free hit counter javascript

Een relativerend verhaaltje over

E N E R G I E

voor reacties:   j.van.staveren@hetnet.nl
eerste versie:    januari   2001
bijgewerkt:       januari   2010
profiel van de   auteur

Inhoud
Vermogen
Energie
Wet van behoud van Energie
Rendement
Produktiefactor
Eenheden en omrekenfactoren voor Vermogen
Eenheden en omrekenfactoren voor Energie
Primaire energie
Energie-inhoud van enkele brandstoffen
Mechanisch-Warmte equivalent
Energie-omzetting
De formule van Carnot
Energieverbruik van een huishouden
Energieverbruik van de auto
Rendement van lichtbronnen
Zonne-energie
Windenergie
Energie-opslag in de accu's van elektrische auto's
Energy Internet
Geothermische energie
Getijdencentrale
Waterkracht
Biomassa
Warmte-kracht koppeling
Warmtepomp
Warmte-kracht koppeling vergeleken met een warmtepomp
Mogelijkheden voor het opwekken van warmte
Batterijen
Lopen en fietsen
Elektrische fiets
Elektrische treinen
Elektrische boot
De snelle veerboot tussen Hoek van Holland en Harwich
Vliegtuigen
De elektrische auto
De hybride auto
De brandstofcel auto
De Waterstof Economie
Kernfusie
Kernenergie

Bijlagen
Enkele feiten, berekeningen en wetenswaardigheden
Tabellen en grafieken
Alternatieve energiebronnen
Opslag van energie
Energiebesparing
De ineenstorting van de olie-economie
Hoe zal het nu verder met de energie gaan?
Energie-inhoud, watervoorbeeld en energieverbruik
Boeken over energie
Een collage van actuele persberichten


Enkele opmerkingen vooraf

  • Afkortingen zijn in dit verhaal zo veel mogelijk vermeden.
  • Eenheden zijn meestal niet met een hoofdletter geschreven, maar wel steeds voluit.
        bijvoorbeeld:  newtonmeter,  volt,  megawattuur  etc.
  • Getallen zijn meestal afgerond. Het gaat in dit verhaal vooral om de verhoudingen en niet in
        de eerste plaats om de exacte waarden.
  • De hoeveelheid energie die nodig is om bijvoorbeeld auto's, windmolens, zonnepanelen,
        biobrandstoffen etc. te produceren is niet in beschouwing genomen.
  • Er zijn zo weinig mogelijk verschillende eenheden gebruikt. Bijna alles is omgerekend in
        kilowatturen en megawatturen.
  • De meeste gegevens zijn 3 jaren oud. De reden hiervoor is, dat de officiële gegevens van
        EIA  (Energy Information Administration) en  IEA  (International Energy Agency)
        met een vertraging van 3 jaar worden gepubliceerd.
        De gegevens van de voorgaande jaren worden dan meestal alsnog gecorrigeerd.!!
  • Veel mensen hebben er geen idee van, hoe de verhoudingen liggen bij de verschillende
        vormen van energie-opwekking en het energieverbruik.
        Dit verhaal probeert aan de hand van  feiten  hierover duidelijkheid te verschaffen
  • Men kan door middel van de verwijzingen naar internetsites en via eenvoudige berekeningen,
        zelf vaststellen of de in dit verhaal verstrekte informatie juist is.
  • Het verhaal wordt continu bijgewerkt aan de hand van nieuwe feiten, nieuwe inzichten en
        opmerkingen van lezers.


    Enkele gegevens over het energieverbruik in Nederland   (afgerond)

  • Het elektriciteitsverbruik van een gemiddeld huishouden is  3400 kilowattuur per jaar.
        Een huishouden bestaat (statistisch gezien) uit 2,28 personen.
  • Er zijn in Nederland 7 miljoen huishoudens. Het totale elektriciteitsverbruik van alle
        huishoudens is dus  24 miljard kilowattuur per jaar.
  • Het totale elektriciteitsverbruik, met inbegrip van de industrie en het openbaar vervoer,
        is  100 miljard kilowattuur  per jaar.
  • Het totale primaire energieverbruik, nodig voor verwarming, de industrie, auto's en de
        opwekking van elektriciteit, is  1000 miljard kilowattuur  per jaar.


    Inleiding

    Het energieverbruik en de daarmee gepaard gaande milieuvervuiling is evenredig met het aantal
    mensen op deze aarde. De meest effectieve maatregel om het energieverbruik en de milieuvervuiling
    te beperken is dus:  Geen verdere toename van de wereldbevolking.  Dat wordt bereikt als
    de "reproduktiefactor" niet groter is dan 1. Dus niet meer dan 2 kinderen per echtpaar.
    zie:  kinderen

    In het boek "Na ons de zondvloed" schrijft de auteur P. Gerbrands, oprichter van de Club van
    10 miljoen: "Binnen redelijke marges is groei van het aantal mensen en economische uitbreiding
    mogelijk, zolang we ons daarbij weten te beperken tot het consumeren van de rente die de aarde
    ons biedt. Maar als ook het kapitaal dat aarde heet, zelf wordt opgegeten, slaan we als menselijke
    soort een doodlopende straat in".

    Citaat uit het partijprogramma van  "De Groenen"  2002
    Een hevige bedreiging voor het leven op aarde is de tomeloos groeiende bevolkingsomvang. Nog
    steeds is sprake van een explosieve groei van de wereldbevolking. Zo wordt India binnenkort net
    als China een land met meer dan een miljard inwoners.
    Vervuiling van het milieu is direct gerelateerd aan de bevolkingsaanwas. Meer mensen zorgen voor
    meer afval, hebben meer voedsel nodig, verbruiken meer grondstoffen, hebben meer ruzie, hebben
    minder leefruimte, krijgen minder aandacht en hebben meer geld nodig. De conclusie is helder:
    Geboortenbeperking is noodzaak.   Gebeurt dat niet, dan eindigen wij allen als de bacteriën op
    een beperkte voedingsbodem:   Na ongebreidelde groei volgt ongekende sterfte.
    www.degroenen.nl/ideologie/programmas/Partijprogramma2002.doc

    De bevolkingsexplosie
    Van 1990 tot 2000 nam de wereldbevolking elk jaar met gemiddeld 1,5% toe.
    Stel, dat deze toename vanaf het begin van onze jaartelling tot heden altijd had plaatsgevonden.
    Hoe groot zou dan nu de wereldbevolking zijn, uitgaande van 2 mensen in het jaar nul ?
    Na 2000 jaar zou de toename zijn:  1,0152000 =  8,55 × 1012
    De oppervlakte van de aarde is  4 π r2 =  4 π × 40 × 106 vierkante kilometer
    (r = de straal van de aarde =  6400 kilometer)
    Het aantal mensen zou dan zijn:  (2 × 8,55 × 1012 ) / (4 π × 40 × 106) =  34000 per vierkante
    kilometer, oceanen en de polen meegerekend.
    Gelukkig zijn dit er nu (2010) in werkelijkheid “slechts” 51 per vierkante kilometer.   (op land)
    Nederland heeft een bevolkingsdichtheid van  401 inwoners per vierkante kilometer.


    Overzicht van de bevolkingsaanwas   United Nations Population Division

    1960

    2000

    2050

     Nederland

    11 miljoen

    16 miljoen

    17 miljoen

     Wereldbevolking

     3 miljard

     6 miljard

     9 miljard





    Een relativerend verhaaltje over

    E N E R G I E


    Vermogen
    Vermogen is een maat voor de snelheid waarmee energie (arbeid)   kan worden geleverd of verbruikt.

    vermogen = energie / tijd

    eenheid:     1 watt = 1 joule / seconde

    Enkele voorbeelden:

  • Een elektrische centrale heeft een vermogen van 1200 megawatt, ook als de centrale tijdelijk
        buiten bedrijf is.     (1 megawatt = 1000 kilowatt)
  • Een automotor heeft een vermogen van 70 kilowatt, ook als de auto stil staat.
  • Een gloeilamp heeft een vermogen van 75 watt, ook als de lamp niet brandt of nog in de doos zit.
    Vermogen is een eigenschap.
    zie:   watervoorbeeld


    Energie
    Energie (arbeid)  wordt gedurende een bepaalde tijd geleverd of verbruikt.

    energie = vermogen x tijd

    eenheid:     1 joule = 1 watt x seconde

    Enkele voorbeelden:

  • Een elektrische centrale met een vermogen van 1200 megawatt, levert in 5 uur:
        1200 megawatt × 5 uur =  6000 megawattuur elektrische energie.             (bij vol vermogen)
  • Een automotor met een vermogen van 70 kilowatt, levert in 2 uur:
        70 kilowatt × 2 uur =  140 kilowattuur mechanische energie (arbeid).        (bij vol vermogen)
  • Een gloeilamp van 75 watt, verbruikt in 10 uur:
        75 watt × 10 uur =  750 wattuur en zet dit om in lichtenergie en warmte.
    Energie levert altijd iets op:  elektriciteit, beweging, licht, warmte, geluid, radiogolven,
    een chemische reactie   etc.

    zie:   watervoorbeeld


    In de winkel betaalt men voor het vermogen   (van bijvoorbeeld een stofzuiger)
    Thuis betaalt men voor de energie                   (die door de stofzuiger wordt verbruikt)


    Wet van behoud van energie
    Energie kan niet verloren gaan.   Energie kan niet uit niets ontstaan.
    Energie kan alleen worden omgezet van de ene vorm in de andere.
    De som van alle energieën verandert daarbij niet.


    Rendement
    Rendement =  nuttige energie / verbruikte energie.
    Voorbeeld:

  • Een automotor met een vermogen van 50 kilowatt draait 1 uur op vol vermogen en levert dan
        dus 50 kilowattuur nuttige, mechanische energie.
        De hoeveelheid verbruikte energie is 200 kilowattuur. (dat is ongeveer 22 liter benzine)
        Het rendement is dan (50 / 200) × 100% = 25%
        Hierbij wordt 150 kilowattuur, niet nuttig gebruikte energie, in de vorm van warmte afgevoerd.
    Rendementen zijn altijd kleiner dan 100%.    Perpetuum Mobile bestaat dus niet.


    Produktiefactor   (beschikbaarheid bij het opwekken van energie)
    Produktiefactor =  werkelijke jaaropbrengst / theoretische jaaropbrengst.
    De theoretische jaaropbrengst (kilowattuur) =  het maximale vermogen (kilowatt) × 8760 (uren)
    (een jaar heeft  365 × 24 =  8760 uren)


    Rendement en produktiefactor zijn 2 geheel verschillende begrippen.
    Enkele voorbeelden:

  • De produktiefactor van zonne-energie in Nederland is 11%, in de Sahara 33%
        Het rendement van een zonnepaneel is 12%
  • De produktiefactor van windenergie op land is 23%, op zee 40%
        Het rendement van een windmolen is 50%
  • De produktiefactor van een elektrische centrale is 80%
        Het rendement van een elektrische centrale is 40%


    Enkele rendementen   (bij benadering)
    - fotosynthese
    - gloeilamp
    - elektrisch zonnepaneel
    - concentrated solar power   (CSP)
    - van voedsel naar mechanische energie
    - benzinemotor
    - kerncentrale
    - dieselmotor
    - conventionele elektrische centrale
    - stoomturbine
    - brandstofcel
    - windmolen
    - STEG-centrale   (stoom en gas)
    - thermisch zonnepaneel   (zonneboiler)
    - elektrolyse van water
    - laad- ontlaadcyclus accu
    - waterkrachtcentrale
    - elektromotor
    - warmte-kracht koppeling
    - generator in een elektrische centrale
    - laad- ontlaadcyclus supercondensator
    =    1%
    =    5%
    =  12%
    =  20%
    =  25%
    =  25%
    =  33%
    =  40%
    =  40%
    =  45%
    =  45%
    =  50%
    =  58%
    =  65%
    =  66%
    =  75%
    =  80%
    =  90%
    =  90%
    =  95%
    =  97%


    Eenheden en omrekenfactoren voor Vermogen
    1 watt
    1 kilowatt
    1 pk
    =       1 joule per seconde
    =       1 kilojoule per seconde
    =   736 watt
    =         1 newtonmeter per seconde
    =   3600 kilojoule per uur
    =       75 kilogrammeter per seconde


    Eenheden en omrekenfactoren voor Energie
    1 wattseconde
    1 kilowattuur
    1 kilocalorie
    =         1 joule
    =   3600 kilojoule
    =   4190 joule
    =       1 newtonmeter
    =   859 kilocalorie
    =   427 kilogrammeter


    Primaire energie
    Primaire energie is de energie-inhoud van brandstoffen in hun natuurlijke vorm, voordat enige
    technische omzetting heeft plaatsgevonden.


    Energie-inhoud van enkele brandstoffen   www.nrg-nl.com/public/abc/node165.html
    1 kilogram droog hout
    1 kilogram steenkool
    1 kubieke meter aardgas
    1 liter benzine
    1 liter dieselolie
    1 kilogram waterstofgas
    1 kilogram Uranium 235
    =     5,3 kilowattuur
    =     8,1 kilowattuur
    =     8,8 kilowattuur
    =     9,1 kilowattuur
    =   10,0 kilowattuur
    =   33,6 kilowattuur
    =   22,2 miljoen kilowattuur
    =     19,0 megajoule
    =     29,3 megajoule
    =     31,7 megajoule
    =     32,6 megajoule
    =     35,9 megajoule
    =   120,8 megajoule
    =     80,0 miljoen megajoule

    In het navolgende zal het energieverbruik of de energie-opbrengst steeds zo veel mogelijk worden
    omgerekend naar liters benzine-equivalent. Dat spreekt wat meer tot de verbeelding en het maakt
    een goede onderlinge vergelijking mogelijk.


    Thermische energie in 1 liter benzine

  • 1 liter benzine =  7800 kilocalorie
        Bij een rendement van 100% kan men hiermee 7800 liter water 1 graad verwarmen.
        (of 78 liter 100 graden verwarmen)


    Mechanische energie in 1 liter benzine

  • 1 liter benzine =  9,1 kilowattuur
        Hierop zou een motor van 91 kilowatt gedurende 0,1 uur (= 6 minuten) op vol vermogen kunnen
        draaien. Omdat het rendement van een benzinemotor ongeveer 25% is, draait zo’n motor maar
        1,5 minuut op 1 liter benzine, waarbij dan 75% van de toegevoerde energie in nutteloze warmte
        wordt omgezet.
  • 1 liter benzine =  3338000 kilogrammeter
        Met 1 liter benzine kan men dus theoretisch een Jumbo van 333800 kilogram 10 meter omhoog
        takelen. Zo’n vliegtuig 10 kilometer omhoog brengen, kost (afgezien van de voorwaartse snelheid,
        luchtweerstand, rendement etc.) 1000 liter brandstof.
        (gemakshalve wordt hierbij aangenomen, dat benzine gelijkwaardig is aan kerosine)


    Mechanisch - Warmte equivalent
    Dit geeft aan, hoe de relatie is tussen mechanische energie en warmte.
    Deze relatie is:  1 kilocalorie  komt overeen met  427 kilogrammeter.
    Een voorbeeld:
    Om 1 liter water 1 graad in temperatuur te verhogen is 1 kilocalorie nodig. (per definitie)  Als men
    zijn hand 1 minuut in een liter koud water steekt, dan is daarna de temperatuur van het water
    ongeveer 1 graad gestegen. Dit komt dus overeen met een hoeveelheid mechanische energie van
    427 kilogrammeter. Dat is voldoende om een koe (of 2 piano's) een meter op te takelen.
    Warmte is de meest compacte vorm van energie.


    Energie-omzetting

  • Bij omzetting van warmte naar mechanische energie is het rendement begrensd volgens de
        formule van  Carnot.   In de praktijk blijkt het maximaal haalbare rendement zo'n 50% te zijn.
        Voorbeeld:
        Een stoomturbine in een elektriciteitscentrale heeft een rendement van 45%
  • Omzetting van mechanische energie naar elektriciteit kan theoretisch plaats vinden met
        een rendement van 100%
        Voorbeeld:
        Een generator in een elektriciteitscentrale heeft een rendement van 95%
  • Omzetting van elektriciteit naar mechanische energie kan theoretisch plaats vinden met
        een rendement van 100%
        Voorbeeld:
        De elektromotor van de "Zonnewagen" heeft een rendement van 97%


    De formule van Carnot

    n  =  (Thoog -  Tlaag) / Thoog

    n        =   het rendement
    Thoog =  de hoogste temperatuur in het proces in graden Kelvin     (de toegevoerde warmte)
    Tlaag  =  de laagste temperatuur in het proces in graden Kelvin      (de restwarmte)
    Voorbeeld:
    De inlaat temperatuur van een stoomturbine is 560 graden Celsius en de uitlaat temperatuur
    is 227 graden Celsius.
    Thoog = 560 + 273 = 833 graden Kelvin
    Tlaag   = 227 + 273 = 500 graden Kelvin
    Het rendement is dan:     n  =  (833 - 500) / 833  =  0,40  =  40%


    Energieprijzen  (afgerond)
    1 liter benzine (9,1 kilowattuur)
    1 kubieke meter aardgas (8,8 kilowattuur)
    1 kilowattuur elektriciteit uit het lichtnet
    1 kilowattuur elektriciteit uit een batterij
    =  €     1,50
    =  €     0,65
    =  €     0,20
    =  € 178,00


    Energieverbruik van een huishouden   www.energie.nl
    In het jaar 2000 waren er in Nederland 15,6 miljoen inwoners en 6,85 miljoen huishoudens. Het
    gemiddeld aantal personen per huishouden was toen 2,28   Per huishouden werd voor verlichting,
    koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen etc. 3380 kilowattuur elektriciteit verbruikt. Bij een
    rendement van 40% van de elektrische centrale is dat een hoeveelheid primaire energie van 8450
    kilowattuur. Voor verwarming, warm water en koken was 1965 kubieke meter aardgas nodig. Met
    de auto werd 17400 kilometer gereden, bij een verbruik van 8,3 liter benzine per 100 kilometer.
    Omgerekend naar liters benzine-equivalent per dag, komt men (afgerond) op:

    - verlichting
    - koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen
    - verwarming, warm water, koken
    - de auto

      0,4
      2,1
      5,2
      4,0
    11,7   liters benzine-equivalent per dag

    Energieverbruik van een huishouden

    De verwarming van de woning, warm water en koken kost, over een jaar gerekend, bijna
    net zoveel primaire energie als verlichting, koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen en
    de auto bij elkaar.

    Alleen bezuinigen op de verlichting, (dat is slechts 3% van het totale energieverbruik), heeft uit het
    oogpunt van energiebesparing weinig zin. Wèl helpt het om de verwarming wat lager te draaien.
    Alle energie, die toegevoerd wordt aan verlichting en apparaten wordt uiteindelijk volledig omgezet
    in warmte. Een woonkamer wordt niet merkbaar warmer als de TV aan staat of als het licht brandt.
    Kennelijk is het energieverbruik van de verlichting en de TV dus verwaarloosbaar ten opzichte van
    de energie die voor de verwarming nodig is. Veel mensen denken: "Alle kleine beetjes helpen".
    Het tegendeel is eigenlijk waar. De "kleine beetjes" helpen maar een (heel klein) beetje en geven
    het misleidende gevoel, dat men toch maar heel wat doet voor het milieu en dat men daarom verder
    zijn gang wel kan gaan.  (met de verwarming en met de auto)


    Energieverbruik van de auto
    Een auto kan 6 minuten rijden op 1 liter benzine en daarbij een afstand afleggen van 12 kilometer.
    (verbruik  1 liter per 12 km  bij een snelheid van 120 km/uur).
    Het rendement van een benzinemotor is sterk afhankelijk van:

  • het toerental
  • het geleverde koppel
  • het momentele vermogen
    Het maximaal haalbare rendement is 30% en dit wordt bepaald door de compressieverhouding
    en het temperatuurtraject dat in de cilinders wordt doorlopen.  Carnot
    Bij een Dieselmotor is het rendement ongeveer 40%. Bij een benzinemotor kan dat worden
    benaderd door optimale brandstof inspuiting, optimale mengverhouding zuurstof-brandstof bij alle
    toerentallen, optimaal ontstekingstijdstip bij alle toerentallen, zo veel mogelijk kleppen, variabele
    kleptiming en een zo hoog mogelijke motortemperatuur. Vandaar dat er ooit experimenten plaats
    vonden met keramische motoren. Die zouden een hogere temperatuur toelaten dan motoren die
    gemaakt zijn van metaal. Afbreuk aan het rendement van de motor in een auto wordt veroorzaakt
    door het gebruik van de katalysator, koude start, variabel toerental, variabele belasting, koeling
    en stationair draaien.

    Een auto verbruikt in 15 minuten evenveel primaire energie, als een gemiddeld Nederlands
    huishouden in een etmaal voor verlichting, koelkast, TV, wassen, strijken, stofzuigen etc.

    ("even" naar de brievenbus met de auto !!)


    Rendement van lichtbronnen
    - gloeilampen
    - LED-lampen
    - spaarlampen
    - TL-buizen

    5%
    25%
    29%
    41%


     LED =  Light Emitting Diode

    TL =  Tube Luminescent



    Zonne-energie

  • Buiten de dampkring heeft de zonnestraling een intensiteit van 1,36 kilowatt per vierkante meter.
        (dat is de zonneconstante)
  • Ter hoogte van het aardoppervlak en bij een geheel onbewolkte hemel heeft de zonnestraling
        een intensiteit van 1 kilowatt per vierkante meter. (bij loodrechte instraling)
  • In 1999 was de totale instraling van zonne-energie in Nederland,  1006 kilowattuur,  gemeten
        op een horizontaal vlak van 1 vierkante meter, seizoenen, bewolkte hemel, dag en nacht
        meegerekend.
  • De gemiddelde instraling komt hiermee op 1006 / 8760 =  0,115 kilowatt =  115 watt per
        vierkante meter.  (een jaar =  8760 uren)
  • Om het zonlicht in Nederland optimaal te benutten, moet een vast opgesteld zonnepaneel onder
        een hoek van 36 graden met het horizontale vlak worden gemonteerd en gericht zijn op het zuiden
  • Een zonnepaneel gemonteerd onder een hoek van 36 graden heeft een meeropbrengst van 15%
        ten opzichte van een horizontaal opgesteld zonnepaneel.
  • Een zonnepaneel dat meedraait met de stand van de zon, (een zonvolgend systeem), levert nog
        eens 30% extra energie op.
  • De hoeveelheid ingestraalde zonne-energie op een horizontaal vlak, is in de zomermaanden
        (juni t/m augustus) 6 keer zoveel als in de wintermaanden (december t/m februari).
  • De energie, die een zonnepaneel opvangt, bestaat voor 40% uit direct zonlicht en 60% indirect
        zonlicht.
  • De jaaropbrengst van zonne-energie in de Sahara, is per oppervlakte eenheid  slechts 3 keer
        zoveel als in Nederland.
  • De hoeveelheid ingestraalde zonne-energie per vierkante meter is (uiteraard) gelijk bij een
        zonneboiler, een elektrisch zonnepaneel, een parabolische spiegel, een zonnetrog of een heliostaat.
        (bij loodrechte instraling, op dezelfde locatie en gedurende dezelfde tijd)
    www.solar-tracking.com
    www.degerenergie.de/webseite_english/pdf/DEGERtracker-5000NT-7000NT-E.pdf

    Enkele mogelijkheden om zonne-energie te gebruiken zijn:

  • verwarmen van water   (zonneboiler)
  • rechtstreeks opwekken van elektrische energie door zonnestraling   (elektrisch zonnepaneel)
  • elektriciteit produceren met geconcentreerde zonnestraling   (concentrated solar power)

    Een zonneboiler heeft een rendement van 65%.
    Bij een energie-instraling van  1006 kilowattuur per vierkante meter per jaar, kan een zonneboiler
    een energiebesparing opleveren van 650 kilowattuur. (vergelijkbaar met 71 liter benzine)

    Een elektrisch zonnepaneel heeft een rendement van 12%. (huidige stand van de techniek).
    Bij een energie-instraling van  1006 kilowattuur per vierkante meter per jaar, kan een elektrisch
    zonnepaneel theoretisch 120 kilowattuur per jaar leveren. (vergelijkbaar met 13 liter benzine).
    zie:  wattpiek
    Het elektriciteitsverbruik van een gemiddeld huishouden in Nederland is 3400 kilowattuur per jaar.
    Hiervoor zijn ongeveer 30 vierkante meters zonnepaneel nodig.
    Het ziet er naar uit, dat het rendement van een elektrisch zonnepaneel nog kan worden opgevoerd
    tot 24%. Dan zouden 15 vierkante meters voldoende zijn.
    Het lijkt zelfs mogelijk ooit een rendement te behalen van 80% met behulp van "nano-antennes"
    www.inl.gov/pdfs/nanoantenna_factsheet.pdf

    Bij concentrated solar power (CSP) wordt de zonnestraling door middel van spiegels op een
    klein oppervlak geconcentreerd. Dit kan op verschillende manieren gebeuren.

  • met parabolische spiegels
  • met zonnetroggen       (lineaire Fresnel spiegels zijn een interessant alternatief)
  • met heliostaten
    Voorwaarde voor "concentrated solar power" is een zonvolgend systeem. De nauwkeurigheid
    waarmee de stand van de zon moet worden gevolgd, is tenminste 1 graad. Dat betekent, dat het
    systeem elke 4 minuten moet worden bijgesteld. Bovendien moet de zon ongehinderd schijnen.
    Bij een bewolkte hemel werkt "concentrated solar power" niet. Daarom wordt het in Nederland
    niet toegepast. Wat men eventueel met het hogere rendement zou kunnen winnen, wordt volledig
    teniet gedaan door het feit, dat de zon hier (gemiddeld) weinig uren per dag volop schijnt.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Solar_thermal_electric
    www.gezen.nl/wordpress/?page_id=9

    Parabolische spiegels

    Een parabolische spiegel draait om 2 loodrecht op elkaar staande assen met de stand van de zon
    mee. Het zonlicht kan met een factor 500 worden geconcentreerd. Er ontstaat dan een temperatuur
    van 1000 graden Celsius in het brandpunt. Daar kan bijvoorbeeld een  heteluchtmotor  worden
    geplaatst, die een generator aandrijft. Daarmee wordt vervolgens elektriciteit opgewekt.

    Zonnetroggen

    Een zonnetrog is een trogvormige spiegel, waarbij de dwarsdoorsnede de vorm van een parabool
    heeft. De lengte-as is in noord-zuid richting opgesteld en de zonnetrog draait om die as met de stand
    van de zon mee, dus elke dag van oost naar west. De concentratie van het zonlicht in de "brandlijn"
    is een factor 80, waarbij een temperatuur van 400 graden Celsius wordt bereikt. In de brandlijn
    bevindt zich een buis waarin olie wordt verhit. In een warmtewisselaar wordt hiermee water verhit
    tot hete stoom. Daarmee wordt op de gebruikelijke wijze elektriciteit opgewekt. Het rendement van
    de omzetting van de zonnestraling naar hete stoom is 50%. Van hete stoom naar elektriciteit 30%.
    Daarmee komt het totaal rendement op 15%.  (dus weinig hoger dan bij elektrische zonnepanelen)
    Het voordeel van zonnetroggen is, dat een deel van de opgevangen zonnewarmte tijdelijk kan worden
    opgeslagen. Daarmee kunnen (kort durende) zonloze periodes worden overbrugd.
    www.solarmillennium.de/upload/Animationen/andasol_blue_engl.swf     (start animatie links onder)

    Heliostaten

    Een heliostaat is een licht gekromde of vlakke spiegel, die om 2 assen met de stand van de zon
    meedraait. Het door de heliostaat gereflecteerde zonlicht, wordt gefixeerd op de top van een
    "zonnetoren". De top van deze zonnetoren, die ongeveer 100 meter hoog is, wordt beschenen door
    een veld met honderden heliostaten en is daardoor het gemeenschappelijke brandpunt van een
    enorm groot oppervalk aan spiegels. Alle spiegels moeten continu en individueel worden gericht.
    Er kunnen in de top van de toren zeer hoge temperaturen worden bereikt, tot 1000 graden Celsius.
    De opgevangen warmte wordt gebruikt voor de opwekking van elektriciteit. De temperatuur die bij
    parabolische spiegels of heliostaten optreedt is veel hoger dan bij zonnetroggen. Het rendement van
    de elektriciteitsopwekking is dan dus ook hoger   Carnot
    www.gezen.nl/wordpress/?page_id=9

    "Concentrated solar power" (in wat mildere vorm) kan ook worden toegepast in combinatie met
    daarvoor geschikte zonnecellen. Spectrolab levert zonnecellen, die een ingestraald vermogen van
    50 watt per vierkante centimeter kunnen verdragen, mits zodanig gekoeld, dat de temperatuur niet
    boven de 100 graden Celsius uitkomt. Onder deze condities wordt een rendement van ruim 35%
    gehaald.
    www.spectrolab.com/prd/terres/cell-main.htm
    www.spectrolab.com/DataSheets/TerCel/C1MJ_CDO-100.pdf

    Het elektrische zonnepaneel dat in het jaar 2000 door Greenpeace werd geïntroduceerd, heeft een
    effectief oppervlak van 0,75 vierkante meter en levert in Nederland per jaar 80 kilowattuur. Dat is
    gemiddeld 220 wattuur per dag. Voldoende om 1 uur per dag naar een flatscreen TV te kijken. Op
    jaarbasis bespaart dit, in geld uitgedrukt: 80 ×  € 0,20 =  € 16,-   Het paneel kostte bij Greenpeace
    (inclusief allerlei subsidies)  € 454,-   De "terugverdientijd" is dus 28 jaar.
    Citaat uit een recente advertentie voor zonnepanelen:   "Dit met Lasertechnologie ?? vervaardigde
    zonnepaneel, heeft ook bij bewolkte hemel en tot laat in de avond, een hoog rendement".
    Ja, het rendement is dan misschien wel hoog, maar de opbrengst is bij bewolkte hemel en laat in
    de avond bijna nul. Dat komt, omdat de hoeveelheid ingestraalde energie dan heel erg weinig is.

    Zonne-energie heeft wel de potentie, om ooit interessant te worden. De hoeveelheid zonne-energie
    die in Nederland jaarlijks wordt ingestraald op een oppervlakte van 25 vierkante kilometer
    bedraagt 5000 × 5000 × 1000 kilowattuur = 25 miljard kilowattuur. Dat is de hoeveelheid energie,
    die (volgens Einstein) equivalent is aan 1 kilogrammassa. Bij een rendement van 100% zou dat
    voldoende zijn voor een kwart van het jaarlijks elektriciteitsverbruik in Nederland. Een praktische
    mogelijkheid, om deze energie op een efficiënte manier "te pakken" te krijgen bestaat voorlopig nog
    niet.

    In 2007 was het opgestelde vermogen aan zonne-energie in Nederland 52 megawatt.
    Dat leverde in dat jaar een hoeveelheid energie op van 0,036 miljard kilowattuur.   www.energie.nl
    Het elektriciteitsverbruik in Nederland is ongeveer 100 miljard kilowattuur per jaar.
    Het aandeel zonne-energie was dus  0,036%   De hoeveelheid zonne-energie die jaarlijks op de
    gehele aarde wordt ingestraald, is  8000 keer  zoveel als het jaarlijks wereldenergieverbruik.

