totaal komt dit dus uit op 58%.

    Persbericht op 7 december 2010
    Minister Verhagen opende gisteren de Prinses Máxima-centrale in Lelystad, een hoogwaardige
    gascentrale. Het zeer hoge rendement van bijna 60 procent is uniek in de wereld.


    De kerncentrale in Borssele
    De kerncentrale in Borssele heeft een vermogen van 449 megawatt. In het jaar 2000 was de
    energie-opbrengst 3,7 miljard kilowattuur. De produktiefactor van deze centrale was toen 94%.
    Een kerncentrale is slecht regelbaar en draait daarom vrijwel altijd op maximaal vermogen.
    De Nederlandse regering heeft besloten, dat de kerncentrale tot 2033 in bedrijf mag blijven.


    De grootste kerncentrale ter wereld
    Deze bevindt zich in Japan, aan de westkust, in Kashiwazaki. De kerncentrale bestaat uit 7 units
    met een gezamenlijk vermogen van 8212 megawatt. Dat is ruim 18 keer zoveel als de kerncentrale
    in Borssele en bijna 7 keer zoveel als een gemiddelde conventionele centrale in Nederland.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Kashiwazaki-Kariwa_Nuclear_Power_Plant


    Enkele citaten uit ingezonden brieven in NRC-Handelsblad
    De belofte die waterstof in de toekomst zal gaan betekenen voor de energievoorziening voor de
    mens op deze wereld, berust op pure fantasie.
    Niet in technisch opzicht. Het wérkt: de waterstofmotor, de brandstofcel en ook de windmolens
    of de zonnecellen die misschien de stroom moeten leveren om het waterstofgas via elektrolyse uit
    water te maken. Dit soort verhalen, zonder enige kwantificering omtrent het potentieel van de
    genoemde techniek, passen in de populaire blaadjes van de autolobby, niet in de NRC.

    Het gebruik van waterstof als brandstof in auto’s heeft als grootste bezwaar dat het zeer onveilig is.
    Zowel bij de distributie via pijpleidingen als bij het rijden met een van een waterstoftank voorziene
    auto is het met de veiligheid slecht gesteld.
    Bij toepassing van elektrolyse met behulp van elektriciteit, opgewekt in een aardgas gestookte
    centrale, is de keten:    aardgas  > elektriciteit  > waterstof  > elektriciteit  > voortbewegingsenergie.
    Men zou zowaar op het idee komen om auto’s op aardgas te laten rijden en waterstof maar te
    vergeten.


    Het totale elektriciteitsverbruik in Nederland is ruim 100 miljard kilowattuur per jaar
    Dit zou opgewekt kunnen worden met (afgerond):

      of   1.000.000.000  zonnepanelen van 1 vierkante meter
      of               10.000  windmolens van 3 megawatt (op zee)      
      of        47.000.000  ton hout (of biomassa)
      of        31.000.000  ton steenkool
      of        29.000.000  kubieke meter aardgas
      of                    250  ton verrijkt uranium

    geen CO2  
    geen CO2  
    "CO2 neutraal"  
          81.000.000 ton CO2  
    52.000.000 ton CO2  
    geen CO2  

    Bij dezelfde hoeveelheid geproduceerde elektriciteit, ontstaat bij een kolengestookte centrale
    1,56 keer zoveel kooldioxide (CO2) als bij een gasgestookte centrale

    Het totale primaire energieverbruik in Nederland is ruim 900 miljard kilowattuur per jaar
    In onderstaande tabel is voor enkele "groene" energiebronnen de benodigde oppervlakte vermeld
    als percentage van het totale landoppervlak van Nederland. (= 35.054 vierkante kilometer)
      of   alleen zonnepanelen      
      of   alleen windmolens
      of   alleen biomassa
              31%      
            110%      
            540%      
    zie: "De Ingenieur", 4 februari 2005.


    Windenergie
    Iedereen is er voorstander van, totdat er een windmolen in de buurt komt te staan.
    NIMBY ofwel Not In My BackYard. Men ervaart of verwacht de volgende bezwaren:

  • lawaai
  • het zonlicht kan bij een bepaalde stand van de zon hinderlijk worden onderbroken door de
        ronddraaiende wieken. (een paar uur per jaar)
  • de ronddraaiende wieken veroorzaken soms storing bij straalverbindingen, in de ontvangst
        van "aardse" televisiezenders en bij (scheeps)radar
  • horizonvervuiling  (eindeloze woonwijken aan de horizon zijn geen probleem)
  • vogels vliegen zich tegen de wieken te pletter
  • bij windmolenparken in zee: aantasting van de fauna en flora op de zeebodem !!??
  • bij grote windmolenparken in zee (bijvoorbeeld 1000 molens) gaat het boven land minder
        regenen en waaien, terwijl ook de golfslag vermindert.

    De windmolenparken bij Egmond aan Zee, IJmuiden en de Eemshaven

        aantal    
    molens

    vermogen
    per molen

    totaal
    vermogen

        jaaropbrengst    
    (megawattuur)

     Egmond aan Zee

    36

        3,0 megawatt    

        108 megawatt    

    378.000

     IJmuiden

    60

    2,0 megawatt

    120 megawatt

    435.000

     Westereems

    52

    3,0 megawatt

    156 megawatt

    470.000



    Elektrische auto’s
    In 2005 waren er in Nederland 7 miljoen auto’s. Per auto werd gemiddeld 17400 kilometer per
    jaar gereden. Dat levert een totaalafstand op van  120 miljard kilometer per jaar. (dat is 800 keer
    de afstand aarde - zon ).  Een elektrische auto verbruikt gemiddeld  200 wattuur per kilometer.
    Als alle auto’s in Nederland elektrisch zouden gaan rijden, dan is hiervoor per jaar nodig:
    120 × 200 =  24000 miljard wattuur =  24 miljard kilowattuur.
    Voor de opwekking van deze hoeveelheid energie zijn 3 grote elektriciteitscentrales extra nodig.
    Ter vergelijking:   het elektriciteitsverbruik van alle huishoudens in Nederland is  25 miljard
    kilowattuur per jaar.   (7 miljoen huishoudens verbruiken elk 3560 kilowattuur per jaar)
    De capaciteit van de gehele infrastructuur van het elektriciteitsnet (hoogspanningsleidingen, kabels,
    transformatoren  etc.) zou dus aanzienlijk moeten worden vergroot.

    De laatste tijd verschijnen er steeds meer berichten in de pers over zeer snel oplaadbare accu's
    en supercaps. Leveren deze een reële oplossing voor de energievoorziening in elektrische auto's ??
    Nou nee, niet echt. Een elektrische auto met een actieradius van 400 kilometer, zal bij een verbruik
    van 175 wattuur per kilometer, een accu moeten hebben met een capaciteit van 70 kilowattuur.
    Bij een oplaadtijd van 6 minuten (= 0,1 uur) komt men dan op een vermogen van 700 kilowatt.
    Dat vereist een stroom uit het lichtnet van 3000 ampère. Dat is een 3 keer zo hoge stroom als
    een elektrische trein opneemt tijdens het optrekken. Dat lijkt geen realistische oplossing.

    laadcyclus van een accu
    De laadcyclus van een accu bestaat uit 4 fasen:

  • het omzetten van de netspanning naar de gewenste gelijkspanning van de acculader
  • het opladen van de accu
  • het ontladen van de accu
  • het omzetten van de accuspanning naar 3-fasen wisselspanning met de gewenste frequentie
        voor de aandrijving van de elektromotor

    Persbericht op 29 december 2008:
    "De elektro-auto is nog niet klaar voor een snelle opmars. De baas van Bosch, de grootste auto-
    toeleverancier ter wereld, noemt de verwachtingen over elektrische auto's overdreven euforisch.
    Auto's met een verbrandingsmotor zullen nog zeker twintig jaar het straatbeeld domineren"

    Vergelijking van enkele elektrische auto's en de Prius
    A = het energieverbruik van de motor, in wattuur per kilometer, bij 100 kilometer per uur
    B = de actieradius in kilometers, bij een constante snelheid van 100 kilometer per uur
    C = de energie-inhoud van de batterij in kilowattuur
    D = het vermogen van de elektromotor in kilowatt
    E = de acceleratie van 0 - 100 kilometer per uur, in seconden
    F = de topsnelheid in kilometer per uur
    G = het primaire energieverbruik in wattuur per kilometer   (G =  9100 / H)
    H = het aantal kilometers per liter benzine-equivalent, bij een snelheid van 100 kilometer per uur

    A

    B

    C

    D

    E

    F

    G

    H

     General Motors EV1        

        130    

          200    

        26    

        100    

          8    

        130    

        450    

        20    

     Toyota  RAV-4

    190

      140

    27

      57

    20

    120

    630

    14

     Tesla Roadster

    150

      360

    54

    215

      4

    200

    500

    18

     Tesla model S

    150

      250

    38

    120

      6

    190

    500

    18

     Nissan Leaf

    137

      175

    24

      80

    ----

    145

    450

    20

     Toyota FT-EV

    ----

        90

    ----

      45

    ----

    100

    ----

    ----

     Toyota Prius

    120

    1000

    ----

    73 / 60

    10

    180

    355

    25

  • De EV1 van General Motors was zijn tijd ver vooruit. Gezien het energieverbruik per kilometer,
        was het de beste elektrische auto die ooit is gemaakt.
  • De Tesla model S is voorzien van een batterij, die in  45 minuten tot  80% kan worden opgeladen.
        Ook zou het bij deze auto mogelijk zijn, om een lege batterij binnen 5 minuten te vervangen door
        een vol exemplaar.   (maar daar komt natuurlijk helemaal niks van terecht)
  • De bovenvermelde gegevens zijn zeer voorlopig, want er rijdt nog geen enkele elektrische auto in
        Nederland rond. Het zal nog wel een paar jaar duren, voordat er betrouwbare gegevens bekend zijn.
  • De Loremo en de Think City zijn inmiddels van de markt verdwenen.
  • De zuinigste auto is de Prius, een luxe 5-persoons auto met een actieradius van  1000 kilometer.
        Er rijden inmiddels (2010) al meer dan 2 miljoen stuks rond
  • Het benzineverbruik van de Prius is  3,9 liter per 100 kilometer, dat is 355 wattuur per kilometer
        Het rendement van de Atkinson benzinemotor is  34%.  Het netto energieverbruik van deze motor
        is dus  120 wattuur per kilometer


    De "plug-in" hybride auto
    Toyota brengt in 2012 de  "plug-in"  hybride Prius op de markt.
    Deze "plug-in" hybride auto heeft een relatief grote batterij, die vanuit het lichtnet kan worden
    opgeladen. De batterij heeft voldoende energie-inhoud, om daarmee 20 kilometer elektrisch
    te rijden. Voldoende voor (een enkele reis) woon-werk verkeer of om boodschappen te doen
    Enkele gegevens:   (ontleend aan het blad  "My Toyota",  voorjaar 2011)
  • de actieradius bij volledig elektrisch rijden is 20 kilometer
  • de energie-inhoud van de batterij is 5,2 kilowattuur
  • de laadtijd vanuit een gewoon stopcontact is 90 minuten
  • het benzineverbruik is gemiddeld 2,6 liter per 100 kilometer   (dat is 38 kilometer per liter)
  • de CO2-uitstoot is 59 gram per kilometer
    Bij elektrisch rijden zou het verbruik dus zijn:  5200 / 20 =  260 wattuur per kilometer
    Deze gegevens roepen wel een aantal vragen op. Er is geen enkele reden om aan te nemen,
    dat de "plug-in" hybride Prius meer energie per kilometer verbruikt dan de gewone Prius.
    (120 wattuur per kilometer)  Bij elektrisch rijden wordt kennelijk niet de volledige energie-
    inhoud van de batterij benut. Om de  levensduur  van de batterij te verlengen, wordt deze
    steeds maar tot de helft ontladen. De effectieve energie-inhoud is slechts 2,4 kilowattuur.
    (20 kilometer × 120 wattuur per kilometer)  De auto zou een benzineverbruik hebben
    van 2,6 liter per 100 kilometer. Men beschouwt elektrisch rijden blijkbaar als emissievrij,
    maar dat is het natuurlijk niet. Als men ervan uitgaat, dat steeds 20 kilometer elektrisch
    wordt gereden en 40 kilometer op benzine, dan komt men op een gemiddeld verbruik van
    2,6 liter benzine per 100 kilometer. Het lijkt dan net, of deze auto een zeer lage CO2-uitstoot
    heeft. Als de CO2-uitstoot bij de opwekking van elektriciteit ook in rekening wordt gebracht,
    blijkt de "plug-in" hybride (indirect) evenveel CO2-uitstoot te produceren als een gewone
    hybride auto. Dit alles neemt niet weg, dat het best wel leuk is, om thuis een deel van de
    benodigde energie vanuit het stopcontact in de auto te stoppen. Afhankelijk van het gebruik
    hoeft men dan minder vaak, of misschien helemaal niet meer, naar de benzinepomp.

    Voor de  Opel Ampera  geldt een soortgelijk verhaal.

  • de actieradius bij volledig elektrisch rijden is 60 kilometer
  • de energie-inhoud van de batterij is 16 kilowattuur
    Bij elektrisch rijden zou het verbruik dus zijn:  16000 / 60 =  267 wattuur per kilometer.
    Ook bij deze auto wordt kennelijk maar een deel van de volledige accu-capaciteit benut.
    Tijdens het rijden met de "oplaadmotor" is het verbruik 6 liter benzine per 100 kilometer.
    Bij een rendement van 25% van de "oplaadmotor" komt men voor de elektromotor op
    ongeveer:  (0,25 × 6 × 9100) / 100 =  136 wattuur per kilometer. Als men steeds eerst
    60 kilometer elektrisch rijdt en daarna 40 kilometer op benzine, dan is het verbruik
    (schijnbaar) 2,4 liter per 100 kilometer. Met dit soort berekeningen kan men alle kanten
    op. Maar het feit blijft, dat een "plug-in" hybride auto niet zuiniger is dan een gewone
    hybride auto en (indirect) een vergelijkbare CO2-uitstoot veroorzaakt.


    Vergelijking van een elektrische auto, een hybride auto en een benzine-auto,
    op basis van het energieverbruik, de CO2 uitstoot en de kilometerprijs

    De gegevens gelden voor een constante snelheid van 100 kilometer per uur.

    elektrische auto, de  Tesla Roadster

  • de elektromotor hoeft nooit op te warmen
  • er is geen versnellingsbak en er zijn dus geen transmissieverliezen
  • tijdens remmen en snelheidsvermindering wordt energie teruggeleverd aan de accu
  • het rendement van de elektromotor is  92%
  • het energieverbruik van de elektromotor is  150 wattuur  per kilometer.
  • het totaalrendement van de auto  "plug-to-wheel"  is  88%
  • het elektriciteitsverbruik uit het stopcontact is  150 / 0,88 =  170 wattuur per kilometer
  • het rendement van de opwekking van elektriciteit  "well-to-plug"  is  33%
  • het energieverbruik  "well-to-wheel"  is dus  170 / 0,33 =  516 wattuur per kilometer
  • 1 kilowattuur uit het stopcontact veroorzaakt  760 gram CO2  bij een gasgestookte centrale
  • de CO2-uitstoot voor 170 wattuur uit het stopcontact is  0,17 × 760 =  130 gram  per kilometer
  • 1 kilowattuur uit het stopcontact kost 20 eurocent
  • de kilometerprijs is dus  3,40 eurocent

    hybride auto, de  Toyota Prius
  • de koude benzinemotor moet eerst op temperatuur worden gebracht, dat kost veel energie
  • de continu variabele versnelling werkt met een zeer hoog rendement
  • tijdens remmen en snelheidsvermindering wordt energie teruggeleverd aan de accu
  • de Atkinson benzinemotor draait zo veel mogelijk onder omstandigheden waarbij het
        rendement maximaal is, dus met een constant toerental bij het maximale koppel
  • het rendement van deze benzinemotor is dan  34%
  • de benzinemotor draait nooit stationair
  • de energie-inhoud van 1 liter benzine is  9100 wattuur
  • het benzineverbruik is  3,9 liter per 100 kilometer,  dat is  355 wattuur per kilometer
  • het totaalrendement van de produktie van benzine  "well-to-pump"  is  80%
  • het energieverbruik  "well-to-wheel"  is dus  355 / 0,80 =  444 wattuur per kilometer
  • 1 liter benzine veroorzaakt  3,1 kilogram CO2  "well-to-wheel"
  • de CO2-uitstoot  "well-to-wheel"  is  (3,9 × 3,1) / 100 =  121 gram per kilometer
  • 1 liter benzine kost 150 eurocent
  • de kilometerprijs is dus  5,85 eurocent

    benzine-auto, de  Opel Astra

  • de koude benzinemotor moet eerst op temperatuur worden gebracht, dat kost veel energie
  • er zijn relatief grote energieverliezen in de versnellingsbak
  • er is geen teruglevering van energie mogelijk
  • het rendement van de benzinemotor is sterk afhankelijk van het toerental en het geleverde koppel
  • de benzinemotor draait vaak met een slecht rendement, maximaal 25%  maar soms ook 0%
        bij stationair draaien
  • de energie-inhoud van 1 liter benzine is  9100 wattuur
  • het benzineverbruik is  5,5 liter per 100 kilometer,  dat is  500 wattuur per kilometer
  • het totaalrendement van de produktie van benzine  "well-to-pump"  is  80%
  • het energieverbruik  "well-to-wheel"  is dus  500 / 0,80 =  625 wattuur per kilometer
  • 1 liter benzine veroorzaakt  3,1 kilogram CO2  "well-to-wheel"
  • de CO2-uitstoot  "well-to-wheel"  is  (5,5 × 3,1) / 100 =  171 gram per kilometer
  • 1 liter benzine kost 150 eurocent
  • de kilometerprijs is dus  8,25 eurocent

    Samenvatting   (alles per kilometer)

      energieverbruik  
    "well-to-wheel"
     

    CO2-uitstoot
      "well-to-wheel"  

       kilometerprijs    

     Tesla Roadster    

    516 wattuur

    130 gram

    3,40 eurocent

     Toyota Prius

    444 wattuur

    121 gram

    5,85 eurocent

     Opel Astra

    625 wattuur

    171 gram

    8,25 eurocent

    Er is geen fundamenteel verschil in de CO2-uitstoot bij een zuinige benzine-auto (de Prius)
    of bij een elektrische auto. Bij een benzine-auto vindt de omzetting van primaire energie naar
    mechanische energie in de auto plaats. Bij een elektrische auto gebeurt dit in de elektrische
    centrale. In beide gevallen ontstaat een vergelijkbare hoeveelheid CO2.
    Grootschalige opwekking van duurzame energie, waarbij geen CO2-uitstoot optreedt,
    zal nog zeer lang op zich laten wachten, of komt misschien wel nooit.


    Kan een elektrische auto uitsluitend op "groene" energie rijden?
    Vaak wordt beweerd, dat elektrische auto's op termijn, op "groene" energie zullen gaan rijden
    en daarbij dan geen CO2-uitstoot meer zullen veroorzaken. De accu van een elektrische auto
    wordt vrijwel altijd opgeladen door elektriciteit, afkomstig uit het lichtnet. Als bij de opwekking
    van elektriciteit het aandeel van "groene" energie toeneemt, dan wordt dat aandeel natuurlijk niet
    selectief door elektrische auto's verbruikt. Voorstanders van elektrische auto's willen ons dat
    wel graag doen geloven. Alleen de opwekking van elektriciteit wordt iets "groener". Hooguit 15%
    van de elektriciteit zal in 2020 in Nederland zonder uitstoot van CO2 kunnen worden opgewekt.
    De CO2-uitstoot, die een elektrische auto indirect veroorzaakt, zou dan kunnen afnemen van
    bijvoorbeeld 130 naar 110 gram per kilometer. Men moet overigens wel bedenken, dat het
    elektriciteitsverbruik drastisch zal toenemen, als iedereen elektrisch gaat rijden. Het relatieve
    aandeel van de "groene" energie, neemt dan af.


    Kan een elektrische auto rijden op de energie die door (een paar) zonnepanelen
    wordt opgewekt?

    Sommige mensen fantaseren er wel eens over, om in de toekomst hun elektrische auto
    te laten rijden op de energie die afkomstig is van hun eigen zonnepanelen.

  • een elektrische auto verbruikt zo'n 150 wattuur per kilometer
  • voor een gemiddeld gebruik van 50 kilometer per dag   (= 18.000 kilometer per jaar)
        heeft men dus per dag 7,5 kilowattuur nodig.
  • een zonnepaneel van 1 vierkante meter levert in Nederland 250 wattuur per dag.
  • er zouden dus 30 vierkante meters aan zonnepanelen nodig zijn.
  • op een zonnepaneel van 1 vierkante meter, kan een elektrische auto gemiddeld
        1,5 kilometer per dag rijden.


    De elektrische  race-auto
    Toyota experimenteert momenteel (2011) met een elektrische race-auto.

  • het totale vermogen van de 2 elektromotoren is 280 kilowatt
  • de auto accelereert in 3,9 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de topsnelheid is 260 kilometer per uur
  • de lithium-keramiek accu heeft een energie-inhoud van 41,5 kilowattuur
  • het gewicht van de accu is 350 kilogram
  • het gewicht van de auto is 970 kilogram
  • de actieradius tijdens het racen is 42 kilometer   (2 rondjes op de Nürburgring)
    In 2013 zullen er "Formule E races" worden georganiseerd voor elektrische auto's


    De Opel Astra (of vergelijkbare auto)
    Het vermogen van de motor is 74 kilowatt. Bij dit vermogen en een rendement van 25% is de
    hoeveelheid verbruikte energie 296 kilowattuur per uur. De tankinhoud is 45 liter benzine, dat
    is 410 kilowattuur. Bij vol vermogen rijdt de auto daar 1,4 uur op.  Bij de topsnelheid
    van 165 km/uur is de actieradius 231 kilometer en het verbruik 1 liter per 5,1 kilometer.
    Bij 100 km/uur is de actieradius ongeveer 820 kilometer, dus 820 / 231 = 3,6 keer zo groot.
    De auto rijdt dan 8,2 uur op een volle tank. Verbruik bij deze snelheid is 1 liter per 18,2 kilometer.


    Vergelijking van de actieradius van een auto met een dieselmotor en een auto met een
    benzinemotor

  • De energie-inhoud van dieselolie is 10 kilowattuur per liter
  • De energie-inhoud van benzine is 9,1 kilowattuur per liter
  • Het rendement van een dieselmotor is 35%
  • Het rendement van een benzinemotor is 25%
    De actieradius van een auto met een dieselmotor is daarom, per liter brandstof, ongeveer 1,5 keer
    zo groot als van een auto met een benzinemotor. Als men het over de actieradius van een auto heeft,
    moet er dus wel altijd bij vermeld worden om welk soort motor (en om welke brandstof) het gaat.


    Vergelijking verschillende vervoermiddelen in volgorde van efficiency
    A = aantal kilometers per liter benzine-equivalent per vervoerde persoon

    vervoermiddel

       A

     brandstofcel auto                                   (1 inzittende)    

        6

     benzine auto                                          (1 inzittende)

      15

     elektrische auto                                     (1 inzittende)

      18

     hybride auto,   Prius                              (1 inzittende)

      25

     vliegtuig,   Jumbo                            (450 passagiers)

      30

     elektrische trein,   Thalys                 (377 passagiers)

      50

     lopen   (theoretisch)

    108

     elektrische trein,   Dubbeldekker     (372 passagiers)

    158

     elektrische fiets,   meetrappend

    455

     fietsen   (theoretisch)

          540      

     Shell  eco-marathon   "urban-concept"  klasse

          804      



    Energieverbruik van de huishoudens in Nederland in het jaar 2008
    A = netto energieverbruik per huishouden
    B = primair energieverbruik per huishouden in kilowatturen
    C = primair energieverbruik van alle huishoudens in Nederland in miljard kilowatturen

    A

    B

    C

     voor verlichting  etc.        3560 kilowattuur

      8900

      62

     voor verwarming    1625 kubieke meter aardgas    

        14300    

          100      

     voor de auto    1444 liters benzine

    13140

      92

     totaal

    36340

    254

    In het jaar 2008 waren er in Nederland 7 miljoen huishoudens.


    Vergelijking van verschillende soorten energiecentrales
    A = vermogen per centrale (megawatt)
    B = opgewekte energie per centrale in 1 jaar (megawattuur)
    C = benodigd aantal centrales in Nederland
    D = produktiefactor  (werkelijke jaaropbrengst / theoretische jaaropbrengst)

    energiecentrale

    A

    B

      C

    D

     conventionele kolen- of gascentrale

        1200    

        8.410.000    

        12

        80,0%    

     kerncentrale  Borssele

      449

    3.699.000

        27

    94,0%

     getijdencentrale  La Rance in Frankrijk      

      320

       540.000

      186

    19,3%

     windmolenpark  in zee bij IJmuiden

      120

       435.000

      230

    41,4%

     zonnetrogcentrale  Andasol in Spanje

        50

       170.000

      588

    38,8%

     zon-voltaïsche centrale  Waldpolenz

        40

         40.000

        2500    

    11,4%

    De opgewekte energie =  vermogen × 8760 uur × produktiefactor     (een jaar heeft 8760 uren)
    Het elektriciteitsverbruik in Nederland is ruim 100 miljard kilowattuur per jaar

    Het Waldpolenz Solar Park is de grootste zon-voltaïsche centrale in Duitsland. Deze centrale
    omvat 550.000 panelen op een oppervlakte van 1 vierkante kilometer. Voor de volledige
    elektriciteitsvoorziening van Nederland zouden er dus  2500  van deze centrales nodig zijn.
    Dat zijn 2500 × 550.000 = 1,375 miljard panelen bij een oppervlakte van 2500 vierkante
    kilometer. Een veld van 50 bij 50 kilometer.   Zonne-energie, een realistisch perspectief ??

    Let wel, het gaat hier alleen over de opwekking van  elektrische energie.
    Het totale primaire energieverbruik van Nederland is ruim  900  miljard kilowattuur per
    jaar. Voor de opwekking van 100 miljard kilowattuur aan elektriciteit is bij een rendement
    van 40 % een hoeveelheid primaire energie nodig van 250 miljard kilowattuur.
    De rest,  650 miljard kilowattuur,  moet dus ooit ook "groen" worden opgewekt.

    Het probleem, dat zon-voltaïsche centrales bij een bewolkte hemel weinig, en gedurende de
    nacht geen energie leveren, laten we hierbij "gemakshalve" maar even buiten beschouwing.
    Bovendien is de energie-opbrengst in de wintermaanden veel minder dan in de zomer.

    De produktiefactor bij bovenvermelde energiecentrales

  • Een conventionele elektriciteitscentrale heeft een vermogen van 1200 megawatt. De theoretische
        jaaropbrengst is dan 1200 × 8760 = 10.512.000 megawattuur. (een jaar heeft 8760 uren).
        Tengevolge van onderhoud, storingen en wisselende belasting is de produktiefactor 80%.
        De werkelijke jaaropbrengst is dus 8.410.000 megawattuur.
  • De kerncentrale heeft een produktiefactor van 94% omdat deze meestal continu in vollast draait.
        Het niet produktieve deel van 6% is nodig voor onderhoud en uitwisselen van de brandstofstaven.
  • Bij een windmolen wordt de produktiefactor bepaald door de plaats waar de molen staat
        (op land of op zee), de windkracht en het aantal uren dat het in een jaar (hard) waait.
  • Zonnetrogcentrales staan uitsluitend op plaatsen waar de zon de hele dag schijnt. Dat is het geval
        in zuid Europa en noord Afrika. De energie-instraling is daar een factor 2 tot 3 hoger dan in
        Nederland. Bovendien wordt vaak gebruik gemaakt van energie-opslag. Overdag wordt een deel
        van de ingestraalde energie opgeslagen in de vorm van warmte. Als de zon niet schijnt, kan de
        energielevering aan het net doorgaan omdat de opgeslagen warmte dan wordt gebruikt voor de
        produktie van elektriciteit. De produktiefactor wordt hierdoor aanzienlijk verhoogd.
  • Bij een zon-voltaïsche centrale wordt de produktiefactor bepaald door het aantal uren zonneschijn
        in een jaar. Dus door het weer, de breedtegraad en de seizoenen. Er is geen energie-opslag mogelijk.
        Grootschalige toepassing van zonne-energie, opgewekt door elektrische zonnepanelen is nauwelijks
        denkbaar, omdat de zon 's nachts niet schijnt, terwijl er dan juist veel energie nodig is.


    De duurzame zeilboot van Wubbo Ockels
    Dit is een groot zeewaardig zeiljacht (25 meter lang), dat in zijn eigen elektrische energiebehoefte
    voorziet. Bij de maximum snelheid van 18 kilometer per uur, is het voortstuwingsvermogen van de
    wind 125 kilowatt. Een deel hiervan, ongeveer 10 kilowatt wordt "afgetapt" voor de opwekking van
    elektriciteit. Dit gebeurt door middel van 2 schroeven die zich aan de onderzijde van het schip
    bevinden. De energie wordt opgeslagen in een loodaccu met een capaciteit van 350 kilowattuur en
    een gewicht van 12 ton. Per etmaal kan aldus 240 kilowattuur worden geladen, wat voldoende is
    voor 10 etmalen energieverbruik. De energiebehoefte van het schip is gemiddeld 24 kilowattuur per
    etmaal. De bediening van de zeilen gebeurt elektrisch en er is veel elektronica aan boord. Bovendien
    is er veel energie nodig voor warm water, koken  etc.
    www.liwwadders.nl/data/nieuws/items/EEFFkZZAukDaXkKuaR.php

    Teletekst 2 december 2010
    Het duurzame zeilschip van voormalig astronaut Wubbo Ockels is door vandalen ernstig beschadigd.
    De Ecolution heeft vele miljoenen gekost en is uitgerust met de nieuwste technieken op duurzaamheids-
    gebied. Of de Ecolution nog gerepareerd kan worden is niet bekend


    De superbus van Wubbo Ockels
    Enkele gegevens:

  • de superbus is  15 meter lang  2,6 meter breed en  1,6 meter hoog
  • de bus rijdt elektrisch en krijgt de energie uit oplaadbare lithium polymeer batterijen
  • het vermogen van de elektromotor is 300 kilowatt
  • de actieradius is 210 kilometer
  • de bus biedt plaats aan 23 passagiers
  • de maximum snelheid is 250 kilometer per uur en het energieverbruik is dan net zoveel als
        van een gewone bus die 100 kilometer per uur rijdt.