    Zon-voltaïsche centrale   (elektrische zonnepanelen)
    De grootste zonne-energiecentrale ter wereld, die elektriciteit opwekt met behulp van elektrische
    zonnepanelen, bevindt zich in Duitsland in de buurt van Leipzig.   Het "Waldpolenz Solar Park"
    omvat 550.000 panelen en beslaat een oppervlakte van 1 vierkante kilometer. Het piekvermogen
    is 40 megawatt en de jaarproduktie is 40.000 megawattuur.  (10.000 huishoudens)
    Een conventionele centrale van 1200 megawatt levert per jaar ruim  200 keer  meer energie.
    http://renewableenergydev.com/red/solar-energy-waldpolenz-solar-park/
    http://en.wikipedia.org/wiki/Waldpolenz_Solar_Park
    www.juwi.com/uploads/media/008PRGridConnectionpartIIofBrandis2008_02.pdf

    Zon-thermische centrales   (concentrated solar power)
    Begin 2009 werd in Spanje, bij Sevilla een grote commerciële zon-thermische centrale, de PS20
    in bedrijf gesteld. Het vermogen van deze centrale is 20 megawatt en de energie-opbrengst is
    voldoende voor 12.000 huishoudens. Het zonlicht wordt opgevangen door 1255  heliostaten, die
    elk een oppervlakte hebben van 120 vierkante meter en die met de stand van de zon meedraaien.
    Het geconcentreerde zonlicht verhit een vat met water, dat zich bovenop een toren van 160 meter
    bevindt. Met de hete stoom die ontstaat, wordt op de gebruikelijke wijze elektriciteit opgewekt.
    Het voordeel van deze "concentrated solar power" centrale is, dat (overdag) constante energie-
    levering mogelijk is, dankzij een buffer van hete stoom, met een warmtecapaciteit van
    15 megawattuur. De produktiefactor wordt hierdoor aanzienlijk verhoogd.

    Bij Andasol, ook in Spanje, wordt een ander type zon-thermische centrale gebouwd. Hier wordt de
    zonnestraling opgevangen in  zonnetroggen, die in noord-zuid richting staan opgesteld en die met de
    stand van de zon meedraaien. Zonnetroggen zijn trogvormige spiegels, waarbij de dwarsdoorsnede
    de vorm van een parabool heeft. De spiegels staan in lange rijen opgesteld. Eén rij is 150 meter lang
    en heeft een reflecterend oppervlak van 800 vierkante meter. In de "brandlijn" bevindt zich een
    stalen buis, waar olie doorheen stroomt. Deze olie wordt door de geconcentreerde zonnestraling
    verhit tot ongeveer 400 graden Celsius. In een warmtewisselaar wordt hiermee water verhit tot
    stoom. Met de stoom wordt op conventionele wijze elektriciteit opgewekt. Een deel van de
    opgevangen warmte wordt overdag opgeslagen in een enorme tank met 25000 ton gesmolten zout.
    De warmtecapaciteit hiervan is voldoende om, als de zon niet schijnt, gedurende 7 uur elektriciteit
    op te wekken. In Spanje is de hoeveelheid ingestraalde zonne-energie 2000 kilowattuur per vierkante
    meter per jaar, dus 2 keer zo veel als in Nederland. Het vermogen van de zon-thermische centrale is
    50 megawatt. De jaarproduktie is 170.000 megawattuur. (50.000 huishoudens).
    www.solarmillennium.de/
    www.solarmillennium.de/upload/Animationen/andasol_blue_engl.swf     (start animatie links onder) www.greenpeace.nl/raw/content/reports/solar-thermal-power-2020-en.pdf
    www.gezen.nl/wordpress/?m=200705

    In Californië is een zon-thermisch project gerealiseerd met een vermogen van 354 megawatt.
    http://ludb.clui.org/ex/i/CA9679/
    www.powerfromthesun.net/chapter1/Chapter1.htm


    Windenergie
    Een moderne windmolen heeft een vermogen van 1,5 megawatt. (= 1500 kilowatt)  Dat is gelijk aan
    het vermogen van 20 auto’s.  (de Opel "Astra" bijvoorbeeld, heeft een motor van 74 kilowatt). Bij
    Siemens aan de A12 (bij Zoetermeer) staat zo’n molen. De ashoogte van deze molen is 85 meter en
    de wiekdiameter is 70 meter. Het hoogste punt, dat door de wieken wordt bereikt is dus 120 meter.
    De opbrengst van deze molen is ongeveer 3 miljoen kilowattuur per jaar. Voldoende voor de
    elektriciteitsvoorziening van 882 huishoudens. (dus exclusief verwarming, warm water, koken en het
    gebruik van de auto).  De opgewekte energie van een windmolen is evenredig met de 3e macht van
    de windsnelheid. Als het "halve" kracht waait, is de energie-opbrengst nog maar 1/8 deel van de
    opbrengst bij "volle" kracht. De produktiefactor (= werkelijke opbrengst / theoretische opbrengst)
    van een windmolen op land is ongeveer 23%.   Op open zee is dit ongeveer 40%.
    De produktiefactor (op land) neemt toe, naarmate de windmolen hoger en groter is.

    In 2007 was het opgestelde vermogen aan windenergie in Nederland 1640 megawatt.
    Dat leverde in dat jaar een hoeveelheid energie op van 3,44 miljard kilowattuur.   www.energie.nl
    Het elektriciteitsverbruik in Nederland is ongeveer 100 miljard kilowattuur per jaar.
    Het aandeel windenergie was dus  3,44%.
    Dat is  100 keer  zoveel als de hoeveelheid zonne-energie in Nederland.

    Enkele Nederlandse windmolenparken

  • Begin 2007 ging het windmolenpark bij Egmond aan Zee in bedrijf.
        (10 kilometer uit de kust, 100.000 huishoudens)
  • Medio 2008 ging het windmolenpark bij IJmuiden in bedrijf.
        (23 kilometer uit de kust, 125.000 huishoudens)
  • Begin 2009 ging het windmolenpark "Westereems" in bedrijf.
        (op land, bij de Eemshaven, 135.000 huishoudens)
  • Voor 2013 is een windmolenpark bij Hoek van Holland gepland.
        (40 kilometer uit de kust, 275.000 huishoudens)

    Teletekst 17 november 2009
    Ondanks veel verzet van de bevolking in Urk komt bij het dorp het grootste windmolenpark van
    Nederland. Minister van der Hoeven geeft een miljard euro aan subsidie voor het park, dat
    voldoende elektriciteit levert voor 400.000 huishoudens.
    (De subsidie bedraagt dus 2500 euro per huishouden.!!)

    Persbericht op 19 maart 2008:
    "Het Wereld Natuurfonds gaat campagne voeren voor een groot windenergiepark in de Noordzee.
    Het moet vanaf de kust niet te zien zijn en een capaciteit krijgen van 6000 megawatt. Dat komt
    neer op 6 energiecentrales".

    Het vermogen van het geplande windenergiepark is dan misschien wel 6 keer zo groot als van een
    gewone energiecentrale, maar de energie-opbrengst is maar 3 keer zo groot. Dat komt omdat de
    produktiefactor (= werkelijke opbrengst / theoretische opbrengst) van windenergie (op zee) slechts
    40% is. Bij een gewone centrale is dit ruim 80%.
    Het geplande windmolenpark zal  1200 windmolens van 5 megawatt gaan omvatten.
    De energie-opbrengst zou dus net zoveel zijn als van 3 gewone elektriciteitscentrales.
    Het windmolenpark zou in 2020 gereed moeten zijn. Dat betekent, dat er 2 molens per week
    moeten worden geplaatst. Dat lijkt wel een wat erg optimistische planning. De totale hoeveelheid
    windenergie, die in  Denemarken  in 2007 werd opgewekt, was ruim 7 miljard kilowattuur.
    Het geplande Nederlandse windmolenpark moet 21 miljard kilowattuur per jaar gaan opleveren. www.wereldomroep.nl/actua/duurzaam/windmolens080319
    www.iea.org/Textbase/stats/electricitydata.asp?COUNTRY_CODE=DK

    De grootste windmolens ter wereld
    De grootste windmolens ter wereld worden gebouwd bij Estinnes (België). Deze molens hebben
    een ashoogte van 135 meter. De wiekdiameter is 126 meter. Het hoogste punt, dat door de
    wieken wordt bereikt is dus 198 meter. Deze molens hebben elk een vermogen van 6 megawatt.
    (80 auto's). De jaarproduktie per molen is 17 miljoen kilowattuur. (5000 huishoudens).
    De produktiefactor is dus ongeveer 32%.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Windturbinepark_Estinnes


    Energie-opslag in de accu's van elektrische auto's
    Windenergie zal misschien ooit een belangrijke rol bij de elektriciteitsopwekking voor het openbare
    net kunnen gaan spelen. De levering van windenergie is van nature onderhevig aan grote en vaak
    snelle fluctuaties. Omdat het niet altijd (hard) waait, is de produktiefactor in het gunstigste geval
    (op zee) 40%. Dat betekent dus, dat er in 60% van de tijd geen of heel weinig windenergie wordt
    opgewekt. Daarom zal de bestaande infrastructuur voor de elektriciteitsopwekking voor 100%
    gehandhaafd moeten blijven. Bij grootschalige produktie van windenergie ontstaat er behoefte
    aan opslag van elektriciteit, om de fluctuaties in het aanbod op te vangen. Energie-opslag kan
    plaats vinden door produktie van waterstofgas, via elektrolyse van water. Dat is een omslachtige
    methode met een slecht (totaal)rendement.
    Een meer realistische oplossing van het opslagprobleem van elektrische energie, lijkt het gebruik
    van accu's. Tegen de tijd dat elektrische auto's op grote schaal worden gebruikt, is het potentieel
    aan opslagcapaciteit voor elektrische energie zeer groot. Gaan we uit van bijvoorbeeld 1 miljoen
    elektrische auto's (er rijden in Nederland ruim 7 miljoen auto's rond) en een accucapaciteit van
    50 kilowattuur per auto, dan komt men op een totale opslagcapaciteit van 50 miljoen kilowattuur.
    Ter vergelijking: een gewone elektriciteitscentrale van 1200 megawatt levert in 24 uur ongeveer
    1200 × 24 × 0,8 =  23000 megawattuur =  23 miljoen kilowattuur  (0,8 = de produktiefactor)
    Deze vorm van energie-opslag vereist een intelligent, geautomatiseerd energiemanagement
    systeem.   ("Energy Internet")


    Energy Internet   (smart grid)
    Energy Internet is een energiemanagement systeem, dat de verdeling regelt tussen de energie
    die wordt opgewekt door duurzame energiebronnen (wind- en zonne-energie) en conventionele
    elektriciteitscentrales. Het doel hierbij is:

  • het zoveel mogelijk afvlakken van pieken en dalen in de energie-opwekking.   ("peak shaving")
  • het compenseren van de variërende energie-opbrengst van duurzame energiebronnen.
    Een primitieve vorm van energiemanagement bestaat al bij het systeem van "dal uren", dat door
    leveranciers van elektriciteit vaak wordt toegepast. Daarbij worden elektrische boilers op afstand
    ingeschakeld als de vraag naar elektriciteit gering is.   (meestal 's nachts en in het weekend)
    Bij een intelligent energiemanagement systeem kan men denken aan de volgende mogelijkheden:
  • thermostaten van apparaten (bijvoorbeeld van boilers en airconditioning) worden op afstand
        automatisch in- of uitgeschakeld aan de hand van de momentele belasting van het energienet.
  • accu's van elektrische auto's worden het ene moment geladen en een ogenblik later wordt het
        laden gestopt, of de energie uit die accu's wordt (gedeeltelijk) weer teruggeleverd aan het net,
        als er een energietekort dreigt te ontstaan.
  • als de wind sterk varieert, wordt de energielevering van windmolenparken naar evenredigheid
        aangevuld met energie afkomstig van (snel startende) gasgestookte elektriciteitscentrales.
    www.itsyoursmartgrid.com/solutions/energy_internet.html


    Geothermische energie
    Geothermische energie wordt gewonnen uit de aardwarmte. Vanaf het aardoppervlak neemt de
    temperatuur bij toenemende diepte met globaal 30 graden Celsius per 1000 meter toe. Dat is een
    gemiddelde waarde. Afhankelijk van plaatselijke omstandigheden, kan dit (sterk) variëren. In
    vulkanische gebieden zijn de temperaturen aanzienlijk hoger. Op een diepte van 5000 meter is
    de temperatuur gemiddeld 150 graden. Geothermische energie zal misschien een rol gaan spelen
    bij de toekomstige energievoorziening. Dank zij de verbeterde boortechnieken, die ontwikkeld
    zijn voor het winnen van aardolie op grote diepte, is het nu mogelijk geworden om geothermische
    energie op commerciële schaal te exploiteren. Geothermische energie is:

  • schoon, duurzaam en onuitputtelijk
  • constant voorradig
  • niet afhankelijk van weersomstandigheden, seizoenen en tijdstip van de dag
    Geothermische energie wordt in Nederland al op kleine schaal toegepast. In het Westland worden
    hiermee enkele kassen verwarmd, terwijl er ook ver gevorderde plannen bestaan voor het gebruik
    ervan in nieuwe woonwijken in Den Haag.


    Getijdencentrale
    De energie die door een getijdencentrale wordt opgewekt, is indirect afkomstig van de maan.
    De grootste (en enige commercieel werkende) getijdencentrale ter wereld, staat (sinds 1966) in
    Frankrijk bij La Rance. Het verschil tussen eb en vloed is daar zeer groot, maximaal 13 meter.
    Het vermogen van de centrale is 320 megawatt. De hoeveelheid energie die jaarlijks wordt
    geproduceerd is 540.000 megawattuur. Dat is 0,54% van het elektriciteitsverbruik in Nederland.
    De produktiefactor is ongeveer 20%. Tijdens de "kentering", dat is de periode waarin de
    vloedstroom overgaat in de ebstroom of omgekeerd, wordt er vrijwel geen energie opgewekt.
    Bij een gewone waterkrachtcentrale met een stuwmeer, kan de produktiefactor oplopen tot 100%.


    Waterkracht
    Zelfs in Zwitserland is waterkracht van beperkte betekenis geworden omdat het energieverbruik,
    ook daar, de laatste jaren sterk is toegenomen. In Zwitserland wordt tegenwoordig ongeveer 41%
    van de elektrische energie opgewekt door kerncentrales. Alleen in Noorwegen wordt vrijwel alle
    elektrische energie met behulp van waterkracht opgewekt.
    Wereldwijd wordt 16% van alle elektrische energie door waterkracht opgewekt.
    Dat is bijna net zoveel als door kernenergie.
     zie overzicht

    De grootste waterkrachtcentrale ter wereld
    De grootste waterkrachtcentrale ter wereld, de ITAIPU, staat op de grens tussen Brazilië en
    Paraguay. Het bijbehorende stuwmeer is 170 kilometer lang. Het vermogen van deze centrale
    is 12600 megawatt. De jaarlijkse elektriciteitsproduktie is ongeveer 75 miljard kilowattuur.
    In China wordt momenteel een nog grotere waterkrachtcentrale gebouwd.
    Deze waterkrachtcentrale, de  "Drieklovendam",  heeft een energie-opbrengst van 84 miljard
    kilowattuur per jaar. Dat is 3% van het elektriciteitsverbruik van China. Om de bouw mogelijk
    te maken, moeten ruim 4 miljoen mensen verhuizen. Chinese staatsmedia spreken van een
    milieucatastrofe. Ter vergelijking: het jaarlijks elektriciteitsverbruik in Nederland is ongeveer
    100 miljard kilowattuur.
    www.solar.coppe.ufrj.br/itaipu.html
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Drieklovendam


    Verbranden van hout(afval) en biomassa
    De gedachte hierbij is, dat tijdens het groeien van bomen, zuurstof wordt aangemaakt en koolzuur
    (CO2) wordt opgenomen. Bij verbranding vindt het omgekeerde plaats. Netto vervuilt deze
    zogenaamde "korte cyclus" het milieu dus niet. ("CO2 neutraal")  De opbrengst is 5,3 kilowattuur
    per kilogram droog hout. Deze vorm van duurzame energie-opwekking heeft als groot voordeel dat
    er geen opslagprobleem is. Het hout(afval) en de biomassa wordt bijgemengd bij de brandstof van
    de, door milieuactivisten zo verguisde, kolengestookte centrales. De extra vrijkomende CO2 is dan
    "groen" en wordt in mindering gebracht op de uitstoot volgens "Kyoto".
    In Nederland wordt ongeveer 4% van de elektrische energie opgewekt door het
    verbranden van hout(afval) en biomassa.

    Dat zal in de nabije toekomst niet veel meer worden, want de hoeveelheid biomassa is nu eenmaal
    beperkt. Men kan dan ook terecht twijfels hebben over energieleveranciers die plotseling enorme
    hoeveelheden "groene" energie zijn gaan verkopen aan de consument.


    Warmte-kracht koppeling   (WKK)
    Bij de produktie van elektriciteit in een elektriciteitscentrale is het rendement ongeveer 40%.
    Van de toegevoerde primaire energie  gaat dus ongeveer 60% in de vorm van warmte via het
    koelwater verloren. Bij veel centrales wordt deze "afvalwarmte" tegenwoordig gebruikt voor
    stadsverwarming en verwarming van kassen. De warmte moet daarbij vaak over grote afstanden
    worden vervoerd en gedistribueerd, wat uiteraard nogal wat verliezen oplevert. Desondanks
    wordt het totaalrendement van de elektriciteitscentrale hierdoor aanzienlijk verhoogd.

    Bij warmte-kracht koppeling is de opwekking van warmte en elektriciteit (kracht) direct aan elkaar
    gekoppeld. Warmte en elektriciteit worden dan bij de verbruiker opgewekt. De warmteproduktie
    is hierbij hoofdzaak, terwijl de elektriciteit nu een bijprodukt is. Het totale rendement is zeer hoog,
    omdat er vrijwel geen warmte verloren gaat en alle elektriciteit nuttig wordt gebruikt.
    (overtollige elektriciteit wordt teruggeleverd aan het net)
    Warmte-kracht koppeling wordt veel toegepast bij ziekenhuizen, zwembaden, fabrieken en
    de glastuinbouw. Bij de glastuinbouw is de vrijkomende CO2 zeer welkom, omdat daarmee
    de groei van de planten wordt bevorderd. (koolzuurassimilatie)
    Het totaalrendement bij warmte-kracht koppeling is ongeveer 90%.
    www.energieprojecten.nl/edu/ut_wkk.html


    Warmtepomp
    Een warmtepomp "pompt" warmte van een laag temperatuurniveau naar een hoger niveau.
    Het lage niveau is bijvoorbeeld de grondwarmte, die op enige diepte het gehele jaar door ongeveer
    12 graden is. De warmtepomp werkt volgens hetzelfde principe als een koelkast, maar het doel is
    anders. Bij een koelkast wordt de binnenruimte gekoeld en men neemt de warmte die daarbij buiten
    de koelkast ontstaat, op de koop toe. Bij een warmtepomp gaat het juist om die warmte. Daarmee
    kan een ruimte worden verwarmd. De warmte die ontstaat is gelijk aan de pomp-energie,
    vermeerderd met de warmte die uit de grond wordt gehaald. Het rendement lijkt daardoor groter
    dan 100%.  Men spreekt bij een warmtepomp van de COP  (= coëfficiënt of performance).
    De COP kan bijvoorbeeld 4 zijn. Dan wordt 3 keer zoveel energie, (gratis) aan de grondwarmte
    onttrokken als de pomp-energie bedraagt. De totale hoeveelheid geproduceerde warmte is dan
    4 keer de pomp-energie.

    Persbericht op 13 Januari 2009:
    "In Den Haag is een zeewater-warmtecentrale geopend. Hiermee gaat men ruim 800 woningen in de
    Scheveningse wijk Duindorp voorzien van warmte, die wordt gewonnen uit de Noordzee".

    Enkele gegevens:
    Het systeem bestaat uit 1 grote centrale warmtepomp, die de warmte uit het zeewater van 5 graden
    Celsius omhoog pompt naar 11 graden. Water met deze temperatuur wordt via een distributienet
    toegevoerd aan de woningen. Iedere woning heeft een kleine warmtepomp, die de temperatuur
    verder verhoogt tot 45 graden voor de (vloer)verwarming en 65 graden voor het tapwater.


    Warmte-kracht koppeling vergeleken met een warmtepomp

  • Warmte-kracht koppeling gaat ten koste van het rendement van de elektriciteitsopwekking.
        Voor een bruikbare hoeveelheid warmte, mag het koelwater niet te koud zijn, dus gaat
        het rendement van de elektriciteitsopwekking omlaag  Carnot
  • Warmte-kracht koppeling is niet "groen", want het werkt alleen bij elektriciteitsopwekking
        door middel van fossiele brandstof.
  • Warmtepompen kunnen (in de verre toekomst) wel op "groene energie" werken.
  • Een warmtepomp is ruwweg 4 keer efficiënter dan "gewone" elektrische verwarming.
  • Sommige warmtepompen kunnen in 2 richtingen werken. Ze kunnen dus verwarmen of koelen
        Ook kunnen ze gewoon worden uitgezet, dit in tegenstelling tot warmte-kracht koppeling.
    www.withouthotair.com/   (hoofdstuk 21,  bladzijde 145 t/m 153)


    Mogelijkheden voor het opwekken van warmte   (geïdealiseerd)
     primaire energie = 100%

    elektriciteit

    afvalwarmte

    nuttige warmte

     verbranden

    -

    -

    100%

     opwekken van elektriciteit

    40%

    60%

    -

     warmte-kracht koppeling

    40%

    -

     60%

     warmtepomp

    -

    60%

    160%

    Bij de warmtepomp wordt de elektriciteit (40%) volledig verbruikt om er warmte mee op te wekken.
    Bij een "coëfficiënt of performance" =  4 wordt daarmee 4 × 40% =  160% nuttige warmte opgewekt.
    De warmtepomp is dus aanmerkelijk efficiënter dan warmte-kracht koppeling. Als daarbij ook nog de
    afvalwarmte wordt benut, komt men zelfs op 220%


    Batterijen
    Een alkaline batterij (AA-cel) bevat 1,5 ampère-uur bij 1,5 volt. Dat is 2,25 wattuur. Zo’n batterij
    kost ongeveer  € 0,40    1 kilowattuur kost dus   € 178,-
    Oplaadbare nikkel-metaalhydride batterijen (AA-cel) hebben tegenwoordig een capaciteit van wel
    2,5 ampère-uur bij 1,2 volt. Dat is 3 wattuur. In het gebruik zijn deze oplaadbare batterijen zeer
    veel goedkoper en milieuvriendelijker dan gewone batterijen. De oplaadbare nikkel-metaalhydride
    batterijen van GP PowerBank voldoen voor 100% aan de elektrische specificaties, wat opmerkelijk
    genoemd mag worden. Andere merken heb ik niet nagemeten, maar er bevindt zich veel "kaf onder
    het koren", vooral bij snel oplaadbare batterijen.
    Helaas is de maatvoering van de AA-cel kennelijk niet genormaliseerd, of de fabrikanten houden
    zich niet altijd aan de norm. Hierdoor kunnen bij sommige toepassingen (mechanische) problemen
    ontstaan, als men alkaline batterijen vervangt door oplaadbare nikkel-metaalhydride batterijen.
    Die blijken namelijk soms iets langer en dikker te zijn dan de alkaline batterijen. Ook de lagere
    klemspanning (1,2 volt) kan een bezwaar zijn.

    Overzicht energiedichtheid en celspanning van enkele oplaadbare batterijen en accu’s

    wattuur per
    kilogram

    celspanning
    volt

     loodaccu

      35

    2,1

     Super Charge ion Battery

      50

    2,4

     nikkel-metaalhydride batterij

      70

    1,2

     lithium-ion batterij

    150

    3,6

     lithium-ion polymeer batterij

    200

    3,7

     zink-lucht batterij

    210

    1,4

    www.hondaev.org/batt.html

    De zink-lucht batterij ("electric fuel") is niet oplaadbaar, in de gebruikelijke betekenis van het
    woord. Als de batterij leeg is, moeten de (zink)anodes worden vervangen. Bij toepassing in een
    elektrische auto, zou dit een voordeel kunnen zijn, omdat men dan niet uren hoeft te wachten tot
    de batterij weer opgeladen is. In plaats daarvan moet de batterij worden uitgewisseld met een
    geregenereerd exemplaar. De zink-lucht batterij voor toepassing in elektrische auto’s is overigens
    nog in het experimentele stadium. De energiedichtheid is 6 keer zo groot als van een loodaccu,
    maar toch nog 60 keer zo klein als van benzine. (bij hetzelfde gewicht)
    Er wordt ook gewerkt aan de nucleaire batterij.    www.zdnet.nl/news.cfm?id=39437

    Bericht in "De Ingenieur" van 13 november 2009:
    "Onderzoekers van het Technion-Israël Institute of Technology hebben een batterij bedacht die
    stroom levert door oxidatie van silicium. Een accu van dit type heeft een bijna zestigmaal grotere
    energiedichtheid dan een hoogwaardige lithiumbatterij. Theoretisch is de energiedichtheid 8470
    wattuur per kilogram, dat is bijna evenveel als van benzine. Een industriële introduktie kan binnen
    3 jaar plaatsvinden. Grote oplaadbare silicium accu"s voor gebruik in auto's zouden over 10 jaar
    beschikbaar zijn".   (dit verhaal lijkt te mooi om waar te zijn, de toekomst zal het leren)
    www.deingenieur.nl/00/IG/nl/188/nieuws/13227/Stroom_uit_oxiderend_silicium.html

    Toshiba meldt een doorbraak in de ontwikkeling van oplaadbare lithium-ion batterijen
    Begin 2008 komt Toshiba met een verbeterde lithium-ion batterij op de markt. Het is de SCiB
    (Super Charge ion Battery). Bij deze batterij wordt gebruik gemaakt van nanotechnologie.
    De belangrijkste eigenschappen van de standaardmodule, die 10 cellen bevat, zijn:

  • de spanning is 24 volt bij 4,2 ampère-uur   (de energie-inhoud is dus 100 wattuur)
  • de batterij is zeer veilig   (geen ontploffings- of brandgevaar)
  • de oplaadtijd is slechts enkele minuten   (in 5 minuten is de batterij tot 90% geladen)
  • de energiedichtheid is slecht in vergelijking met een nikkel-metaalhydride batterij
        (100 wattuur bij een gewicht van 2 kilogram en een volume van 1,35 kubieke decimeter)
  • de levensduur is zeer groot, 10 jaar of  5000 laad- ontlaadcycli
        (na 3000 laad- ontlaadcycli is het capaciteitsverlies slechts 10%)
  • de batterij is bruikbaar binnen een groot temperatuurgebied   (- 30 tot  + 45 graden)
  • de eigenschappen van de batterij vertonen veel overeenkomst met die van een  supercondensator
        (hoge laad- en ontlaadstromen en zeer korte laad- en ontlaadtijden)
    Met dit nieuwe type lithium-ion batterij kan de elektrische auto, de hybride auto en ook de
    elektrische fiets een groot succes worden. Het snel laden is vooral interessant voor het (op een
    efficiënte wijze) terugwinnen van elektrische energie tijdens remmen en snelheidsvermindering.
    www.toshiba.co.jp/about/press/2007_12/pr1101.htm

    Bij het snel laden van een batterij vanuit het lichtnet krijgt men te maken met enorme laadstromen.
    Voor het laden van 9,1 kilowattuur (= 1 liter benzine-equivalent) in 1 uur, is bij 230 volt een
    stroom nodig van 9100 / 230 = 40 ampère.   (rendementen buiten beschouwing gelaten)
    Als men deze hoeveelheid energie in 5 minuten in een batterij wil stoppen, dan moet de stroom
    vanuit het lichtnet 12 keer zo groot zijn, dus 480 ampère. Het tanken van energie in de vorm van
    benzine gaat dus wel even wat gemakkelijker en sneller dan het "tanken" van elektrische energie.

    Batterijen en accu's zijn niet erg geschikt voor het opslaan van (zeer) grote hoeveelheden
    elektrische energie, zoals bijvoorbeeld vereist is bij een elektrische auto. Ook als door nieuwe
    ontwikkelingen batterijen en accu's kleiner en lichter worden, blijft nog steeds het probleem van
    de zeer grote laadstromen of de langdurige laadtijden. Bij een bepaalde hoeveelheid energie
    is het produkt van laadstroom en laadtijd constant. Bij een korte laadtijd, moet de laadstroom
    groot zijn. Omgekeerd geldt, dat men bij een kleine laadstroom onherroepelijk vervalt in lange
    laadtijden. Wat dit betreft is het gebruik van brandstofcellen minder problematisch, omdat men
    dan waterstofgas tankt. Het (totaal)rendement daarbij is echter wel aanzienlijk slechter en de
    vraag blijft natuurlijk: "waar haalt men het waterstofgas vandaan".


    De hoeveelheid energie die (in de vorm van voedsel) wordt verbruikt bij lopen en fietsen
    Voor een persoon van 75 kilogram is het basaalmetabolisme (grondstofwisseling) ongeveer
    300 kilojoule per uur, dat is 2 kilowattuur per etmaal. Deze hoeveelheid energie wordt continu
    verbruikt voor hartslag, ademhaling, constant houden van de lichaamstemperatuur (aanvullen
    van het warmteverlies), spijsvertering etc. De energie-inhoud van bijvoorbeeld 1 liter volle melk
    is 2700 kilojoule en dat is voldoende voor 9 uur basaalmetabolisme.

  • voor 1 kilometer lopen  is ongeveer 300 kilojoule extra nodig.
  • voor 1 kilometer fietsen is ongeveer   60 kilojoule extra nodig.
    Lopen kost dus 5 keer zo veel energie als fietsen over dezelfde afstand.
    Nu de berekening voor lopen of fietsen gedurende dezelfde tijd:
  • 1 uur lopen   =    4 kilometer  =    4 × 300   =  1200 kilojoule
  • 1 uur fietsen  =  20 kilometer  =  20 ×   60   =  1200 kilojoule
    Lopen kost dus evenveel energie als fietsen gedurende dezelfde tijd.
    De benodigde hoeveelheid energie voor het  fietsen  is sterk afhankelijk van de fietssnelheid
    en de wind. In dit voorbeeld is uitgegaan van windstil weer en een rechtop zittende fietser.
    Bovengenoemde getallen geven aan hoeveel energie in de vorm van voedsel wordt verbruikt.
    Die energie wordt met een rendement van maximaal 25% omgezet in mechanische energie.
    De energie-inhoud van 1 liter benzine is 32,6 megajoule. Omrekening naar benzine-equivalent
    levert (bij een rendement van 25%) de volgende (theoretische) waarden op:
    Lopen  1 liter per 108 km.        Fietsen  1 liter per 540 km.