    Het idee is, dat de superbus op lange trajecten, op een speciaal daarvoor aangelegde baan,
    met een snelheid van zo'n 200 kilometer per uur rijdt. De bus kan ook op een gewone weg
    rijden en de passagiers voor de deur afzetten. De aanleg van de speciale baan is veel goedkoper
    dan de aanleg van een spoorlijn. Er hoeven geen extra kunstwerken te worden gebouwd, want
    de bus kan gebruik maken van bestaande tunnels en bruggen. Als toepassing wordt gedacht aan
    trajecten, waarvoor ooit een spoorwegverbinding was gepland, zoals de Zuiderzeelijn van
    Amsterdam naar Groningen via Lelystad.


    De "World Solar Challenge"
    Ook in 2005 heeft het Nuon Solar Team (voor de 3e keer) de World Solar Challenge gewonnen.
    Dit is een wedstrijd (over ruim 3000 kilometer) voor voertuigen die uitsluitend door zonne-energie
    worden aangedreven. Het Nuon Solar Team wordt gevormd door een aantal studenten van de
    Technische Universiteit Delft, die onder begeleiding van ex-astronaut Wubbo Ockels, de
     "zonnewagen"  hebben ontworpen, resp. verbeterd. De studierichtingen van deze studenten zijn:
    Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, Werktuigbouwkunde, Industrieel Ontwerpen en Informatica.
    Het project wordt gesponsord door Nuon en de Technische Universiteit Delft.
    De afgelegde afstand was 3021 kilometer, dwars door Australië van noord naar zuid, bij een
    gemiddelde snelheid van 102,75 kilometer per uur. Enkele technische gegevens van het voertuig:

  • lengte 5 meter, breedte 1,8 meter en hoogte 80 centimeter
  • totale oppervlakte van de zonnepanelen 8,4 vierkante meter
  • frontaal oppervlak 0,79 vierkante meter
  • luchtweerstand 0,07
  • gewicht 189 kilogram (exclusief coureur)
  • gallium arsenide triple junction zonnecellen, met een rendement van 26%
  • rendement van de (in-wheel) motor  97%
  • capaciteit van de lithium-ion polymeer accu 5 kilowattuur, bij een gewicht van 30 kilogram
    http://nl.wikipedia.org/wiki/World_Solar_Challenge
    luna6 World Solar Challenge 2011

    De World Solar Challenge van 2009 werd gewonnen door Japan. De doorslag werd gegeven
    door de indium-gallium-arsenide zonnecellen, ontwikkeld door Sharp. Deze zonnecellen hadden
    een rendement van 30%.


    De Technische Universiteit Delft wint de eerste  waterstof race  ter wereld
    De race met "waterstof-karts" vond op 23 augustus 2008 in Rotterdam plaats.
    Enkele gegevens van het winnende voertuig:

  • de tank van het voertuig bevat 5 liter waterstof, bij een druk van 200 bar
  • de topsnelheid is 100 kilometer per uur
  • het voertuig accelereert in 5 seconden vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur
  • het continu vermogen van de brandstofcel is 8 kilowatt
  • de aandrijving vindt plaats door 2 elektromotoren
  • elk achterwiel heeft zijn eigen motor, waardoor snel bochtenwerk mogelijk is
  • de rem-energie wordt opgeslagen in "boostcaps"   (supercaps)
  • tijdens accelereren wordt extra energie gehaald uit de boostcaps
  • de energie-inhoud van de boostcaps is 56 wattuur   (20 kilowatt gedurende 10 seconden)
    www.amt.nl/Nieuws/TU-Delft-klaar-voor-waterstofrace.htm
    www.formulazero.tudelft.nl


    De Shell eco-marathon
    De  Shell eco-marathon  is een jaarlijkse zuinigheidswedstrijd, die gesponsord wordt door Shell.
    Het doel is, om met een voertuig zo veel mogelijk kilometers af te leggen op 1 liter normale
    benzine (Euro 95).   Dus op  9100 wattuur   Er zijn 2 klassen:  "prototype" en  "urban-concept"
    Bij de "prototype" klasse is elke vorm van het voertuig toegestaan. Meestal lijkt het dan op een
    gemotoriseerde ligfiets. Bij de "urban-concept" klasse moet het voertuig enigszins lijken op een
    auto. De bestuurder moet rechtop zitten en het voertuig moet vier wielen hebben.
    Behalve benzine, mogen er ook andere energiebronnen worden gebruikt, zoals:

  • waterstof via een brandstofcel
  • zonne-energie via zonnecellen
  • dieselolie
  • LPG   (liquefied petroleum gas)
    Het resultaat wordt dan omgerekend naar het benzine-equivalent.
    Waterstof levert in potentie een hogere actieradius op dan benzine. Tenminste als men de
    energie die nodig is voor de produktie van waterstof buiten beschouwing laat. Het rendement
    van een brandstofcel + elektromotor is hoger dan van een benzinemotor. Belangrijke factoren
    bij de recordpogingen zijn:
  • een lage luchtweerstand, dus een klein frontaal oppervlak en een goede stroomlijn
  • een laag gewicht
  • een lage snelheid   (de luchtweerstand is evenredig met de 2e macht van de snelheid)
  • volgens het reglement mag de gemiddelde snelheid niet lager zijn dan 30 kilometer per uur
  • een zuinige rijstijl
  • de transmissieverliezen en de rolweerstand moeten zo laag mogelijk zijn
  • het rendement van de (kleine) motor moet zo hoog mogelijk zijn
        (er wordt wel eens een Honda 4-takt bromfietsmotor gebruikt)
    De volgende records werden tot nu toe behaald:
  • in de klasse "prototype"          3836 kilometer   (=   2,4 wattuur per kilometer)
  • in de klasse "urban-concept"     804 kilometer   (= 11,3 wattuur per kilometer)
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Eco-marathon
    www.shell.nl/home/content/nld/environment_society/shell_in_the_society/technology/ecomarathon/race/


    Biobrandstof

  • het  rendement  van de omzetting van zonne-energie naar chemische energie
        via  fotosynthese  is veel minder dan  1%
  • de instraling van zonne-energie in Nederland, is  1000 kilowattuur  per jaar,
        gemeten op een horizontaal vlak van 1 vierkante meter
  • de jaaropbrengst van koolzaadolie is ongeveer 1700 liter per hectare.
  • 1 hectare = 10.000 vierkante meter
  • de jaaropbrengst is dus 0,17 liter per vierkante meter
  • de primaire energie-inhoud hiervan is 1,7 kilowattuur.
  • als men de bijprodukten in rekening brengt (perskoek en stro) komt men op ruim 3 kilowattuur,
        dat is dus slechts  0,3%  van de ingestraalde hoeveelheid zonne-energie
  • na omzetting in elektrische energie, bij een rendement van 40%, resteert 1,2 kilowattuur
  • de jaaropbrengst van een elektrisch zonnepaneel van 1 vierkante meter is 120 kilowattuur
  • een elektrisch zonnepaneel produceert, bij dezelfde oppervlakte en gedurende dezelfde tijd,
        dus  100 keer  meer elektrische energie dan koolzaadolie.
    Een wat betere oplossing lijkt het produceren van bio-ethanol. Dat wordt (na vergisting) verkregen
    uit suikerbieten, suikerriet of maïs. De opbrengst is 0,57 liter per vierkante meter, met een primaire
    energie-inhoud van 3,5 kilowattuur. Dat is 2 keer zoveel als wat koolzaadolie oplevert.
    http://plantaardigheden.nl/aardig/aardigheden/biobrandstoffen.htm
    www.solaroilsystems.nl

    Sinds september 2005 worden de oliemaatschappijen in Nederland verplicht, om benzine en diesel
    te mengen met 2% biobrandstof. Men streeft naar 10% in 2020.

    Persbericht op 9 oktober 2008:
    "Het kabinet beperkt het gebruik van biobrandstoffen in benzine en diesel. Het was de bedoeling dat
    volgend jaar 4,5% uit koolzaad en palmen zou bestaan. Dat wordt naar 3,75% bijgesteld. Ook voor
    2010 wordt het streefcijfer verlaagd, want het lijkt het erop dat het stimuleren van biobrandstoffen
    nadelig is voor de voedselproduktie in arme landen".

    Het is immoreel en misdadig om kostbare landbouwgrond te gebruiken voor (grootschalige)
    produktie van biobrandstof om hier onze auto's op te laten rijden, terwijl er in grote delen van de
    wereld in toenemende mate hongersnood heerst. Bovendien wordt de effectieve uitstoot van CO2
    door het gebruik van biobrandstoffen niet of nauwelijks verminderd.


    De energie-opbrengst van houtteelt
    Een site, waar men kan beleggen in hout, vermeldt:

  • in 21 jaar is de produktie 400 kubieke meter teakhout per hectare (ergens in de tropen)
  • in 1 jaar is dat 19 kubieke meter teakhout per hectare
  • 1 hectare = 10.000 vierkante meter
  • 1 kubieke meter teakhout =  800 kilogram
  • de energie-inhoud van 1 kilogram hout =  5,3 kilowattuur
  • bij verbranding van 19 kubieke meter hout komt vrij: 19 × 800 × 5,3 =  80.000 kilowattuur
  • dat is 8 kilowattuur per vierkante meter per jaar
  • dat is  0,8 procent  van de energie-instraling van zonlicht
    www.goedinvesteren.nl/teak.html


    Heteluchtmotor   (Stirling motor)
    Een heteluchtmotor wordt van buitenaf verwarmd en bevat geen kleppen. De betrouwbaarheid
    is daardoor zeer groot, terwijl de motor ook erg geruisloos is. Vrijwel alle energiebronnen zijn
    geschikt om de motor te verwarmen, dus ook zonne-energie of aardgas.
    http://techni.tachemie.uni-leipzig.de/stirling/
    http://travel.howstuffworks.com/stirling-engine.htm


    Energieverlies in de voedselkringloop
    Als een mens graan eet, wordt 10% van het graan gebruikt voor de groei van zijn lichaam.
    Met 1 kilo graan kunnen 100 gram menselijke spier-eiwitten worden gemaakt. Als dat graan aan
    een varken wordt gevoerd, maakt dat dier uit 1 kilo graan 100 gram varkensvlees. Een menselijke
    vleeseter kan uit die 100 gram varkensvlees nu nog maar 10 gram menselijke spier-eiwitten maken.
    Dus, als 1 kilo graan direct door een mens wordt gegeten, kan hij daar 100 gram van groeien.
    Als diezelfde kilo graan eerst naar een varken gaat en dan als vlees gegeten wordt, kan hij maar
    10 gram groeien. Uit het oogpunt van energie, is het eten van vlees dus zeer inefficiënt.
    www.animalfreedom.org/paginas/informatie/energiekringloop.html


    Elektrisch scheren in vergelijking met gewoon scheren

  • elektrisch scheren:  2,8 wattuur voor 7 keer scheren, inclusief laadcyclus van de batterij.
        per keer dus  0,4 wattuur
  • gewoon scheren:  200 cc water 50 graden verwarmen =  10 kilocalorie =  11,6 wattuur
        dat is 11,6 / 0,4 =  29 keer zoveel energie als bij elektrisch scheren.


    Vergelijking van een warmwaterkruik met een elektrisch deken

  • warmwaterkruik:  inhoud 1,6 liter
        water verwarmen van 10 naar 80 graden =  1,6 × 70 =  112 kilocalorie =  130 wattuur
  • elektrisch deken (1-persoons) =  25 watt     (keuze uit de stand  16, 25 of  50 watt)
        de hele nacht aan =  8 uur =  8 × 25 =  200 wattuur


    Vergelijking van koken op gas met elektrisch koken
    Op het eerste gezicht lijkt koken op gas veel efficiënter dan koken op elektriciteit,
    maar bij nadere beschouwing moet men dit toch enigszins nuanceren
    koken op gas:

  • veel warmteverlies, omdat veel warmte (de helft ?) om de pan heen stroomt
  • verbrandingsprodukten (koolmonoxide en kooldioxide) ontstaan in de keuken
  • daarom is meestal (energieverbruikende) ventilatie nodig   (wasemkap)
  • gevaar voor gaslekkages, waardoor levensgevaarlijke explosies kunnen optreden
  • er zijn daarom veel gebouwen (torenflats) waar koken op gas verboden is
  • energietoevoer (zeer) slecht regelbaar
    elektrisch koken:
  • geen verbrandingsprodukten in de keuken.
  • het rendement van de warmte-overdracht tussen kookplaat en pan, benadert de 100%
  • de energietoevoer is uitstekend regelbaar
  • de energietoevoer kan worden geautomatiseerd, zoals bijvoorbeeld het instellen op
        een bepaalde temperatuur en stoppen met verwarmen als het water kookt
  • ook kan een tijdschakelaar worden toegepast   (handig in bejaardenhuizen)


    Spaarlampen
    Het gebruik van spaarlampen levert nauwelijks energiebesparing op.
    Omdat deze lampen "toch vrijwel geen energie verbruiken", laat men ze de hele dag maar
    branden en worden ze overal opgehangen.   ("rebound-effect")


    Betrouwbaarheid van de levering van elektriciteit
    Iedereen verwacht, dat de levering van elektriciteit voor minstens 99,99% van de tijd
    is gegarandeerd. Gelukkig is dit in de praktijk aanzienlijk beter. Bij een betrouwbaarheid
    van slechts 99,99% zou men gemiddeld 53 minuten per jaar in het donker zitten.


    Het energieverbruik van de verlichting
    Het energieverbruik van de verlichting is ongeveer  15% van het totale elektriciteitsverbruik van een
    huishouden. Als men ook de verwarming van de woning en het gebruik van de auto in rekening
    brengt, is het aandeel van de verlichting slechts  4%.  Als men ernst wil maken met energiebesparing,
    is het beter om de verwarming wat lager te draaien en de auto af te schaffen, in plaats van zo nu en
    dan het licht in de keuken uit te doen.  Kleine beetjes  helpen namelijk maar een (heel klein) beetje.!!
    Ook het idee om de verlichting van autowegen te verminderen (om energie te sparen) terwijl men
    daarbij het autoverkeer ongemoeid laat, zet weinig zoden aan de dijk.


    De huishoudens in Nederland verbruiken  27% van de totale hoeveelheid primaire energie

  • in 2008 was het primaire energieverbruik van alle huishoudens  254 miljard kilowattuur,
        dat is inclusief de verwarming van de woning en het gebruik van de auto.
  • het totale primaire energieverbruik, met inbegrip van industrie, transport en openbaar vervoer,
        was toen  927 miljard kilowattuur.
    De huishoudens verbruikten dus  27% van de totale hoeveelheid primaire energie.


    Nederland verbruikt  0,65% van de wereldenergie

  • in 2008 was het verbruik van primaire energie in Nederland  927 miljard kilowattuur.
  • het wereldverbruik van primaire energie was toen  142.670 miljard kilowattuur.
    Nederland verbruikte dus  0,65% van de wereldenergie


    Een Nederlander verbruikt  53 keer zoveel energie als nodig is om in leven te blijven

  • een mens verbruikt aan voedsel gemiddeld 2500 kilocalorie per dag. Dat is 3 kilowattuur.
  • in 2008 was het verbruik van primaire energie in Nederland  927 miljard kilowattuur.
    Omgerekend naar het verbruik per inwoner per dag komt men op ongeveer 160 kilowattuur.
    Dat is 53 keer zoveel energie als nodig is om in leven te blijven en equivalent aan de energie-
    inhoud van 18 liter benzine. Inwoners van Afrika moeten het met  13 kilowattuur  per dag doen.


    1 Nederlander verbruikt in zijn leven bijna net zoveel energie als een Jumbo, die
    1 keer om de aarde vliegt

  • het energieverbruik van een Nederlander is 18 liter benzine-equivalent per dag
  • in 80 jaar is dat:  18 × 365 × 80 =  525.600 liter benzine-equivalent
  • een  Jumbo verbruikt 200.000 liter kerosine voor een vlucht van 13.500 kilometer,
        dat is 600.000 liter voor 40.000 kilometer (de aardomtrek)
  • de hoeveelheid CO2 die daarbij wordt geproduceerd is ongeveer 1500 ton,
        zowel door een Nederlander als door een Jumbo
    www.6minutes.be/NL/Artikel.aspx?ArtikelID=7014&RubriekID=18


    In 2011 werd de  7-miljardste aardbewoner  geboren
    Stel, dat we het aantal mensen op aarde zouden tellen met een snelheid van 50 per seconde
    (dat is de frequentie van het lichtnet)
    Dan heeft men daar  4,5 jaar  voor nodig:  (50 × 3600 × 8760 × 4,5 =  7 miljard)
    (1 uur =  3600 seconden,   1 jaar =  8760 uren)


    Persbericht op 14 januari 2008:
    "In 2010 zullen er 1 miljard auto's en vrachtwagens op de aarde rondrijden. Momenteel zijn er
    wereldwijd 942 miljoen voertuigen. Het bereiken van 1 miljard wagens tegen 2010 is slechts een
    tussenfase. Ondanks de milieuproblemen groeit het wagenpark in 2015 tot 1,124 miljard stuks".


    Energieën op wereldschaal, per jaar en omgerekend in kilogrammassa-equivalent
    (1 kilogrammassa is equivalent aan   25 miljard kilowattuur)
    netto elektriciteitsverbruik       =     20 × 1012 kilowattuur  =             800 kilogrammassa
    totaal primair energieverbruik  =   140 × 1012 kilowattuur  =           5600 kilogrammassa
    ingestraalde zonne-energie      =              1018 kilowattuur  =   40 miljoen kilogrammassa


    Wattpiek
    Wattpiek is het elektrisch vermogen van een zonnepaneel, bij een instraling van
    1000 watt per vierkante meter en een (paneel)temperatuur van 25 graden celsius.
    Bij een rendement van 12% (huidige stand van de techniek) is het elektrisch vermogen
    van zo'n paneel dus 120 wattpiek.
    De jaaropbrengst van 1 wattpiek is in Nederland ongeveer 850 wattuur. Een zonnepaneel
    van 1 vierkante meter levert dus 120 × 850 =  102.000 wattuur =  102 kilowattuur per jaar.
    Het rendement van een zonnepaneel is afhankelijk van het ingestraalde vermogen en van de
    (paneel)temperatuur. (hoe warmer hoe slechter). Ook is een zonnepaneel onderhevig aan
    veroudering en vervuiling. Bovendien treden er verliezen op in de "inverter". De inverter is
    een schakeling die de lage gelijkspanning van het zonnepaneel omzet in een wisselspanning
    van 230 volt. Hierdoor is het mogelijk om de zonne-energie terug te leveren aan het lichtnet.

    Ter illustratie hieronder de gegevens van een zonnepaneel dat Eneco levert.
     afmetingen van 3 panelen

        3 x 1645 x 990 mm    

     nominaal vermogen

       630 wattpiek

     jaaropbrengst

          536 kilowattuur

     jaaropbrengst van 1 wattpiek

     850 wattuur

    http://prive.eneco.nl/producten_en_tarieven/producten/zonnepanelen.asp


    1 paardenkracht =
    het vermogen om een massa van 75 kilogram, (een mens bijvoorbeeld), in 1 seconde
    1 meter omhoog te heffen.
    1 paardenkracht =  75 kilogrammeter per seconde =  736 watt
    De paardenkracht is in tegenstelling tot wat het woord suggereert dus geen kracht,
    maar een eenheid van vermogen.


    1 kilocalorie =
    de hoeveelheid energie die nodig is om de temperatuur van 1 kilogram water
    met 1 graad te verhogen.     (voor water geldt: 1 kilogram = 1 liter)
    1 kilocalorie =  1,16 wattuur

  • het laten smelten van 1 kilogram ijs van 0 graden celsius kost 80 kilocalorie.
  • het aan de kook brengen van 1 kilogram water van 0 graden kost 100 kilocalorie.
  • het smelten + aan de kook brengen kost samen dus 180 kilocalorie.
  • het volledig verdampen van 1 kilogram water van 100 graden kost 540 kilocalorie.
        dat is (toevallig?) 3 keer zoveel als nodig is voor smelten + aan de kook brengen.


    1 huishouden =
    de hoeveelheid elektrische energie die een gemiddeld Nederlands huishouden
    in 1 jaar verbruikt.   Dat is uiteraard niet elk jaar gelijk. Voor dit verhaal geldt:
    1 huishouden =  3650 kilowattuur per jaar

  • dat is  10 kilowattuur per dag
  • dat is een continu vermogen van  417 watt
    Een huishouden bestaat (statistisch gezien) uit 2,28 personen.
    In 2008 werd 3560 kilowattuur per huishouden verbruikt.


    1 mtoe  (megaton oil equivalent) =
    de hoeveelheid energie die vrijkomt bij het verbranden van 1 miljoen ton ruwe olie.
    1 mtoe =  11,63 miljard kilowattuur
    (dus 2 mtoe is bijna net zoveel energie als 1 kilogrammassa equivalent)


    1 btu  (British thermal unit) =
    de hoeveelheid energie die nodig is om 1 pound water (0,45 kilogram), 1 graad fahrenheit
    (0,56 graad celsius) in temperatuur te doen stijgen.    1 btu = 0,252 kilocalorie.
    1015 btu =  293 miljard kilowattuur


    Overzicht van de belangrijkste vindplaatsen van fossiele brandstoffen
    in procenten

       Midden   
    Oosten

       Afrika   

    Noord
       Amerika   

    Zuid
       Amerika   

    Azië en
       Oceanië   

    Oost
       Europa   

    West
       Europa   

     steenkool      


    6,9

    37,3

    3,1

    35,4

      6,1

    11,2

     aardolie

    62,1

    6,3

      7,4

    7,9

      3,8

      9,8

      2,7

     aardgas

    32,5

    6,4

      5,5

    3,9

      9,3

    37,3

      5,2




    Tabellen en grafieken

    Wereldproduktie van primaire energie in 2006   (verdeling naar energiebron)

        1015 btu    

        percentage    

     aardolie

    169

      36

     aardgas

    107

      23

     steenkool

    129

      28

     waterkracht

      30

        6

     kernenergie

      28

        6

     wind, zon, biomassa  etc.        

        5

        1

     totaal wereld

    468

    100

    Wereldproduktie van primaire energie in 2006   (verdeling naar energiebron)

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/table29.xls
    Men kan wel "tegen steenkool" zijn, maar dat verandert niets aan het feit, dat
    28% van de wereldproduktie van primaire energie afkomstig is van steenkool.


    Wereldverbruik van primaire energie in 2006   (verdeling naar werelddeel)

        1015 btu    

        percentage    

     Noord Amerika

    121

      26

     Centraal en Zuid Amerika        

      24

        5

     West Europa

      86

      18

     Oost Europa

      46

      10

     Midden Oosten

      24

        5

     Afrika

      15

        3

     Azië en Oceanië

    156

      33

     totaal wereld

    472

    100

    Wereldverbruik van primaire energie in 2006   (verdeling naar werelddeel)

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tablee1.xls


    Het elektriciteitsverbruik en het totale primaire energieverbruik in 2008
    in miljard kilowattuur

        elektriciteits-    
    verbruik

        totale primaire    
    energieverbruik

     Nederland          

         109

           927

     China

      2.842

      24.614

     USA

      3.814

      26.560

     Wereld

    16.816

    142.670

    www.iea.org/stats/index.asp


    Verdeling van het elektriciteitsverbruik in Nederland in 2008

    miljard
        kilowattuur
       

        percentage    

     industrie

      43,8

      40,1

     huishoudens    

      24,8

      22,7

     diensten

      32,8

      30,0

     landbouw

        7,8

        7,2

     totaal

    109,2

    100,0

    Verdeling van het elektriciteitsverbruik in Nederland in 2008

    www.iea.org/stats/index.asp


    Het totale primaire energieverbruik per inwoner per dag in 2006
    (verdeling naar werelddeel)

        aantal inwoners    
    (x 1 miljoen)

        totale energieverbruik    
    per inwoner per dag
    (kilowatturen)

     Noord Amerika

       439

    221

     Centraal en Zuid Amerika        

       454

      42

     West Europa

       591

    117

     Oost Europa

       285

    130

     Midden Oosten

       187

    103

     Afrika

       914

      13

     Azië en Oceanië

    3.649

      34

     totaal wereld

    6.519

      58

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tableb1.xls


    Overzicht van de energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit in enkele landen   (2008)
    in miljard kilowattuur

    kern-
      energie  

    water-
      kracht  

    wind-
      energie  

    zonne-
      energie  

    geotherm.
      biomassa  

    steenkool,
      olie en gas  

      totaal  

     Nederland

          4,2

          0,1

        4,3

      0,04

        6,8

          92,3

        107,7

     België

        45,6

          1,8

        0,6

      0,04

        4,6

          32,3

          84,9

     Duitsland

      148,5

        27,0

      40,6

      4,42

      29,2

        387,5

        637,2

     Engeland

        52,5

          9,3

        7,1

      0,02

      11,0

        309,5

        389,4

     Frankrijk

      439,5

        68,8

        5,7

      0,04

        5,9

          54,9

        574,9

     Zwitserland

        27,7

        37,9

        0,0

      0,03

        2,4

            0,9

          69,0

     Italië

          0,0

        47,2

        4,9

      0,19

      14,1

        252,8

        319,1

     Spanje

        59,0

        26,1

      32,2

      2,56

        4,3

        189,5

        313,8

     Zweden

        63,9

        69,2

        2,0

      0,00

      11,2

            3,7

        150,0

     Noorwegen

          0,0

      140,5

        0,9

      0,00

        0,6

            0,6

        142,7

     Denemarken  

          0,0

          0,0

        6,9

      0,00

        3,9

          25,5

          36,4

     Afrika

        13,0

        98,2

        1,3

      0,03

        2,0

        509,3

        623,8

     Japan

      258,2

        83,3

        2,6

      2,25

      25,1

        710,6

      1082,0

     China

        68,4

      585,2

      13,1

      0,17

        2,4

      2825,7

      3494,9

     Australië

          0,0

        12,1

        3,9

      0,16

        2,2

        238,9

        257,3

     USA

      837,8

      282,0

      55,7

      2,45

      73,2

      3101,0

      4369,1

     Wereld

    2730,8

    3288,1

    218,5

    12,91

    271,1

    13674,8

    20260,8

    www.iea.org/stats/index.asp


    Overzicht van de energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit in enkele landen   (2008)
    in procenten.

    kern-
      energie  

    water-
      kracht  

    wind-
      energie  

    zonne-
      energie  

    geotherm.
      biomassa  

    steenkool,
      olie en gas  

      totaal  

     Nederland

      3,9

      0,1

    4,0

    0,04

    6,3

    85,7

    100

     België

    53,7

      2,1

    0,7

    0,05

    5,4

    38,0

    100

     Duitsland

    23,3

      4,2

    6,4

    0,69

    4,6

    60,8

    100

     Engeland

    13,5

      2,4

    1,8

    0,01

    2,8

    79,5

    100

     Frankrijk

    76,5

    12,0

    1,0

    0,01

    1,0

      9,6

    100

     Zwitserland

    41,0

    54,9

    0,0

    0,04

    3,5

      1,3

    100

     Italië

      0,0

    14,8

    1,5

    0,06

    4,4

    79,2

    100

     Spanje

    18,8

      8,3

    10,3  

    0,82

    1,4

    60,4

    100

     Zweden

    42,6

    46,1

    1,3

    0,00

    7,5

      2,5

    100

     Noorwegen

      0,0

    98,5

    0,6

    0,00

    0,4

      0,4

    100

     Denemarken  

      0,0

      0,1

    19,0  

    0,00

    10,7  

    70,1

    100

     Afrika

      2,1

    15,7

    0,2

    0,01

    0,3

    81,6

    100

     Japan

    23,9

      7,7

    0,2

    0,21

    2,3

    65,7

    100

     China

      2,0

    16,9

    0,4

    0,01

    0,1

    80,9

    100

     Australië

      0,0

      4,7

    1,5

    0,06

    0.9

    92,9

    100

     USA

    19,2

      6,5

    1,3

    0,06

    1,7

    71,0

    100

     Wereld

    13,5

    16,2

    1,1

    0,06

    1,3

    67,5

    100

    Energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit, wereldwijd

    groen   =  windenergie, zonne-energie, geothermisch, hout en biomassa


    Windenergie en zonne-energie in enkele landen   (2008)
    in miljard kilowattuur

      windenergie  

      zonne-energie  

     Nederland  

        4,3

      0,04

     Duitsland

      40,6

      4,42

     Spanje

      32,2

      2,56

     China

      13,1

      0,17

     USA

      55,7

      2,45

     Wereld

    218,5

    12,91

    Nederland produceert wel heel erg weinig zonne-energie in vergelijking met andere landen.
    Duitsland wekt  34%  van de wereldproduktie van zonne-energie op en dat is  110  keer
    zoveel als Nederland