    De hoeveelheid mechanische energie die nodig is om 100 kilometer te fietsen
    Bij een snelheid van 20 kilometer per uur en bij windstil weer, moet een rechtop zittende fietser
    gedurende 5 uur ongeveer 75 watt leveren.
    De benodigde hoeveelheid energie voor 100 kilometer fietsen is dus 5 × 75 = 375 wattuur.
    Dat is 1350 kilojoule. Bij een rendement van 25% is hiervoor de energie-inhoud van 2 liter
    volle melk = 5400 kilojoule nodig. Van 100 kilometer fietsen val je dus niet af.
    Je valt wèl af van zwemmen, door het warmteverlies. (en vooral door minder te eten.!)
    Bij een tegenwind van 5 meter per seconde (= 18 kilometer per uur), moet 3 keer zoveel
    energie worden geleverd als bij windstil weer.
    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html


    Elektrische fiets
    Bij een elektrische fiets wordt de fietser ondersteund door een elektromotor. Deze motor wordt
    gevoed vanuit een oplaadbare accu. De mate van ondersteuning wordt automatisch geregeld door
    een trapsensor. De trapsensor meet de kracht waarmee de fietser op de pedalen trapt. Evenredig
    met die kracht, wordt de hoeveelheid energie geregeld die aan de motor wordt toegevoerd. Het
    resultaat hiervan is, dat bij het oprijden van een helling of bij tegenwind, de ondersteuning toeneemt.
    In het ideale geval, zal men bij het oprijden van een helling of bij tegenwind even gemakkelijk blijven
    fietsen, als op een vlakke weg zonder wind. Maar dat kost dan natuurlijk wel veel energie. Daarom
    is het bij de meeste elektrische fietsen mogelijk, om de mate van ondersteuning meer of minder
    progressief in te stellen met behulp van een schakelaar op het stuur. Men kan dan bijvoorbeeld
    kiezen voor de stand  "Normaal" of  "Power". De actieradius van de ondersteuning, wordt bepaald
    door de energie-inhoud van de accu en het energieverbruik van de motor, dus door de gekozen
    mate van ondersteuning. Het wettelijk toegestane maximale vermogen van de motor is 250 watt.

    Een goed voorbeeld van een elektrische fiets is het type Remo van het merk Antec.  www.antec.nl
    Deze elektrische fiets is voorzien van een afneembaar (lithium-ion) accupakket van 36 volt bij
    8 ampère-uur. Dat is een energie-inhoud van 288 wattuur, equivalent aan 0,03 liter benzine.
    (een borrelglaasje vol)  Een acculading kost minder dan  € 0,10 (= 0,5 kilowattuur)  Elektrische
    fietsen zijn zo geconstrueerd, dat de elektromotor alleen ingeschakeld kan worden, als men
    meetrapt. In de letterlijke betekenis van het woord een rijwiel met hulpmotor. De Remo heeft
    een pulsgestuurde 3-fasen motor in het voorwiel. Met behulp van een microprocessorschakeling,
    die de omvormer tussen accu en motor bestuurt, is het mogelijk om met zeer weinig verliezen de
    motorondersteuning binnen ruime grenzen in te stellen. De motorondersteuning is instelbaar tussen
    10% en 90%. Volgens de fabrikant, kan men 50 kilometer fietsen bij 50% motorondersteuning.
    Omgerekend naar benzine-equivalent en rekening houdend met een rendement van 33% voor
    de elektriciteitsopwekking en 75% voor de laad- ontlaadcyclus van de accu, komt men op een
    verbruik van   1 liter per 390 km.


    Elektrische treinen

    De Dubbeldekker

    De Dubbeldekker is de modernste en zuinigste trein van de NS. De basisuitvoering van de trein is
    4 wagons met 372 zitplaatsen en een lengte van 108 meter. Het gewicht, inclusief de reizigers is
    254 ton. Het vermogen is 1608 kilowatt. (gewicht en aantal passagiers is bij deze trein vergelijkbaar
    met een Jumbo, het vermogen is vergelijkbaar met de grote windmolen bij Zoetermeer). Bij de
    volgende, globale berekening wordt uitgegaan van een rendement van de trein van 85%, een traject
    van 14 kilometer en een snelheid van 140 km/uur. (39 meter per seconde). Tijdens het optrekken
    wordt 100% van het beschikbare vermogen gebruikt. De snelheid van 140 km/uur wordt na
    2,4 minuten bereikt. Er is dan 3000 meter afgelegd en 54 kilowattuur verbruikt. Voor de volgende
    9360 meter wordt 1/3 van het vermogen gedurende 4 minuten benut, dat is 30 kilowattuur. Voor
    snelheidsvermindering en remmen wordt de resterende 1640 meter gebruikt. De netto hoeveelheid
    verbruikte energie is dus   54 + 30 = 84 kilowattuur. (dat is iets meer dan de hoeveelheid energie
    die het zonnepaneel van Greenpeace van 0,75 vierkante meter in een jaar levert).
    Het totaal rendement van de elektriciteitsopwekking en de trein samen is   33% × 85% = 28%.
    Voor een traject van 14 kilometer wordt bruto verbruikt 84 / 0,28 = 300 kilowattuur, dat is
    equivalent aan 33 liter benzine. Hiermee kunnen 372 personen over een afstand van 14 kilometer
    worden vervoerd. Dat is per reiziger een verbruik van   1 liter per 158 km. De resultaten van deze
    berekening komen goed overeen met de gegevens die ik van een treinbestuurder kreeg. Bij het
    remmen kan de Dubbeldekker energie terug leveren aan de bovenleiding. Voor de verwarming is
    ‘s winters veel extra energie nodig. Die energie moet via de bovenleiding worden toegevoerd. Bij
    een auto wordt de verwarming verzorgd door de ”afvalwarmte”. Bij de trein wordt de warmte-
    energie opgewekt met een rendement van ongeveer 33%

    De Thalys

    De Thalys, die op de Hoge Snelheid Lijn (HSL) gaat rijden, verbruikt natuurlijk veel meer energie
    dan een gewone trein. De gelijkspanning van 1500 volt, zoals in Nederland wordt toegepast, is dan
    niet meer toereikend. De Thalys op de lijn Parijs - Amsterdam is geschikt voor 3 verschillende
    voedingsspannigen:

  • 25000 volt wisselspanning (op alle HSL trajecten, hiervoor is de trein ontworpen)
  •   3000 volt gelijkspanning (in België over bestaand spoor)
  •   1500 volt gelijkspanning (in Nederland over bestaand spoor)
    De omschakeling gebeurt automatisch. In Nederland rijdt de Thalys, ook als de HSL ooit is
    gerealiseerd, toch nog gedeeltelijk over bestaand spoor. De snelheid is daar dan beperkt tot
    ongeveer 160 km/uur. Met name in de buurt van Rotterdam en Amsterdam. De trein is voorzien van
    6 verschillende signaleringssystemen, o.a. het Nederlandse, Belgische, Duitse en Franse systeem.
    De Thalys heeft een vaste samenstelling van 8 wagons + 2 motorwagens met 377 zitplaatsen en een
    lengte van 200 meter. Het gewicht, inclusief de reizigers is 414 ton. Het vermogen is 8850 kilowatt.
    Bij de volgende, globale berekening wordt uitgegaan van een rendement van 85%, een traject van
    100 kilometer en een snelheid van 300 km/uur. (83 meter per seconde)  Tijdens het optrekken
    wordt 100% van het beschikbare vermogen gebruikt. Voor het bereiken van een snelheid van
    300 km/uur zijn ongeveer 3,5 minuten nodig, waarin 8 kilometer wordt afgelegd.
    Er is dan 396 kilowattuur verbruikt. Voor de volgende 92 kilometer wordt 2/3 van het vermogen
    benut, dat is 1538 kilowattuur. De netto hoeveelheid verbruikte energie is dus 1934 kilowattuur.
    Voor het gehele traject van 100 kilometer wordt bruto verbruikt 1934 / 0,28 = 6907 kilowattuur,
    dat is equivalent aan 759 liter benzine. Hiermee kunnen 377 personen over een afstand van
    100 kilometer worden vervoerd. Dat is per reiziger een verbruik van   1 liter per 50 km.


    Elektrische boot   (gezien op de Hiswa)
    Een accu van 420 ampère-uur, 24 volt, dus 10 kilowattuur. Een boot van 800 kilogram vaart hier
    8 uur op, met een snelheid van 3,5 knopen. (= 6,32 km/uur)   Aan energie kost dat ongeveer  € 3,-
    en voor die prijs zou men 8 personen over een afstand van 50 kilometer kunnen vervoeren.
    Omgerekend naar benzine-equivalent, komt men per reiziger op   1 liter per 91 km.


    De snelle veerboot tussen Hoek van Holland en Harwich
    Deze boot, van het type Catamaran, is met 75 kilometer per uur de snelste veerboot ter wereld.
    De boot wordt aangedreven door 4 gasturbines met een totaal vermogen van 69000 kilowatt.
    De boot is 124 meter lang en 40 meter breed. De vervoercapaciteit is 1500 passagiers en 350
    auto’s. De hoeveelheid verbruikte energie is dus 69000 / 75 = 920 kilowattuur per kilometer.
    Bij een rendement van 40% van de gasturbines komt men op 253 liter benzine-equivalent per
    kilometer. Een auto weegt gemiddeld net zoveel als 12 passagiers. Totaal komt men daarmee op
    het gewicht van 350 × 12 + 1500 = 5700 passagiers. Dat is per "passagier"  1 liter per 23 km.
    Inmiddels is deze veerboot uit de vaart genomen, omdat er te weinig belangstelling voor was.


    Vliegtuigen

    Een Jumbo kan maximaal 100.000 liter brandstof per vleugel meenemen. De actieradius is dan
    13.500 kilometer. (= 1/3 van de aardomtrek).  Het verbruik is dus 2 × 100.000 / 13.500 =
    15 liter per kilometer. Een Jumbo kan 450 passagiers vervoeren. Het verbruik per passagier is
    dan 1 liter per 30 km. (veel zuiniger dan een auto met 1 inzittende). Ongeveer de helft van het
    startgewicht van een Jumbo bestaat (bij een lange afstandsvlucht) uit de meegenomen brandstof.

    Enkele globale gegevens en berekeningen:

  • Het vol tanken duurt ongeveer een uur. Dat is 200.000 liter in 60 minuten =  3.333 liter per minuut.
        200.000 liter =  200 kubieke meter.
        Dat is een "zwembad" van 2 meter diep en een oppervlakte van 10 bij 10 meter.
  • De kruissnelheid op 10 kilometer hoogte is  900 kilometer per uur.
  • De vliegtijd bedraagt 15 uur voor de maximale afstand van 13.500 kilometer.
  • Het gemiddelde brandstofverbruik van de 4 motoren tezamen is dus  200.000 liter per 15 uur.
        Dat is een primair energieverbruik van  200.000 × 10 kilowattuur per 15 uur.
        (1 liter kerosine = 10 kilowattuur)
  • Bij een rendement van 30% komt men op  40.000 kilowattuur per uur nuttige energie.
        Dat is een vermogen van  40.000 kilowatt =  40 megawatt.
  • De "take off" snelheid is 290 kilometer per uur. (= 156 knopen).
  • Binnen 1 minuut is de Jumbo "los". De (gemiddelde) versnelling is dus 1,3 meter / sec2
        De afgelegde weg op de startbaan is  2400 tot 3000 meter. (afhankelijk van het startgewicht)
  • Het startvermogen is 180 megawatt
    zie ook:   http://casper.frontier.nl/


    De elektrische auto
    Een auto-accu van 12 Volt, 36 ampère-uur, kan 12 × 36 = 432 wattuur aan energie leveren.
    De normale tankinhoud van een auto is 48 liter benzine. Dat komt overeen met 437 kilowattuur.
    Dat is dus ongeveer gelijk aan de energie-inhoud van 1000 auto-accu’s.
    Al in de jaren 1899-1915 werden er in Amerika 5000 elektrische auto's gefabriceerd door
    Baker Electric. De topsnelheid was 23 kilometer per uur, bij een actieradius van 80 kilometer.
    Een ander bekend merk uit die begintijd was Detroit Electric. Deze firma produceerde elektrische
    auto's die een topsnelheid bereikten van 32 kilometer per uur, bij een actieradius van 130 kilometer.
    http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_production_battery_electric_vehicles_(table)
    Elektrische auto’s kunnen tegenwoordig redelijke afstanden afleggen. Dat komt door een beter
    soort accu (nikkel-metaalhydride of lithium-ion in plaats van loodaccu’s) en het hogere rendement
    van de elektromotor (90%) in vergelijking met een benzinemotor (30%).  Bovendien wordt zoveel
    mogelijk energie bespaard door een lagere snelheid, (de luchtweerstand is evenredig met de 2e
    macht van de snelheid), een lage rolweerstand en een laag gewicht.
    Enkele kenmerken van de elektrische auto zijn:

  • de elektrische auto is vrijwel geruisloos
  • de elektrische auto produceert geen uitlaatgassen  (maar de elektriciteitscentrale des te meer)
  • er zijn weinig bewegende delen, er is dus weinig onderhoud nodig
  • het is relatief eenvoudig om de wielen individueel aan te drijven
  • tijdens remmen, snelheidsvermindering en afdalen van een helling, wordt energie teruggewonnen
  • het primaire energieverbruik is (iets) lager dan bij een gelijkwaardige auto met een benzinemotor
  • de elektromotor kan bij alle toerentallen het maximale koppel leveren, hierdoor is een snelle
        acceleratie mogelijk
  • het rendement van de elektromotor is bij alle toerentallen hoog
  • de elektromotor draait nooit stationair
  • er is geen versnellingsbak nodig
  • de actieradius is (zeer) beperkt
  • de batterij is zwaar en neemt veel ruimte in
  • het opladen van de batterij duurt lang (minimaal 4 uren)
  • het verwarmen van een elektrische auto verbruikt relatief veel energie uit de batterij
    Voor speciale toepassingen zoals koerierdiensten, gemeentelijke diensten en woon-werkverkeer
    ligt er wel een toekomst voor elektrische auto’s in het verschiet. Daarbij neemt de luchtvervuiling
    in de grote steden af, echter ten koste van de luchtvervuiling bij de elektriciteitscentrale

    In Californië rijden 1000 elektrische auto’s in proefbedrijf rond.
    Het betreft een 5-persoons auto van het merk  Toyota, type RAV4-EV
    Enkele gegevens:

  • het vermogen van de elektromotor is 57 kilowatt
  • de auto accelereert in 15 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de topsnelheid is 125 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de batterij is 27 kilowattuur   (= 3 liter benzine-equivalent)
  • de actieradius is 150 kilometer
  • het gemiddelde energieverbruik is  180 wattuur per kilometer
  • de nikkel-metaalhydride batterij weegt 460 kilogram
  • bij 230 volt is de benodigde laadstroom uit het lichtnet 24 ampère  (bij 110 volt dus 50 ampère)
  • de laadtijd van de batterij is 7 uren
    Het hoge gewicht van de batterij wordt grotendeels gecompenseerd door de afwezigheid van een
    zware benzinemotor en versnellingsbak. Omgerekend naar benzine-equivalent en rekening houdend
    met een rendement van 40% voor de elektriciteitsopwekking en 75% voor de laad- ontlaadcyclus
    van de batterij, komt men op een verbruik van ongeveer 1 liter per 15 km.   Inmiddels heeft
    Toyota de produktie van deze elektrische auto gestaakt, omdat de verkoopcijfers tegenvielen.
    De grootste problemen voor de gebruiker zullen wel zijn: de grote laadstroom, de lange oplaadtijd
    en de betrekkelijk kleine capaciteit van de batterij. Batterijen met een grotere capaciteit, die
    bovendien sneller oplaadbaar zijn, maken het probleem van de grote laadstroom alleen maar groter.
    Dit staat een algemene toepassing van de elektrische auto, in de huidige vorm, principieel in de weg.
    http://avt.inel.gov/pdf/fsev/eva/toyrav98.pdf

    In 2008 kwam in Amerika een elektrische 2-persoons sportauto op de markt, de "Tesla".
    Enkele gegevens:

  • het vermogen van de elektromotor is 185 kilowatt
  • het rendement van de elektromotor is 92%   (vrijwel onafhankelijk van het toerental)
  • de auto accelereert in 4 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de versnelling is dan 0,7 g   (g = de versnelling van de zwaartekracht)
  • de topsnelheid is 200 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de batterij is 53 kilowattuur   (=  5,8 liter benzine-equivalent)
  • de actieradius is 350 kilometer   (bij een constante snelheid van 100 kilometer per uur)
  • het gemiddelde energieverbruik is  150 wattuur per kilometer
  • de lithium-ion batterij weegt 450 kilogram
  • het gewicht van de auto is 1240 kilogram
  • de minimale laadtijd van de batterij is 3,5 uur
  • bij die laadtijd en bij de Amerikaanse netspanning van 110 volt, is de laadstroom 135 ampère
        (het rendement van de laad- ontlaadcyclus is hierbij buiten beschouwing gelaten)
    De snelle acceleratie is te danken aan het feit, dat de elektromotor over het gehele toerenbereik
    van 0 tot 6000 toeren per minuut, een constant koppel levert. De mechanica leert, dat voor snel
    of langzaam accelereren naar dezelfde eindsnelheid, steeds dezelfde hoeveelheid energie nodig is.
    Bij een constante snelheid op een vlakke weg, speelt het gewicht van de auto niet of nauwelijks
    een rol. Tijdens het accelereren en bij het oprijden van een helling is het gewicht wel van belang.
    Maar bij remmen, snelheidsvermindering en het afdalen van een helling wordt in evenredigheid
    met het gewicht weer meer of minder energie teruggewonnen.
    www.teslamotors.com
    www.teslamotors.com/blog4/?p=70
    www.teslamotors.com/blog4/?p=59
    www.teslamotors.com/performance/perf_specs.php

    Een nieuwe interessante ontwikkeling is de "Ampera" van Opel.
    Bij deze 4-persoons elektrische auto wordt tegemoet gekomen aan het probleem van de lange
    oplaadtijd van de batterij en de beperkte actieradius. De "Ampera" komt omstreeks 2011 op de
    markt en is voorzien is van een "oplaadmotor". De energie-inhoud van de batterij is voldoende
    voor een actieradius van 60 kilometer. De oplaadmotor is uitsluitend bedoeld om de batterij
    op te laden, indien deze tijdens een lange rit leeg raakt. Hierdoor wordt de actieradius vergroot
    tot 500 kilometer. Dit maakt de toepasbaarheid van deze elektrische auto veel groter. Het gehele
    concept spaart weliswaar geen energie, maar bij een goed gepland gebruik, bij korte afstanden
    (woon-werkverkeer) hoeft men nooit benzine te tanken, terwijl het risico van een lege batterij
    wordt vermeden. De oplaadmotor werkt met een (constant) toerental, waarbij het rendement
    maximaal is. De "Ampera" wordt uitsluitend voortbewogen door de elektromotor. De oplaadmotor
    heeft als enige taak het opladen van de batterij, als deze tijdens een lange rit leeg raakt.
    Enkele gegevens:
  • het vermogen van de elektromotor is 111 kilowatt
  • de auto accelereert in 9 seconden van 0 naar 100 kilometer per uur
  • de topsnelheid is 160 kilometer per uur
  • de energie-inhoud van de lithium-ion batterij is 16 kilowattuur  (= 1,8 liter benzine-equivalent)
  • de actieradius zonder bijladen is 60 kilometer
  • het gemiddelde energieverbruik is dus  267 wattuur per kilometer
  • de actieradius met bijladen door de oplaadmotor is 500 kilometer
  • het vermogen van de oplaadmotor is 60 kilowatt
    www.opel-ampera.com/english/


    De hybride auto

    Toyota heeft in 1997 de "Prius" op de markt gebracht. Dit is een "hybride" auto. In 2004 verscheen
    een verbeterde versie. Van dit type rijden er wereldwijd nu (2008) al meer dan 1 miljoen stuks rond.
    Het is een auto, die afhankelijk van de situatie, door een elektromotor (50 kilowatt), een benzine-
    motor (57 kilowatt) of een combinatie van beiden wordt voortbewogen. Het doel hierbij is om een
    zo hoog mogelijk (voertuig)rendement te behalen. Het rendement van de (Atkinson) benzinemotor is
    hoog, maar sterk afhankelijk van de belasting en het toerental. Bij de elektromotor is het rendement
    altijd hoog. De elektromotor werkt daarom (mee) als het rendement van de benzinemotor laag is.
    De energie voor de elektromotor wordt geleverd door een oplaadbare nikkel-metaalhydride batterij
    van 1,3 kilowattuur. (= 0,14 liter benzine-equivalent).
    Bij (regeneratief) remmen en snelheidsvermindering werkt de elektromotor als dynamo en levert
    energie terug aan de batterij. Bovendien wordt de batterij opgeladen door een generator, die aan
    de benzinemotor gekoppeld is. Het opladen gebeurt, als de benzinemotor met een hoog rendement
    werkt. De generator kan ook rechtstreeks energie aan de elektromotor leveren. De benzinemotor,
    generator en elektromotor zijn gekoppeld aan een mechanische energieverdeler, die door een
    microprocessor wordt bestuurd. Deze energieverdeler functioneert tevens als een continu variabele
    automatische versnellingsbak.
    www.john2211.nl/Hybride_planetary_gear_set.htm
    http://auto.howstuffworks.com/fuel-efficiency/vehicles/hybrid-car7.htm
    Het hybride systeem kan natuurlijk nooit energiezuiniger zijn, dan de benzinemotor die er
    deel van uit maakt.
    Alle energie is immers uiteindelijk alleen van deze motor afkomstig en alle
    energie-omzettingen gaan gepaard met (geringe) verliezen. De winst van het hybride systeem wordt
    gehaald uit de volgende eigenschappen:

  • de elektromotor werkt tijdens wegrijden vanuit stilstand en bij lage snelheden.
  • de benzinemotor is ontworpen voor het gemiddelde vermogen en daardoor extra zuinig.
  • de elektromotor assisteert de benzinemotor tijdens accelereren en kortdurend bij hoge snelheden.
  • bij snelheidsvermindering en remmen wordt energie teruggeleverd aan de batterij.
  • de benzinemotor stopt zodra de auto stil staat en draait dus nooit stationair.
  • de benzinemotor werkt zo veel mogelijk onder omstandigheden waarbij het rendement hoog is.
  • bij een laag rendement van de benzinemotor assisteert de elektromotor.
    Het meeste effect van het hybride systeem wordt bereikt in remmen-stoppen-optrekken situaties.
    Dus in de file en in de stad met veel stoplichten. Over lange afstanden en bij continu hoge snelheden
    werkt het hybride systeem niet. Dan doet alleen de zuinige (Atkinson) benzinemotor het werk.
    Het rendement van deze motor is 34%.  Een gewone benzinemotor heeft een rendement van 25%.
    De Prius (een luxe 5 persoons auto), met een "energiemonitor" op het dashboard, nodigt uit tot een
    zuinige rijstijl. Het verbruik benadert dan de 1 liter per 23 km die door Toyota wordt opgegeven.
    Bij een wat meer gewone rijstijl komt men op ongeveer 1 liter per 20 km.
    Zie voor gebruikerservaringen:   http://www.john2211.nl


    De brandstofcel auto
    Een brandstofcel "verbrandt" waterstofgas, waardoor elektriciteit wordt opgewekt. Het rendement
    hierbij is ongeveer 45%. De opgewekte elektriciteit wordt via een accu toegevoerd aan een
    elektromotor met een rendement van 85%, die de auto voortbeweegt. Bij remmen en snelheids-
    vermindering wordt energie teruggeleverd aan de accu. Bij verbranding van waterstofgas ontstaan
    geen schadelijke gassen, alleen maar water. Voor wat de auto betreft is dat juist. De vraag blijft
    alleen, waar haalt men het waterstofgas vandaan. Welnu, dat kan verkregen worden door
    ontleding van water. Hiervoor is netto evenveel energie nodig, als later bij de "verbranding" in de
    brandstofcel vrij komt. (wet van behoud van energie)  Het rendement bij de ontleding van water is
    ongeveer 66%. De benodigde elektrische energie voor de ontleding van het water moet worden
    opgewekt via verbranding van fossiele brandstoffen (waarbij wel schadelijke gassen ontstaan),
    kernenergie, windenergie of andere vormen van "groene" energie. Uiteraard gaan deze energie-
    omzettingen weer gepaard met een rendement in de orde van 33% of minder. Waterstofgas kan
    ook gewonnen worden uit aardolie of aardgas. Shell schijnt zich daar in de nabije toekomst mee
    bezig te gaan houden. Maar dat kost fossiele brandstof.
    De auto die op waterstofgas rijdt, is dus geen oplossing van het energieprobleem.
    Integendeel.   Het totaalrendement is ongeveer  8%.
       (45% × 85% × 66% × 33% = 8%)
    Toyota verwacht, dat hybride brandstofcel auto’s op zijn vroegst in 2010 grootschalig op de
    markt kunnen worden gebracht. Er rijden van dit merk al enige prototypes rond. Het betreft een
    5-persoons auto, type FCHV-4 (Fuel Cell Hybrid Vehicle) met een maximale snelheid van
    150 km/uur. De brandstof is pure waterstof in een hogedruktank, bij een druk van 35 atmosfeer.
    Voorwaarde voor de introductie van de brandstofcel auto, is een infrastructuur, die het mogelijk
    maakt, dat op veel plaatsen (het zeer explosieve en dus gevaarlijke) waterstofgas onder hoge druk,
    getankt kan worden.
    De toegepaste brandstofcel heeft een vermogen van 90 kilowatt. De energie wordt via een nikkel-
    metaalhydride batterij, aan een elektromotor van 80 kilowatt geleverd. Het energieverbruik van de
    brandstofcel auto is, omgerekend naar benzine-equivalent, ongeveer 1 liter per 6 km.
    Het laatste nieuws op het gebied van brandstofcel auto's is de ontwikkeling van de FINE-N.
    www.toyota.nl/innovation/design/concept_cars/fine_n/index.aspx
    Bij deze auto worden de 4 wielen elk afzonderlijk aangedreven door een elektromotor.
    Hierdoor is er geen differentieel meer nodig, wat een beter voertuigrendement tot gevolg heeft.
    De modulaire opbouw van het voertuig biedt nieuwe mogelijkheden voor de vormgeving, mede
    omdat er zich geen motor in de neus bevindt. Bovendien kan de brandstofcel in principe op elke
    willekeurige plaats in het voertuig worden geplaatst. Een uitgebreid verhaal over voor- en nadelen
    van brandstofcel auto's etc. is te vinden op:   www.toyota.co.jp/en/tech/environment/fchv

    Zoals de zaken er nu voor staan, is het zeer onwaarschijnlijk dat de brandstofcelauto ooit op de
    weg zal verschijnen. Het ligt meer voor de hand, dat auto's in de toekomst zullen gaan rijden op
    synthetische benzine, synthetische dieselolie of elektriciteit.

    Een werkend systeem van een brandstofcel auto in de vorm van (leerzaam) speelgoed is te koop
    voor  € 99,-   Het omvat een zonnecel, een reactor voor de produktie van waterstof door middel
    van elektrolyse van water en een brandstofcel auto.
    www.geosenergie.nl/easyshopmaker/p_h-racer.htm

    Het valt op, dat vooral Toyota op alle fronten zeer actief is met de ontwikkeling van "groene"
    auto’s. Het zijn allemaal volwaardige 5-persoons auto’s zonder compromissen op het gebied van
    veiligheid en luxe. Ze worden (al jaren) op grote schaal in de praktijk beproefd en toegepast.

  • de elektrische auto
  • de hybride auto (de Prius)
  • de brandstofcel auto
    Andere autofabrikanten beperken zich tot wat vrijblijvende experimenten, opgeklopte verhalen in
    hun folders, hebben plannen, of ze doen (nog) niets op het gebied van "milieuvriendelijke" auto’s.

    Bericht in NRC-Handelsblad van 11 augustus 2006:
    "General Motors, DaimlerChrysler en BMW gaan samen 1 miljard dollar investeren in de
    ontwikkeling van een hybride motor. De drie fabrikanten werken samen om tegenwicht te bieden
    aan Toyota, dat op het gebied van hybride motoren een beslissende voorsprong dreigt ?? te nemen.
    General Motors wil de nieuwe motor in 2007 gaan gebruiken, DaimlerChrysler heeft vergelijkbare
    plannen. BMW wil pas enkele jaren later een hybride auto op de markt brengen".

    Honda, evenals Toyota een pionier op het gebied van hybride auto's brengt, na de hybride versie
    van de "Civic", nu de "Insight" op de markt.
    Ook start Honda met de produktie van de waterstofauto.
    www.honda.nl/content/autos/modellen_civic_hybrid_techniek.html
    www.honda.nl/specials/car/insight/website/index.php#/technology_ima
    www.nrc.nl/economie/article1130926.ece/Honda_bouwt_eerste_commerciele_waterstofauto

    Volkswagen noemt de hybride auto een "ecologische ramp". Desalniettemin is men zelf ook
    bezig met de ontwikkeling van een hybride auto, "omdat de markt daar om vraagt".
    www.platformschonevoertuigen.nl/documents/hybride%20autos%20%20reactie%20tno1.pdf

    BMW heeft inmiddels laten weten, voorlopig af te zien van de ontwikkeling van de brandstofcel
    auto. Wel zal men een verbrandingsmotor, die op waterstof draait, ontwikkelen. Het rendement
    hierbij zou ongeveer 50% zijn.

    Als de bewering van Volkswagen juist zou zijn, dan wordt het met de elektrische auto
    helemaal een grote ramp, want dáár zit pas een grote batterij in.!




    De "Waterstof  Economie"

    Het energiescenario van de toekomst, als de fossiele brandstoffen op zijn, zal (heel) misschien
    (gedeeltelijk) gebaseerd zijn op de zogenaamde Waterstof Economie. Hierbij wordt
    voorondersteld, dat er tegen die tijd (omstreeks 2050) een oeverloze hoeveelheid "groene" energie
    beschikbaar zal zijn en ook zeer veel energie afkomstig van (schone) kernfusie. Zonne-energie (uit
    de Sahara) en windenergie (afkomstig van windmolenparken in zee) is niet continu beschikbaar.
    (de zon schijnt ‘s nachts niet en het waait ook niet altijd)  Voor de elektriciteit die door deze
    "groene" energie wordt opgewekt is er dus een opslagprobleem. Het is mogelijk, elektriciteit
    te gebruiken voor de produktie van waterstofgas, door elektrolyse (ontleding) van water.
    In tegenstelling tot elektriciteit, kan waterstofgas (onder zeer hoge druk) wèl opgeslagen worden,
    zowel in ongelimiteerde hoeveelheden als gedurende langere tijd. Vervoer zou kunnen plaatsvinden
    via een net van pijpleidingen naar tankstations, hoewel dit enorme praktische problemen oplevert.
    Het lijkt meer voor de hand te liggen, om waterstof ter plaatse, bij tankstations (of in de auto??) te
    produceren. Het waterstofgas kan via brandstofcellen weer elektriciteit leveren, waarbij het enige
    "verbrandings" produkt water is. Waterstofgas is in dit scenario een energiedrager.
    Waterstofgas is dus niet een onuitputtelijke bron van energie, zoals sommigen denken.
    Integendeel.   Het produceren van waterstofgas door elektrolyse van water kost 1,5 keer
    meer energie dan het oplevert.
      Bij TV programma’s over dit onderwerp, wordt meestal als
    "bewijs" van de onuitputtelijkheid van waterstofgas, de zee op de achtergrond getoond. Dat is
    natuurlijk onzin, want water bevat geen energie. Het moet eerst worden ontleed in waterstofgas
    en zuurstof. De waterstofeconomie levert het volgende beeld op:

    "groene" energie  >  elektrolyse van water  >  waterstofgas  >  brandstofcel  >  elektriciteit

    Het opslaan van elektrische energie in een accu, gaat gepaard met een rendement van 75%.
    (laad- ontlaadcyclus)  Het opslaan van elektrische energie in waterstofgas is veel minder efficiënt.
    Het rendement van elektrolyse van water is 66% en van de brandstofcel 45%. Dit levert een totaal
    rendement op van 30%. Waterstofgas als opslagmedium van energie lijkt alleen zinvol voor
    voertuigen, als de aardolie op is en als er dan nog steeds geen doorbraak in de accutechnologie
    heeft plaats gevonden. Het is ook denkbaar dat de nucleaire batterij ooit een oplossing biedt.