    Overzicht van de toename van groene energie bij de opwekking van elektriciteit in
    enkele landen, van 1990 tot 2008

    in procenten

        1990  

        1994  

        1998  

        2002  

        2004  

        2006  

        2008  

     Nederland

    1,4

    2,2

    5,1

    5,6

    6,9

    9,6

    10,3  

     België

    1,0

    1,4

    1,3

    2,1

    2,3

    4,5

    6,2

     Duitsland

    0,9

    1,5

    2,4

    5,1

    7,0

    8,6

    11,7  

     Engeland

    0,5

    1,5

    1,1

    1,8

    2,2

    4,1

    4,6

     Frankrijk

    0,5

    0,5

    0,6

    1,0

    1,1

    1,4

    2,0

     Zwitserland

    1,0

    1,5

    1,9

    2,3

    3,0

    3,8

    3,5

     Italië

    1,6

    1,8

    2,5

    3,8

    4,6

    5,2

    6,0

     Spanje

    0,5

    0,6

    1,9

    5,1

    8,0

    10,2  

    12,5  

     Zweden

    1,3

    1,6

    2,1

    3,4

    4,8

    7,3

    8,8

     Noorwegen

    0,2

    0,3

    0,3

    0,4

    0,7

    1,1

    1,0

     Denemarken  

    3,3

    4,9

    10,6  

    19,1  

    25,6  

    21,8  

    29,7  

     Afrika

    0,1

    0,1

    0,2

    0,2

    0,4

    0,5

    0,5

     Japan

    2,1

    2,1

    1,8

    2,1

    1,5

    2,5

    2,7

     China

    0,0

    0,0

    0,2

    0,2

    0,1

    0,2

    0,5

     Australië

    0,4

    0,4

    0,6

    0,9

    1,1

    1,5

    2,5

     USA

    2,2

    2,5

    2,2

    2,4

    2,4

    2,7

    3,1

     Wereld

    1,2

    1,4

    1,5

    1,9

    2,0

    2,3

    2,5

    groen     =  windenergie, zonne-energie, geothermisch en biomassa
    www.iea.org/stats/index.asp


    Overzicht van de toename van het elektriciteitsverbruik in enkele landen,
    van 1990 tot 2008

    in miljard kilowattuur en de toename in procenten

          1990      

          2008      

        toename    

     Nederland

      73

    108

      48

     België

      59

      85

      44

     Duitsland

    502

    637

      27

     Engeland

    286

    389

      36

     Frankrijk

    324

    575

      77

     Zwitserland

      47

      69

      47

     Italië

    220

    319

      45

     Spanje

    130

    314

    142

     Zweden

    130

    150

      15

     Noorwegen

      98

    143

      46

     Denemarken      

      29

      36

      24

     Afrika

    276

    624

    126

     Japan

    777

    1082  

      39

     China

    549

    3495  

    537

     Australië

    136

    257

      89

     USA

    2837  

    4369  

      54

     Wereld

    10407    

    20261    

      95

    www.iea.org/stats/index.asp



    Alternatieve energiebronnen

    Men kan wel van alles uitrekenen, maar dat wil nog niet zeggen dat het in de praktijk
    kan worden gerealiseerd, of dat het economisch haalbaar is.

    De hieronder genoemde vormen van alternatieve energie hebben met elkaar gemeen, dat ze
    (nog) niet zijn gerealiseerd. Het lijken vaak meer fantasieën, dan praktisch uitvoerbare projecten.
    Een goed voorbeeld hiervan is de "zonnetoren". Die moet 1 kilometer hoog worden. Het hoogste
    gebouw ter wereld (in Dubai) is 828 meter hoog. Het rendement van de zonnetoren is 1,5% en
    de hoeveelheid opgewekte energie is maar 8% van wat een gewone elektriciteitscentrale levert.

    Zonnetoren

    Zonnestraling verwarmt de lucht die zich onder een lage cirkelvormige, doorschijnende collector
    bevindt. Deze collector is aan de rand open. Het doorschijnende dak van deze collector vormt
    samen met de grond een opslagruimte voor de opgewarmde lucht. In het midden van het ronde dak
    staat een toren. De verwarmde lucht stijgt op in deze toren. Daardoor wordt nieuwe koude lucht
    aangevoerd aan de rand van de opslagruimte. Ook 's nachts is er een continue stroom warme lucht
    naar de toren, omdat de gehele grondoppervlakte bestaat uit met water gevulde buizen. Overdag
    warmen deze buizen op en ’s nachts geven ze hun warmte weer af. In de luchtstroom naar de toren
    staan een aantal windturbines opgesteld. De hieraan gekoppelde generatoren wekken elektriciteit
    op. In Australië gaat men misschien ooit zo'n toren bouwen.
    Enkele gegevens:   (afgerond)

  • de temperatuur van de lucht onder de collector stijgt overdag 30 graden celsius
  • de snelheid van de luchtstroom aan de voet van de toren is 60 kilometer per uur
  • het vermogen is 200 megawatt
  • de jaarproduktie is 680.000 megawattuur   (200.000 huishoudens)
  • de toren is 1 kilometer hoog en de diameter is 130 meter
  • de diameter van de ronde collector is 5 kilometer   (dus de straal  r = 2500 meter)
  • aan de voet van de toren staan 32 turbines van 6,5 megawatt
    De oppervlakte van de collector is   π r2 = 3,14 × 25002 = 19.625.000 vierkante meter.
    De energie-instraling van de zon in Australië is  2,3 megawattuur per vierkante meter per jaar.
    De totale hoeveelheid energie, die in de collector instraalt is dus  45.137.500 megawattuur per jaar.
    Het rendement is  (680.000 / 45.137.500) × 100% = 1,5%
    Vergelijk hiermee het rendement van een elektrisch zonnepaneel  = 12%
    De voordelen van de zonnetoren zijn:
  • er is vrijwel geen onderhoud nodig
  • er is geen (water)koeling nodig   (een groot voordeel in droge en warme gebieden)
  • de installatie werkt op de warmtestraling van de zon en heeft daardoor weinig last van vervuiling
  • de energielevering gaat dag en nacht (min of meer continu) door
    www.architectenweb.nl/aweb/redactie/redactie_detail.asp?iNTypeID=27&iNID=2931&extUrl=1

    Blue Energy
    Blue Energy is een vorm van duurzame energie-opwekking die gebaseerd is op het verschil in
    zoutconcentratie van (zout) zeewater en (zoet) rivierwater. Door op het grensvlak een "generator"
    met kunststof membranen (een soort filters) te bouwen, kan (misschien) enige energie worden
    gewonnen. De techniek die hiervoor wordt gebruikt, heet "omgekeerde elektrodialyse". Het water
    aan de ene kant van het membraan is positief geladen, dat aan de andere kant negatief. Het
    spanningsverschil is 80 millivolt. Door stapeling van een groot aantal membranen kan voldoende
    spanning worden verkregen voor een praktische toepassing. Het systeem werkt als een soort accu.
    Er is geen andere energiebron ?? nodig dan zoet en zout water. De opbrengst zou theoretisch
    voldoende kunnen zijn voor de elektriciteitsvoorziening van Noord Nederland, als al het zoete
    water dat via Nederland de zee in stroomt, benut wordt voor deze vorm van energie-opwekking ??
    Een onrealistisch en ongeloofwaardig verhaal.
    http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/18247384/

    Laddermolen
    De laddermolen bestaat uit een windgedragen systeem van een groot aantal vleugels die aan een
    sterk touw zijn gebonden en die een lus vormen. Eén uiteinde van de lus drijft op de grond een
    dynamo aan. De vleugels zijn als schoepen zo ingesteld, dat langs één kant van de lus de vleugels
    omhoog bewegen onder invloed van de wind. Voorbij het kantelpunt ?? hoog in de lucht gaan de
    vleugels langs de andere kant van de lus weer naar beneden. Daarbij wordt de stand van de
    vleugels zodanig veranderd, dat ze een neerwaartse druk ondervinden. Zo ontstaat een draaiende
    beweging van de lus. De energie-opbrengst van de laddermolen zou minstens 50 keer zoveel zijn
    als bij een windmolen met een vermogen van 1 megawatt. ??   Wie het gelooft, mag het zeggen.
    www.ecoboot.nl/artikelen/OckelsLaddermolen.php

    De Maglev windturbine

    Maglev is de afkorting van magnetische levitatie (= zweving). De Maglev windturbine heeft een
    verticale as. De as en de "windvanen" rusten op een magnetische lagering. Een magnetisch lager is
    vrijwel wrijvingsloos. (maar verbruikt wel energie). Door de zeer geringe lagerwrijving, gaat deze
    windturbine al bij een luchtsnelheid van 1,5 m/sec draaien en levert bij 3 m/sec een bruikbare
    hoeveelheid energie. Zeer hoge windsnelheden vormen geen probleem, de molen kan dan gewoon
    blijven draaien. Hierdoor kan, volgens de Chinese uitvinders, dit type windturbine 20% meer
    energie leveren in vergelijking met een conventionele windturbine van hetzelfde vermogen. Hoe
    de magnetische lagering werkt, komt niet uit de verf. Die zou met permanente magneten zijn
    opgebouwd en daardoor geen elektrische energie gebruiken voor de "levitatie".
    Een zeer onwaarschijnlijk verhaal, dus. In sommige publicaties laat men zijn fantasie de vrije loop.
    Deze molen zou 1000 keer efficiënter zijn dan een gewone windturbine.??  Men moet wel zeer naïef
    zijn, om dit soort onzin te geloven. Misschien wordt bedoeld, dat de lagerwrijving bij deze molen
    1000 keer geringer is dan bij een gewone molen. De lagerwrijving verbruikt normaal slechts enkele
    procenten van de energie die door een windturbine wordt opgewekt. Daar is dus zeer weinig winst
    aan te behalen. Wel interessant is de verticale as, waardoor deze molen ongevoelig is voor de
    windrichting, terwijl zeer grote constructies mogelijk zijn. De windenergie wordt daarbij over de
    gehele hoogte van de molen opgewekt. Dit soort constructies is overigens al vele jaren bekend.
    De molen zou monstrueuze afmetingen hebben, (zoiets van 600 meter hoog, bij een diameter van
    400 meter) en dan net zoveel energie kunnen opwekken als 1000 gewone windmolens.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Maglev_windturbine

    Golfslagenergie
    Golfslagenergie is energie die te winnen is uit de snel wisselende waterhoogte op zee door
    aanwezigheid van golven. Hoewel hieruit theoretisch (zeer veel) energie te winnen is, wordt dit
    tot op heden nog niet veel gedaan, omdat de kosten de baten meestal overstijgen.
    Voor de kust van Portugal wordt de eerste commerciële golfslagcentrale gebouwd, een centrale
    die energie uit zeegolven omzet in elektrische energie. Het systeem moet vanaf 2006 elektriciteit
    leveren voor (slechts) 1500 huishoudens.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Golfenergie
    www.neoweb.nl/forum2

    Energie-instraling vanuit de ruimte
    Om dit mogelijk te maken, moeten enorme zonnepanelen in een geostationaire baan om de
    aarde worden gebracht. De opgevangen zonne-energie wordt vervolgens door middel van
    microgolven naar de aarde gestraald en daar omgezet in elektriciteit.
    Een waanzinnig plan, dat uiteraard nooit zal worden gerealiseerd.  (leuk voor James Bond films)
    http://abcnews.go.com/Technology/story?id=98547&page=2

    Vrije energie


    Tesla

    In deze opsomming van alternatieve energiebronnen, mag de vermelding van "vrije energie" niet
    ontbreken. Er is geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor het bestaan van "vrije energie".
    Toch kan men hierover vage twijfels hebben, omdat  Tesla  dit in 1889 zou hebben uitgevonden.
    Tesla (1856-1943) was een van de grootste uitvinders aller tijden. Hij bedacht onder meer de
    infrastructuur van de elektriciteitsnetten zoals wij die tegenwoordig overal gebruiken.
    Dus energietransport door middel van wisselstroom via hoogspanningsleidingen en transformatoren.
    Ook was hij de uitvinder van de wisselstroom inductiemotor, de fluorescentie buis (TL-buis), de
    radio en de afstandsbediening. In 1943, kort nadat hij was overleden, werd door het Amerikaanse
    Hooggerechtshof officieel vastgesteld dat Tesla de uitvinder van de radio was en dus niet Marconi.
    Zijn grootste uitvinding zou zijn, de wereldwijde energievoorziening door "vrije energie", afgetapt uit
    de "ether".  ("vrije energie" is de letterlijke vertaling van "free energy" =  gratis energie)
    Experimenten hiermee vonden echter nooit plaats, omdat zijn geldschieters het lieten afweten.
    Die zagen helemaal niets in gratis energie


    De Warden Clyff Tower
    Met 5 van deze torens wilde Tesla een wereldwijde,
    draadloze energievoorziening mogelijk maken

    Tesla was in staat om energie draadloos over grote afstanden te transporteren. Vermeld wordt dat
    hij lampen op een afstand van enkele honderden meters draadloos liet branden. Ook zou hij een
    elektrische auto hebben omgebouwd, die daarna een week lang kon rondrijden zonder dat de accu
    werd opgeladen. Ook dit zou mogelijk gemaakt zijn, door het draadloos overbrengen van energie.
    zie:  patenten van Tesla:

    Een elektrische 2-persoons sportauto kreeg de naam  "Tesla Roadster". Deze auto wordt
    aangedreven door een 3-fasen wisselstroom inductiemotor. Het principe van deze motor werd
    in 1888 door Tesla uitgevonden.
    http://reformation.org/who-killed-electric-car.html

    Interessant zijn de hieronder vermelde sites. De lezer moet zelf maar zijn (haar) conclusies trekken.
    Tesla was òf een genie, òf hij was (op latere leeftijd) een fantast. Het is fascinerend om zijn
    levensverhaal te lezen.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Nikola_Tesla
    www.lucidcafe.com/library/96jul/teslaauto01.html
    http://educate-yourself.org/fe/radiantenergystory.shtml
    www.pbs.org/tesla/ins/index.html
    www.ufowijzer.nl/tekstpagina/NikolaTesla.html



    Opslag van Energie

    Grootschalige toepassing van zonne- en windenergie is alleen mogelijk, als er een oplossing wordt
    gevonden voor het opslaan van zeer grote hoeveelheden elektrische energie. Met name bij zonne-
    energie doet zich het probleem voor, dat de energiebehoefte meestal het grootst is, als de zon al
    achter de horizon is verdwenen. Zonne- en windenergie wordt meestal teruggeleverd aan het
    elektriciteitsnet, waardoor er dan (tijdelijk) minder "grijze" energie hoeft te worden opgewekt.
    De belangrijkste methodes voor grootschalige energie-opslag lijken voorlopig te zijn:
  • het oppompen van water naar een hoger gelegen spaarbekken
  • de produktie van waterstofgas
  • energie-opslag in  accu's van elektrische auto's
  • energie-opslag in  vanadium redox accu's

    Elektrische energie
    In een supercondensator (supercap) kan elektrische energie worden opgeslagen in de vorm van
    elektrische lading. Supercondensatoren kunnen zeer snel met hoge piekstromen worden geladen
    en ontladen. In hybride- en elektrische auto's kunnen supercondensatoren worden gebruikt voor
    het snel en effectief opslaan van de rem-energie, terwijl bij accelereren die energie dan even snel
    weer beschikbaar is. De energie-inhoud van een supercondensator is betrekkelijk klein, terwijl de
    spanning snel afneemt tijdens de ontlading. Recente ontwikkelingen zijn echter veelbelovend.
    Er zijn al modules met supercaps te koop, die een energie-inhoud hebben van 282 wattuur bij een
    capaciteit van 17,8 farad en een spanning van 390 volt. Ook schijnt er een supercondensator in de
    maak te zijn, die een energie-inhoud heeft van 52 kilowattuur. Op termijn zal de supercondensator
    de batterij bij bepaalde toepassingen kunnen gaan vervangen. De levensduur is vrijwel onbeperkt,
    terwijl het rendement van de laadcyclus zeer hoog is, ongeveer 97%.
    www.olino.org/articles/2006/10/11/supercondensator
    http://en.wikipedia.org/wiki/Electric_double-layer_capacitor

    Chemische energie
    In batterijen en accu’s, maar ook bij de produktie van waterstofgas, wordt elektrische energie
    opgeslagen in de vorm van chemische energie.