    Interessant is onderstaande link:
    www.nrg-nl.com/kranten/2004/040507b.html
    Op deze site wordt melding gemaakt van een nieuw procédé, om met behulp van kernenergie via
    thermochemische processen water te splitsen in waterstof en zuurstof, zonder gebruik te maken van
    elektriciteit als energie verslindende tussenstap. Rendementen worden niet genoemd. Dit proces
    zou een manier kunnen zijn om efficiënt en grootschalig waterstof te produceren, waarbij geen CO2
    vrij komt. Ook wordt het in de toekomst misschien mogelijk, om waterstof op een efficiënte manier
    op te slaan in metaalhydriden of gashydraten met behulp van nanotechnologie.

    Aardgas en aardolieprodukten, zoals dieselolie en benzine, zijn chemische verbindingen van koolstof
    en waterstof. Deze zogenaamde koolwaterstoffen zijn, in tegenstelling tot pure waterstof, zeer goed
    handelbaar. Energie komt vrij door verbranding van zowel de koolstof als ook van de waterstof.
    Daarbij wordt respectievelijk kooldioxide (CO2) en water (H2O) gevormd.
    De produktie van waterstof kan met behulp van kernenergie plaats vinden. (via een thermochemisch
    proces of via elektrolyse van water). De ideale oplossing is echter, om waterstof met behulp van
    "groene" energie te produceren. Daar zal waarschijnlijk heel weinig van terecht komen, want het
    potentieel aan economisch winbare "groene" energie is (zeer) gering en de conversie naar waterstof
    is bijzonder inefficiënt. Waterstof produceren uit fossiele brandstof is uiteraard mogelijk, maar dat
    was nou net  niet de bedoeling, omdat de fossiele brandstoffen opraken.

    Er bestaan nogal wat misverstanden omtrent water, waterkracht, waterstofgas en kernfusie van
    waterstof-isotopen. Daarom hierbij het volgende overzichtje:

    Water
    Water is het verbrandingsprodukt van waterstofgas en zuurstof en bevat dus geen energie.

    Waterkracht
    Waterkracht komt vrij, als snelstromend water of water onder hoge druk een turbine aandrijft.
    Dit gebeurt in een waterkrachtcentrale. Waterkracht is een energiebron.

    Waterstofgas
    Water kan door elektrolyse worden ontleed in waterstofgas en zuurstof. De energie in het
    waterstofgas komt weer vrij bij de "verbranding" in een brandstofcel. De energie voor de
    ontleding van water moet in eerste instantie worden geleverd door fossiele brandstoffen,
    kernenergie, kernfusie, windenergie, waterkracht, geothermische energie of zonne-energie.
    (dus door energiebronnen). Waterstof is dus geen energiebron, maar een energiedrager.

    Kernfusie van waterstof-isotopen
    Waterstof-isotopen kunnen via kernfusie samensmelten tot helium en daarbij een enorme
    hoeveelheid energie leveren. Deze techniek staat nog in de kinderschoenen en het zal nog minstens
    50 jaar duren voordat er (misschien) praktische toepassingen zijn. Kernfusie is een energiebron.




    Kernfusie

    Er bestaan 2 soorten kernreacties, die geschikt zijn voor het opwekken van energie.
  • splijting van uraniumkernen.  Dit wordt  kernenergie genoemd.
  • samensmelting van waterstofkernen.  Dit wordt kernfusie genoemd.
    Bij beide processen treedt massaverlies op.
    Bij kernsplijting is dit ongeveer 0,10% en bij kernfusie 0,35%.
    De "verdwenen" massa wordt volgens de formule van  Einstein omgezet in energie.

    De energie die de zon uitstraalt is afkomstig van kernfusie van waterstofatomen. Deze kernfusie
    komt tot stand bij een extreem hoge druk en een temperatuur van 15 miljoen graden Celsius.
    Bij kernfusie op aarde is de druk, in vergelijking met de zon, verwaarloosbaar en daarom moet
    de temperatuur hier zeer veel hoger zijn, ongeveer 150 miljoen graden Celsius.

    Als materie zeer sterk wordt verhit, vormt het een plasma. In een plasma bewegen de atoomkernen
    en elektronen los van elkaar. Atoomkernen zijn positief geladen en stoten elkaar af. De afstotende
    kracht wordt bij 150 miljoen graden overwonnen door de snelheid waarmee de atoomkernen zich
    dan bewegen. Daardoor treedt kernfusie op.

    De fusie-reactie die op aarde het gemakkelijkst tot stand kan worden gebracht, is de fusie van de
    waterstof-isotopen deuterium en tritium. Hierbij ontstaan helium-atomen, neutronen en zeer veel
    energie. Fusie van een deuterium-tritium mengsel met een massa van 250 kilogram levert evenveel
    energie op, als de verbranding van 2,7 miljoen ton steenkool. Dat is voldoende om een
    elektriciteitscentrale van 1000 megawatt een jaar lang (op vol vermogen) draaiende te houden.

    Het grootste probleem bij kernfusie is de extreem hoge temperatuur, die nodig is om het fusieproces
    in het plasma tot stand te brengen. Geen enkel materiaal is tegen die temperatuur bestand. In een
    zogenaamde "Tokamak" wordt het hete plasma opgesloten in een sterk magnetisch veld en het komt
    daardoor niet in contact met de wand. Een Tokamak is een ringvormige reactor waarin het plasma
    wordt verhit tot de temperatuur waarbij kernfusie optreedt.

    Een Tokamak moet een minimale grootte hebben, om meer energie te leveren dan nodig is voor het
    op gang houden van het fusieproces.   ITER  (International Tokamak Experimental Reactor) zal de
    eerste (experimentele) kernfusiecentrale zijn, waarbij dat gaat lukken. De buitenafmetingen zijn:
    24 meter hoog en 34 meter in doorsnede.  ITER is een project, waarvoor Reagan en Gorbatsjov
    ooit het initiatief hebben genomen, toen de koude oorlog ten einde liep.  ITER moet aantonen dat
    het mogelijk is om langdurig energie op te wekken met kernfusie. Men verwacht hiermee gedurende
    10 minuten 500 megawatt te kunnen opwekken. Dat is tien keer meer dan wordt gebruikt voor het
    instandhouden van het hete fusieplasma.  ITER wordt het grootste internationale wetenschappelijke
    onderzoeksproject sinds de bouw van het  International Space Station (ISS).

    Na  ITER zal  DEMO gebouwd worden. Dat is een grotere centrale die de technische haalbaarheid,
    betrouwbaarheid en economische aantrekkelijkheid van fusie-energie moet demonstreren. Tenslotte
    zal omstreeks 2050 het eerste prototype van een commerciële fusiecentrale,  PROTO gereed zijn.
    Kernfusie is inherent veilig. Er treedt geen kettingreactie op. Zodra er iets mis gaat, stopt de reactie.
    Bij kernfusie komt weinig radioactief afval vrij. Dit afval heeft een korte halveringstijd.

    bron:   Kernfusie, een zon op aarde.
    Auteur:  Dr. Ir. M.T. Westra   FOM-instituut voor plasmafysica "Rijnhuizen".
    www.fusie-energie.nl/artikelen/watisfusie.doc

    Persbericht op 21 november 2006:
    "De Europese Unie,  de VS,  Rusland,  China,  Japan,  India en  Zuid-Korea  hebben een akkoord
    getekend over de bouw van de eerste kernfusiecentrale. De bouw (van ITER) begint in 2008 in het
    Zuid-Franse Cadarache en zal 10 jaar in beslag nemen".




    Kernenergie

    Met de formule van Einstein kan de relatie tussen massa en energie worden berekend.
    1 kilogrammassa is equivalent aan  25 miljard kilowattuur
    E = mc2
    E = energie    m = massa    c = de lichtsnelheid

    De brandstof voor de kerncentrale in Borssele bestaat voor 4,5% uit splijtbaar Uranium 235.
    Bij het splijtingsproces wordt ongeveer 1 promille van de massa omgezet in energie.
    De energie die per kilogram kernbrandstof als warmte vrijkomt is daarom "slechts" 1,2 miljoen
    kilowattuur.

    In 2002 was het elektriciteitsverbruik in Nederland ruim 100 miljard kilowattuur
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/table62.xls
    Hiervoor zou nodig zijn:
    of
    of

    250 ton
    31.000.000 ton

      verrijkt Uranium
      steenkool
    (rendement 33%)
    (rendement 40%)
    Het verschil in rendementen is het gevolg van het feit dat een kerncentrale met lagere temperaturen
    werkt (door toepassing van warmtewisselaars), dan een met gas, olie of kolen gestookte centrale.
    Carnot   Als we uitgaan van een trein met goederenwagons van 50 ton en elk een lengte van
    12 meter, dan levert dit het volgende beeld op:

  • voor het aanvoeren van verrijkt Uranium:             5 goederenwagens =       60       meter
  • voor het aanvoeren van de steenkool:       620.000 goederenwagens =   7440 kilometer
    Bij de verbranding van al die steenkool wordt 114 miljoen ton kooldioxide (CO2) gevormd.
    (dat is dus alleen in Nederland en alleen ten behoeve van de elektriciteitsopwekking !!)

    In 2002 was het totale primaire energieverbruik in Nederland 1154 miljard kilowattuur
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tablee1.xls
    Het equivalent hiervoor is ongeveer 127 miljard liter benzine, een kubus van 500 × 500 × 500 meter.
    Het is duidelijk, dat duurzame energie "voorlopig" geen optie is.

  • de voorraad fossiele brandstoffen is groot, maar eindig.
        (over 40-65 jaar zijn alle economisch winbare fossiele brandstoffen op, behalve steenkool)
  • de milieuvervuiling bij verbranding van fossiele brandstoffen is zeer hoog. (CO2)
  • duurzame energie zal nooit voldoende zijn, want er komen steeds meer mensen   (waarom ??)
        met steeds meer energiebehoefte.
        (in China, met 1314 miljoen inwoners, is in 2006 het energieverbruik met 10% toegenomen)

    Van 1990 t/m 2006 was de toename van de wereldbevolking  24%
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tableb1.xls
    Van 1990 t/m 2006 was de toename van het wereldenergieverbruik  36%
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tablee1.xls

    Conclusie: Kernenergie is onontkoombaar.
    (geen vervuiling van de atmosfeer, wel een beperkt radioactief afvalprobleem !!)

    Sommige mensen denken:

  • "Ze" vinden er wel wat op.
  • Het zal mijn tijd wel duren.   (dat is nog maar de vraag en hoe moet het dan met het nageslacht ??)
       zie:   www.lifeaftertheoilcrash.net

    De schone kernfusie laat wel erg lang op zich wachten. "Ze" zijn daar al meer dan een halve eeuw
    mee bezig. De meest optimistische schatting is, dat in 2050 de eerste commercieel werkende
    kernfusie centrale operationeel zal zijn. Men zal tegen die tijd wel met praktische resultaten moeten
    komen, want ook de voorraad splijtbaar Uranium voor het bestaande type kerncentrales is beperkt
    en slechts voldoende voor de komende 75 jaar.
    Kweekreactoren, waarbij 60 tot 100 keer efficiënter met de splijtstof wordt omgegaan, mogen er
    van de milieuactivisten niet komen. (Kalkar)

    Op internet vond ik het volgende bericht van ECN = Energieonderzoek Centrum Nederland:
    "Nieuwe kernbrandstof vermindert radioactief afval"

    "Thorium is een interessante brandstof, omdat de Thoriumvoorraad op aarde voldoende is voor
    enkele duizenden jaren. De radiotoxiteit van Thorium is een factor 10 tot 100 keer lager in alle
    stadia van de cyclus dan Uranium".

    Tegenstanders van kernenergie zeggen "dat het niet kan".
    Het tegendeel wordt in de ons omringende landen bewezen:
    Frankrijk
    België
    77%
    54%
    Duitsland
    Zwitserland
    22%
    41%
    Engeland
    Zweden
    16%
    45%

    Alleen in Nederland beperkt men zich schijnheilig tot 4% en importeert vervolgens het ontbrekende
    uit Frankrijk, België en Duitsland.
    Wereldwijd wordt ongeveer 14% van alle elektrische energie opgewekt door kernenergie.
    Door milieuactivisten wordt het belang van kernenergie steevast gebagatelliseerd, terwijl waterkracht
    dan wordt opgevoerd als een zeer belangrijke energiebron. De realiteit is, dat het aandeel
    kernenergie wereldwijd bijna net zo groot is als het aandeel waterkracht.
     zie overzicht

    De kerncentrale in Borssele heeft een vermogen van 449 megawatt. In het jaar 2000 was de
    energie-opbrengst 3.699.000 megawattuur. De produktiefactor van deze centrale was toen 94%.
    Een kerncentrale is slecht regelbaar en draait daarom vrijwel altijd op maximaal vermogen.
    Inmiddels heeft de Nederlandse regering besloten, dat de kerncentrale in Borssele tot 2033 in
    bedrijf mag blijven.

    Persbericht op 23 juni 2009:
    "Energiebedrijf Delta wil in Borssele een tweede kerncentrale bouwen. In een nog vertrouwelijke
    notitie schrijft het bedrijf dat een kerncentrale een belangrijke bijdrage levert aan de milieu-
    doelstellingen. Ook de consument zou ervan profiteren, doordat de elektriciteitsprijs omlaag kan".

    Persbericht op 13 oktober 2009:
    "België houdt zijn kerncentrales 10 jaar langer open dan aanvankelijk de bedoeling was. Dat heeft
    de minister van Energie bekend gemaakt. De centrales zouden eigenlijk in 2015 sluiten, ze blijven
    nu tot 2025 in bedrijf omdat dat extra geld voor de Belgische schatkist oplevert".

    Persbericht op 1 januari 2010:
    De enige kerncentrale van Litouwen is buiten gebruik gesteld. Litouwen beloofde de sluiting in
    2004 in ruil voor toetreding tot de Europese Unie. De centrale is een grotere versie van die bij
    Tsjernobyl. Voor Litouwen betekent het dat het een goedkope bron van energie kwijt is en nu
    veel afhankelijker wordt van onder meer gas uit Rusland. De kerncentrale leverde bijna driekwart
    van de Litouwse energiebehoefte.

    De hoeveelheid elektrische energie die in Nederland wordt opgewekt, neemt minder toe dan het
    binnenlandse verbruik. Dit komt doordat er steeds meer (kern)energie uit het buitenland wordt
    geïmporteerd. Dat is goedkoper dan het opwekken van energie met conventionele centrales in
    Nederland. Bovendien kan men zo gemakkelijker voldoen aan de eisen van Kyoto, omdat een deel
    van de luchtvervuiling dan in het buitenland plaats vindt. Door de privatisering worden alle reserves
    wegbezuinigd. Ongeveer 19% van de in Nederland gebruikte elektrische energie wordt geïmporteerd.
    De hoeveelheid geïmporteerde kernenergie is 2 keer zoveel als in de kerncentrale in Borssele wordt
    opgewekt.
    www.energie.nl

    Wat kernenergie betreft:  iedere oplossing heeft voor- en nadelen.  ("wet van behoud van ellende")
    De vraag is maar wat je liever hebt:  onomkeerbare klimaatverandering, stijging van de zeespiegel,
    luchtvervuiling (CO2), uitputting van alle fossiele brandstoffen, overstromingen, milieurampen met olie-
    tankers, oorlogen om de aanvoer van olie of aardgas veilig te stellen, aardbevingen en bodemdaling
    door gaswinning, etc. of een beperkt (radioactief) afvalprobleem, dat in principe oplosbaar is. Men
    staat voor dit dilemma, omdat er voor het jaar 2050 nog zo nodig 3 miljard mensen bij moeten komen,
    (dat zijn netto 182.000 per dag er bij), terwijl er al 6 miljard aardbewoners zijn.
    Het veel gehoorde argument, dat het afval van kerncentrales 240.000 jaar radioactief blijft, is niet zo
    interessant. Ik durf de stelling wel aan, dat de mensheid ruim binnen deze termijn van onze planeet is
    verdwenen. Misschien wel door kernwapens, waar vrijwel niemand zich druk over maakt.!!

    Veel mensen zijn tegen kernenergie, omdat ze bang zijn dat hun nageslacht (over duizenden jaren)
    zal worden opgescheept met het probleem van radioactief afval. Desondanks verbruiken diezelfde
    mensen in record tempo alle fossiele brandstoffen die er nu nog zijn, zonder zichzelf ook maar enige
    beperking op te leggen. De eerstvolgende generatie moet het dan maar verder bekijken.
    Diezelfde mensen denken straks "genuanceerd" over kernenergie, als duidelijk wordt dat hun eigen
    energievoorziening in gevaar zal komen.

    Problemen bij kernenergie zijn:

  • de veiligheid van kernreactoren   (Three Mile Island en Tsjernobyl)
  • het veilig opbergen van radioactief afval
  • gevaar voor proliferatie   (verspreiding van kernwapens)

    Een vertragende factor voor de invoering van kernenergie zou een sterke bezuiniging op het
    energieverbruik kunnen zijn. Helaas zal dat niet werken.   Iedereen denkt:

    Stom hè, ik vind het gewoon:
    lekker
    leuk
    gemakkelijk
    lekker warm
    lekker koel
    vlees, kasgroente, diepvriesprodukten, uit de tropen aangevoerd fruit
    vlieg- en autovakanties, veel kinderen, de TV (die de hele dag aanstaat)
    de auto, koelkast, (af)wasmachine, wasdroger, magnetron
    centrale verwarming
    airconditioning





    Enkele feiten, berekeningen en wetenswaardigheden


    Berekening  massa-energie equivalent
    1 kilogrammassa is de hoeveelheid massa, die op aarde 1 kilogram weegt.
    gewicht (1 kilogram)  =  massa (m)  ×  versnelling van de zwaartekracht (9,8 meter / seconde2)
    hieruit volgt:
  • m = 1 kilogram / (9,8 meter / seconde2)
    bovendien geldt:
  • 1 kilogrammeter =  9,8 joule
    hieruit volgt:
  • m = 1 joule × seconde2 / meter2
  • c  = de lichtsnelheid = 300.000 kilometer / seconde = 3 × 108 meter / seconde
  • c2 = 9 × 1016 meter2 / seconde2
  • E = mc2       (Einstein)
    na invulling van de getallen en de dimensies van m en c2 krijgt men:
  • E = 9 × 1016 joule = 90000 × 109 kilojoule
  • 1 kilowattuur = 3600 kilojoule
  • E = (90000 × 109) / 3600 = 25 × 109 kilowattuur = 25 miljard kilowattuur
    dus:   1 kilogrammassa is equivalent aan  25 miljard kilowattuur


    Bijna alle energie op aarde is afkomstig van de zon
    Bijna alle energiebronnen op aarde (aardolie, aardgas, steenkool, biomassa, wind- en waterkracht)
    vinden hun oorsprong in zonne-energie. Uitzonderingen zijn geothermische energie, kernenergie en
    energie afkomstig van de maan. (getijdencentrales). De meest directe energiebron is de licht- en
    warmtestraling van de zon. Deze energiebron is schoon en onuitputtelijk en daar zullen we het in de
    verre toekomst voor een groot deel van moeten hebben. De energie die de zon uitstraalt wordt
    opgewekt door kernfusie. Elke seconde wordt in de zon  4,27 miljard kilogrammassa omgezet in
    energie. Kernfusie zal op aarde misschien ook een grote rol gaan spelen bij de energie-opwekking.


    Berekening van de hoeveelheid energie die de zon in 1 seconde uitstraalt

  • de afstand van de aarde tot de zon is 150 miljoen kilometer   (= 8,33 lichtminuten)
  • het stralingsvermogen van de zon bedraagt op aarde 1,36 kilowatt per vierkante meter
        (dat is de zonneconstante, gemeten buiten de dampkring)
  • het totale stralingsvermogen van de zon is dus:   de zonneconstante vermenigvuldigd
        met de oppervlakte van een bol met een straal van 150 miljoen kilometer
  • de straal van de bol  = 150 × 109 meter
  • de oppervlakte van de bol  =  4 π r2  =  4 π × 150 2 × 1018 vierkante meter
  • de totale hoeveelheid uitgestraalde energie van de zon in 1 seconde is:
        1,36 × 4 π × 1502 × 1018 × 1  kilowattseconde
  • 1 kilogrammassa  =  25 × 109 kilowattuur  =  25 × 109 × 3600 kilowattseconde   (Einstein)
  • de hoeveelheid energie die de zon in 1 seconde uitstraalt is equivalent aan:
        (1,36 × 4 π × 1502 × 1018 × 1) / (25 × 109 × 3600) =  4,27 miljard kilogrammassa

    De hoeveelheid energie die de zon in 1 seconde uitstraalt is 1 miljard keer zoveel
    als het totale elektriciteitsverbruik van Nederland in 1 jaar.


    De totale hoeveelheid zonne-energie die op de aarde wordt ingestraald

  • de totale hoeveelheid ingestraalde energie is gelijk aan wat loodrecht valt op een cirkelvormig
        vlak met de straal van de aarde   (de straal  r = 6400 kilometer).
  • de oppervlakte van dat cirkelvormig vlak is   π r2 = 3,14 × 40 × 1012 vierkante meter.
  • de zon schijnt per jaar 8760 uur op dit denkbeeldige vlak, met een intensiteit van 1 kilowatt
        per vierkante meter.
  • de totale hoeveelheid jaarlijks ingestraalde energie is dus:
        3,14 × 40 × 1012 × 8760 × 1 = 1,1 × 1018 kilowattuur.
    Dat is  8000 keer zoveel als het jaarlijkse wereldenergieverbruik  (1,38 × 1014 kilowattuur)
    en equivalent aan een hoeveelheid benzine, die een kubus met een ribbe van 50 kilometer vult.
    Men kan het ook anders zeggen:   De hoeveelheid zonne-energie, die in 1 uur op de aarde
    wordt ingestraald, is ongeveer gelijk aan het jaarlijks wereldenergieverbruik.

    Door sommige mensen wordt de conclusie getrokken, dat er dus geen energieprobleem is.
    Men moet daarbij wel het volgende bedenken:

  • het aardoppervlak bestaat voor 71% uit water
  • voor de resterende 29% is de verdeling, zoals aangegeven in onderstaand taartdiagram


    Enkele eigenschappen van licht

  • Licht plant zich (rechtlijnig) voort door middel van elektromagnetische golven.
        (en dus niet door “ethergolven”)
  • Licht bereikt een waarnemer altijd met de lichtsnelheid. (in vacuüm). Het maakt daarbij niet
        uit, of een lichtbron (bijvoorbeeld een ster) beweegt ten opzichte van de waarnemer, of dat
        de waarnemer beweegt ten opzichte van een lichtbron. De onderlinge snelheid tussen de
        lichtbron en de waarnemer is niet van invloed.
  • De lichtsnelheid (in vacuüm) ten opzichte van de waarnemer is altijd  300.000 kilometer per
        seconde en wordt daarom aangeduid met de letter c (= constant)

    De aarde draait met een snelheid van 30 kilometer per seconde in een baan om de zon. Vroeger
    dacht men dat het heelal geheel gevuld was met “ether” en dat het licht zich door die ether voort-
    plantte. De consequentie daarvan zou dan moeten zijn, dat de lichtsnelheid die op aarde wordt
    gemeten, afhankelijk is van de beweging van de aarde ten opzichte van de ether. (in analogie met
    het gedrag van geluidsgolven in lucht). Om deze veronderstelling te toetsen, maakten  Michelson
    en  Morley  in 1887 een interferometer. Hiermee kon het verschil in lichtsnelheid, in de richting
    van de baan om de zon en loodrecht daarop, zeer nauwkeurig worden gemeten. De uitkomst van
    de metingen was zeer verrassend:   de lichtsnelheid is in alle richtingen altijd hetzelfde
    De conclusie moet daarom zijn, dat er geen ether bestaat.

    Alle elektromagnetische golven, dus ook radiogolven, planten zich voort met de snelheid van het
    licht. Het feit dat de lichtsnelheid constant is, heeft veel toepassingen mogelijk gemaakt, zoals:

  • de relativiteitstheorie van Einstein
  • de moderne sterrenkunde
  • GPS  (= global positioning system)
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Michelson-Morley-experiment
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Michelson-interferometer
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Dopplereffect
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Global_Positioning_System
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Ether_(medium)


    De energiedichtheid van zonlicht

  • ter hoogte van het aardoppervlak, bij een geheel onbewolkte hemel en bij loodrechte instraling
        is het vermogen van het zonlicht 1 kilowatt per vierkante meter
  • in 1 uur wordt dan een hoeveelheid energie ingestraald van 1 kilowattuur per vierkante meter
  • de lichtsnelheid is  300.000 kilometer per seconde
  • in 1 uur legt het licht een afstand af van  3600 × 300.000 kilometer =  1012 meter (afgerond)
  • de energiedichtheid van zonlicht is dus  1 kilowattuur  per  1012 kubieke meter
        (1012 kubieke meter is een kubus met een ribbe van 10 kilometer)


    Zonne-energie in de Sahara
    Bij de evenaar is de daglengte het gehele jaar 12 uur. De geïntegreerde hoeveelheid zonne-energie,
    die daar op een horizontaal geplaatst zonnepaneel, bij een volkomen wolkenloze hemel valt, is
    gemakkelijk te berekenen. Die hoeveelheid blijkt 8 keer zoveel te zijn, als wanneer de zon 1 uur
    loodrecht boven het paneel staat. (2 uur na zonsopgang en 2 uur voor zonsondergang bijvoorbeeld,
    staat de zon 30 graden boven de horizon, de hoeveelheid ingestraalde energie is dan nog maar de
    helft van het maximum)  De produktiefactor gedurende een etmaal en dus ook gedurende een jaar,
    komt daarmee op 33,3%. In Nederland is dit 11,4%. De opbrengst van zonne-energie in de Sahara
    per oppervlakte eenheid en over een jaar gerekend, is dus theoretisch slechts 3 keer zoveel als in
    Nederland. In de praktijk zal de opbrengst nog lager zijn door vervuiling van de zonnepanelen,
    o.a. door het veelvuldig voorkomen van zandstormen etc. Fantasieën over "zonne-akkers" met
    gigantische hoeveelheden zonne-energie in de Sahara moeten dus enigszins worden gerelativeerd.


    Globale zonnestraling in Nederland in 1999   (Statistisch Jaarboek 2001)

    dec.  t/m  febr.

    mrt.  t/m  mei

    juni  t/m  aug.

    sept.  t/m  nov.

    26

    119

    159

    58

    Totaal:   26 + 119 + 159 + 58 = 362 kilojoule per vierkante centimeter per jaar.
    Dat is 3620000 kilojoule per vierkante meter per jaar.   1 kilowattuur = 3600 kilojoule
    De totale hoeveelheid ingestraalde energie was dus: 1006 kilowattuur per vierkante meter per jaar.


    Daglichtperioden in Nederland   (lente, zomer, herfst en winter)


    20 maart            
    H = 37,8 graden  
      D = 12 uur 11 min.


    21 juni                
    H = 61,4 graden  
      D = 16 uur 45 min.


    22 september    
    H = 38,2 graden  
      D = 12 uur 11 min.


    21 december      
    H = 14,5 graden  
      D = 07 uur 44 min.

    H = de hoogste stand van de zon, midden op de dag
    D = de daglengte, gemeten van zonsopgang tot zonsondergang


    Enkele brandstoffen:   zuurstofverbruik en verbrandingsprodukten   (geïdealiseerd)

    brandstof

    zuurstof

    kooldioxide

    water

        1 kg  steenkool

    2,67 kg

    3,67 kg

    - - - -

        1 kg  aardgas

    4,00 kg

    2,75 kg

    2,25 kg

        1 kg  benzine

    3,51 kg

    3,09 kg

    1,42 kg

        1 kg  dieselolie

    3,47 kg

    3,12 kg

    1,35 kg

        1 kg  waterstof

    8,00 kg

    - - - -

    9,00 kg

  • de massa van  brandstof + zuurstof  =  de massa van  kooldioxide + water
        (wet van behoud van massa)
  • bij het verbranden van steenkool ontstaat alleen kooldioxide
  • bij het verbranden van koolwaterstoffen (aardgas, benzine en dieselolie) ontstaat
        kooldioxide + water
  • bij het verbranden van waterstof ontstaat alleen water


    De hoeveelheid kooldioxide per opgewekte kilowattuur van enkele brandstoffen
    A= de hoeveelheid kooldioxide (CO2) die bij de verbranding vrijkomt
    B= de energie-inhoud van 1 kilogram brandstof   (kilowattuur)
    C= de elektriciteitsproduktie bij een rendement van 40%   (kilowattuur)
    D= de hoeveelheid kooldioxide (CO2) per opgewekte kilowattuur

    brandstof

    A

    B

    C

    D

        1 kg  steenkool

    3,67 kg

      8,1

    3,24

    1,13 kg

        1 kg  aardgas

    2,75 kg

    10,6

    4,24

    0,65 kg

        1 kg  benzine

    3,09 kg

    13,0

    5,20

    0,59 kg

        1 kg  dieselolie

    3,12 kg

    12,0

    4,80

    0,65 kg


    Het broeikaseffect
    Veel mensen denken dat het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de energie die vrij komt bij de
    verbranding van de fossiele brandstoffen. Dat is niet het geval, want die hoeveelheid energie is
    verwaarloosbaar klein ten opzichte van de hoeveelheid energie die door de zon op aarde wordt
    ingestraald. De zon straalt per tijdseenheid  8000 keer  meer energie in, dan door menselijke
    activiteiten wordt opgewekt. Het broeikaseffect wordt veroorzaakt door de kooldioxide (CO2),
    die bij de verbranding van fossiele brandstoffen vrij komt en vooral ook door de waterdamp in de
    atmosfeer. Deze broeikasgassen laten de zonne-energie op weg naar de aarde vrijwel ongehinderd
    door, terwijl de uitstraling van warmte afkomstig van de aarde grotendeels wordt tegengehouden.
    De aarde koelt minder af, naarmate er meer broeikasgassen in de atmosfeer aanwezig zijn. Of het
    effect van kooldioxide (CO2) in dit proces zo groot is als algemeen wordt aangenomen, is nog lang
    geen uitgemaakte zaak. Wel is duidelijk dat, hoe dan ook, het klimaat de laatste jaren sterk aan het
    veranderen is. Denk hierbij aan het wegsmelten van het ijs op de noordpool en het verdwijnen van
    de “eeuwige” sneeuw in de Alpen. Ook de winters zijn de laatste jaren (in Europa) opvallend warm.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Broeikaseffect


    De effectieve hoogte van de atmosfeer
    De soortelijke massa van lucht is 1,29 kilogram per kubieke meter bij een druk van 1 atmosfeer.
    1 atmosfeer =  1 kilogram per vierkante centimeter =  10000 kilogram op een vierkante meter.
    De effectieve hoogte van de atmosfeer is dus 10000 / 1,29 =  8000 meter. (afgerond).
    De luchtdruk neemt af met de hoogte. (steeds minder snel naarmate de hoogte toeneemt)
    Op een hoogte van 5500 meter is de druk 0,5 atmosfeer. Op 10,5 kilometer hoogte, waar het
    meeste vliegverkeer plaatsvindt, is de druk nog 0,25 atmosfeer.
    1 meter hoogteverschil op aarde is   (1 / 8000) × 1000 =  1 / 8 gram per vierkante centimeter.
    Zo'n hoogteverschil is gemakkelijk meetbaar met een digitale hoogtemeter.


    Vergelijking diverse lichtbronnen


    watt

    lumen

    lumen per watt

    lichtrendement

     gloeilamp

    75

      930

    12

      5%

     LED-lamp

      7

      400

    57

    25%

     spaarlamp

    23

    1550

    67

    29%

     TL-buis

    51

    4800

    94

    41%

    Het aantal lumen (= lichtstroom) per watt is een maat voor het lichtrendement van een lichtbron.
    1 watt lichtenergie komt overeen met 228 lumen, rekening houdend met de ooggevoeligheidskromme.
    Een LED-lamp geeft meestal gebundeld licht. Het rendement lijkt daardoor hoger dan het is.
    Het kan dan ook niet rechtstreeks vergeleken worden met een "rondstraler" zoals een spaarlamp.
    Het rendement wordt bovendien nadelig beïnvloed door de omzetting van de netspanning van
    230 volt naar de lage brandspanning van de LED's. (meestal 2 tot 5 volt) en de slechte arbeidsfactor.
    Het zal nog wel even duren, voordat de LED-lamp de TL-buis voorbijstreeft, voor wat betreft het
    lichtrendement. Het is zelfs de vraag, of dat ooit zal lukken. (voor wit licht). De voordelen van de
    LED-lamp zijn de afmetingen, de schokbestendigheid en de levensduur. Bovendien is na inschakelen
    van deze lamp het licht onmiddellijk op volle sterkte. (veel sneller dan bij een gloeilamp). Voor
    ruimteverlichting lijken LED-lampen vooralsnog totaal ongeschikt. Wel zijn ze geschikt voor
    decorverlichting, speciale lichteffecten, backlight van LCD-schermen en bij toepassingen waarbij
    gekleurd licht gewenst is. In vergelijking met kleine gloeilampjes, zoals bijvoorbeeld in zaklantaarns
    en in het achterlicht van een fiets, is het rendement van LED's zeer hoog.

    LED-lampen
    De nieuwste LED-lamp van Philips is de “Master LED” type A55 van 7 watt. Op de verpakking
    wordt vermeld dat, als de lamp in een armatuur zit, de hoeveelheid naar beneden uitgestraald licht
    even veel is als bij een 40 watt gloeilamp. Naar de zijkanten wordt veel minder licht uitgestraald
    en naar boven bijna niets. Dit in tegenstelling tot een gewone spaarlamp. Deze LED-lamp bestaat
    voor de helft uit een koellichaam. Dat blijkt zo warm te worden, dat men het niet langdurig kan
    vastpakken. Het lijkt daarom zeer onwaarschijnlijk, dat de lamp slechts 7 watt uit het lichtnet
    opneemt. Ik zou dat graag willen nameten, maar ik ben niet bereid daarvoor de exorbitant hoge
    aanschafprijs van 40 euro neer te tellen. Deze lamp bespaart per uur  40 - 7 = 33 wattuur. Bij
    een kilowattuurprijs van 20 eurocent, moet deze lamp minstens 6000 uur branden, voordat men
    de kosten er uit heeft. Bij een gebruik van 3 uur per dag is dat dus pas na 6 jaar.

    Bij de toepassing van LED’s als backlight voor LCD-schermen, wordt gebruik gemaakt van de
    eigenschap, dat LED’s traagheidsloos kunnen worden geschakeld. Het backlight kan daardoor
    worden meegemoduleerd met de beeldinhoud. Hierdoor kan een zeer hoge contrastverhouding
    van het beeld worden bereikt. Bovendien is het energieverbruik dan laag, omdat de LED’s
    gemiddeld maar een deel van de tijd op volle sterkte branden. Dit in tegenstelling tot backlight
    met fluorescentiebuizen. Bovendien kunnen beeldschermen met LED-backlight veel dunner zijn.
    Bij de nieuwste LED-TV van Philips wordt het backlight verzorgd door meer dan 1000 LED's.

    Spaarlampen
    De levensduur van spaarlampen valt nogal tegen, vooral als ze vaak in- en uitgeschakeld worden.
    Vaak wordt dan nog niet eens 1 jaar gehaald. Dit in tegenstelling tot gewone gloeilampen die veel
    langer meegaan. Een spaarlamp kan slechts 2500 keer in- en uitgeschakeld worden. Bij een
    brandduur van 3 minuten per keer (bijvoorbeeld op de WC) is de levensduur 125 uur. Bij een
    brandduur van 4 uur per keer haalt men 10.000 uur. Het hangt dus van de toepassing af, wat
    de beste keus is, een spaarlamp of een gloeilamp. Tussen 2009 en 2012 wordt de gloeilamp
    gefaseerd uit de handel genomen. Hierdoor wordt het CO2 probleem een (heel klein) beetje
    kleiner. Het energieverbruik van de verlichting is slechts 3% van het totale energieverbruik. Deze
    maatregel zal dus weinig helpen, maar maakt de mensen misschien wel wat meer milieubewust.
    De spaarlamp bevat, evenals de TL-buis, schadelijke stoffen (o.a. kwik) en moet daarom als
    klein chemisch afval worden behandeld.

    OLED's
    Bij Philips is de ontwikkeling gestart van verlichting door middel van "OLED's" (organic LED's)
    Dit zijn geen "lampen", maar oplichtende panelen, vergelijkbaar met een LCD-scherm.
    De verwachting is, dat men ooit een lichtopbrengst zal kunnen realiseren van 140 lumen per watt
    Dat komt overeen met een lichtrendement van ongeveer 60%.
    www.lighting.philips.com/nl_nl/trends/led/what_is_led.php?main=nl_nl&parent=1&id=nl_nl_trends&lang=nl
    www.lighting.philips.com/in_en/trends/download/organic.pdf


    Vliegtuigen
    www.aerospaceweb.org/aircraft/jetliner/b747
    www.aerospaceweb.org/aircraft/jetliner/a380

    max. aantal
    passagiers

    leeg
    gewicht

    brandstof
    gewicht

    max.
    take-off

    vliegbereik
    kilometers

    km/liter/
    passagier

     Boeing 747

    524

    181 ton

    173 ton

    396 ton

    13.445

    32,5

     Airbus  380

    840

    275 ton

    261 ton

    540 ton

    14.450

    37,2

    de soortelijke massa van kerosine = 0,8 kilogram / kubieke decimeter


    Elektrische trein
    De basisuitvoering van de Dubbeldekker bestaat uit 4 wagons. Bij een rendement van 85% is het
    bruto vermogen 1890 kilowatt. De spanning op de bovenleiding is tegenwoordig 1800 volt. Deze
    trein verbruikt bij vol vermogen dus een stroom van ruim 1000 ampère en vertegenwoordigt daarbij
    een weerstand van ongeveer 2 ohm. De (gelijk)stroom, afkomstig van een voedingsstation, wordt
    via de bovenleiding aan de trein toegevoerd. De rails vormt de retourleiding. De totale weerstand
    van 10 kilometer bovenleiding + rails is ongeveer 0,2 ohm. De afstand tussen 2 voedingsstations is
    maximaal 20 kilometer. De trein is dus nooit verder dan 10 kilometer van een voedingsstation
    verwijderd. Op drukke trajecten zijn er de laatste jaren veel voedingsstations bij gekomen.
    Hierdoor is de gemiddelde afstand tussen de trein en een voedingsstation veel kleiner geworden.
    De totale koperdoorsnede van de bovenleiding bij dubbel spoor is 10 vierkante centimeter.
    Dit wordt verkregen door parallelschakeling van alle draden (8 stuks) die boven de rails hangen.
    (per spoor: 1 versterkingsleiding, 1 draagkabel en 2 rijdraden)
    www.nicospilt.com/bovenleiding.htm
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Bovenleiding

    Het energieverlies in de bovenleiding van een trein
    In Nederland rijden de elektrische treinen op 1800 volt gelijkspanning.  (nominaal 1500 volt).
    Het energieverbruik van een trein  =  spanning  ×  stroom  ×  tijd.
    Als men bij hetzelfde energieverbruik de spanning bijvoorbeeld 5 keer zo hoog maakt, dan wordt
    de stroom 5 keer zo klein. Het energieverlies in de bovenleiding  (=  evenredig met het kwadraat
    van de stroom), wordt dan 25 keer zo klein. Desondanks ziet het er niet naar uit, dat men voor het
    Nederlandse spoorwegnet ooit een hogere voedingsspanning zal gaan toepassen. Alleen op de
    trajecten van de Betuwelijn en de HSL wordt 25 kilovolt wisselspanning toegepast.
    www.nieuwsbank.nl/inp/2005/10/18/R203.htm


    Vermogen en energie bij het fietsen op een vlakke weg, rechtop zittend en bij windstil weer
    A = het vermogen, nodig voor het overwinnen van de mechanische weerstand
    B = het vermogen, nodig voor het overwinnen van de luchtweerstand
    C = het totaal benodigde vermogen
    D = de energie per kilometer

    snelheid

      A

        B

      C

      D

    10 km/uur

      8 watt

        7 watt

      15 watt

      1,5 wattuur

    20 km/uur

    18 watt

      56 watt

      74 watt

      3,7 wattuur

    30 km/uur

    32 watt

    189 watt

    221 watt

      7,4 wattuur

    40 km/uur

    52 watt

    448 watt

    500 watt

    12,5 wattuur

    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html

  • Een goed getrainde fietser, kan continu een vermogen van 130 watt leveren. Daarmee wordt bij
        windstil weer, op een toerfiets, een snelheid van 25 kilometer per uur bereikt.
  • Met een ligfiets haalt men bij hetzelfde vermogen 32 kilometer per uur.
  • Een wielrenner kan continu 300 watt  (= 0,4 pk)  leveren. Op een racefiets is dat goed voor een
        snelheid van 40 kilometer per uur.
  • Lance Armstrong, veelvoudig winnaar van de Tour de France, haalt  450 watt  (= 0,6 pk).
        Daarmee is hij in staat om de "Alpe d'Huez" in 38 minuten te "beklimmen".
        Het hoogteverschil bedraagt daarbij 1061 meter en de afgelegde afstand is 13,8 kilometer.
        De gemiddelde snelheid is dus 21,8 kilometer per uur.

    Het vermogen, nodig voor het overwinnen van de luchtweerstand, is evenredig met de
    3e macht van de snelheid van een voertuig.     (zie kolom B van bovenstaande tabel)

  • de luchtweerstand van een voertuig is evenredig met de 2e macht van de snelheid.
  • vermogen =  luchtweerstand × snelheid

    De energie, die verbruikt wordt voor het overwinnen van de luchtweerstand gedurende
    dezelfde tijd, is evenredig met de 3e macht van de snelheid.

  • energie =  vermogen × tijd
    Voorbeeld:
    Als je in 1 uur 30 kilometer fietst, dan kost het overwinnen van de luchtweerstand
    1,5 3 =  3,38  keer zoveel energie (inspanning), als wanneer je in 1 uur 20 kilometer fietst.
    (denk in dit verband aan het winnen van een wielerwedstrijd, of het verbeteren van het
    wereld uur-record op de fiets)

    De energie, die verbruikt wordt voor het overwinnen van de luchtweerstand over
    dezelfde afstand, is evenredig met de 2e macht van de snelheid

  • de luchtweerstand van een voertuig is evenredig met de 2e macht van de snelheid.
  • energie =  luchtweerstand × afgelegde weg
    Voorbeeld:
    Een auto die 120 kilometer per uur rijdt, verbruikt voor het overwinnen van de luchtweerstand
    1,5 2 =  2,25  keer zoveel energie, als een auto die 80 kilometer per uur rijdt en daarbij dezelfde
    afstand aflegt.

    Wind bij fietsen is altijd nadelig, als men op de plaats van vertrek terug wil keren
    rekenvoorbeeld:

  • geen wind,  fietssnelheid 20 km/uur
        bij een afstand van 30 kilometer heen en 30 kilometer terug is de fietser 3 uur onderweg.
  • windsnelheid 10 km/uur in de rijrichting of daar tegenin
        bij dezelfde snelheid t.o.v. de wind, ondervindt de fietser steeds dezelfde luchtweerstand.
        heen (wind mee) 30 km/uur en terug (wind tegen) 10 km/uur.
        nu is de fietser 1 + 3 = 4 uur onderweg.
        de hoeveelheid geleverde energie is nu  4 / 3  keer zo veel als bij windstil weer.

    Ook bij zijwind moet een fietser meer energie leveren dan bij windstil weer
    rekenvoorbeeld:

  • stel, dat de zijwind net zo sterk is als de rijwind
  • de luchtsnelheid van de resultante van de zijwind en de rijwind is dan √ 2 keer zo groot
        als de luchtsnelheid in de rijrichting
  • de resultante maakt een hoek van 45 graden met de rijrichting
  • de luchtweerstand is evenredig met het kwadraat van de luchtsnelheid
  • de luchtweerstand van de resultante is daardoor 2 keer zo groot als de luchtweerstand
        in de rijrichting bij windstil weer
  • de luchtweerstand van de resultante kan ontbonden worden in de luchtweerstand in de
        rijrichting en loodrecht daarop
  • het resultaat is, dat als gevolg van de zijwind, de luchtweerstand in de rijrichting
        √ 2 = 1,41 keer groter is dan bij windstil weer.
  • het kost dus 1,41 keer zoveel energie om dezelfde afstand af te leggen als bij windstil weer.

    Vergelijking tussen een helling en tegenwind bij hetzelfde fietsvermogen
    (snelheid steeds 20 kilometer per uur)

    een helling

    of tegenwind

    fietsvermogen

    0%

      0,0 km/uur

      75 watt

    1%

      7,9 km/uur

    129 watt

    2%

    13,7 km/uur

    184 watt

    3%

    19,1 km/uur

    238 watt

    4%

    23,4 km/uur

    292 watt

    5%

    27,4 km/uur

    346 watt

    6%

    31,3 km/uur

    400 watt

    www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html


    Elektrische fietsen
    Bij een snelheid van 20 kilometer per uur en een tegenwind van 4 meter per seconde, moet een
    rechtop zittende fietser een vermogen leveren van ruim 180 watt.  Dat komt overeen met een
    hoeveelheid energie van 9 wattuur per kilometer.   www.xs4all.nl/~janver/hoesterk_theorie.html
    Voor 50% ondersteuning door een elektrische fiets, is dan 4,5 wattuur mechanische energie per
    kilometer nodig. Het rendement van de elektromotor met bijbehorende energieregeling is 75%.
    Bij  50% ondersteuning  moet de accu van een elektrische fiets dus ongeveer 4,5 / 0,75 =
    6 wattuur per kilometer  leveren. Dat is wel een minimum waarde, want men gebruikt de
    ondersteuning vooral bij (sterke) tegenwind. De (gemiddelde) actieradius van een elektrische
    fiets bij 50% ondersteuning is hiermee gemakkelijk te berekenen.
    actieradius (kilometer) = energie-inhoud van de accu (wattuur) / 6 (wattuur per kilometer)
    Een voorbeeld laat zien, dat dit aardig klopt. De Sparta Ion M-Gear heeft een accu met een
    energie-inhoud van 240 wattuur. De actieradius is dus 240 / 6 = 40 kilometer. Dit komt goed
    overeen met de gegevens van de fabrikant. Zolang men met een constante snelheid op een
    vlakke weg rijdt, is het gewicht van de fiets niet of nauwelijks van invloed op de actieradius.
    Er bestaan 3 uitvoeringsvormen van elektrische fietsen:

  • aandrijving door middel van een elektromotor in het voorwiel
  • aandrijving door middel van een elektromotor die gekoppeld is aan de trapas
  • aandrijving door middel van een elektromotor in het achterwiel
    Hieronder enkele voorbeelden:

    De Antec Remo heeft een lithium-ion accu (afneembaar) met een spanning van 36 volt bij
    8 ampère-uur. De energie-inhoud is dus 288 wattuur. De oplaadtijd is 6 uur. De ondersteuning is
    continu regelbaar tussen 10% en 90%.  Naar keuze 5 of 7 versnellingen. Motor in het voorwiel.
    Bij 50% ondersteuning is de actieradius 50 kilometer.   www.antec.nl

    De Gazelle Easy Glider is voorzien van trapbekrachtiging, dus een elektromotor gekoppeld aan
    de trapas.  Het voordeel van deze constructie is, dat men de wielen gemakkelijk kan verwijderen
    bij het vervangen van een band. Bovendien kan elk gewenst type versnellingsnaaf en een dichte
    kettingkast worden toegepast. De fiets is voorzien van een lithium-ion accu (afneembaar) met een
    spanning van 26 volt bij 7,2 ampère-uur. De energie-inhoud is dus slechts 187 wattuur. De hierbij
    opgegeven actieradius van 60 kilometer is onwaarschijnlijk groot. Toch kan dit worden gehaald,
    omdat bij deze fiets de ondersteuning afneemt als men sneller gaat fietsen.
    Tot 16 km/uur is de ondersteuning 50%. Daarboven neemt de ondersteuning geleidelijk af tot nul.
    Bij 20 km/uur is de ondersteuning nog maar 25%.  (dat is 3 wattuur per kilometer)
    www.gazelle.nl

    De Sparta Ion M-Gear heeft een nikkel-metaalhydride accu (niet afneembaar) met een spanning
    van 24 volt bij 10 ampère-uur. De energie-inhoud is dus 240 wattuur. De oplaadtijd is 3 uur.
    Opvallend is de zeer duidelijke en nauwkeurige indicatie van de energievoorraad in de accu.
    (in stapjes van 3%)   Motor met trapsensor in het achterwiel.   Voorzien van een derailleur met
    7 versnellingen. Bij 50% ondersteuning is de actieradius 40 kilometer.  www.sparta.nl
    Het principe van de motor met trapsensor wordt op ingenieuze wijze ook toegepast bij een
    "hulpmotor voor een handmatig voortbewogen rolstoel".

    De voordelen van een elektrische fiets zijn:

  • het energieverbruik van een elektrische fiets is 10 keer minder dan van een bromfiets
  • de ondersteuning voor 40 kilometer kost minder dan 10 eurocent (= 0,5 kilowattuur)
  • een uur elektrisch fietsen verbruikt (bruto) net zoveel elektrische energie als een uur TV-kijken.
        Elektrisch fietsen is dus "energie-neutraal", want als men niet fietst gaat men toch maar voor
        de TV of achter de computer zitten.
  • een elektrische fiets vraagt vrijwel geen onderhoud   (net zo veel als een gewone fiets)
  • voor een elektrische fiets geldt geen helmplicht   (maar een helm is natuurlijk wel veiliger)
  • voor een elektrische fiets geldt geen verzekeringsplicht   (verzekeren is natuurlijk wel verstandig)
  • een elektrische fiets is veel sportiever en gezonder dan een bromfiets, omdat men altijd meetrapt
  • een elektrische fiets stinkt niet, maakt geen lawaai en lekt geen olie
  • men kan met een elektrische fiets ook gewoon fietsen
  • met een elektrische fiets, fiets je vaker, verder en vlugger

    De waterstof-fiets
    Het laatste nieuws op het gebied van elektrische fietsen, is de waterstof-fiets. Dit is een fiets,
    waarbij de accu is vervangen door een brandstofcel.
    Enkele globale gegevens:

  • het vermogen van de brandstofcel is 24 volt bij 10 ampère, dus 240 watt
  • in 2 kleine tanks wordt 600 liter pure waterstof vastgelegd in de vorm van een chemische
        verbinding   (metaalhydride)
  • het verbruik bij maximaal vermogen is 3 liter waterstof per minuut, bij een druk van 0,4 bar.
  • de vultijd van de tanks is 30 minuten, bij 0 graden Celsius
  • om de waterstof weer vrij te maken uit het metaalhydride, moet de temperatuur van de
        tanks hoger zijn dan 25 graden Celsius
  • het rendement van de brandstofcel is 50%
  • het gewicht van de brandstofcel is 0,76 kilogram
  • het gewicht van de 2 waterstoftanks is 6,5 kilogram
  • volgens de fabrikant is het systeem veilig, omdat het met lage drukken werkt
  • de tanks hebben een hoge opslagdichtheid
  • de tanks en de brandstofcel hebben een lange levensduur
    www.valeswood.com/hydrogen-bicycle.php

    Het tanken van de waterstof is omslachtig en de vraag is natuurlijk weer "waar haalt men de
    waterstof vandaan", met name tijdens een fietstocht. Desalniettemin is dit een eerste stap
    naar een fiets die op waterstof rijdt en als zodanig een interessante ontwikkeling. Het is zeer
    onwaarschijnlijk, dat de waterstof-fiets ooit zal worden gebruikt. Bij toepassing van de nieuwe
    generatie lithium-ion accu's bij een gewone elektrische fiets, duurt het opladen slechts enkele
    minuten en het kan vrijwel overal plaatsvinden. Bovendien is het veel goedkoper. (10 eurocent)
    Wel lijkt de combinatie van brandstofcel en waterstoftanks zinvol op plaatsen waar geen
    elektriciteitsvoorziening is, zoals bijvoorbeeld op kampeerterreinen en in pleziervaartuigen.


    Vermogen van enkele elektrische centrales in Nederland

    locatie

    vermogen (megawatt)

     Borssele, kerncentrale

      449

     Amsterdam, Hemweg

    1229

     Geertruidenberg, Amercentrale

    1245

     Maasbracht, Clauscentrale

    1280

     Eemscentrale

    2400

    Het totale elektriciteitsverbruik in Nederland is 100 miljard kilowattuur per jaar. Een elektrische
    centrale van 1200 megawatt kan, bij vol vermogen en continu bedrijf, een hoeveelheid energie van
    10 miljard kilowattuur per jaar leveren.     (1200 megawatt × 8760 uren = 10 miljard kilowattuur)
    In de praktijk is een conventionele centrale gedurende ongeveer 80% van de tijd operationeel.
    Voor het totale elektriciteitsverbruik van Nederland zijn er dus minstens 12 grote centrales nodig.


    De STEG-centrale
    In een stoom- en gascentrale, de STEG-centrale, wordt de elektriciteit opgewekt met behulp van
    twee turbines. De eerste turbine is een gasturbine, die wordt aangedreven door het verbranden van
    aardgas of synthesegas. Synthesegas ontstaat bij vergassing van steenkool of biomassa. De tweede
    turbine is een stoomturbine. Deze wordt aangedreven door stoom, geproduceerd door de warmte
    van de uitlaatgassen van de gasturbine. Vaak zitten de gas- en stoomturbine op dezelfde as en ze
    drijven dan samen een generator aan.
    Het rendement van een STEG-centrale is maximaal 58%.  De meeste nieuwe elektriciteitscentrales
    die nu in West-Europa worden gebouwd, zijn STEG-centrales.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Stoom-_en_gascentrale

    Bij een STEG-centrale is de verhouding tussen de inlaattemperatuur van de gasturbine en de
    uitlaattemperatuur van de stoomturbine veel groter dan bij een enkelvoudig proces.
    Het totaalrendement is daardoor dus ook groter. Carnot.  De gasturbine heeft een rendement van
    40%.  Uit de uitlaatgassen, die dus nog 60% van de energie bevatten, wordt via de stoomturbine
    nog eens 30% gewonnen. Dat levert 18% extra op. Totaal komt dit dus uit op 58%.


    De grootste kerncentrale ter wereld
    Deze bevindt zich in Japan, aan de westkust, in Kashiwazaki. De kerncentrale bestaat uit 7 units
    met een gezamenlijk vermogen van 8212 megawatt. Dat is ruim 18 keer zoveel als de kerncentrale
    in Borssele en bijna 7 keer zoveel als een gemiddelde conventionele centrale in Nederland.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Kashiwazaki-Kariwa_Nuclear_Power_Plant


    Enkele citaten uit ingezonden brieven in NRC-Handelsblad
    De belofte die waterstof in de toekomst zal gaan betekenen voor de energievoorziening voor de
    mens op deze wereld, berust op pure fantasie.
    Niet in technisch opzicht. Het wérkt: de waterstofmotor, de brandstofcel en ook de windmolens
    of de zonnecellen die misschien de stroom moeten leveren om het waterstofgas via elektrolyse uit
    water te maken. Dit soort verhalen, zonder enige kwantificering omtrent het potentieel van de
    genoemde techniek, passen in de populaire blaadjes van de autolobby, niet in de NRC.

    Het gebruik van waterstof als brandstof in auto’s heeft als grootste bezwaar dat het zeer onveilig is.
    Zowel bij de distributie via pijpleidingen als bij het rijden met een van een waterstoftank voorziene
    auto is het met de veiligheid slecht gesteld.
    Bij toepassing van elektrolyse met behulp van elektriciteit, opgewekt in een aardgas gestookte
    centrale, is de keten:    aardgas  > elektriciteit  > waterstof  > elektriciteit  > voortbewegingsenergie.
    Men zou zowaar op het idee komen om auto’s op aardgas te laten rijden en waterstof maar te
    vergeten.


    In 2002 was het elektriciteitsverbruik in Nederland ruim 100 miljard kilowattuur
    Dit zou opgewekt kunnen worden met (afgerond):

      of   1.000.000.000  zonnepanelen van 1 vierkante meter
      of               10.000  windmolens van 3 megawatt (op zee)
      of        48.000.000  ton hout (of biomassa)
      of        31.000.000  ton steenkool
      of        24.000.000  ton aardgas
      of                    250  ton verrijkt uranium

    geen CO2  
    geen CO2  
    "CO2 neutraal"  
    114.000.000 ton CO2  
    66.000.000 ton CO2  
    geen CO2  

    Bij dezelfde hoeveelheid geproduceerde elektriciteit, ontstaat bij een kolengestookte centrale
    1,73 keer zoveel kooldioxide (CO2) als bij een gasgestookte centrale.
    1 ton aardgas = 1200 kubieke meter

    In 2002 was het totale primaire energieverbruik in Nederland 1154 miljard kilowattuur
    In onderstaande tabel is voor enkele "groene" energiebronnen de benodigde oppervlakte vermeld
    als percentage van het totale landoppervlak van Nederland. (= 35.054 vierkante kilometer)
      of   alleen zonnepanelen
      of   alleen windmolens
      of   alleen biomassa
        31%
      110%
      540%
    zie ook: "De Ingenieur", 4 februari 2005.


    CO2 uitstoot, veroorzaakt door het personenauto verkeer in Nederland
    Op 1 juni 2005 bedroeg het aantal auto's in Nederland 7 miljoen stuks. Per auto wordt gemiddeld
    17400 kilometer per jaar gereden, bij een verbruik van 8,3 liter benzine per 100 kilometer.
    De totale hoeveelheid verbruikte benzine hiervoor is ruim 10 miljard liter.
    De soortelijke massa van benzine is 0,7 kilogram / liter.
    Hiermee komt men op een jaarlijks verbruik van 7 miljard kilogram benzine.
    Bij de verbranding hiervan wordt 21,6 miljard kilogram CO2 geproduceerd.

    CO2 uitstoot, veroorzaakt door het huishoudelijk elektriciteitsverbruik in Nederland
    Het jaarlijkse elektriciteitsverbruik van alle huishoudens in Nederland is 23,2 miljard kilowattuur.
    Bij een rendement van 40% van de elektriciteitscentrale is hiervoor 58 miljard kilowattuur aan
    primaire energie nodig.
    Bij uitsluitend kolengestookte centrales ontstaat 26,2 miljard kilogram CO2
    (dat is 1,13 kilogram CO2 voor elke verbruikte kilowattuur)
    Bij uitsluitend gasgestookte centrales ontstaat 15,3 miljard kilogram CO2
    (dat is 0,66 kilogram CO2 voor elke verbruikte kilowattuur)
    Als men bedenkt, dat de elektriciteit in Nederland zowel met kolengestookte als gasgestookte
    centrales wordt opgewekt, dan kan men concluderen dat het personenauto verkeer globaal
    evenveel CO2 produceert, als vrijkomt bij de elektriciteitsproduktie voor alle huishoudens.
    Het is merkwaardig dat milieuactivisten protesteren tegen kolengestookte elektriciteitscentrales
    terwijl ze zelf, net als iedereen, rustig in een auto rondrijden.    ("milieu-dominees")


    Windenergie
    Iedereen is er voorstander van, totdat er een windmolen in de buurt komt te staan.
    NIMBY ofwel Not In My BackYard. Men ervaart of verwacht de volgende bezwaren:

  • lawaai
  • het zonlicht kan bij een bepaalde stand van de zon hinderlijk worden onderbroken door de
        ronddraaiende wieken. (een paar uur per jaar)
  • de ronddraaiende wieken veroorzaken soms storing bij straalverbindingen, in de ontvangst
        van "aardse" televisiezenders en bij (scheeps)radar
  • horizonvervuiling  (eindeloze woonwijken aan de horizon zijn geen probleem)
  • vogels vliegen zich tegen de wieken te pletter
  • bij windmolenparken in zee: aantasting van de fauna en flora op de zeebodem !!??
  • bij grote windmolenparken in zee (bijvoorbeeld 1000 molens) gaat het boven land minder
        regenen en waaien, terwijl ook de golfslag vermindert.

    De windmolenparken bij Egmond aan Zee, IJmuiden, Eemshaven en Hoek van Holland

    aantal
    molens

    vermogen
    per molen

    totaal
    vermogen

    jaaropbrengst
    (megawattuur)

     Egmond aan Zee

    36

    3,0 megawatt

    108 megawatt

    378.000

     IJmuiden

    60

    2,0 megawatt

    120 megawatt

    435.000

     Westereems

    52

    3,0 megawatt

    156 megawatt

    470.000

     Hoek van Holland

    72

    3,6 megawatt

    260 megawatt

    950.000

    Het windmolenpark bij Hoek van Holland moet nog gebouwd worden.


    Elektrische auto’s
    In 2005 waren er in Nederland 7 miljoen auto’s. Per auto werd gemiddeld 17400 kilometer per
    jaar gereden. Dat levert een totaalafstand op van 120 miljard kilometer per jaar. (dat is 800 keer
    de afstand aarde - zon ). Stel, een elektrische auto verbruikt gemiddeld 150 wattuur per kilometer.
    Inclusief de laad- ontlaadcyclus van de batterij, is het verbruik dan 200 wattuur per kilometer.
    Als alle auto’s in Nederland elektrisch zouden gaan rijden, dan is hiervoor per jaar nodig:
    120 × 200 =  24000 miljard wattuur =  24 miljard kilowattuur.     (= 1 kilogrammassa-equivalent)
    Voor de opwekking van deze hoeveelheid energie zijn 3 grote elektriciteitscentrales extra nodig.
    Het elektriciteitsverbruik van alle huishoudens in Nederland is ook  24 miljard kilowattuur per jaar
    (7 miljoen huishoudens verbruiken elk netto 3400 kilowattuur per jaar)
    De capaciteit van de gehele infrastructuur van het elektriciteitsnet (hoogspanningsleidingen, kabels,
    transformatoren  etc.) zou dus aanzienlijk moeten worden vergroot.