  • batterijen en accu’s
        Batterijen en accu's zijn relatief goedkoop en betrouwbaar. Het rendement van de laadcyclus
        is vrij hoog, ongeveer 85%. Daar staat tegenover, dat batterijen en accu's zwaar zijn en een
        grote ruimte innemen, terwijl de capaciteit beperkt is. Ook de lange laadtijden of de enorme
        laadstromen vormen vaak een probleem.
  • waterstofgas
        De produktie van waterstofgas en terugwinning van elektriciteit in een brandstofcel gaat gepaard
        met een slecht (totaal)rendement. De energie-inhoud van waterstofgas per gewichtseenheid is
        weliswaar groot, (33,6 kilowattuur per kilogram) maar het volume is ook (zeer) groot, zelfs als het
        gas sterk is samengeperst. Dat samenpersen kost veel energie. Waterstofgas wordt pas vloeibaar
        bij 252 graden celsius onder nul. Vloeibaar maken is dus geen optie. Wel lijkt het mogelijk, om
        waterstof op een efficiënte manier op te slaan in metaalhydriden of gashydraten met behulp van
        nanotechnologie. Het gebruik van waterstofgas is potentieel gevaarlijk. (knalgas)

    Warmte
    Opslag van warmte kan plaats vinden in materiaal met een grote warmtecapaciteit, bijvoorbeeld in
    water (zonneboiler), of in waterhoudende zandlagen op enige diepte in de grond. (aquifers)
    Meestal gaat het daarbij om vrij lage temperatuurniveaus, die onbruikbaar zijn voor de produktie van
    elektriciteit. Wel kan de opgeslagen warmte met behulp van warmtepompen worden gebruikt voor
    verwarmingsdoeleinden. Bij een zon-thermische centrale wordt voor (kort durende) opslag van de
    zonne-energie, gebruik gemaakt van gesmolten zout. Met de opgeslagen warmte kan tijdens zonloze
    periodes elektriciteit worden geproduceerd.

    Kinetische energie
    Kinetische energie (bewegingsenergie) kan worden opgeslagen in een vliegwiel. De opslagcapaciteit
    is vrij klein. Een vliegwiel kan worden gebruikt bij het afremmen van een voertuig. Er wordt dan
    bewegingsenergie in het vliegwiel opgeslagen. Bij het optrekken kan die energie weer worden
    gebruikt. Dit wordt bij sommige stadsbussen toegepast.
    www.tue.nl/cursor/bastiaan/jaargang42/cursor08/onderzoek.htm

    Potentiële energie
    Potentiële energie ontstaat bij het verplaatsen van massa naar een hoger niveau.
    Potentiële energie kan bijvoorbeeld worden verkregen, door water op te pompen naar een hoger
    gelegen spaarbekken. Dit gebeurt vaak bij waterkrachtcentrales. Voor het oppompen wordt de
    overtollige energie gebruikt, die in de dal uren beschikbaar is. In tijden van droogte kan de potentiële
    energie, die is opgeslagen in het spaarbekken, door de waterkrachtcentrale weer worden omgezet
    in elektrische energie. Het rendement van deze vorm van energie-opslag is vrij hoog, ongeveer 75%.
    Een andere vorm van potentiële energie ontstaat, als men lucht samenperst. Perslucht kan worden
    gebruikt voor de aandrijving van gereedschappen en zelfs van auto’s.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Air_Car

    Enkele mogelijkheden voor opslag van energie

        wattuur per    
    kilogram

    rendement
        opslagcyclus    

     waterstof

    33600

      tot  50%

     gecomprimeerde lucht    

    - - -

    50 - 80%

     pomp-accumulatie

    0,1 - 1

    70 - 85%

     vliegwielen

    1 - 10

            90%

     supercondensator

    4 - 20

            90%

     supermagneet

           7

            95%



    Energiebesparing

    De grootste winst valt te behalen bij de isolatie en verwarming van de woning en het gebruik van
    warm water. Daarna volgt de auto en tenslotte de verlichting.   zie: energieverbruik van een huishouden

    Isolatie van de woning
    Voor de verwarming van een slecht geïsoleerd huis is gemiddeld 2150 kubieke meter aardgas per
    jaar nodig. Voor een goed geïsoleerd huis is dit nog maar 700 kubieke meter. Isoleren helpt dus
    echt heel veel.

    Verwarming van de woning
    Het principe van  warmte-kracht koppeling  kan ook bij de verwarming van een woning worden
    toegepast. Een goed voorbeeld hiervan is de HRe-ketel   (hoog rendement elektrisch)
    Deze verwarmingsketel bevat een heteluchtmotor waarmee elektriciteit wordt opgewekt. De
    overtollige elektriciteit wordt teruggeleverd aan het lichtnet. Het totale rendement is ruim 90%. Als
    alle huizen met zo'n ketel zouden worden uitgerust, dan waren er misschien minder elektrische
    centrales nodig. Omdat het rendement van een conventionele centrale slechts 40% is, kan bij
    grootschalige toepassing van de HRe-ketel een aanzienlijke energiebesparing en dus vermindering
    van de uitstoot van CO2 worden bereikt. Een probleem is echter, dat men dit systeem in de zomer
    niet intensief zal gebruiken, (alleen voor de verwarming van tapwater), omdat men dan meestal
    liever wil koelen dan verwarmen. Het totaal geïnstalleerde vermogen van de elektrische centrales
    zal daarom waarschijnlijk toch niet veel kleiner kunnen worden. De energielevering van de centrales,
    gerekend over het gehele jaar, kan wel minder zijn.

    Warm water
    Het (voor)verwarmen van tapwater kan met een hoog rendement (65%) plaatsvinden met behulp
    van zonnecollectoren. Bij het douchen kan men het verbruik van warm water enigszins beperken
    door gebruik te maken van een waterbesparende douchekop. Eén keer een bad nemen kost
    120 liter water. Eén keer douchen de helft. (7,5 liter water per minuut, gedurende 8 minuten). Een
    waterbesparende douchekop verbruikt 7,5 liter water per minuut, een gewone douchekop 8,2.
    Veel besparing kan worden bereikt, door de warmwaterboiler vlak bij de kraan te monteren, zowel
    in de keuken als bij de douche. In veel huizen bevindt zich een combiketel op zolder. Dat is wel de
    slechtst denkbare plaats. Als men warm water nodig heeft, moet eerst de lange leiding naar de
    keuken of badkamer worden opgewarmd voordat het water op de verbruiksplaats de gewenste
    temperatuur heeft. Na dichtdraaien van de kraan koelt het water in de leiding weer af, wat puur
    energieverlies betekent. Bovendien kost dit ook nog eens extra veel water.

    Auto
    Een aanzienlijke besparing in brandstof kan men bereiken met hybride auto's. Men moet dan
    denken aan (maximaal) 25%. De enige echte besparing is natuurlijk het afschaffen van de auto.
    Helaas is het openbaar vervoer van een dermate slechte kwaliteit, dat men deze stap moeilijk zal
    zetten. Alleen een extreme verhoging van de benzineprijs, tot bijvoorbeeld   € 5,- per liter, zal op
    termijn enig effect sorteren, maar de meeste mensen zijn niet uit hun auto te slaan.   zie anekdote

    De zuinigste 4-persoons auto met een benzinemotor, zal bij een snelheid van 100 kilometer per uur
    nooit veel zuiniger kunnen worden dan 1 liter per 40 km. Dit kan men berekenen aan de hand van de
    laagst denkbare lucht- en rolweerstand, gecombineerd met het hoogst denkbare rendement van een
    benzinemotor. Dat verbruik van 1 liter per 40 km is overigens aangekondigd voor de nieuwe Prius,
    die in 2012 op de markt komt. Ter vergelijking:  het voertuig dat op zonne-energie de “World
    Solar Challenge” won, de Luna 4, heeft een verbruik (omgerekend naar benzine-equivalent) van
    1 liter per 70 km. Dit voertuig kan slechts 1 persoon in half liggende houding vervoeren.
    www.toyota.nl/innovation/design/concept_cars/1x/index.aspx

    Verlichting
    Hoewel verlichting relatief weinig energie verbruikt, kan men daar toch wel wat op bezuinigen door
    het consequent gebruik van spaarlampen. In de nabije toekomst zullen misschien ook LED-lampen
    een rol kunnen gaan spelen bij de energiebesparing.



    De ineenstorting van de olie-economie


    www.oilcrash.com/articles/survivng.htm
    De beschaving, zoals wij die nu kennen, zal spoedig eindigen, omdat de olie opraakt. Dat is een
    wetenschappelijk onderbouwde conclusie. De olie zal niet plotseling op zijn, want de produktie
    verloopt volgens een klokvormige curve. Aan de opgaande kant van de curve is er in toenemende
    mate goedkope olie beschikbaar. Aan de neergaande kant is er steeds minder olie, die steeds
    duurder wordt. De top van de produktie valt samen met het punt, waarbij de helft van de olie
    verbruikt is. Na de top, neemt de produktie af en nemen de kosten toe omdat de olie steeds
    moeilijker winbaar wordt. Bovendien heeft de schaarste een zeer sterk prijsopdrijvend effect.
    Nog dit jaar (2007) zal het wereld-olieverbruik de 86 miljoen vaten per dag overschrijden.
    Dat zijn 1000 vaten per seconde.   (1 vat = 159 liter).

    Stel, dat in het jaar 2000 de top van de produktie was bereikt, dan zal er in 2020 evenveel olie
    worden geproduceerd als in 1980. De wereldbevolking is intussen verdubbeld en bovendien is men
    steeds afhankelijker van olie geworden. Het gevolg hiervan is, dat wereldwijd de vraag naar olie in
    2020 zeer veel groter zal zijn dan de produktie. De olieprijs zal dan exploderen tot zo’n 400 dollar
    per vat. Olie-afhankelijke economieën zullen ineenstorten en waarschijnlijk zullen er oorlogen om
    de olie uitbreken.

    De komende olieschaarste is het begin van een nieuwe, blijvende toestand. De vermindering van de
    olieproduktie zal ongeveer 7% per jaar bedragen. Dat is 50% in 10 jaar. De algemene verwachting
    is, dat tussen 2008 en 2012 ernstige problemen zullen ontstaan.

    De prijsontwikkeling van de ruwe olie

            jaar        

        dollar per vat    

    1973

      3 -   12

    1998

    10 -   15

    2000

    24 -   37

    2002

    20 -   28

    2004

    30 -   51

    2006

    58 -   80

    2007

    53 -   99

    2008

    32 - 146

    2009

    32 -   81

    2010

    67 -   92

    2011

    75 - 115

    2012

    98 - 103





    Persbericht op 20 december 2007:
    "De NAM  (Nederlandse Aardolie Maatschappij) gaat weer olie winnen in Schoonebeek.
    De volgende 25 jaar kunnen er zeker 100 miljoen vaten worden geproduceerd".

    Het wereldverbruik van aardolie is 1000 vaten per seconde. De produktie van Schoonebeek
    in 25 jaar is dus voldoende voor het wereldverbruik gedurende 100.000 seconden =  28 uur.



    Hoe zal het nu verder met de energie gaan?

    Olie
    De olie begint op te raken. Al gedurende 15 jaar worden er geen grote olievelden meer gevonden.
    Men gaat daarom in Canada en Venezuela de moeilijk winbare olie uit teerzand halen. Ook gaat
    men naar olie boren op 5 kilometer diepte in de Golf van Mexico. De prijs van ruwe olie neemt
    snel toe. Men gaat weer naar olie boren in Schoonebeek.!!
    Niet iedereen is er van overtuigd dat aardolie een fossiele brandstof is en dat die ooit op zal raken.
    http://canadafreepress.com/index.php/article/3952
    www.gasresources.net/Introduction.htm

    NRC-Handelsblad 9 december 2011:
    "Olie genoeg".  Shell, schat de voorraad voor de kust van Alaska op 25 miljard vaten olie.
    Dat is voldoende voor hooguit  10 maanden  wereld-olieverbruik

    Gas
    Er is voorlopig nog voldoende gas, waarschijnlijk nog voor de komende 60 jaar. De top van de
    aardgasproduktie wordt over 20 jaar bereikt. Daarna zal de prijs sterk gaan stijgen. West Europa
    is daarbij vooral afhankelijk van Noorwegen, Rusland, Noord Afrika en het Midden Oosten.

    Volkskrant 5 december 2006:
    "Bij ongewijzigde omstandigheden zijn de gasreserves (in Nederland) in 2030 uitgeput".

    NRC-Handelsblad 14 juli 2010:
    "Na dreigend tekort nu overschot aardgas". Nieuwe technologie heeft een revolutie ontketend in
    de wereld van het aardgas. Reusachtige voorraden gas uit compacte lagen leisteen en steenkool
    komen binnen bereik, onder andere in Amerika. Met overproductie tot gevolg.

    Shell is wereldwijd bezig met projecten om gas te gebruiken voor de fabricage van een soort
    dieselolie.  GTL =  Gas to Liquids, een variant op het Fischer-Tropsch procédé.

    Steenkool
    Er is wereldwijd zeer veel steenkool. Voldoende voor minstens 200 jaar. Steenkool is overal goed
    voor. Er kan stadsgas, waterstofgas, synthetische benzine en dieselolie mee worden geproduceerd.
    Daarbij komt overigens wel zeer veel CO2 vrij. Maar daar zit natuurlijk niemand mee, als er een
    energietekort is. De techniek voor de produktie van synthetische benzine uit steenkool is al sinds
    1923 bekend en werd in de 2e wereldoorlog door Duitsland op grote schaal toegepast.
    (Fischer-Tropsch synthese)

    Waterkracht
    Hoewel de meest rendabele projecten al zijn gerealiseerd, liggen er nog grote mogelijkheden in
    Afrika en Zuid-Amerika. Waterkrachtcentrales veroorzaken veel schade aan het milieu.

    Teletekst 4 maart 2011:
    In Brazilië mogen de voorbereidingen voor de bouw van de grootste waterkrachtcentrale ter
    wereld toch doorgaan. De centrale komt in het noorden in het Amazonegebied. De lokale
    bevolking en de natuurorganisaties zijn fel tegen. Er zouden tienduizenden mensen dakloos
    worden door de bouw. De regering benadrukt dat de dam aan 23 miljoen huishoudens energie
    kan leveren en dat veel banen worden gecreëerd

    Groene energie
    Groene energie verkregen uit wind, zon, biomassa  etc. is voorlopig van weinig betekenis.
    Men denkt hiermee (in Nederland) maximaal 15% van (alleen) de elektriciteit in 2020 te
    kunnen opwekken. Windenergie komt in enkele landen uit de "startblokken".
    Zonne-energie is vooralsnog te verwaarlozen. Men moet hierbij denken aan hooguit enkele
    promillen van de totale elektriciteitsproduktie.
    In 2008 was de wereldproduktie van zonne-energie slechts  0,06 procent

    Biobrandstof
    Grootschalige produktie van biodiesel  etc. gaat ten koste van de voedselproduktie en het kost
    bovendien veel gewone brandstof. Dat is dus geen reële optie. De omzetting van zonne-energie
    naar biobrandstof gaat gepaard met een extreem laag rendement, in de orde van  1%

    Kernenergie
    Kernenergie is, bij het huidige verbruik, nog zo'n 75 jaar mogelijk. Daarna is het Uranium op.
    Een oplossing zou kunnen zijn, het toepassen van kweekreactoren. Dan zou men met het Uranium
    nog 5000 jaar vooruit kunnen   (alleen voor de elektriciteitsproduktie !!)
    Als het Uranium op raakt, kan men waarschijnlijk met  Thorium  verder.  Thorium kan volledig
    worden "verbrand" in eenvoudige reactoren. Dit in tegenstelling tot Uranium, waarvan slechts
    0,7%  kan worden gebruikt. (de isotoop U235).  In India zijn al enkele Thoriumreactoren in bedrijf.
    Thorium zal op termijn waarschijnlijk de belangrijkste nucleaire brandstof worden. De hoeveelheid
    Thorium op aarde is 3 keer zo groot als de hoeveelheid Uranium.

    Kernfusie
    Omstreeks 2050 mogen we de eerste praktische resultaten verwachten van kernfusie. Dan kan de
    mensheid beschikken over een oneindige hoeveelheid "schone" energie. De totale ontwikkelingstijd
    heeft dan ongeveer 100 jaar in beslag genomen. Men kan zich afvragen of het ooit wel zal lukken
    om zeer grote hoeveelheden energie op te wekken door middel van gecontroleerde kernfusie. Nog
    nooit heeft een technische ontwikkeling zo lang geduurd. Denk bijvoorbeeld aan elektriciteit, radio,
    (satelliet)televisie, vliegtuig, computer, ruimtevaart, de laser, kernenergie, waterstofbom  etc.
    Die uitvindingen werden allen gerealiseerd in een tijdsbestek van enkele 10-tallen jaren, van idee
    naar een bruikbaar produkt.

    Waterstof
    Waterstof kan worden geproduceerd met behulp van kernenergie via een thermo-chemisch proces
    of door elektrolyse van water. De benodigde elektriciteit voor de elektrolyse van water zal door
    kernfusie geleverd moeten worden, of door "groene" energie. Maar daarvoor is nog een lange weg
    te gaan. Waterstof is een "onhandelbare" brandstof, waarvoor nog geen infrastructuur bestaat. De
    brandstofcel is voorlopig nog veel te duur en vraagt nog veel ontwikkeling. Waterstof is geen
    energiebron, maar een energiedrager. Het produceren van waterstofgas door elektrolyse van water
    kost  1,5 keer  meer energie dan het oplevert.   Waterstof ??  dat wordt (voorlopig) dus niks.

    Hoe lang kunnen we nog vooruit met fossiele brandstoffen ?
    Volgens sommige deskundigen is er nog voldoende gas en steenkool voor de komende 400 jaar.
    Maar dan moeten wel alle moeilijk bereikbare bronnen worden aangeboord. Aardolie is binnen
    afzienbare tijd op.(over zo'n 50 jaar). Kernenergie en duurzame energiebronnen (zon en wind)
    zullen een zeer beperkte bijdrage blijven leveren. Kernfusie wordt slechts terloops vermeld. Men
    zal het vooral moeten hebben van een drastische bezuiniging op het energieverbruik en een hoger
    rendement bij de opwekking van elektriciteit. Ook moet alle restwarmte volledig worden benut.

    Er is een wanverhouding ontstaan tussen de produktie en consumptie van energie. Er zouden
    vrijwel geen problemen zijn, als er een paar miljard mensen minder op deze aarde zouden
    rondlopen. (rondrijden). De werkelijkheid is, dat er voor het jaar 2050 nog een paar miljard
    mensen bij zullen komen. Dat zijn gemiddeld  153.000 mensen per dag erbij

    De enige oplossing lijkt:   (sterk) bezuinigen op energie en (veel) minder mensen.
    Bezuinigen op het energieverbruik, terwijl tegelijkertijd het aantal aardbewoners toeneemt,
    levert per saldo niets op. Dat is "dweilen met de kraan open".

        Het worden interessante tijden    



    Energie-inhoud, watervoorbeeld en energieverbruik

    De energie-inhoud van een accu
    Bij een accu wordt altijd de spanning en het aantal ampère-uren vermeld. De energie-inhoud
    kan men berekenen, door de spanning (volt) te vermenigvuldigen met het aantal ampère-uren.
    Dit levert de hoeveelheid  watturen op, die in de accu kan worden opgeslagen.
    Twee voorbeelden:
  • een accu van 24 volt en 15 ampère-uur heeft een energie-inhoud van 24 × 15 = 360 wattuur
  • een accu van 36 volt en 10 ampère-uur heeft een energie-inhoud van 36 × 10 = 360 wattuur
    Beide accu's hebben dus dezelfde energie-inhoud. Vermelding van alleen de spanning of
    alleen het aantal ampère-uren geeft geen informatie over de energie-inhoud.

    In winkels die elektrische fietsen verkopen, heeft men het vaak over  "een accu van 10 ampère".
    Dat zegt dus niets over de energie-inhoud, zolang de spanning en de tijd er niet bij worden vermeld.
    Er zijn zelfs fabrikanten van elektrische fietsen, die alleen maar het aantal ampère-uren van de accu
    vermelden en dus niet de energie-inhoud.


    Watervoorbeeld
    Om de eigenschappen van elektriciteit duidelijk te maken, gebruikt men vaak het watervoorbeeld.
    Stel, de waterleiding is in staat om (maximaal) 10 liter water per minuut via een kraan in een
    emmer te laten lopen. Het "vermogen" van de waterleiding is dan 10 liter water per minuut.
    Dit vermogen is dus ook aanwezig als de kraan dicht is.
    Het vermogen van de aansluiting voor een brandslang is veel groter, misschien wel 1000 liter per
    minuut, omdat de waterleiding daar een veel grotere diameter heeft.
    Vermogen is een eigenschap.
    Zodra men de kraan helemaal open draait, stroomt er elke minuut 10 liter water in de emmer.
    Na bijvoorbeeld 5 minuten is er 50 liter water uit de kraan gekomen. Dat is de "energie".
    Energie levert altijd iets op,  in dit geval water.
    Energie = vermogen x tijd.
    Hoe langer de kraan open staat, hoe meer "energie" er uit stroomt. Draait men de kraan weer dicht,
    dan houdt de "energielevering" op, maar  het vermogen om energie te leveren  blijft aanwezig.
    Er kan niet méér water in de emmer, dan de inhoud toelaat. De vorm van de emmer is daarbij niet
    van belang. Een lage emmer met een grote diameter kan net zoveel water bevatten als een hoge
    emmer met een kleine diameter.
    Een accu kan men vergelijken met de emmer. Er kan niet méér energie in, dan de energie-inhoud
    toelaat. Het type is daarbij niet van belang. Een accu met een lage spanning en veel ampère-uren
    kan net zoveel energie bevatten als een accu met een hoge spanning en weinig ampère-uren.

    Vergelijking   water - elektriciteit

            vermogen        

            energie        

      water

    liters per minuut

    liters

      elektriciteit            

      joule per seconde

    joule

    1 joule per seconde = 1 watt


    Energie en arbeid

  • Energie kan worden omgezet in arbeid       voorbeeld:  elektriciteit kan een motor laten draaien
  • Arbeid kan worden omgezet in energie       voorbeeld:  een dynamo kan elektriciteit opwekken

    Stel, we maken een tocht met een auto en we komen weer terug op het punt van vertrek. De auto
    heeft dan een aantal liters benzine verbruikt. De benzine bevat energie.  (9,1 kilowattuur per liter)
    Het rendement van een benzinemotor is ongeveer 25%. Dat betekent dat 25% van de energie in de
    benzine wordt omgezet in nuttige mechanische arbeid. Hierdoor wordt de auto gedurende de tocht
    voortbewogen. Via de koeling van de motor en de hete uitlaatgassen verdwijnt 75% van de energie
    in de vorm van nutteloze warmte. Na afloop van de rit is de nuttige mechanische arbeid ook volledig
    omgezet in warmte. Die warmte ontstaat bij het overwinnen van de luchtweerstand, door wrijving in
    de banden, in de versnellingsbak, in de lagers  etc.  Na afloop van de rit is alle energie in de vorm
    van warmte “vervlogen” in de ruimte. De mechanische arbeid was daarbij een tussenvorm.


    Energieverbruik van enkele huishoudelijke apparaten   (afgerond)

        apparaat    

        vermogen    

        gebruik per dag    

        energie per dag    

        kosten per dag    

      LED-lamp

              5 watt

    10 uur

          50 wattuur

    €   0,01

      spaarlamp

            15 watt

    10 uur

        150 wattuur

    €   0,03

      koffiezetter

          750 watt

      12 minuten

        150 wattuur

    €   0,03

      waterketel 1,5 liter    

        2000 watt

        6 minuten

        200 wattuur

    €   0,04

      elektrisch deken

            25 watt

      8 uur

        200 wattuur

    €   0,04

      stofzuiger

        1500 watt

      10 minuten

        250 wattuur

    €   0,05

      ADSL-router

            12 watt

    24 uur

        288 wattuur

    €   0,06

      elektrische fiets

          100 watt

      3 uur

        300 wattuur

    €   0,06

      flatscreen TV

          100 watt

      3 uur

        300 wattuur

    €   0,06

      computer

          100 watt

      4 uur

        400 wattuur

    €   0,08

      stoomstrijkijzer

        1000 watt

      30 minuten

        500 wattuur

    €   0,10

      sluipverbruik

            25 watt

    24 uur

        600 wattuur

    €   0,12

      gloeilamp

            75 watt

    10 uur

        750 wattuur

    €   0,15

      koelkast

          180 watt

      5 uur

        900 wattuur

    €   0,18

      wasmachine

        1000 watt

      1 uur

      1000 wattuur

    €   0,20

      waterbed

            50 watt

    24 uur

      1200 wattuur

    €   0,24

      wasdroger

        2000 watt

      90 minuten

      3000 wattuur

    €   0,60

      120 liter boiler

        3000 watt

      90 minuten

      4500 wattuur

    €   0,90

      airco

        1000 watt

    12 uur

    12000 wattuur

    €   2,40

      elektrische auto

      14000 watt

      1 uur

    14000 wattuur

    €   2,80

    1 kilowattuur kost   € 0,20   (inclusief energiebelasting, transport en BTW)

  • Een ADSL-router verbruikt per etmaal bijna evenveel energie als het volledig opladen van
        een elektrische fiets, of 3 uur naar de TV kijken.
  • De koelkast wordt door de thermostaat zo nu en dan even ingeschakeld. De "aan"-tijd is
        ongeveer 5 uur per etmaal.
  • Het vermogen van 1000 watt voor een wasmachine is een gemiddelde waarde.
        Het wasproces kan worden opgedeeld in 3 fasen met een verschillend energieverbruik:
        1. het opwarmen van het water, dit verbruikt de meeste energie
        2. het wassen, hierbij verbruikt de motor die de wastrommel ronddraait weinig energie
        3. het centrifugeren, hierbij verbruikt de motor veel energie
  • Een wasdroger verbruikt per wasbeurt 3 keer zoveel energie als een wasmachine.
  • De boiler wordt meestal 's nachts opgewarmd. Na gemiddeld 90 minuten is dan de gewenste
        temperatuur van het water weer bereikt. (met 4,5 kilowattuur wordt 50 liter water verhit
        van 10 naar 85 graden celsius).
  • Voor de elektrische auto is de Tesla model S gekozen.   Die komt pas in 2012 op de markt
  • Een sluipverbruik van 600 wattuur per etmaal is voor de meeste huishoudens wel een
        minimumwaarde. Dat is ongeveer 6% van het totale elektriciteitsverbruik.

    In Nederland is het elektriciteitsverbruik van een huishouden ongeveer 10 kilowattuur per dag.
    Bij een kilowattuurprijs van 20 eurocent, kost dat dus  € 2,-  per dag  =  € 730,-  per jaar.
    Het energieverbruik (en ook het "sluipverbruik") van huishoudelijke apparaten kan men gemakkelijk
    meten met een energiemeter. Die kan worden geplaatst tussen de wandcontactdoos en het apparaat
    waarvan men het verbruik wil meten.
    www.lage-energierekening.nl


    Anekdote
    Tijdens een verjaarsvisite kwam ik in gesprek met een mevrouw van middelbare leeftijd.
    Het gesprek kwam al gauw op treinen en auto's.  "Wàt, bent u met de trein ?"  vroeg ze
    met een uitdrukking van ongeloof en afgrijzen op haar gezicht.
    Toen ik zei, dat op termijn de benzine op zal raken, werd mevrouw plotseling heel agressief.
    Haar reactie was: "Als je maar niet denkt, dat ik dan zal ophouden met autorijden"
    (dus ook niet als de benzine op is !!??)



    Boeken over energie

    "energie survival gids"
    Wilt u letterlijk alles weten over energie, lees dan dit populair wetenschappelijke boek.
    auteur:   Jo Hermans, oud-hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit Leiden.
    ISBN 9789075541113


    "Sustainably Energy - without the hot air"
    Dit boek geeft een volledig overzicht van de (on)mogelijkheden van duurzame energie.
    auteur:   David MacKay, professor aan de Universiteit Cambridge.
    Lees vooral hoofdstuk 19:   "Every BIG helps"
    Enkele citaten uit het boek:

  • if everyone does a little, we’ll achieve only a little
        als iedereen een beetje doet, dan zullen we maar een beetje bereiken
  • is the population of the earth six times too big?
        is de wereldbevolking misschien 6 keer te groot?
  • any sane discussion of sustainable energy requires numbers
        voor iedere zinvolle discussie over duurzame energie zijn getallen nodig

    Ook vermeldt dit boek een interview met Tony Blair  (4 kinderen !!)  naar aanleiding van zijn
    stellingname in 2006 over de energieproblematiek:
    “Unless we act now, not some time distant but now, these consequences, disastrous
    as they are, will be irreversible. So there is nothing more serious, more urgent or more
    demanding of leadership.”

    "Tenzij we nu handelen, niet over enige tijd maar nu, zullen de rampzalige gevolgen onomkeerbaar
    zijn. Dus niets is belangrijker, dringender of vereist meer leiderschap.

    Interviewer:
    Have you thought of perhaps not flying to Barbados for a holiday and not using all those air miles?
    Hebt u misschien overwogen niet naar Barbados te vliegen om daar vakantie te houden en om niet
    al die kilometers door de lucht af te leggen?