    De laatste tijd verschijnen er steeds meer berichten in de pers over zeer snel oplaadbare accu's
    en supercaps. Leveren deze een reële oplossing voor de energievoorziening in elektrische auto's ??
    Nou nee, niet echt. Een elektrische auto met een actieradius van 500 kilometer, zal bij een verbruik
    van 150 wattuur per kilometer, een accu moeten hebben met een capaciteit van 75 kilowattuur.
    Bij een oplaadtijd van 6 minuten (= 0,1 uur) komt men dan op een vermogen van 750 kilowatt.
    Dat vereist een stroom uit het lichtnet van 3260 ampère. Dat lijkt geen realistische oplossing.

    Persbericht op 29 december 2008:
    "De elektro-auto is nog niet klaar voor een snelle opmars. De baas van Bosch, de grootste auto-
    toeleverancier ter wereld, noemt de verwachtingen over elektrische auto's overdreven euforisch.
    Auto's met een verbrandingsmotor zullen nog zeker twintig jaar het straatbeeld domineren"

    Vergelijking van enkele elektrische auto's en de Prius
    A = het netto energieverbruik in wattuur per kilometer, bij een snelheid van 100 kilometer per uur
    B = de actieradius in kilometers, bij een constante snelheid van 100 kilometer per uur
    C = de effectieve energie-inhoud van de batterij in kilowattuur   (C = A × B)
    D = het vermogen van de elektromotor in kilowatt
    E = de acceleratie van 0 - 100 kilometer per uur, in seconden
    F = de topsnelheid in kilometer per uur
    G = het primaire energieverbruik in wattuur per kilometer, bij een snelheid van 100 kilometer per uur
    H = het aantal kilometers per liter benzine-equivalent

    A

    B

    C

    D

    E

    F

    G

    H

     General Motors EV1

    135

      200

    27

    100

      8

    130

    450

    20

     Toyota  RAV-4

    190

      140

    27

      57

    20

    120

    630

    14

     Tesla Roadster

    150

      350

    53

    185

      4

    200

    500

    18

     Tesla model S

    175

      240

    42

    120

      6

    190

    583

    16

     Loremo  EV

      60

      150

      9

      20

    15

    170

    200

    45

     Think City

    150

      180

    27

      30

    25

    100

    500

    18

     Toyota FT-EV

    ----

        80

    ----

      45

    ----

    110

    ----

    ----

     Opel Ampera

    267

        60

    16

    111

      9

    160

    890

    10

     Toyota Prius (2009)

    109

    1000

    ----

    73 / 60

    10

    180

    364

    25

  • Het totaal rendement van de elektriciteitscentrale en de laad- ontlaadcyclus van een batterij
        =  40% × 75% =  30%
  • A (het netto energieverbruik) is dus 30% van G (het primaire energieverbruik)
  • 1 liter benzine-equivalent =  9100 wattuur, dus H =  9100 / G
  • De EV1 van General Motors was zijn tijd ver vooruit. Als we de Loremo even buiten beschouwing laten,
        dan is de EV1, gezien het energieverbruik per kilometer, de beste elektrische auto die ooit is gemaakt.
  • De Tesla model S is voorzien van een batterij, die in  45 minuten tot  80% kan worden opgeladen. Ook zal
        het bij deze auto mogelijk zijn, om een lege batterij binnen 5 minuten te vervangen door een vol exemplaar
  • De Opel Ampera is voorzien van een "oplaadmotor".  Hiermee is de actieradius 500 kilometer
        De verbruikscijfers zijn wel heel erg slecht. Misschien een foutje in de documentatie van Opel ??
  • De bovenvermelde gegevens zijn zeer voorlopig, want er rijdt nog geen enkele elektrische auto in
        Nederland rond. Het zal nog wel een paar jaar duren, voordat er betrouwbare gegevens bekend zijn.
  • De zuinigste auto is de Loremo, maar dat is een (te) kleine auto, zonder bagageruimte.
        Daarna volgt de Prius, een luxe 5-persoons auto met een actieradius van  1000 kilometer
        De Loremo is nog niet te koop, maar van de Prius rijden er inmiddels al meer dan 1 miljoen stuks rond


    Vergelijking van het primaire energieverbruik van een elektrische auto en een benzine-auto

  • elektrische auto
        Het totale rendement van de elektriciteitscentrale en de laad- ontlaadcyclus van een batterij
        =  40% × 75% =  30%
        De Tesla Roadster verbruikt netto 150 wattuur per kilometer, bij een snelheid van 100 kilometer
        per uur. Het primaire energieverbruik van deze auto is dan 150 / 30% =  500 wattuur per kilometer.
  • benzine-auto
        De energie-inhoud van 1 liter benzine =  9100 wattuur.
        Bij een snelheid van 100 kilometer per uur, verbruikt een zuinige benzine-auto 1 liter benzine
        per 18 kilometer.  Dat is 9100 / 18 =  500 wattuur per kilometer.
    In de praktijk zal de elektrische auto wat zuiniger kunnen zijn dan de benzine-auto, door het
    terugwinnen van energie bij het remmen, etc.  Bij een constante snelheid is er weinig verschil.
    Een elektrische auto vervuilt het milieu dus net zoveel als een benzine-auto.
    Alleen als de elektriciteit "groen" wordt opgewekt, kan de elektrische auto "schoon" rijden.


    Vergelijking van de kilometerprijs van een elektrische auto en een benzine-auto

  • elektrische auto
        1 kilowattuur uit het stopcontact kost 20 eurocent.
        Een elektrische auto verbruikt 200 wattuur per kilometer  (inclusief de laad- ontlaadcyclus)
        De kilometerprijs is dus  4 eurocent
  • benzine-auto
        1 liter benzine kost 150 eurocent.
        Een zuinige benzine-auto rijdt 18 kilometer op 1 liter benzine
        De kilometerprijs is dus ruim  8 eurocent
    De kilometerprijs van een elektrische auto is dus de helft van de kilometerprijs van een
    benzine-auto.   Voor de milieuvervuiling maakt het echter niets uit   (zie boven)
    Bij een elektrische auto is het slechte rendement aanwezig in de elektriciteitscentrale.
    Bij de benzine-auto zit het slechte rendement in de benzinemotor. Een elektrische auto is
    in het gebruik  wel goedkoper dan een benzine-auto, maar  niet milieuvriendelijker..


    De Opel Astra (of vergelijkbare auto)
    Het vermogen van de motor is 74 kilowatt. Bij dit vermogen en een rendement van 30% is de
    hoeveelheid verbruikte energie 247 kilowattuur per uur. De tankinhoud is 45 liter benzine, dat
    is 410 kilowattuur. Bij vol vermogen rijdt de auto daar 1,66 uur op.  Bij de topsnelheid
    van 165 km/uur is de actieradius 274 kilometer en het verbruik 1 liter per 6,1 kilometer.
    Bij 100 km/uur is de actieradius ongeveer 750 kilometer, dus 750 / 274 = 2,7 keer zo groot.
    De auto rijdt dan 7,5 uur op een volle tank. Verbruik bij deze snelheid is 1 liter per 16,7 kilometer.


    Vergelijking van de actieradius van een auto met een dieselmotor en een auto met een
    benzinemotor

  • De energie-inhoud van dieselolie is 10 kilowattuur per liter
  • De energie-inhoud van benzine is 9,1 kilowattuur per liter
  • Het maximale rendement van een dieselmotor is 40%
  • Het maximale rendement van een benzinemotor is 30%
    De actieradius van een auto met een dieselmotor is daarom, per liter brandstof, ongeveer 1,5 keer
    zo groot als van een auto met een benzinemotor. Als men het over de actieradius van een auto heeft,
    moet er dus wel altijd bij vermeld worden om welk soort motor (en om welke brandstof) het gaat.


    Energieverbruik per huishouden en van alle huishoudens in Nederland in het jaar 2000
    A = netto energieverbruik per huishouden
    B = primair energieverbruik per huishouden in kilowatturen
    C = primair energieverbruik van alle huishoudens in Nederland in miljard kilowatturen

    A

    B

    C

     voor verlichting etc.    3380 kilowattuur

      8450

      58

     voor verwarming    1965 kubieke meter aardgas

    17292

    118

     voor de auto    1444 liters benzine

    14932

    102

     totaal

    40674

    278

    In het jaar 2000 waren er in Nederland 6,85 miljoen huishoudens.


    Vergelijking van verschillende soorten energiecentrales
    A = vermogen per centrale (megawatt)
    B = opgewekte energie per centrale in 1 jaar (megawattuur)
    C = benodigd aantal centrales in Nederland
    D = produktiefactor  (werkelijke jaaropbrengst / theoretische jaaropbrengst)

    energiecentrale

    A

    B

      C

    D

     conventionele kolen- of gascentrale

    1200

    8.410.000

        12

    80,0%

     kerncentrale  Borssele

      449

    3.699.000

        27

    94,0%

     getijdencentrale  La Rance in Frankrijk

      320

       540.000

      186

    19,3%

     windmolenpark  in zee bij IJmuiden

      120

       435.000

      230

    41,4%

     zonnetrogcentrale  Andasol in Spanje

        50

       170.000

      588

    38,8%

     zon-voltaïsche centrale  Waldpolenz

        40

         40.000

    2500

    11,4%

    De opgewekte energie =  vermogen × 8760 uur × produktiefactor     (een jaar heeft 8760 uren)
    Het jaarlijks elektriciteitsverbruik in Nederland = 100 miljoen megawattuur   (= 100 miljard kilowattuur)

    Het Waldpolenz Solar Park in Duitsland, is de grootste zon-voltaïsche centrale ter wereld.
    Het omvat 550.000 panelen op een oppervlakte van 1 vierkante kilometer.
    Voor de volledige elektriciteitsvoorziening van Nederland zouden er dus 2500 van deze centrales nodig zijn.
    Dat zijn 2500 × 550.000 = 1,375 miljard panelen bij een oppervlakte van 2500 vierkante kilometer.
    Een veld van 50 bij 50 kilometer.   Zonne-energie, een realistisch perspectief ??
    Let wel, het gaat hier alleen over de opwekking van  elektrische energie.

    Het totale primaire energieverbruik van Nederland is 1000 miljard kilowattuur per jaar. Voor de
    opwekking van 100 miljard kilowattuur aan elektriciteit is bij een rendement van 40 % een hoeveelheid
    primaire energie nodig van 250 miljard kilowattuur. De rest,  750 miljard kilowattuur,  moet dus ooit
    ook "groen" worden opgewekt.


    De produktiefactor bij bovenvermelde energiecentrales

  • Een conventionele elektriciteitscentrale heeft een vermogen van 1200 megawatt. De theoretische
        jaaropbrengst is dan 1200 × 8760 = 10.512.000 megawattuur. (een jaar heeft 8760 uren).
        Tengevolge van onderhoud, storingen en wisselende belasting is de produktiefactor 80%.
        De werkelijke jaaropbrengst is dus 8.410.000 megawattuur.
  • De kerncentrale heeft een produktiefactor van 94% omdat deze meestal continu in vollast draait.
        Het niet produktieve deel van 6% is nodig voor onderhoud en uitwisselen van de brandstofstaven.
  • Bij een windmolen wordt de produktiefactor bepaald door de plaats waar de molen staat
        (op land of op zee), de windkracht en het aantal uren dat het in een jaar (hard) waait.
  • Zonnetrogcentrales staan uitsluitend op plaatsen waar de zon de hele dag schijnt. Dat is het geval
        in zuid Europa en noord Afrika. De energie-instraling is daar een factor 2 tot 3 hoger dan in
        Nederland. Bovendien wordt vaak gebruik gemaakt van energie-opslag. Overdag wordt een deel
        van de ingestraalde energie opgeslagen in de vorm van warmte. Als de zon niet schijnt, kan de
        energielevering aan het net doorgaan omdat de opgeslagen warmte dan wordt gebruikt voor de
        produktie van elektriciteit. De produktiefactor wordt hierdoor aanzienlijk verhoogd.
  • Bij een zon-voltaïsche centrale wordt de produktiefactor bepaald door het aantal uren zonneschijn
        in een jaar. Dus door het weer, de breedtegraad en de seizoenen. Er is geen energie-opslag mogelijk.
        Grootschalige toepassing van zonne-energie, opgewekt door elektrische zonnepanelen is nauwelijks
        denkbaar, omdat de zon 's nachts niet schijnt, terwijl er dan juist veel energie nodig is.


    Vergelijking verschillende vervoermiddelen in volgorde van efficiency
    A = aantal kilometers per liter benzine-equivalent per vervoerde persoon
    B = energieverbruik vergeleken met een conventionele auto over dezelfde afstand

    vervoermiddel

       A

    B

     brandstofcel auto                              (1 inzittende)

       6

    2

     conventionele auto                            (1 inzittende)

      12

    1

     elektrische auto                                 (1 inzittende)

      15

         0,80

     hybride auto, Prius                            (1 inzittende)

      20

         0,60

     snelle veerboot       (350 auto's + 1500 passagiers)

      23

    3000       

     vliegtuig, Jumbo                           (450 passagiers)

      30

    180     

     elektrische trein, Thalys                (377 passagiers)

      50

    90   

     elektrische boot                               (8 passagiers)

      91

    1

     lopen   (theoretisch)

    108

         0,11

     elektrische trein, Dubbeldekker    (372 passagiers)

    158

    30  

     elektrische fiets, meetrappend

    390

         0,03

     fietsen   (theoretisch)

    540

         0,02

    Een "conventionele" auto rijdt 12 kilometer op 1 liter benzine bij een snelheid van 120 km/uur.


    De "Zonnewagen" van NUON
    Ook in 2005 heeft het Nuon Solar Team (voor de 3e keer) de World Solar Challenge gewonnen.
    Dit is een wedstrijd (over ruim 3000 kilometer) voor voertuigen die uitsluitend door zonne-energie
    worden aangedreven. Het Nuon Solar Team wordt gevormd door een aantal studenten van de
    TU Delft die, onder begeleiding van ex-astronaut Wubbo Ockels, de "zonnewagen" hebben
    ontworpen, resp. verbeterd. De studierichtingen van deze studenten zijn:
    Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, Werktuigbouwkunde, Industrieel Ontwerpen en Informatica.
    Het project wordt gesponsord door NUON en de TU Delft.
    De afgelegde afstand was 3021 kilometer, dwars door Australië van noord naar zuid, bij een
    gemiddelde snelheid van 102,75 kilometer per uur. Enkele technische gegevens van het voertuig:

  • lengte 5 meter, breedte 1,8 meter en hoogte 80 centimeter
  • totale oppervlakte van de zonnepanelen 8,4 vierkante meter
  • frontaal oppervlak 0,79 vierkante meter
  • luchtweerstand 0,07
  • gewicht 189 kilogram (exclusief coureur)
  • gallium arsenide triple junction zonnecellen, met een rendement van 26%
  • rendement van de (in-wheel) motor 97%
  • capaciteit van de lithium-ion polymeer accu 5 kilowattuur, bij een gewicht van 30 kilogram
    www.nrc.nl/krant/article102472.ece

    De World Solar Challenge van 2009 werd gewonnen door Japan. De doorslag werd gegeven
    door de indium-gallium-arsenide zonnecellen, ontwikkeld door Sharp. Deze zonnecellen hadden
    een rendement van 30%.


    TU Delft wint eerste waterstof race ter wereld
    De race met "waterstof-karts" vond op 23 augustus 2008 in Rotterdam plaats.
    Enkele gegevens van het winnende voertuig:

  • de tank van het voertuig bevat 5 liter waterstof, bij een druk van 200 bar
  • de topsnelheid is 100 kilometer per uur
  • het voertuig accelereert in 5 seconden vanuit stilstand naar 100 kilometer per uur
  • het continu vermogen van de brandstofcel is 8 kilowatt
  • de aandrijving vindt plaats door 2 elektromotoren
  • elk achterwiel heeft zijn eigen motor, waardoor snel bochtenwerk mogelijk is
  • de rem-energie wordt opgeslagen in "boostcaps"   (supercaps)
  • tijdens accelereren wordt extra energie gehaald uit de boostcaps
  • de energie-inhoud van de boostcaps is 20 kilowatt gedurende 10 seconden
    http://www.3me.tudelft.nl/live/pagina.jsp?id=d9d7c0e0-6fc6-45d0-adf2-49d3231d9454&lang=nl


    De duurzame zeilboot van Wubbo Ockels
    Dit is een groot zeewaardig zeiljacht (25 meter lang), dat in zijn eigen elektrische energiebehoefte
    voorziet. Bij de maximum snelheid van 18 kilometer per uur, is het voortstuwingsvermogen van de
    wind 125 kilowatt. Een deel hiervan, ongeveer 10 kilowatt wordt "afgetapt" voor de opwekking van
    elektriciteit. Dit gebeurt door middel van 2 schroeven die zich aan de onderzijde van het schip
    bevinden. De energie wordt opgeslagen in een loodaccu met een capaciteit van 350 kilowattuur en
    een gewicht van 12 ton. Per etmaal kan aldus 240 kilowattuur worden geladen, wat voldoende is
    voor 10 etmalen energieverbruik. De energiebehoefte van het schip is gemiddeld 24 kilowattuur per
    etmaal. De bediening van de zeilen gebeurt elektrisch en er is veel elektronica aan boord. Bovendien
    is er veel energie nodig voor warm water, koken etc.
    www.liwwadders.nl/data/nieuws/items/EEFFkZZAukDaXkKuaR.php
    www.zonnestroomproducenten.nl/docs_pdfs/Project%20ECOLUTION%20Sunny.pdf


    Biobrandstof
  • de jaaropbrengst van koolzaadolie is ongeveer 1700 liter per hectare.
  • 1 hectare = 10.000 vierkante meter
  • de opbrengst is dus 0,17 liter per vierkante meter
  • de primaire energie-inhoud hiervan is 1,7 kilowattuur.
  • als men de bijprodukten in rekening brengt (perskoek en stro) komt men op ruim 3 kilowattuur
  • na omzetting in elektrische energie, bij een rendement van 40%, resteert 1,2 kilowattuur
  • de jaaropbrengst van een elektrisch zonnepaneel van 1 vierkante meter is 100 kilowattuur
  • een elektrisch zonnepaneel produceert, bij dezelfde oppervlakte en gedurende dezelfde tijd,
        dus  80 keer meer elektrische energie dan koolzaadolie.
    Een wat betere oplossing lijkt het produceren van bio-ethanol. Dat wordt (na vergisting) verkregen
    uit suikerbieten, suikerriet of maïs. De opbrengst is 0,57 liter per vierkante meter, met een primaire
    energie-inhoud van 3,5 kilowattuur. Dat is 2 keer zoveel als wat koolzaadolie oplevert.
    http://plantaardigheden.nl/aardig/aardigheden/biobrandstoffen.htm
    www.solaroilsystems.nl
    http://wesker.web-log.nl/log/1387665
    http://managementscope.nl/scopist/3-wereld/1451-biobrandstof-is-een-ramp
    www.vhlde.nl/content/view/63/202/

    Sinds september 2005 worden de oliemaatschappijen in Nederland verplicht, om benzine en diesel
    te mengen met 2% biobrandstof. Men streeft naar 10% in 2020.

    Persbericht op 9 oktober 2008:
    "Het kabinet beperkt het gebruik van biobrandstoffen in benzine en diesel. Het was de bedoeling dat
    volgend jaar 4,5% uit koolzaad en palmen zou bestaan. Dat wordt naar 3,75% bijgesteld. Ook voor
    2010 wordt het streefcijfer verlaagd, want het lijkt het erop dat het stimuleren van biobrandstoffen
    nadelig is voor de voedselproduktie in arme landen".

    Het is immoreel en misdadig om kostbare landbouwgrond te gebruiken voor (grootschalige)
    produktie van biobrandstof om hier onze auto's op te laten rijden, terwijl er in grote delen van de
    wereld in toenemende mate hongersnood heerst. Bovendien wordt de effectieve uitstoot van CO2
    door het gebruik van biobrandstoffen niet of nauwelijks verminderd.


    De energie-opbrengst van houtteelt
    Een site, waar men kan beleggen in hout, vermeldt:

  • in 21 jaar is de produktie 400 kubieke meter teakhout per hectare (ergens in de tropen)
  • in 1 jaar is dat 19 kubieke meter teakhout per hectare
  • 1 hectare = 10.000 vierkante meter
  • 1 kubieke meter teakhout =  800 kg
  • de energie-inhoud van 1 kilogram hout =  5,3 kilowattuur
  • bij verbranding van 19 kubieke meter hout komt vrij: 19 × 800 × 5,3 =  80.000 kilowattuur
  • dat is 8 kilowattuur per vierkante meter per jaar
  • dat is  0,8 procent  van de energie-instraling van zonlicht
    www.goedinvesteren.nl/teak.html


    Heteluchtmotor
    Een heteluchtmotor wordt van buitenaf verwarmd en bevat geen kleppen. De betrouwbaarheid
    is daardoor zeer groot, terwijl de motor ook erg geruisloos is. Vrijwel alle energiebronnen zijn
    geschikt om de motor te verwarmen, dus ook zonne-energie of aardgas.
    http://home.hccnet.nl/hvisser.5/stirling%201.html
    http://techni.tachemie.uni-leipzig.de/stirling/
    http://travel.howstuffworks.com/stirling-engine.htm


    Energieverlies in de voedselkringloop
    Als een mens graan eet, wordt 10% van het graan gebruikt voor de groei van zijn lichaam.
    Met 1 kilo graan kunnen 100 gram menselijke spier-eiwitten worden gemaakt. Als dat graan aan
    een varken wordt gevoerd, maakt dat dier uit 1 kilo graan 100 gram varkensvlees. Een menselijke
    vleeseter kan uit die 100 gram varkensvlees nu nog maar 10 gram menselijke spier-eiwitten maken.
    Dus, als 1 kilo graan direct door een mens wordt gegeten, kan hij daar 100 gram van groeien.
    Als diezelfde kilo graan eerst naar een varken gaat en dan als vlees gegeten wordt, kan hij maar
    10 gram groeien. Uit het oogpunt van energie, is het eten van vlees dus zeer inefficiënt.
    www.animalfreedom.org/paginas/informatie/energiekringloop.html


    Elektrisch scheren in vergelijking met gewoon scheren

  • elektrisch scheren:  2,8 wattuur voor 7 keer scheren, inclusief laad- ontlaadcyclus van de batterij.
        per keer dus  0,4 wattuur
  • gewoon scheren:  200 cc water 50 graden verwarmen =  10 kilocalorie =  11,6 wattuur
        dat is 11,6 / 0,4 =  29 keer zoveel energie als bij elektrisch scheren.


    Vergelijking van een warmwaterkruik met een elektrisch deken

  • warmwaterkruik:  inhoud 1,6 liter
        water verwarmen van 10 naar 80 graden =  1,6 × 70 =  112 kilocalorie =  130 wattuur
  • elektrisch deken (1-persoons) =  25 watt     (keuze uit de stand  16, 25 of  50 watt)
        de hele nacht aan =  8 uur =  8 × 25 =  200 wattuur


    Spaarlampen
    Het gebruik van spaarlampen levert nauwelijks energiebesparing op.
    Omdat deze lampen "toch vrijwel geen energie verbruiken", laat men ze de hele dag maar
    branden en worden ze overal opgehangen.


    Betrouwbaarheid van de levering van elektriciteit
    Iedereen verwacht, dat de levering van elektriciteit voor minstens 99,99% van de tijd
    is gegarandeerd. Gelukkig is dit in de praktijk aanzienlijk beter. Bij een betrouwbaarheid
    van slechts 99,99% zou men gemiddeld 53 minuten per jaar in het donker zitten.


    Het energieverbruik van de verlichting
    Het energieverbruik van de verlichting is ongeveer 15% van het totale elektriciteitsverbruik van een
    huishouden. Als men ook de verwarming van de woning en het gebruik van de auto in rekening
    brengt, is het aandeel van de verlichting slechts 3%.  Als men ernst wil maken met energiebesparing,
    is het beter om de verwarming wat lager te draaien en de auto af te schaffen, in plaats van zo nu en
    dan het licht in de keuken uit te doen. Kleine beetjes helpen namelijk maar een (heel klein) beetje.!!
    Ook het idee om de verlichting van autowegen te verminderen (om energie te sparen) terwijl men
    daarbij het autoverkeer ongemoeid laat, zet weinig zoden aan de dijk. Het demonstreert slechts het
    totale onbegrip over verhoudingen bij de "deskundigen".


    Het energieverbruik van alle huishoudens in Nederland
    In het jaar 2000 was het energieverbruik van alle huishoudens in Nederland  278 miljard kilowattuur.
    Dit is inclusief de verwarming van de woning en het gebruik van de auto. Het totale energieverbruik,
    met inbegrip van industrie, transport en openbaar vervoer, was toen 1154 miljard kilowattuur.
    Het aandeel van de huishoudens was dus  24% van het totale energieverbruik.


    Nederland verbruikt ongeveer  1% van de wereldenergie
    In 2002 was het verbruik van primaire energie in Nederland 1154 miljard kilowattuur.
    Het wereldverbruik van primaire energie was toen 120.220 miljard kilowattuur.


    Een Nederlander verbruikt  67 keer zoveel energie als nodig is om in leven te blijven
    Een mens verbruikt aan voedsel gemiddeld 2500 kilocalorie per dag. Dat is 3 kilowattuur.
    In 2002 was het verbruik van primaire energie in Nederland 1154 miljard kilowattuur.
    Omgerekend naar het verbruik per inwoner per dag komt men op ongeveer 200 kilowattuur.
    Dat is dus 67 keer zoveel en equivalent aan de energie-inhoud van 22 liter benzine.
    Een Nederlander verbruikt bijna net zoveel energie als een Amerikaan.
    En van Amerikanen wordt altijd beweerd, dat het enorme energieverspillers zijn.!!
    Inwoners van Afrika moeten het met 13 kilowattuur per dag doen.


    1 Nederlander verbruikt in zijn leven evenveel energie als een Jumbo, die 1 keer
    om de aarde vliegt

  • het energieverbruik van een Nederlander is 22 liter benzine-equivalent per dag
  • in 75 jaar is dat:  22 × 365 × 75 = 600.000 liter benzine-equivalent
  • een  Jumbo verbruikt 200.000 liter kerosine voor een vlucht van 13.500 kilometer,
        dat is 600.000 liter voor 40.000 kilometer (de aardomtrek)
  • de hoeveelheid CO2 die daarbij wordt geproduceerd is ongeveer 1500 ton,
        zowel door een Nederlander als door een Jumbo
    www.6minutes.be/NL/Artikel.aspx?ArtikelID=7014&RubriekID=18


    Persbericht op 14 januari 2008:
    "In 2010 zullen er 1 miljard auto's en vrachtwagens op de aarde rondrijden. Momenteel zijn er
    wereldwijd 942 miljoen voertuigen. Het bereiken van 1 miljard wagens tegen 2010 is slechts een
    tussenfase. Ondanks de milieuproblemen groeit het wagenpark in 2015 tot 1,124 miljard stuks".


    Energieën op wereldschaal, per jaar en omgerekend in kilogrammassa-equivalent
    (1 kilogrammassa is equivalent aan   25 miljard kilowattuur)
    netto elektriciteitsverbruik       =     15 × 1012 kilowattuur  =             600 kilogrammassa
    totaal primair energieverbruik  =   120 × 1012 kilowattuur  =           4800 kilogrammassa
    ingestraalde zonne-energie      =              1018 kilowattuur  =   40 miljoen kilogrammassa


    Paardenkracht (pk)
    De paardenkracht is in tegenstelling tot wat het woord suggereert geen kracht, maar een
    eenheid voor vermogen.   1 pk is het vermogen om een massa die 75 kilogram weegt,
    (een mens bijvoorbeeld), per seconde 1 meter omhoog te heffen.


    Wattpiek
    Wattpiek is het elektrisch vermogen van een zonnepaneel, bij een instraling van
    1000 watt per vierkante meter en een (paneel)temperatuur van 25 graden Celsius.
    Bij een rendement van 12% (huidige stand van de techniek) is het elektrisch vermogen
    van een zonnepaneel van 1 vierkante meter dus 120 wattpiek.
    De jaaropbrengst van 1 wattpiek is in Nederland ongeveer 850 wattuur. Een zonnepaneel
    van 1 vierkante meter levert dus 120 × 850 =  102.000 wattuur =  102 kilowattuur per jaar.
    Het rendement van een zonnepaneel is afhankelijk van het ingestraalde vermogen en van de
    (paneel)temperatuur. (hoe warmer hoe slechter). Ook is een zonnepaneel onderhevig aan
    veroudering en vervuiling. Bovendien treden er verliezen op in de "inverter". De inverter is
    een schakeling die de lage gelijkspanning van het zonnepaneel omzet in een wisselspanning
    van 230 volt. Hierdoor is het mogelijk om de zonne-energie terug te leveren aan het lichtnet.

    Ter illustratie hieronder de gegevens van een zonnepaneel dat ENECO levert.

  •  afmetingen van 3 panelen

    3 x 1645 x 990 mm

     nominaal vermogen

       642 wattpiek

     jaaropbrengst

          546 kilowattuur

     jaaropbrengst van 1 wattpiek

     850 wattuur

     rendement   (bij 25 graden Celsius)

     13,1%

    http://prive.eneco.nl/producten_en_tarieven/producten/zonnepanelen.asp   (klik op brochure)


    1 kilocalorie =
    De hoeveelheid energie die nodig is om de temperatuur van 1 kilogram water
    met 1 graad te verhogen.   (bij een luchtdruk van 1 atmosfeer)
    Het laten smelten van 1 kilogram ijs van 0 graden Celsius kost 80 kilocalorie.
    Het aan de kook brengen van 1 kilogram water van 0 graden kost 100 kilocalorie.
    Dat is samen 180 kilocalorie.
    Het volledig verdampen van 1 kilogram water van 100 graden kost 540 kilocalorie.
    Dat is (toevallig?) precies 3 keer zoveel.


    1 megawattdag =
    De hoeveelheid energie die vrijkomt bij de volledige splijting van 1 gram Uranium 235.
    (daarbij wordt ongeveer 1 promille van de massa omgezet in energie)
    1 megawattdag = 24000 kilowattuur
    www.nrg-nl.com/public/abc/abc_boek.html


    1 mtoe  (megaton oil equivalent) =
    De hoeveelheid energie die vrijkomt bij het verbranden van 1 miljoen ton ruwe olie.
    1 mtoe = 11,63 miljard kilowattuur
    (dus 2 mtoe is bijna net zoveel energie als 1 kilogrammassa equivalent)


    1 btu  (British thermal unit) =
    De hoeveelheid energie die nodig is om 1 pound water (0,45 kilogram), 1 graad Fahrenheit
    (0,56 graad Celsius) in temperatuur te doen stijgen.    1 btu = 0,252 kilocalorie.
    1015 btu = 293 miljard kilowattuur     (zie Tabellen en grafieken)


    Overzicht van de belangrijkste vindplaatsen van fossiele brandstoffen  (groen)
    in procenten

    Midden
    Oosten

    Afrika

    Noord
    Amerika

    Zuid
    Amerika

    Azië en
    Oceanië

    Voorm.
    USSR

    West
    Europa

     steenkool


    6,9

    37,3

    3,1

    35,4

      6,1

    11,2

     aardolie

    62,1

    6,3

      7,4

    7,9

      3,8

      9,8

      2,7

     aardgas

    32,5

    6,4

      5,5

    3,9

      9,3

    37,3

      5,2




    Tabellen en grafieken

    Wereldproduktie van primaire energie in 2006         (verdeling naar energiebron)

    1015 btu

    percentage

     aardolie

    169

      36

     aardgas

    107

      23

     steenkool

    129

      28

     waterkracht

      30

        6

     kernenergie

      28

        6

     wind, zon, biomassa, etc.

        5

        1

     totaal wereld

    468

    100

    Wereldproduktie van primaire energie in 2006         (verdeling naar energiebron)

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/table29.xls


    Wereldverbruik van primaire energie in 2006         (verdeling naar werelddeel)

    1015 btu

    percentage

     Noord Amerika

    121

      26

     Centraal en Zuid Amerika

      24

        5

     West Europa

      86

      18

     Oost Europa en USSR

      46

      10

     Midden Oosten

      24

        5

     Afrika

      15

        3

     Azië en Oceanië

    156

      33

     totaal wereld

    472

    100

    Wereldverbruik van primaire energie in 2006         (verdeling naar werelddeel)

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tablee1.xls


    Het netto elektriciteitsverbruik als deel van het totale primaire energieverbruik in 2006
    (verdeling naar werelddeel)
    in miljard kilowattuur

    elektriciteits-
    verbruik

    totale primaire energieverbruik

    percentage

     Noord Amerika

      4.544

      35.453

    13

     Centraal en Zuid Amerika

         802

        7.032

    11

     West Europa

      3.297

      25.198

    13

     Oost Europa en USSR

      1.196

      13.478

      9

     Midden Oosten

         558

        7.032

      8

     Afrika

         480

        4.395

    11

     Azië en Oceanië

      5.502

      45.708

    12

     totaal wereld

    16.379

    138.296

    12

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/table62.xls
    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tablee1.xls


    Het totale primaire energieverbruik per inwoner per dag in 2006
    (verdeling naar werelddeel)

    aantal inwoners
    (x 1 miljoen)

    totale energieverbruik
    per inwoner per dag
    (kilowatturen)

     Noord Amerika

       439

    221

     Centraal en Zuid Amerika

       454

      42

     West Europa

       591

    117

     Oost Europa en USSR

       285

    130

     Midden Oosten

       187

    103

     Afrika

       914

      13

     Azië en Oceanië

    3.649

      34

     totaal wereld

    6.519

      58

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/tableb1.xls


    Overzicht van de energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit in enkele landen   (2007)
    in miljard kilowattuur

    kern-
    energie

    water-
    kracht

    wind-
    energie

    zonne-
    energie

    geotherm.
    biomassa

    steenkool,
    olie en gas

    totaal

     Nederland

          4,2

          0,1

        3,4

    0,04

        5,7

          89,7

        103,2

     België

        48,2

          1,7

        0,5

    0,01

        3,9

          34,5

          88,8

     Duitsland

      140,5

        28,5

      39,7

    3,08

      30,8

        394,6

        637,1

     Engeland

        63,0

          8,9

        5,3

    0,01

      11,4

        307,5

        396,1

     Frankrijk

      439,7

        64,2

        4,1

    0,02

        5,5

          56,3

        569,8

     Zwitserland

        27,9

        36,7

        0,0

    0,03

        2,3

            0,9

          68,0

     Italië

          0,0

        38,5

        4,0

    0,04

      13,5

        257,8

        313,9

     Spanje

        55,1

        30,8

      27,5

    0,50

        4,0

        185,4

        303,3

     Zweden

        67,0

        66,2

        1,4

    0,00

      10,7

            3,6

        148,8

     Noorwegen

          0,0

      135,1

        0,9

    0,00

        0,6

            0,9

        137,5

     Denemarken

          0,0

          0,0

        7,2

    0,00

        3,9

          28,1

          39,2

     Afrika

        11,3

        98,6

        1,2

    0,03

        1,8

        505,1

        618,1

     Japan

      263,8

        84,2

        2,6

    0,01

      26,1

        757,0

      1133,7

     China

        62,1

      485,2

        8,8

    0,12

        2,3

      2720,6

      3279,2

     Australië

          0,0

        14,7

        2,6

    0,01

        2,0

        235,6

        255,0

     USA

      836,6

      275,5

      34,6

    0,69

      89,6

      3111,8

      4348,9

     Wereld

    2719,1

    3162,7

    173,3

    4,79

    325,7

    13469,3

    19854,9

    www.iea.org/stats/index.asp


    Overzicht van de energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit in enkele landen   (2007)
    in procenten.

    kern-
    energie

    water-
    kracht

    wind-
    energie

    zonne-
    energie

    geotherm.
    biomassa

    steenkool,
    olie en gas

    totaal

     Nederland

      4,1

      0,1

    3,3

    0,04

    5,5

    86,9

    100

     België

    54,3

      1,9

    0,6

    0,01

    4,4

    38,9

    100

     Duitsland

    22,1

      4,5

    6,2

    0,48

    4,8

    61,9

    100

     Engeland

    15,9

      2,2

    1,3

    0,00

    2,9

    77,6

    100

     Frankrijk

    77,2

    11,3

    0,7

    0,00

    1,0

      9,9

    100

     Zwitserland

    41,0

    54,0

    0,0

    0,04

    3,4

      1,3

    100

     Italië

      0,0

    12,3

    1,3

    0,01

    4,3

    82,1

    100

     Spanje

    18,2

    10,2

    9,1

    0,16

    1,3

    61,1

    100

     Zweden

    45,0

    44,5

    0,9

    0,00

    7,2

      2,4

    100

     Noorwegen

      0,0

    98,3

    0,7

    0,00

    0,4

      0,7

    100

     Denemarken

      0,0

      0,0

    18,4  

    0,00

    9,9

    71,7

    100

     Afrika

      1,8

    16,0

    0,2

    0,00

    0,3

    81,7

    100

     Japan

    23,3

      7,4

    0,2

    0,00

    2,3

    66,8

    100

     China

      1,9

    14,8

    0,3

    0,00

    0,1

    83,0

    100

     Australië

      0,0

      5,8

    1,0

    0,00

    0.8

    92,4

    100

     USA

    19,0

      6,3

    0,8

    0,02

    2,1

    71,6

    100

     Wereld

    13,7

    15,9

    0,9

    0,02

    1,6

    67,8

    100

    Energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit, wereldwijd

    groen   =  windenergie, zonne-energie, geothermisch, hout en biomassa


    Overzicht van de toename van groene energie bij de opwekking van elektriciteit in
    enkele landen, van 1990 tot 2007

    in procenten

    1990

    1994

    1998

    2002

    2004

    2005

    2006

    2007

     Nederland

    1,4

    2,2

    5,1

    5,6

    6,9

    9,2

    9,6

    8,8

     België

    1,0

    1,4

    1,3

    2,1

    2,3

    2,9

    4,5

    5,0

     Duitsland

    0,9

    1,5

    2,4

    5,1

    7,0

    7,4

    8,6

    11,5  

     Engeland

    0,5

    1,5

    1,1

    1,8

    2,2

    4,0

    4,1

    4,2

     Frankrijk

    0,5

    0,5

    0,6

    1,0

    1,1

    1,2

    1,4

    1,7

     Zwitserland

    1,0

    1,5

    1,9

    2,3

    3,0

    3,6

    3,8

    3,4

     Italië

    1,6

    1,8

    2,5

    3,8

    4,6

    5,1

    5,2

    5,6

     Spanje

    0,5

    0,6

    1,9

    5,1

    8,0

    8,6

    10,2  

    10,4  

     Zweden

    1,3

    1,6

    2,1

    3,4

    4,8

    5,8

    7,3

    8,1

     Noorwegen

    0,2

    0,3

    0,3

    0,4

    0,7

    0,7

    1,1

    1,1

     Denemarken

    3,3

    4,9

    10,6  

    19,1  

    25,6  

    29,4  

    21,8  

    28,3  

     Afrika

    0,1

    0,1

    0,2

    0,2

    0,4

    0,4

    0,5

    0,5

     Japan

    2,1

    2,1

    1,8

    2,1

    1,5

    2,3

    2,5

    2,5

     China

    0,0

    0,0

    0,2

    0,2

    0,1

    0,1

    0,2

    0,4

     Australië

    0,4

    0,4

    0,6

    0,9

    1,1

    1,2

    1,5

    1,8

     USA

    2,2

    2,5

    2,2

    2,4

    2,4

    2,5

    2,7

    2,9

     Wereld

    1,2

    1,4

    1,5

    1,9

    2,0

    2,1

    2,3

    2,5

    groen     =  windenergie, zonne-energie, geothermisch en biomassa
    www.iea.org/stats/index.asp


    Overzicht van de toename van het elektriciteitsverbruik in enkele landen,
    van 1990 tot 2006.

    in miljard kilowattuur en de toename in procenten

    1990

    2006

    toename

     Nederland

      73

    110

      51

     België

      59

      86

      46

     Duitsland

    502

    549

        9

     Engeland

    286

    349

      22

     Frankrijk

    324

    447

      38

     Zwitserland

      47

      59

      26

     Italië

    220

    316

      44

     Spanje

    130

    254

      95

     Zweden

    130

    134

        3

     Noorwegen

      98

    112

      14

     Denemarken

      29

      35

      21

     Afrika

    276

    480

      74

     Japan

    777

    982

      26

     China

    549

    2529  

    361

     Australië

    136

    220

      62

     USA

    2837  

    3817  

      35

     Wereld

    10407    

    16379    

      57

    www.eia.doe.gov/pub/international/iealf/table62.xls  (totaal)


    Energiestromen in Nederland     (1 petajoule =  0,278 miljard kilowattuur)

    petajoule

    miljard kilowattuur

    percentage

     diensten

      368

    102

      14

     huishoudens

      421

    117

      16

     landbouw

      170

      47

        7

     industrie

    1142

    318

      44

     transport

      500

    139

      !9

     totaal

    2601

    723

    !00

    www.energie.nl/stat/data/fig123.html



    Alternatieve energiebronnen

    De hieronder genoemde vormen van alternatieve energie hebben met elkaar gemeen, dat ze
    (nog) niet zijn gerealiseerd. Het lijken vaak meer fantasieën, dan praktisch uitvoerbare projecten.
    Men kan wel van alles uitrekenen, maar dat wil nog niet zeggen dat het in de praktijk
    kan worden gerealiseerd, of dat het economisch haalbaar is.

    Een goed voorbeeld hiervan is de "zonnetoren". Die moet 1 kilometer hoog worden. Het hoogste
    gebouw ter wereld (in Dubai) is 818 meter hoog. Het rendement van de zonnetoren is 1,5% en
    de hoeveelheid opgewekte energie is maar 8% van wat een gewone elektriciteitscentrale levert.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Burj_Dubai

    Zonnetoren

    Zonnestraling verwarmt de lucht die zich onder een lage cirkelvormige, doorschijnende collector
    bevindt. Deze collector is aan de rand open. Het doorschijnende dak van deze collector vormt
    samen met de grond een opslagruimte voor de opgewarmde lucht. In het midden van het ronde dak
    staat een toren. De verwarmde lucht stijgt op in deze toren. Daardoor wordt nieuwe koude lucht
    aangevoerd aan de rand van de opslagruimte. Ook 's nachts is er een continue stroom warme lucht
    naar de toren, omdat de gehele grondoppervlakte bestaat uit met water gevulde buizen. Overdag
    warmen deze buizen op en ’s nachts geven ze hun warmte weer af. In de luchtstroom naar de toren
    staan een aantal windturbines opgesteld. De hieraan gekoppelde generatoren wekken elektriciteit
    op. In Australië gaat men misschien ooit zo'n toren bouwen.
    Enkele gegevens:   (afgerond)

  • de temperatuur van de lucht onder de collector stijgt overdag 30 graden Celsius
  • de snelheid van de luchtstroom aan de voet van de toren is 60 kilometer per uur
  • het vermogen is 200 megawatt
  • de jaarproduktie is 680.000 megawattuur   (200.000 huishoudens)
  • de toren is 1 kilometer hoog en de diameter is 130 meter
  • de diameter van de ronde collector is 5 kilometer   (dus de straal  r = 2500 meter)
  • aan de voet van de toren staan 32 turbines van 6,5 megawatt
    De oppervlakte van de collector is   π r2 = 3,14 × 25002 = 19.625.000 vierkante meter.
    De energie-instraling van de zon in Australië is  2,3 megawattuur per vierkante meter per jaar.
    De totale hoeveelheid energie, die in de collector instraalt is dus  45.137.500 megawattuur per jaar.
    Het rendement is  (680.000 / 45.137.500) × 100% = 1,5%
    Vergelijk hiermee het rendement van een elektrisch zonnepaneel  = 12%
    De voordelen van de zonnetoren zijn:
  • er is vrijwel geen onderhoud nodig
  • er is geen (water)koeling nodig   (een groot voordeel in droge en warme gebieden)
  • de installatie werkt op de warmtestraling van de zon en heeft daardoor weinig last van vervuiling
  • de energielevering gaat dag en nacht (min of meer continu) door
    www.sbp.de/en/fla/mittig.html
    www.architectenweb.nl/aweb/redactie/redactie_detail.asp?iNTypeID=27&iNID=2931&extUrl=1

    Blue Energy
    Blue Energy is een vorm van duurzame energie-opwekking die gebaseerd is op het verschil in
    zoutconcentratie van (zout) zeewater en (zoet) rivierwater. Door op het grensvlak een "generator"
    met kunststof membranen (een soort filters) te bouwen, kan (misschien) enige energie worden
    gewonnen. De techniek die hiervoor wordt gebruikt, heet "omgekeerde elektrodialyse". Het water
    aan de ene kant van het membraan is positief geladen, dat aan de andere kant negatief. Het
    spanningsverschil is 80 millivolt. Door stapeling van een groot aantal membranen kan voldoende
    spanning worden verkregen voor een praktische toepassing. Het systeem werkt als een soort accu.
    Er is geen andere energiebron ?? nodig dan zoet en zout water. De opbrengst zou theoretisch
    voldoende kunnen zijn voor de elektriciteitsvoorziening van Noord Nederland, als al het zoete
    water dat via Nederland de zee in stroomt, benut wordt voor deze vorm van energie-opwekking ??
    Een zeer onrealistisch en ongeloofwaardig verhaal.
    http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/18247384/
    www.p-plus.nl/artikel.php?IK=236

    Laddermolen
    De laddermolen bestaat uit een windgedragen systeem van een groot aantal vleugels die aan een
    sterk touw zijn gebonden en die een lus vormen. Eén uiteinde van de lus drijft op de grond een
    dynamo aan. De vleugels zijn als schoepen zo ingesteld, dat langs één kant van de lus de vleugels
    omhoog bewegen onder invloed van de wind. Voorbij het kantelpunt ?? hoog in de lucht gaan de
    vleugels langs de andere kant van de lus weer naar beneden. Daarbij wordt de stand van de
    vleugels zodanig veranderd, dat ze een neerwaartse druk ondervinden. Zo ontstaat een draaiende
    beweging van de lus. De energie-opbrengst van de laddermolen zou minstens 50 keer zoveel zijn
    als bij een windmolen met een vermogen van 1 megawatt. ??   Wie het gelooft, mag het zeggen.
    www.ecoboot.nl/artikelen/OckelsLaddermolen.php

    De Maglev windturbine

    Maglev is de afkorting van magnetische levitatie (= zweving). De Maglev windturbine heeft een
    verticale as. De as en de "windvanen" rusten op een magnetische lagering. Een magnetisch lager is
    vrijwel wrijvingsloos. (maar verbruikt wel energie). Door de zeer geringe lagerwrijving, gaat deze
    windturbine al bij een luchtsnelheid van 1,5 m/sec draaien en levert bij 3 m/sec een bruikbare
    hoeveelheid energie. Zeer hoge windsnelheden vormen geen probleem, de molen kan dan gewoon
    blijven draaien. Hierdoor kan, volgens de Chinese uitvinders, dit type windturbine 20% meer
    energie leveren in vergelijking met een conventionele windturbine van hetzelfde vermogen. Hoe
    de magnetische lagering werkt, komt niet uit de verf. Die zou met permanente magneten zijn
    opgebouwd en daardoor geen elektrische energie gebruiken voor de "levitatie".
    Een zeer onwaarschijnlijk verhaal, dus. In sommige publicaties laat men zijn fantasie de vrije loop.
    Deze molen zou 1000 keer efficiënter zijn dan een gewone windturbine.??  Men moet wel zeer naïef
    zijn, om dit soort onzin te geloven. Misschien wordt bedoeld, dat de lagerwrijving bij deze molen
    1000 keer geringer is dan bij een gewone molen. De lagerwrijving verbruikt normaal slechts enkele
    procenten van de energie die door een windturbine wordt opgewekt. Daar is dus zeer weinig winst
    aan te behalen. Wel interessant is de verticale as, waardoor deze molen ongevoelig is voor de
    windrichting, terwijl zeer grote constructies mogelijk zijn. De windenergie wordt daarbij over de
    gehele hoogte van de molen opgewekt. Dit soort constructies is overigens al vele jaren bekend.
    De molen zou monstrueuze afmetingen hebben, (zoiets van 600 meter hoog, bij een diameter van
    400 meter) en dan net zoveel energie kunnen opwekken als 1000 gewone windmolens.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Maglev_windturbine
    www.worldwatch.org/node/4217

    Golfslagenergie
    Golfslagenergie is energie die te winnen is uit de snel wisselende waterhoogte op zee door
    aanwezigheid van golven. Hoewel hieruit theoretisch (zeer veel) energie te winnen is, wordt dit
    tot op heden nog niet veel gedaan, omdat de kosten de baten meestal overstijgen.
    Voor de kust van Portugal wordt de eerste commerciële golfslagcentrale gebouwd, een centrale
    die energie uit zeegolven omzet in elektrische energie. Het systeem moet vanaf 2006 elektriciteit
    leveren voor (slechts) 1500 huishoudens.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Golfenergie
    www.neoweb.nl/forum2

    Energie-instraling vanuit de ruimte
    Om dit mogelijk te maken, moeten enorme zonnepanelen in een geostationaire baan om de
    aarde worden gebracht. De opgevangen zonne-energie wordt vervolgens door middel van
    microgolven naar de aarde gestraald en daar omgezet in elektriciteit.
    Een waanzinnig plan, dat uiteraard nooit zal worden gerealiseerd.  (leuk voor James Bond films)
    http://abcnews.go.com/Technology/story?id=98547&page=2

    Vrije energie


    De Warden Clyff Tower
    Met 5 van deze torens wilde Tesla een wereldwijde,
    draadloze energievoorziening mogelijk maken

    In deze opsomming van alternatieve energiebronnen, mag de vermelding van "vrije energie" niet
    ontbreken. Er is geen enkele wetenschappelijke onderbouwing voor het bestaan van "vrije energie".
    Toch kan men hierover vage twijfels hebben, omdat Tesla dit in 1889 zou hebben uitgevonden.
    Tesla (1856-1943) was een van de grootste uitvinders aller tijden. Hij bedacht onder meer de
    infrastructuur van de elektriciteitsnetten zoals wij die tegenwoordig overal gebruiken.
    Dus energietransport door middel van wisselstroom via hoogspanningsleidingen en transformatoren.
    Ook was hij de uitvinder van de wisselstroom(inductie)motor, de fluorescentie buis (TL-buis), de
    radio en de afstandsbediening. In 1943, kort nadat hij was overleden, werd door het Amerikaanse
    Hooggerechtshof officieel vastgesteld dat Tesla de uitvinder van de radio was en dus niet Marconi.
    Zijn grootste uitvinding zou zijn, de wereldwijde energievoorziening door "vrije energie", afgetapt uit
    de "ether". Experimenten hiermee vonden echter nooit plaats, omdat zijn geldschieters het lieten
    afweten. Tesla was in staat om energie draadloos over grote afstanden te transporteren. Vermeld
    wordt dat hij lampen op een afstand van enkele honderden meters draadloos liet branden. Ook zou
    hij een elektrische auto hebben omgebouwd, die daarna een week lang kon rondrijden zonder dat
    de accu werd opgeladen. Ook dit zou mogelijk gemaakt zijn, door het draadloos overbrengen van
    energie. Ter herinnering hieraan, kreeg een elektrische 2-persoons sportauto de naam  "Tesla".
    www.teslamotors.com
    http://reformation.org/who-killed-electric-car.html
    Interessant zijn de hieronder vermelde links. De lezer moet zelf maar zijn (haar) conclusies trekken.
    Tesla was òf een genie, òf hij was (op latere leeftijd) een fantast. Het is fascinerend om zijn
    levensverhaal te lezen.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Nikola_Tesla
    www.lucidcafe.com/library/96jul/teslaauto01.html
    http://educate-yourself.org/fe/radiantenergystory.shtml
    www.pbs.org/tesla/ins/index.html
    www.ufowijzer.nl/tekstpagina/NikolaTesla.html



    Opslag van Energie

    Grootschalige toepassing van zonne- en windenergie is alleen mogelijk, als er een oplossing wordt
    gevonden voor het opslaan van zeer grote hoeveelheden elektrische energie. Met name bij zonne-
    energie doet zich het probleem voor, dat de energiebehoefte meestal het grootst is, als de zon al
    achter de horizon is verdwenen. Tot nu toe, fungeert het lichtnet meestal als opslagbuffer.
    De belangrijkste methodes voor grootschalige energie-opslag lijken voorlopig te zijn:
  • het oppompen van water naar een hoger gelegen spaarbekken
  • de produktie van waterstofgas
  • energie-opslag in de accu's van elektrische auto's

    Elektrische energie
    In een supercondensator (supercap) kan elektrische energie worden opgeslagen in de vorm van
    elektrische lading. Supercondensatoren kunnen zeer snel met hoge piekstromen worden geladen
    en ontladen. In hybride- en brandstofcelauto's kunnen supercondensatoren worden gebruikt voor
    het snel en effectief opslaan van de rem-energie, terwijl bij accelereren die energie dan even snel
    weer beschikbaar is. De energie-inhoud van een supercondensator is betrekkelijk klein, terwijl de
    spanning snel afneemt tijdens de ontlading. Recente ontwikkelingen zijn echter veelbelovend.
    Er zijn al modules met supercaps te koop, die een energie-inhoud hebben van 282 wattuur bij een
    capaciteit van 17,8 farad en een spanning van 390 volt. Ook schijnt er een supercondensator in de
    maak te zijn, die een energie-inhoud heeft van 52 kilowattuur. Op termijn zal de supercondensator
    de batterij bij bepaalde toepassingen kunnen gaan vervangen. De levensduur is vrijwel onbeperkt,
    terwijl het rendement van de laad- ontlaadcyclus zeer hoog is, ongeveer 97%.
    www.olino.org/articles/2006/10/11/supercondensator
    http://en.wikipedia.org/wiki/Electric_double-layer_capacitor

    Chemische energie
    In batterijen en accu’s, maar ook bij de produktie van waterstofgas, wordt elektrische energie in
    de vorm van chemische energie opgeslagen.

  • batterijen en accu’s
        Batterijen en accu's zijn goedkoop en betrouwbaar. Het rendement van de laad- ontlaadcyclus
        is vrij hoog, ongeveer 75%. Daar staat tegenover, dat batterijen en accu's zwaar zijn en een
        grote ruimte innemen, terwijl de capaciteit beperkt is. Ook de lange laadtijden of de enorme
        laadstromen vormen vaak een probleem.
  • waterstofgas
        De produktie van waterstofgas en terugwinning van elektriciteit in een brandstofcel gaat gepaard
        met een slecht (totaal)rendement. De energie-inhoud van waterstofgas per gewichtseenheid is
        weliswaar groot, (33,6 kilowattuur per kilogram) maar het volume is ook (zeer) groot, zelfs als het
        gas sterk is samengeperst. Dat samenpersen kost veel energie. Waterstofgas wordt pas vloeibaar
        bij 252 graden Celsius onder nul. Vloeibaar maken is dus geen optie. Wel lijkt het mogelijk, om
        waterstof op een efficiënte manier op te slaan in metaalhydriden of gashydraten met behulp van
        nanotechnologie. Het gebruik van waterstofgas is potentieel gevaarlijk. (knalgas)

    Warmte
    Opslag van warmte kan plaats vinden in materiaal met een grote warmtecapaciteit, bijvoorbeeld in
    water (zonneboiler), of in waterhoudende zandlagen op enige diepte in de grond. (aquifers)
    Meestal gaat het daarbij om vrij lage temperatuurniveaus, die onbruikbaar zijn voor de produktie van
    elektriciteit. Wel kan de opgeslagen warmte met behulp van warmtepompen worden gebruikt voor
    verwarmingsdoeleinden. Bij een zon-thermische centrale wordt voor (kort durende) opslag van de
    zonne-energie, gebruik gemaakt van gesmolten zout. Met de opgeslagen warmte kan tijdens zonloze
    periodes elektriciteit worden geproduceerd.

    Kinetische energie
    Kinetische energie (bewegingsenergie) kan worden opgeslagen in een vliegwiel. De opslagcapaciteit
    is vrij klein. Een vliegwiel kan worden gebruikt bij het afremmen van een voertuig. Er wordt dan
    bewegingsenergie in het vliegwiel opgeslagen. Bij het optrekken kan die energie weer worden
    gebruikt. Dit wordt bij sommige stadsbussen toegepast.
    www.tue.nl/cursor/bastiaan/jaargang42/cursor08/onderzoek.htm

    Potentiële energie
    Potentiële energie ontstaat bij het verplaatsen van massa naar een hoger niveau.
    Potentiële energie kan bijvoorbeeld worden verkregen, door water op te pompen naar een hoger
    gelegen spaarbekken. Dit gebeurt vaak bij waterkrachtcentrales. Voor het oppompen wordt de
    overtollige energie gebruikt, die in de dal uren beschikbaar is. In tijden van droogte kan de potentiële
    energie, die is opgeslagen in het spaarbekken, door de waterkrachtcentrale weer worden omgezet
    in elektrische energie. Het rendement van deze vorm van energie-opslag is vrij hoog, ongeveer 75%.
    Een andere vorm van potentiële energie ontstaat, als men lucht samenperst. Perslucht kan worden
    gebruikt voor de aandrijving van gereedschappen en zelfs van auto’s.
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Air_Car



    Energiebesparing

    De grootste winst valt te behalen bij de isolatie en verwarming van de woning en het gebruik van
    warm water. Daarna volgt de auto en tenslotte de verlichting.   zie: energieverbruik van een huishouden

    Isolatie van de woning
    Voor de verwarming van een slecht geïsoleerd huis is gemiddeld 2150 kubieke meter aardgas per
    jaar nodig. Voor een goed geïsoleerd huis is dit nog maar 700 kubieke meter. Isoleren helpt dus
    echt heel veel.   www.milieucentraal.nl/pagina?onderwerp=Isoleren

    Verwarming van de woning
    Het principe van  warmte-kracht koppeling  kan ook bij de verwarming van een woning worden
    toegepast. Een goed voorbeeld hiervan is de HRe-ketel   (hoog rendement elektrisch)
    Deze verwarmingsketel bevat een heteluchtmotor waarmee elektriciteit wordt opgewekt. De
    overtollige elektriciteit wordt teruggeleverd aan het lichtnet. Het totale rendement is ruim 90%. Als
    alle huizen met zo'n ketel zouden worden uitgerust, dan waren er misschien minder elektrische
    centrales nodig. Omdat het rendement van een conventionele centrale slechts 40% is, kan bij
    grootschalige toepassing van de HRe-ketel een aanzienlijke energiebesparing en dus vermindering
    van de uitstoot van CO2 worden bereikt. Een probleem is echter, dat men dit systeem in de zomer
    niet intensief zal gebruiken, (alleen voor de verwarming van tapwater), omdat men dan meestal
    liever wil koelen dan verwarmen. Het totaal geïnstalleerde vermogen van de elektrische centrales
    zal daarom waarschijnlijk toch niet veel kleiner kunnen worden. De energielevering van de centrales,
    gerekend over het gehele jaar, kan wel minder zijn.
    http://prive.eneco.nl/producten_en_tarieven/acties/hre.asp
    www.peopleplanetprofit.be/artikel.php?IK=868

    Warm water
    Het (voor)verwarmen van tapwater kan met een hoog rendement (65%) plaatsvinden met behulp
    van zonnecollectoren. Bij het douchen kan men het verbruik van warm water enigszins beperken
    door gebruik te maken van een waterbesparende douchekop. Eén keer een bad nemen kost
    120 liter water. Eén keer douchen de helft. (7,5 liter water per minuut, gedurende 8 minuten). Een
    waterbesparende douchekop verbruikt 7,5 liter water per minuut, een gewone douchekop 8,2.
    Veel besparing kan worden bereikt, door de warmwaterboiler vlak bij de kraan te monteren, zowel
    in de keuken als bij de douche. In veel huizen bevindt zich een combiketel op zolder. Dat is wel de
    slechtst denkbare plaats. Als men warm water nodig heeft, moet eerst de lange leiding naar de
    keuken of badkamer worden opgewarmd voordat het water op de verbruiksplaats de gewenste
    temperatuur heeft. Na dichtdraaien van de kraan koelt het water in de leiding weer af, wat puur
    energieverlies betekent. Bovendien kost dit ook nog eens extra veel water.

    Auto
    Een aanzienlijke besparing in brandstof kan men bereiken met hybride auto's. Men moet dan
    denken aan (maximaal) 25%. De enige echte besparing is natuurlijk het afschaffen van de auto.
    Helaas is het openbaar vervoer van een dermate slechte kwaliteit, dat men deze stap moeilijk zal
    zetten. Alleen een extreme verhoging van de benzineprijs, tot bijvoorbeeld   € 5,- per liter, zal op
    termijn enig effect sorteren, maar de meeste mensen zijn niet uit hun auto te slaan.   zie anekdote

    De zuinigste 4-persoons auto met een benzinemotor, zal bij een snelheid van 100 kilometer per uur
    nooit veel zuiniger kunnen worden dan 1 liter per 40 km. Dit kan men berekenen aan de hand van de
    laagst denkbare lucht- en rolweerstand, gecombineerd met het hoogst denkbare rendement van een
    benzinemotor. Dat verbruik van 1 liter per 40 km is overigens ook aangekondigd voor de nieuwe
    Prius, die in 2010 op de markt komt. Ter vergelijking:  het voertuig dat op zonne-energie de “World
    Solar Challenge” won, de Luna 4, heeft een verbruik (omgerekend naar benzine-equivalent) van
    1 liter per 70 km. Dit voertuig kan slechts 1 persoon in half liggende houding vervoeren.
    http://en.wikipedia.org/wiki/Loremo
    http://evolution.loremo.com
    www.toyota.nl/innovation/design/concept_cars/1x/index.aspx

    Verlichting
    Hoewel verlichting relatief weinig energie verbruikt, kan men daar toch wel wat op bezuinigen door
    het consequent gebruik van spaarlampen. In de nabije toekomst zullen misschien ook LED-lampen
    een rol kunnen gaan spelen bij de energiebesparing.



    De ineenstorting van de olie-economie

    www.lifeaftertheoilcrash.net
    De beschaving, zoals wij die nu kennen, zal spoedig eindigen, omdat de olie opraakt. Dat is een
    wetenschappelijk onderbouwde conclusie. De olie zal niet plotseling op zijn, want de produktie
    verloopt volgens een klokvormige curve. Aan de opgaande kant van de curve is er in toenemende
    mate goedkope olie beschikbaar. Aan de neergaande kant is er steeds minder olie, die steeds
    duurder wordt. De top van de produktie valt samen met het punt, waarbij de helft van de olie
    verbruikt is. Na de top, neemt de produktie af en nemen de kosten toe omdat de olie steeds
    moeilijker winbaar wordt. Bovendien heeft de schaarste een zeer sterk prijsopdrijvend effect.
    Nog dit jaar (2007) zal het wereld-olieverbruik de 86 miljoen vaten per dag overschrijden.
    Dat zijn 1000 vaten per seconde.   (1 vat = 159 liter).