    Tony Blair:
    I would, frankly, be reluctant to give up my holidays abroad.
    Eerlijk gezegd voel ik er niets voor mijn vakanties in het buitenland op te geven
    Interviewer:
    It would send out a clear message though wouldn’t it, if we didn’t see that great big air journey
    off to the sunshine? . . . – a holiday closer to home?
    Maar u zou toch een duidelijk signaal afgeven als u zou afzien van die lange luchtreis naar een
    zonnig oord? . . . - misschien een vakantie wat dichter bij huis?

    Tony Blair:
    Yeah – but I personally think these things are a bit impractical actually to expect people to do that.
    I think that what we need to do is to look at how you make air travel more energy efficient, how
    you develop the new fuels that will allow us to burn less energy and emit less. How – for example –
    in the new frames for the aircraft, they are far more energy efficient.
    Eh, ja . . . maar persoonlijk denk ik dat het eigenlijk niet erg praktisch is om dit soort dingen van
    de mensen te verwachten. Wat we moeten doen is, denk ik, onderzoeken hoe we het vliegverkeer
    efficiënter kunnen maken, hoe we nieuwe brandstoffen kunnen ontwikkelen die het mogelijk maken
    om minder energie te verbranden en die minder uitstoot opleveren. Hoe - bijvoorbeeld - de nieuwe
    vliegtuigen veel efficiënter met de energie kunnen omgaan.

    I know everyone always – people probably think the Prime Minister shouldn’t go on holiday at all,
    but I think if what we do in this area is set people unrealistic targets, you know if we say to
    people we’re going to cancel all the cheap air travel . . . You know, I’m still waiting for the first
    politician who’s actually running for office who’s going to come out and say it – and they’re not.
    Ik weet dat iedereen altijd - de mensen denken waarschijnlijk dat de Minister President helemaal
    niet op vakantie zou moeten gaan, maar ik denk, dat als we op dit gebied onrealistische doelen
    stellen, weet u, als we tegen de mensen zeggen dat we alle goedkope vliegreizen gaan afschaffen
    . . . . Weet u, ik moet de eerste politicus nog zien, die op dit moment in functie is, die naar voren
    treedt en dat zegt - die is er niet


    "Zes graden"
    In zes hoofdstukken wordt beschreven wat de wereld te wachten staat bij een opwarming van
    zes graden. Zes graden is de voorspelde opwarming aan het einde van deze eeuw, als we niet
    snel tot een wereldwijde reductie van de CO2-uitstoot komen.
    auteur:   Mark Lynas, wetenschapsjournalist en milieubeschermer.

    Enkele citaten uit een interview met Mark Lynas:
    Interviewer:
    Waarom ben je ten aanzien van kernenergie zo radicaal van mening veranderd?
    Mark Lynas:
    De wetenschap brengt geen overtuigende bezwaren meer naar voren. Moderne kerncentrales
    kunnen eigenlijk niet meer ontploffen, Ze verbruiken inmiddels het radioactieve afval waar we
    toch vanaf moesten. Gezondheidsrisico’s vallen in het niet bij andere gebruikte technieken. Het
    levert enorme hoeveelheden stroom uit een minuscule hoeveelheid brandstof. De hoeveelheid
    afval is heel erg klein en het is niet zo schadelijk voor de natuur als sommige mensen denken.
    Ik durf zelfs te beweren dat het principieel afwijzen van kernenergie de grootste fout is die de
    milieubeweging ooit heeft gemaakt. Dat is omdat het de deur heeft opengezet naar kolencentrales.
    We hebben het aan de antikernenergiebeweging te danken dat er miljarden tonnen CO2 de
    atmosfeer in zijn geblazen. Achteraf was dat een slecht idee.
    Interviewer:
    Maar uiteindelijk is de brandstof voor kerncentrales toch ook op?
    Mark Lynas:
    Dat klopt, maar dat duurt nog een eeuw of twee. Ik wil er graag even aan herinneren dat we
    nog maar een paar jaar hebben om het zelfregulerend vermogen van onze planeet te redden.
    Dat is de keus waar we voor staan. Het probleem is dat milieuorganisaties het niet echt
    kunnen maken om nu opeens toe te geven dat ze fout zaten met kernenergie.
    www.guardian.co.uk/books/2007/apr/23/scienceandnature.climatechange



    Interessante sites

    http://members.home.nl/energie-milieu/index.htm
    www.co2minderen.be/
    www.verhoeven272.nl/jan/energie/index.html
    www.jacobh.nl/nlboek.html
    www.hoesnel.nl/energie_ontwikkeling/energie-consumptie-2025.html
    www.heavens-above.com/
    www.klimaatladder.nl/
    http://climategate.nl/2011/06/27/de-wereld-energievoorziening-in-2050/
    http://duurzaamroermond.nl/blog/wp-content/uploads/2011/03/Energierevolutie.pdf



    Een verzameling van enkele actuele persberichten

    NRC-Handelsblad 13 november 2009
    Het klimaatprobleem is op te lossen, zegt het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Als we
    zuiniger worden, meer kernenergie gebruiken en massaal elektrisch gaan rijden. Kernenergie speelt
    een veel grotere rol dan in eerdere scenario's. Aardgas eveneens. Maar het opvallendste is de
    enorme omslag die het IEA nodig acht in de transportsector. Die zal massaal over moeten op
    elektrisch vervoer, vertelde chef-econoom Fatih Birol van het IEA gisteren. "Dit is de achilleshiel",
    onderstreepte Birol. De omslag is nodig, niet alleen vanwege het klimaat. Het vermindert tevens
    de kans op internationale conflicten. Zonder beleidswijzigingen zal de vraag naar olie toenemen
    van 84 miljoen vaten per dag nu, naar 105 miljoen vaten in 2030. De prijs zal volgens de prognose
    van het IEA stijgen naar bijna 200 dollar. Het zal de wereldeconomie ontwrichten. Bovendien
    kan de krapte makkelijk leiden tot conflicten. Wellicht gewapende. Het IEA heeft in zijn analyse
    één toverwoord:  zuiniger.

    Teletekst 18 november 2009
    De temperatuur kan wereldwijd met 6 graden stijgen als de klimaattop in Kopenhagen mislukt.
    Dat zegt het Global Carbon Project, een groep wetenschappers en universiteiten die zoveel
    mogelijk gegevens over de uitstoot van CO2 hebben verzameld en geanalyseerd. Volgens het
    GCP is de uitstoot van CO2 tussen 2000 en 2008 met 29% gestegen. De klimaattop van
    volgende maand is "de laatste kans" om de schade te beperken tot een stijging van 2 graden.

    Teletekst 19 december 2009
    In Kopenhagen is geen formeel akkoord gesloten om de opwarming van de aarde tegen te
    gaan. Het was de bedoeling dat alle 192 landen die aan de klimaattop deelnamen het akkoord
    zouden tekenen, maar Sudan, Bolivia, Venezuela, Tuvalu en Cuba stemden er niet mee in.
    Veel milieu-organisaties en arme landen spreken van een flop.

    Teletekst 24 december 2009
    De Amerikaanse president Obama vindt dat de teleurstelling over de uitkomst van de klimaattop
    in Kopenhagen terecht is. "Volgens de wetenschap moeten we de uitstoot van broeikassen de
    komende 40 jaar aanzienlijk verminderen. Niets in het Kopenhagen-akkoord verzekert dat dat
    gebeurt". De top in Kopenhagen leverde niets meer op dan een intentieverklaring van de
    deelnemers om de komende jaren iets te doen aan de uitstoot van CO2.

    Teletekst 20 januari 2010
    Het VN-Klimaatpanel erkent dat een waarschuwing over het smelten van de gletsjers in het
    Himalayagebergte niet voldoende was onderbouwd. In een rapport uit 2007 stond dat de
    gletsjers rond 2035 zouden zijn verdwenen, maar die stelling blijkt niet houdbaar. Het
    Klimaatpanel (IPPC) laat weten dat de waarschuwing niet was gebaseerd op de eisen die
    het IPPC zelf stelt aan gedegen onderzoek

    Teletekst 26 februari 2010
    De VN stelt een onderzoek in naar het omstreden rapport uit 2007 van het VN-klimaatpanel
    IPCC. Er komt een commissie van onafhankelijke wetenschappers die de fouten onder de
    loep gaan nemen. Het IPCC ligt onder vuur nadat de afgelopen maanden verschillende
    fouten in het rapport waren ontdekt. O.a. zijn de passages over de opwarming van de aarde
    gebaseerd op meetfouten.

    Teletekst 16 april 2010
    Het CDA wil het aantal kerncentrales in Nederland uitbreiden naar drie. Voor de bouw van
    de twee extra centrales moeten binnen vier jaar vergunningen worden afgegeven, zei minister
    Verhagen bij een bezoek aan de Pettense reactor. Extra kerncentrales zijn nodig als ons land
    over 30 jaar nog zeker wil zijn van energie, zei Verhagen. Hij wees op de vooruitgang bij het
    veilig opslaan van kernafval.

    NOS  23 april 2010
    Op het booreiland Deep Horizon, op ruim 80 kilometer uit de kust van Louisiana, was
    dinsdagavond 20 april, een zware explosie. Het platform kapseisde en zonk. Op zee drijft nu
    een olievlek van meer dan tien vierkante kilometer. Het booreiland, ongeveer zo groot als een
    voetbalveld, was in gebruik door de oliemaatschappij BP. Het platform produceerde een miljoen
    liter olie per dag. Op het moment van de explosie was er 2,5 miljoen liter olie opgeslagen.
    De oorzaak van de explosie is vooralsnog onbekend. De Amerikaanse overheid doet er alles
    aan om de milieuschade na het ongeluk te beperken. Dat heeft de hoogste prioriteit, heeft
    president Obama gezegd. De Amerikaanse autoriteiten, oliemaatschappij BP en het bedrijf
    Transocean hebben een grootscheepse operatie opgezet om de oliemassa te isoleren. Daarmee
    moet worden voorkomen dat de olie de kusten van Louisiana, Alabama en Mississippi bereikt
    en vervuilt. Deskundigen waren bang dat het ongeluk zou uitgroeien tot de ergste olieramp sinds
    1989, toen zich in de wateren bij Alaska een ramp voordeed met de olietanker Exxon Valdez.

    De Volkskrant 31 mei 2010
    Het falen van de diepzeeboring in de Golf van Mexico is het opzichtig falen van een techniek
    waarvan eerder is gezegd dat die veilig en beheersbaar was. In dat opzicht lijkt de situatie op
    de kernramp van Tsjernobyl in 1986. Tsjernobyl bracht de nucleaire industrie goeddeels tot
    stilstand. Dat zal de olie-industrie nu niet letterlijk gebeuren, daarvoor is de afhankelijkheid van
    olie te groot. Maar de vanzelfsprekendheid waarmee aardolie kan en zal worden gewonnen is
    terecht even verdwenen.

    Teletekst 3 augustus 2010
    BP hoopt vandaag te beginnen met het definitief dichten van het olielek in de Golf van Mexico.
    Dat gebeurt door cement en boorvloeistof in de bron te spuiten. Half juli lukte het om een kap
    over de oliebron te zetten, maar het lek is nog niet helemaal gedicht. Volgens de laatste
    berekeningen is zo'n 780 miljoen liter olie weggelekt. Dat is meer dan bij enige andere olieramp
    in het verleden
    (er kwam dus bijna 20 keer zoveel olie in zee terecht als bij de ramp met de tanker Exxon
    Valdez bij Alaska in 1989.  De lekkage in de Golf van Mexico duurde ruim 3 maanden)

    Teletekst 15 augustus 2010
    President Obama is het weekeinde met zijn gezin in Florida om de regio een hart onder de
    riem te steken na de olieramp in de Golf van Mexico. Hij riep de Amerikanen op naar Florida
    te komen en daar weer geld uit te geven. Hij zei dat de stranden weer schoon en veilig zijn en
    verklaarde ze voor "heropend".
    (dàt is snel, nog geen 2 weken na het sluiten van het olielek dat de grootste olieramp uit de
    geschiedenis veroorzaakte, is de olie al weer verdwenen ??)

    Teletekst 19 september 2010
    Olieconcern BP heeft de oliebron in de Golf van Mexico na een laatste test definitief voor
    gesloten verklaard. In de test van vannacht werd gekeken of de oliebron, waarin cement is
    gestort, het ook onder grote druk zou houden. Dat bleek het geval.

    Teletekst 12 oktober 2010
    De Amerikaanse regering heeft het verbod op het boren naar olie in diep water opgeheven.
    Het boorverbod zou tussen de 8000 en 12000 banen hebben gekost en veel schade hebben
    berokkend aan de economie in de zuidelijke kustregio.

    Teletekst 14 mei 2011
    President Obama neemt maatregelen om de olieproductie in Alaska en in de golf van Mexico
    op te voeren. Hij komt daarmee tegemoet aan de Republikeinen. Door de huidige hoge
    benzineprijs is er ook druk vanuit de bevolking om meer olie in eigen land te winnen.
    Na de ramp in de golf van Mexico mocht daar een half jaar niet worden geboord en werden
    de regels strenger

    Teletekst 18 augustus 2011
    Nog dit jaar wordt de 7-miljardste aardbewoner geboren. De bevolkingstoename komt vooral
    voor rekening van Afrika, waar vrouwen gemiddeld vijf kinderen krijgen. De groei van de
    wereldbevolking neemt wel af. Pas over 14 jaar wordt het volgende miljard bereikt, terwijl
    dat nu 12 jaar heeft geduurd. Voor 2050 lost India China af als land met de meeste inwoners

    NRC-Handelsblad 23 september 2011
    De zeven miljardste is een ongewenst kind. Waarschijnlijk krijgt het een rotleven.
    Op 31 oktober 2011 wordt de zeven miljardste mens geboren. Verwacht geen beschuit met
    muisjes op het hoofdkantoor van de Verenigde Naties. De organisatie is een campagne
    begonnen om alle aardbewoners op hun verantwoordelijkheid te wijzen.

    Teletekst 10 december 2011
    Laatste poging tot klimaatakkoord
    De klimaattop in Durban is met een dag verlengd. Er bleek grote onenigheid te bestaan.
    Gastland Zuid Afrika komt nu met een nieuwe ontwerptekst. In het vorige concept-akkoord
    stond dat afspraken over CO2 reductie pas na 2020 van kracht zouden worden en niet
    wettelijk bindend. Een coalitie van de EU en meer dan 70 ontwikkelingslanden eisen dat
    er uiterlijk 2015 bindende afspraken worden gemaakt, die uiterlijk 2020 ingaan. Liever
    geen akkoord dan een slap akkoord.

    Teletekst 13 december 2011
    Canada stapt uit het Kyoto-verdrag. Daarmee is het het eerste land dat zich terugtrekt uit
    de overeenkomst die in 1997 werd gesloten om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.
    Volgens Canada heeft het verdrag geen zin zolang grote vervuilers als China en de VS het
    niet ondertekenen. Van "Kyoto" moet de uitstoot eind 2012  6% lager zijn dan in 1990,
    maar dat gaat Canada niet halen. De bekendmaking komt een dag na het eind van de top in
    Durban. Daar lieten ook Japan en Rusland weten weinig meer in het Kyoto-protocol te zien.


    Free counter and web stats