    Stel, dat in het jaar 2000 de top van de produktie was bereikt, dan zal er in 2020 evenveel olie
    worden geproduceerd als in 1980. De wereldbevolking is intussen verdubbeld en bovendien is men
    steeds afhankelijker van olie geworden. Het gevolg hiervan is, dat wereldwijd de vraag naar olie in
    2020 zeer veel groter zal zijn dan de produktie. De olieprijs zal dan exploderen tot zo’n 400 dollar
    per vat. Olie-afhankelijke economieën zullen ineenstorten en waarschijnlijk zullen er oorlogen om
    de olie uitbreken.

    De komende olieschaarste is het begin van een nieuwe, blijvende toestand. De vermindering van de
    olieproduktie zal ongeveer 7% per jaar bedragen. Dat is 50% in 10 jaar. De algemene verwachting
    is, dat tussen 2008 en 2012 ernstige problemen zullen ontstaan.

    De prijsontwikkeling van de ruwe olie

    jaar

    dollar per vat

    1973

      3 -   12

    1998

    10 -   15

    2000

    24 -   37

    2002

    20 -   28

    2004

    30 -   51

    2006

    58 -   80

    2007

    53 -   99

    2008

    32 - 146

    2009

    32 -   81

    2010

    69 -   83





    Persbericht op 20 december 2007:
    "De NAM  (Nederlandse Aardolie Maatschappij) gaat weer olie winnen in Schoonebeek.
    De volgende 25 jaar kunnen er zeker 100 miljoen vaten worden geproduceerd".

    Het wereldverbruik van aardolie is 1000 vaten per seconde. De produktie van Schoonebeek
    in 25 jaar is dus voldoende voor het wereldverbruik gedurende 100.000 seconden =  28 uur.



    Hoe zal het nu verder met de energie gaan?

    Olie
    De olie begint op te raken. Al gedurende 15 jaar worden er geen grote olievelden meer gevonden.
    Men gaat daarom in Canada en Venezuela de moeilijk winbare olie uit teerzand halen. Ook gaat
    men naar olie boren op 5 kilometer diepte in de Golf van Mexico. De prijs van ruwe olie neemt
    snel toe. Men gaat weer naar olie boren in Schoonebeek.!!

    Gas
    Er is voorlopig nog voldoende gas, waarschijnlijk nog voor de komende 60 jaar. De top van de
    aardgasproduktie wordt over 20 jaar bereikt. Daarna zal de prijs sterk gaan stijgen. West Europa
    is daarbij vooral afhankelijk van Noorwegen, Rusland, Noord Afrika en het Midden Oosten.

    Bericht in de Volkskrant van 5 december 2006:
    "Bij ongewijzigde omstandigheden zijn de gasreserves (in Nederland) in 2030 uitgeput".

    Shell is wereldwijd bezig met projecten om gas te gebruiken voor de fabricage van een soort
    dieselolie.  GTL =  Gas to Liquids, een variant op het Fischer-Tropsch procédé.

    Steenkool
    Er is wereldwijd zeer veel steenkool. Voldoende voor minstens 200 jaar. Steenkool is overal goed
    voor. Er kan stadsgas, waterstofgas, synthetische benzine en dieselolie mee worden geproduceerd.
    Daarbij komt overigens wel zeer veel CO2 vrij. Maar daar zit natuurlijk niemand mee, als er een
    energietekort is. De techniek voor de produktie van synthetische benzine uit steenkool is al sinds
    1923 bekend en werd in de 2e wereldoorlog door Duitsland op grote schaal toegepast.
    (Fischer-Tropsch synthese)
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Synthetische_olie

    Waterkracht
    Hoewel de meest rendabele projecten al zijn gerealiseerd, liggen er nog grote mogelijkheden in
    Afrika en Zuid-Amerika. Waterkrachtcentrales veroorzaken veel schade aan het milieu.

    Groene energie
    Groene energie verkregen uit wind, zon, biomassa  etc. is voorlopig van weinig betekenis. Men
    denkt hiermee (in Nederland) maximaal 20% van (alleen) de elektriciteit in 2020 te kunnen
    opwekken. Windenergie komt in enkele landen uit de "startblokken".
    Zonne-energie is vooralsnog te verwaarlozen. Men moet hierbij denken aan hooguit enkele
    promillen van de totale elektriciteitsproduktie. Het hoogste scoort Duitsland met 0,48 procent.
    Dat is dus 4,8 promille. De wereldproduktie van zonne-energie is slechts 0,2 promille.
    Zie: "overzicht van de energiebronnen voor de opwekking van elektriciteit"   in procenten

    Biobrandstof
    Grootschalige produktie van biodiesel etc. gaat ten koste van de voedselproduktie en het kost
    bovendien veel gewone brandstof. Dat is dus geen reële optie. De omzetting van zonne-energie
    naar biobrandstof gaat gepaard met een extreem laag rendement, in de orde van 1%

    Kernenergie
    Kernenergie is, bij het huidige verbruik, nog zo'n 75 jaar mogelijk. Daarna is het Uranium op. Een
    oplossing zou kunnen zijn, het toepassen van kweekreactoren. Dan zou men met het Uranium nog
    zo'n  5000 jaar vooruit kunnen   (alleen voor de elektriciteitsproduktie !!)
    Als het Uranium op raakt, kan men waarschijnlijk met Thorium verder. Thorium kan volledig
    worden "verbrand" in eenvoudige reactoren. Dit in tegenstelling tot Uranium, waarvan slechts
    0,7%  kan worden gebruikt. (de isotoop U235).  In India zijn al enkele Thoriumreactoren in bedrijf.
    Thorium zal op termijn waarschijnlijk de belangrijkste nucleaire brandstof worden. De hoeveelheid
    Thorium op aarde is 3 keer zo groot als de hoeveelheid Uranium.

    Kernfusie
    Omstreeks 2050 mogen we de eerste praktische resultaten verwachten van kernfusie. Dan kan de
    mensheid beschikken over een oneindige hoeveelheid "schone" energie. De totale ontwikkelingstijd
    heeft dan ongeveer 100 jaar in beslag genomen. Men kan zich afvragen of het ooit wel zal lukken
    om zeer grote hoeveelheden energie op te wekken door middel van gecontroleerde kernfusie. Nog
    nooit heeft een technische ontwikkeling zo lang geduurd. Denk bijvoorbeeld aan elektriciteit, radio,
    (satelliet)televisie, vliegtuig, computer, ruimtevaart, kernenergie, waterstofbom, etc.
    Die uitvindingen werden allen gerealiseerd in een tijdsbestek van enkele 10-tallen jaren, van idee
    naar een bruikbaar produkt.

    Waterstof
    Waterstof kan worden geproduceerd met behulp van kernenergie via een thermo-chemisch proces
    of door elektrolyse van water. De benodigde elektriciteit voor de elektrolyse van water zal door
    kernfusie geleverd moeten worden, of door "groene" energie. Maar daarvoor is nog een lange weg
    te gaan. Waterstof is een "onhandelbare" brandstof, waarvoor nog geen infrastructuur bestaat. De
    brandstofcel is voorlopig nog veel te duur en vraagt nog veel ontwikkeling. Waterstof is geen
    energiebron, maar een energiedrager. Het produceren van waterstofgas door elektrolyse van water
    kost 1,5 keer meer energie dan het oplevert.   Waterstof ??  dat wordt voorlopig dus niks.

    Er is een wanverhouding ontstaan tussen de produktie en consumptie van energie. Er zouden vrijwel
    geen problemen zijn, als er een paar miljard mensen minder op deze aarde zouden rondlopen.
    (rondrijden). De werkelijkheid is, dat er voor het jaar 2050 nog een paar miljard mensen bij zullen
    komen

    De enige oplossing lijkt:   (sterk) bezuinigen op energie en (veel) minder mensen.
    Bezuinigen op het energieverbruik, terwijl tegelijkertijd het aantal aardbewoners toeneemt, levert
    per saldo niets op. Dat is "dweilen met de kraan open".

    Het worden interessante tijden



    Energie-inhoud, watervoorbeeld en energieverbruik

    De energie-inhoud van een accu
    Bij een accu wordt altijd de spanning en het aantal ampère-uren vermeld. De energie-inhoud
    kan men berekenen, door de spanning (volt) te vermenigvuldigen met het aantal ampère-uren.
    Dit levert de hoeveelheid  watturen op, die in de accu kan worden opgeslagen.
    Twee voorbeelden:
    Een accu van 24 volt en 9 ampère-uur heeft een energie-inhoud van 24 × 9 = 216 wattuur
    Een accu van 36 volt en 6 ampère-uur heeft een energie-inhoud van 36 × 6 = 216 wattuur
    Beide accu's hebben dus dezelfde energie-inhoud. Vermelding van alleen de spanning of
    alleen het aantal ampère-uren geeft geen informatie over de energie-inhoud.


    Watervoorbeeld
    Om de eigenschappen van elektriciteit duidelijk te maken, gebruikt men vaak het watervoorbeeld.
    Stel, de waterleiding is in staat om (maximaal) 10 liter water per minuut via een kraan in een
    emmer te laten lopen. Het vermogen van de waterleiding is dan 10 liter water per minuut.
    Dit vermogen is dus ook aanwezig als de kraan dicht is.
    Het vermogen van de aansluiting voor een brandslang is veel groter, misschien wel 1000 liter per
    minuut, omdat de waterleiding daar een veel grotere diameter heeft.
    Vermogen is een eigenschap.
    Zodra men de kraan helemaal open draait, stroomt er elke minuut 10 liter water in de emmer.
    Na bijvoorbeeld 5 minuten is er 50 liter water uit de kraan gekomen. Dat is de energie.
    Energie levert altijd iets op,  in dit geval water.
    Energie = vermogen x tijd.
    Hoe langer de kraan open staat, hoe meer "energie" er uit stroomt. Draait men de kraan weer dicht,
    dan houdt de "energielevering" op, maar  het vermogen om energie te leveren  blijft aanwezig.
    Er kan niet méér water in de emmer, dan de inhoud toelaat. De vorm van de emmer is daarbij niet
    van belang. Een lage emmer met een grote diameter kan net zoveel water bevatten als een hoge
    emmer met een kleine diameter.
    Een accu kan men vergelijken met de emmer. Er kan niet méér energie in, dan de energie-inhoud
    toelaat. Het type is daarbij niet van belang. Een accu met een lage spanning en veel ampère-uren
    kan net zoveel energie bevatten als een accu met een hoge spanning en weinig ampère-uren.

    Vergelijking   water - elektriciteit

    vermogen   energie
      water

    liters per minuut

    liters

      elektriciteit

      joule per seconde

    joule

    zie:   Eenheden en omrekenfactoren voor Vermogen :   1 joule per seconde = 1 watt


    Energie en arbeid

  • Energie kan worden omgezet in arbeid       voorbeeld:  elektriciteit kan een motor laten draaien
  • Arbeid kan worden omgezet in energie       voorbeeld:  een dynamo kan elektriciteit opwekken

    Stel, we maken een tocht met een auto en we komen weer terug op het punt van vertrek. De auto
    heeft dan een aantal liters benzine verbruikt. De benzine bevat energie.  (9,1 kilowattuur per liter)
    Het rendement van een benzinemotor is ongeveer 25%. Dat betekent dat 25% van de energie in de
    benzine wordt omgezet in nuttige mechanische arbeid. Hierdoor wordt de auto gedurende de tocht
    voortbewogen. Via de koeling van de motor en de hete uitlaatgassen verdwijnt 75% van de energie
    in de vorm van nutteloze warmte. Na afloop van de rit is de nuttige mechanische arbeid ook volledig
    omgezet in warmte. Die warmte ontstaat bij het overwinnen van de luchtweerstand, door wrijving in
    de banden, in de versnellingsbak, in de lagers enzovoort. Na afloop van de rit is alle energie in de
    vorm van warmte “vervlogen” in de ruimte. De mechanische arbeid was daarbij een tussenvorm.


    Energieverbruik van enkele huishoudelijke apparaten   (afgerond)

    apparaat

    vermogen

    gebruik per dag

    energie per dag

    kosten per dag

      LED-lamp

              5 watt

    10,0 uur

          50 wattuur

    €   0,01

      spaarlamp

            15 watt

    10,0 uur

        150 wattuur

    €   0,03

      koffiezetter

          750 watt

      0,2 uur

        150 wattuur

    €   0,03

      waterketel 1 liter

        2000 watt

      0,1 uur

        200 wattuur

    €   0,04

      elektrisch deken

            25 watt

      8,0 uur

        200 wattuur

    €   0,04

      elektrische fiets

          150 watt

      3,0 uur

        450 wattuur

    €   0,09

      computer

          125 watt

      4,0 uur

        500 wattuur

    €   0,10

      stoomstrijkijzer

        1000 watt

      0,5 uur

        500 wattuur

    €   0,10

      stofzuiger

        2000 watt

      0,3 uur

        600 wattuur

    €   0,12

      sluipverbruik

            25 watt

    24,0 uur

        600 wattuur

    €   0,12

      gloeilamp

            75 watt

    10,0 uur

        750 wattuur

    €   0,15

      koelkast

          180 watt

      5,0 uur

        900 wattuur

    €   0,18

      wasmachine

        1000 watt

      1,0 uur

      1000 wattuur

    €   0,20

      LCD-TV

          220 watt

      5,0 uur

      1100 wattuur

    €   0,22

      waterbed

            50 watt

    24,0 uur

      1200 wattuur

    €   0,24

      wasdroger

        2000 watt

      1,5 uur

      3000 wattuur

    €   0,60

      120 liter boiler

        3000 watt

      1,5 uur

      4500 wattuur

    €   0,90

      airco

        1000 watt

    12,0 uur

    12000 wattuur

    €   2,40

      elektrische auto

      14000 watt

      3,0 uur

    42000 wattuur

    €   8,40

    1 kilowattuur kost   € 0,20   (inclusief energiebelasting, transport en BTW)

  • De gegevens van de elektrische fiets, betreffen het 1 keer volledig opladen van de accu.
        Dat kost evenveel energie als 2 uur naar de TV kijken.
  • De koelkast wordt door de thermostaat zo nu en dan even ingeschakeld. De "aan"-tijd is
        ongeveer 5 uur per etmaal.
  • Het vermogen van 1000 watt voor een wasmachine is een gemiddelde waarde.
        Het wasproces kan worden opgedeeld in 3 fasen met een verschillend energieverbruik:
        1. het opwarmen van het water, dit verbruikt de meeste energie
        2. het wassen, hierbij verbruikt de motor die de wastrommel ronddraait weinig energie
        3. het centrifugeren, hierbij verbruikt de motor veel energie
  • Een LCD-TV verbruikt ruim 2 keer zoveel energie als een TV met een beeldbuis.
  • Een wasdroger verbruikt per wasbeurt 3 keer zoveel energie als een wasmachine.
  • De boiler wordt meestal 's nachts opgewarmd. Na gemiddeld 1,5 uur is dan de gewenste
        temperatuur van het water weer bereikt. (met 4,5 kilowattuur wordt 50 liter water verhit
        van 10 naar 85 graden Celsius).
  • Voor de elektrische auto is de Tesla model S gekozen.   Die komt pas in 2011 op de markt
  • Een sluipverbruik van 600 wattuur per etmaal is voor de meeste huishoudens wel een
        minimumwaarde. Dat is ongeveer 6% van het totale elektriciteitsverbruik.

    In Nederland is het elektriciteitsverbruik van een huishouden ongeveer 10 kilowattuur per dag.
    Dat kost dus  € 2,00 per dag. Het energieverbruik (en ook het "sluipverbruik") van huishoudelijke
    apparaten kan men gemakkelijk meten met een energiemeter. Die kan worden geplaatst tussen
    de wandcontactdoos en het apparaat waarvan men het verbruik wil meten.
    www.lage-energierekening.nl   (even klikken op "Meten is weten")


    Anekdote
    Tijdens een verjaarsvisite kwam ik in gesprek met een mevrouw van middelbare leeftijd. Het
    gesprek kwam al gauw op treinen en auto's.  "Wàt, bent u met de trein.?"  vroeg ze stomverbaasd.
    Toen ik zei, dat op termijn de benzine op zal raken, werd mevrouw plotseling zeer agressief.
    Haar reactie was: "Als je maar niet denkt, dat ik dan zal ophouden met autorijden"
    (dus ook niet als de benzine op is !!??)



    Boeken over energie

    "energie survival gids"
    Wilt u letterlijk alles weten over energie, lees dan dit populair wetenschappelijke boek.
    auteur:   Jo Hermans, oud-hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit Leiden.
    ISBN 9789075541113


    "Sustainably Energy - without the hot air"
    www.withouthotair.com/
    Dit boek geeft een volledig overzicht van de (on)mogelijkheden van duurzame energie.
    auteur:   David MacKay, professor aan de Universiteit Cambridge.
    Lees vooral hoofdstuk 19:   "Every BIG helps"
    Enkele citaten uit het boek:

  • if everyone does a little, we’ll achieve only a little
        als iedereen een beetje doet, dan zullen we maar een beetje bereiken
  • is the population of the earth six times too big?
        is de wereldbevolking misschien 6 keer te groot?
  • any sane discussion of sustainable energy requires numbers
        voor iedere zinvolle discussie over duurzame energie zijn getallen nodig

    Ook vermeldt dit boek een interview met Tony Blair naar aanleiding van zijn stellingname in
    2006 over de energieproblematiek:
    “Unless we act now, not some time distant but now, these consequences, disastrous
    as they are, will be irreversible. So there is nothing more serious, more urgent or more
    demanding of leadership.”

    "Tenzij we nu handelen, niet over enige tijd maar nu, zullen de rampzalige gevolgen onomkeerbaar
    zijn. Dit is dus de meest belangrijke en meest dringende eis die aan leiderschap gesteld wordt.

    Interviewer:
    Have you thought of perhaps not flying to Barbados for a holiday and not using all those air miles?
    Hebt u misschien overwogen niet naar Barbados te vliegen om daar vakantie te houden en om niet
    al die kilometers door de lucht af te leggen?

    Tony Blair:
    I would, frankly, be reluctant to give up my holidays abroad.
    Eerlijk gezegd voel ik er niets voor mijn vakanties in het buitenland op te geven
    Interviewer:
    It would send out a clear message though wouldn’t it, if we didn’t see that great big air journey
    off to the sunshine? . . . – a holiday closer to home?
    U zou toch een duidelijk signaal afgeven als u zou afzien van die lange luchtreis naar een zonnig
    oord . . . - misschien een vakantie wat dichter bij huis?

    Tony Blair:
    Yeah – but I personally think these things are a bit impractical actually to expect people to do that.
    I think that what we need to do is to look at how you make air travel more energy efficient, how
    you develop the new fuels that will allow us to burn less energy and emit less. How – for example –
    in the new frames for the aircraft, they are far more energy efficient.
    Eh, ja . . . maar persoonlijk denk ik dat het eigenlijk niet erg praktisch is om dit soort dingen van
    de mensen te verwachten. Wat we moeten doen is, denk ik, onderzoeken hoe we het vliegverkeer
    efficiënter kunnen maken, hoe we nieuwe brandstoffen kunnen ontwikkelen, die minder energie
    verbranden en die minder uitstoot opleveren. Hoe - bijvoorbeeld - de nieuwe vliegtuigen, veel
    efficiënter met de energie kunnen omgaan.

    I know everyone always – people probably think the Prime Minister shouldn’t go on holiday at all,
    but I think if what we do in this area is set people unrealistic targets, you know if we say to
    people we’re going to cancel all the cheap air travel . . . You know, I’m still waiting for the first
    politician who’s actually running for office who’s going to come out and say it – and they’re not.
    Ik weet dat iedereen altijd - de mensen denken waarschijnlijk dat de Minister President helemaal
    niet op vakantie zou moeten gaan, maar ik denk, dat als we op dit gebied onrealistische doelen
    stellen, weet u, als we tegen de mensen zeggen dat we alle goedkope vliegreizen gaan afschaffen
    . . . . Weet u, ik moet de eerste politicus nog zien, die op dit moment in functie is, die naar voren
    treedt en dat zegt - die is er niet


    "Zes graden"
    www.hitte.nu/lynas.html
    In zes hoofdstukken wordt beschreven wat de wereld te wachten staat bij een opwarming van
    zes graden. Zes graden is de voorspelde opwarming aan het einde van deze eeuw, als we niet
    snel tot een wereldwijde reductie van de CO2-uitstoot komen.
    auteur:   Mark Lynas, wetenschapsjournalist en milieubeschermer.

    Enkele citaten uit een interview met Mark Lynas:
    vraag:
    Waarom ben je ten aanzien van kernenergie zo radicaal van mening veranderd?
    antwoord:
    De wetenschap brengt geen overtuigende bezwaren meer naar voren. Moderne kerncentrales
    kunnen eigenlijk niet meer ontploffen, Ze verbruiken inmiddels het radioactieve afval waar we
    toch vanaf moesten. Gezondheidsrisico’s vallen in het niet bij andere gebruikte technieken. Het
    levert enorme hoeveelheden stroom uit een minuscule hoeveelheid brandstof. De hoeveelheid
    afval is heel erg klein en het is niet zo schadelijk voor de natuur als sommige mensen denken.
    Ik durf zelfs te beweren dat het principieel afwijzen van kernenergie de grootste fout is die de
    milieubeweging ooit heeft gemaakt. Dat is omdat het de deur heeft opengezet naar kolencentrales.
    We hebben het aan de antikernenergiebeweging te danken dat er miljarden tonnen CO2 de
    atmosfeer in zijn geblazen. Achteraf was dat een slecht idee.
    vraag:
    Maar uiteindelijk is de brandstof voor kerncentrales toch ook op?
    antwoord:
    Dat klopt, maar dat duurt nog een eeuw of twee. Ik wil er graag even aan herinneren dat we
    nog maar een paar jaar hebben om het zelfregulerend vermogen van onze planeet te redden.
    Dat is de keus waar we voor staan. Het probleem is dat milieuorganisaties het niet echt
    kunnen maken om nu opeens toe te geven dat ze fout zaten met kernenergie.
    www.milieudefensie.nl/publicaties/magazine/2009/oktober/Mark%20Lynas.pdf
    www.guardian.co.uk/books/2007/apr/23/scienceandnature.climatechange


    Interessante sites:
    http://members.home.nl/energie-milieu/index.htm
    www.co2minderen.be/
    www.verhoeven272.nl/jan/energie/index.html
    www.jacobh.nl/nlboek.html
    www.hoesnel.nl/energie_ontwikkeling/energie-consumptie-2025.html
    www.heavens-above.com/



    Een collage van actuele persberichten

    Teletekst 10 november 2009
    Door de economische crisis neemt voor het eerst in 30 jaar het wereldwijde verbruik van energie
    af. Ook de uitstoot van CO2 daalt. Dat concludeert het IEA. De energiebehoefte blijft groeien
    en het sterkst in landen als China en India. Zodra de crisis voorbij is, neemt de CO2 uitstoot weer
    toe, volgens IEA met 1,5 procent per jaar tot 2040. Het IEA denkt dat de olieprijs in 2030 zal
    uitkomen op 115 dollar per vat.

    NRC-Handelsblad 13 november 2009
    Het klimaatprobleem is op te lossen, zegt het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Als we
    zuiniger worden, meer kernenergie gebruiken en massaal elektrisch gaan rijden. Kernenergie speelt
    een veel grotere rol dan in eerdere scenario's. Aardgas eveneens. Maar het opvallendste is de
    enorme omslag die het IEA nodig acht in de transportsector. Die zal massaal over moeten op
    elektrisch vervoer, vertelde chef-econoom Fatih Birol van het IEA gisteren. "Dit is de achilleshiel",
    onderstreepte Birol. De omslag is nodig, niet alleen vanwege het klimaat. Het vermindert tevens
    de kans op internationale conflicten. Zonder beleidswijzigingen zal de vraag naar olie toenemen
    van 84 miljoen vaten per dag nu, naar 105 miljoen vaten in 2030. De prijs zal volgens de prognose
    van het IEA stijgen naar bijna 200 dollar. Het zal de wereldeconomie ontwrichten. Bovendien
    kan de krapte makkelijk leiden tot conflicten. Wellicht gewapende. Het IEA heeft in zijn analyse
    één toverwoord:  zuiniger.

    Teletekst 15 november 2009
    Wereldleiders zijn het erover eens dat een akkoord op de klimaattop van volgende maand in
    Kopenhagen niet reëel is. Kern is, dat voor een juridisch bindend akkoord Kopenhagen te vroeg
    komt, maar dat daar wel afspraken gemaakt kunnen worden voor een volgende conferentie.
    Oorspronkelijk was het de bedoeling om in Kopenhagen te komen tot een opvolger van het
    Kyoto-protocol.

    Teletekst 18 november 2009
    De temperatuur kan wereldwijd met 6 graden stijgen als de klimaattop in Kopenhagen mislukt.
    Dat zegt het Global Carbon Project, een groep wetenschappers en universiteiten die zoveel
    mogelijk gegevens over de uitstoot van CO2 hebben verzameld en geanalyseerd. Volgens het
    GCP is de uitstoot van CO2 tussen 2000 en 2008 met 29% gestegen. De klimaattop van
    volgende maand is "de laatste kans" om de schade te beperken tot een stijging van 2 graden.

    Teletekst 11 december 2009
    Minister Cramer heeft uitgehaald naar Tweede Kamerleden die vinden dat het klimaatprobleem
    wordt overdreven. Met name de PVV en kamerlid Verdonk vragen zich af of er wel een
    probleem is. De VVD wil een onafhankelijk onderzoek naar aanleiding van de affaire waarbij
    uit uitgelekte e-mails zou blijken dat wetenschappers rommelen met cijfers. De minister houdt
    vast aan de cijfers van het klimaatpanel van de Verenigde Naties, het IPCC.

    Teletekst 18 december 2009
    De Verenigde Staten en China hebben op de klimaatconferentie in Kopenhagen geen nieuwe
    toezeggingen gedaan om de CO2-uitstoot terug te dringen. President Obama en premier
    Wen Jiabao benadrukken het belang om de uitstoot aan banden te leggen, maar hielden vast
    aan al eerder gemaakte beloftes. Obama vindt dat landen elkaar moeten kunnen controleren
    op het nakomen van de afspraken. Dat ligt vooral bij China gevoelig. Die zien liever geen
    VN-waarnemers bij hun fabrieken

    Teletekst 18 december 2009
    Voordat duidelijk werd dat de arme landen zich tegen het klimaatakkoord verzetten, hadden
    Nederlandse politici er al hun teleurstelling over geuit. Ze bekritiseerden vooral het gebrek
    aan bindende afspraken over CO2-reductie. Het CDA sprak van het "best haalbare resultaat".
    Groenlinks van een "slap akkoord". D66 vond dat de EU meer zijn nek had moeten uitsteken.

    Teletekst 19 december 2009
    De arme landen hebben in Kopenhagen vanochtend vroeg het VN-klimaatakkoord geblokkeerd.
    Vooral Bolivia, Venezuela, Cuba en de eilandenstaat Tuvalu zijn tegen het akkoord.
    Groot Brittanië doet nog een laatste reddingspoging. Veel arme landen voelen zich
    buitengesloten door de grote landen en zijn daardoor gefrustreerd.

    Teletekst 19 december 2009
    Gisteravond leek het erop, dat de klimaattop na een moeizaam verloop toch redelijk zou
    slagen. De grote landen, waaronder de VS, China, India en de EU, hadden een voorlopig
    akkoord bereikt. Daarin staat dat de aarde maximaal 2 graden mag opwarmen.
    President Obama sprak van een "belangrijke doorbraak". Kort daarna vetrok hij naar huis.
    Over vermindering van de CO2-uitstoot waren geen bindende afspraken gemaakt.

    Teletekst 19 december 2009
    In Kopenhagen is geen formeel akkoord gesloten om de opwarming van de aarde tegen te
    gaan. Het was de bedoeling dat alle 192 landen die aan de klimaattop deelnamen het akkoord
    zouden tekenen, maar Sudan, Bolivia, Venezuela, Tuvalu en Cuba stemden er niet mee in.
    Veel milieu-organisaties en arme landen spreken van een flop.

    Teletekst 19 december 2009
    De klimaattop in Mexico van volgend jaar is de laatste kans om maatregelen te nemen tegen
    de opwarming van de aarde. Dat zegt Yvo de Boer, het hoofd van het VN-klimaatbureau.
    Hij noemt het akkoord dat op de klimaattop in Kopenhagen is gesloten "erg mager", gezien de
    grote hoeveelheid wereldleiders die naar Denemarken was gekomen en de voorbereidingstijd.

    Teletekst 24 december 2009
    De Amerikaanse president Obama vindt dat de teleurstelling over de uitkomst van de klimaattop
    in Kopenhagen terecht is. "Volgens de wetenschap moeten we de uitstoot van broeikassen de
    komende 40 jaar aanzienlijk verminderen. Niets in het Kopenhagen-akkoord verzekert dat dat
    gebeurt". De top in Kopenhagen leverde niets meer op dan een intentieverklaring van de
    deelnemers om de komende jaren iets te doen aan de uitstoot van CO2.

    Teletekst 20 januari 2010
    Het VN-Klimaatpanel erkent dat een waarschuwing over het smelten van de gletsjers in het
    Himalayagebergte niet voldoende was onderbouwd. In een rapport uit 2007 stond dat de
    gletsjers rond 2035 zouden zijn verdwenen, maar die stelling blijkt niet houdbaar. Het
    Klimaatpanel (IPPC) laat weten dat de waarschuwing niet was gebaseerd op de eisen die
    het IPPC zelf stelt aan gedegen onderzoek

    Teletekst 27 januari 2010
    Dat het klimaatpanel van de VN fouten heeft gemaakt, noemt minister Cramer van Milieu
    "verontrustend". Ze zegt dat het vertrouwen in het klimaatonderzoek is geschonden. Het panel
    schreef dat de gletsjers op de Himalaya in 2035 door de opwarming van de aarde zullen zijn
    gesmolten. Dat is op z´n vroegst 2350. Toch doet dat volgens Cramer niets af aan de conclusie
    dat de aarde door toedoen van de mens snel opwarmt.

    Teletekst 28 januari 2010
    Minister Cramer vraagt het Planbureau voor de Leefomgeving om te kijken naar fouten in het
    rapport van het klimaatpanel van de VN. Cramer vindt dat verontrustend omdat het vertrouwen
    in het klimaatonderzoek daardoor is geschonden. Ze wil weten hoe het VN-klimaatpanel de
    cruciale fout heeft kunnen maken. Het PvdA-kamerlid Samson vindt dat mensen zoals hij, te
    makkelijk hebben gezegd dat de wetenschap geen andere keus biedt dan nu meteen ingrijpen.

    Teletekst 04 februari 2010
    Minister Cramer duldt geen fouten meer van klimaatonderzoekers. Dat heeft ze gezegd tegen
    wetenschappers die het jaarlijkse rapport "De Staat van het Klimaat" hebben geschreven



    Free counter and web stats